zaterdag 4 juni 2016

22 t/m 27 mei: Van Darmouth tot aan de Scilly eilanden

22 mei: Bijna gezonken op weg naar Falmouth


Gezicht op Dartmouth bij vertrek
Dartmouth Castle vanaf het water
Gelukkig schijnt vandaag de zon. Het weer is opgeknapt na de regen van gisteren. Dat maakt een vaardag een stuk aangenamer.
In eerste instantie heeft Jan Willem gepland opgevat om naar Fowey te varen. Dat ligt een stukje westelijk van Plymouth aan de mooie River Fowey. Engelsen zijn niet erg origineel met naamgeving.
Omdat het best een eindje is, varen we om 8 uur al af, met nog een beetje stroom tegen. Zo kunnen we straks ten volle profiteren als de ebstroom mee staat. Met de voorspelde zuidwesten wind wordt het waarschijnlijk kruisen.
Na 15 sec. 3 emmers water opruimen na het schoonmaken van het log





Als we afvaren vanaf Kingswear bij Dartmouth blijft het log op nul staan. In de datagever zit waarschijnlijk vuiligheid. Jan Willem gaat het schoonmaken, terwijl hij mij vraagt door te varen op de motor. Dat is niet zo’n goed idee, want als hij de datagever eruit haalt en even onhandig is met de stop erin te zetten staat de hele bak vol water. Zo snel kan dat dus gaan! In zo’n 15 seconden zijn er drie volle emmers water ingelopen. Zo snel mogelijk leg ik de boot stil en pak de lenspomp erbij. Dan rustig aan nog eens proberen en zowaar, als hij de gever erin stopt geeft het log weer snelheid aan. Het restant water nog even opruimen en het leed is geleden.


De overgang van glad water naar de race bij Start Point
Pas na een uurtje staat er genoeg wind om te zeilen. Bij de kaap van Start Point kiezen we de route binnendoor langs de Skerries. We kunnen prachtig de overgang van glad water naar de overfalls bij de kaap zien. Omdat er weinig wind
De vuurtoren bij Start Point
staat, is het overigens niet zo spannend. Rond Start Point kruisen we hoog aan de wind. Onder de kaap zien we een schip motorsailen. Het is een mooi schip, de Leto. We verbazen ons erover dat het niet kruist. Jan Willem spreekt later de eigenaar in de haven, die vertelt dat dat een beperking is van een overigens prachtig schip.
Boven het land ontstaan prachtige cumuluswolken, die afsteken tegen de blauwe lucht. Als de wolken zich richting zee bewegen, blijven we verder uit de kust om de mogelijke effecten ervan te ontwijken.
Cumuluswolken boven het land
Bij Plymouth zijn we het kruisen inmiddels wel beu en zijn we blij dat Fowey nadert. 22 mijl is en bovendien bezeild met een knik in de schoot. Met snelheden van 8 knopen door het water en ruim 6 over de grond is de keuze gauw gemaakt. Het gaat lekker en om 21.00 uur liggen afgemeerd in de visitors harbour met 80 mijl op het log erbij.
Aalscholvers op een rots
Gelukkig hebben we een behoorlijk tempo. Als we rond vijf uur ‘s middags overstag moeten om naar de River Fowey te gaan, zien we opeens dat Falmouth nog maar
Daar zien we ook de Leto en de Kobbe weer.
Ook heel bijzonder is dat we de ‘Alchemy’ terugzien, een mooi Amerikaans schip, dat we in zomer 2013 in Kopenhagen en in september 2014 in Enkhuizen hebben ontmoet. Het echtpaar aan boord vaart al jaren in Europa rond. Ze zullen de volgende dag op tijd vertrekken, om de westkust van Ierland op te zoeken.
Mawes Castle, tegenover Falmouth
In de loop van de dag bellen Sophie en Matthijs om mij  met mijn verjaardag te feliciteren.

23 mei: Golfen in Falmouth


De Iskander in de haven van Falmouth
Gezicht op het oude centrum van Falmouth
In het bericht over de voorbereiding van deze reis heb ik vermeld dat we deze winter golfles hebben gevolgd en ons Handicap 54 hebben gehaald, mede met het oog op de vele mooie golfbanen in Engeland en Schotland. Vandaag gaan we daar voor het eerst gebruik van maken. Vlak buiten Falmouth is de golfbaan van the Falmouth Golf Club en die bellen we op om te vragen of we welkom zijn. De manager reserveert voor ons een starttijd om 12.48 uur. We maken onze golftassen klaar, pakken boterhammen, een drankje en onze schoenen in. Dan wandelen we naar de golfclub. Op de steiger oogsten we veel bekijks en navenant commentaar. Zeilers die golfen, dat kennen ze hier niet.
Op de mooie golf course in Falmouth
Het is prachtig weer. De wandeling gaat grotendeels bergop en we krijgen het behoorlijk warm. Het is verder dan gedacht, zodat we maar precies op tijd aankomen. Het thuis raken in de lokale gewoonten is ook even wennen.
Na het voldoen van de greenfee en een drankje gaan we vol goede moed naar de eerste hole. Maar, oh wat valt dat tegen! We hebben nu een maand niet op de baan gestaan en dan zakt de techniek wel weg. Regelmatig laten we achterop komende spelers voorgaan. Aan de golfbaan ligt het niet. Die is prachtig gelegen en perfect onderhouden. In de loop van het spel gaat het wat beter en krijgen we er plezier in en ook oog voor de omgeving. We komen allemaal aardige mensen tegen die verbaasd zijn dat er mensen zijn die helemaal uit Holland met een boot komen varen om in Falmouth golf te spelen. Je ziet ze denken: “Very nice people those dutchmen, but lousy golfplayers”. Maar dat zeggen ze niet, daar zijn ze te beleefd voor. Als we op het terras nog iets drinken, raken we in gesprek met twee enthousiaste heren, waarvan er een ons een lift naar de haven aanbiedt. Met de heenweg in gedachten nemen we die graag aan.

24 mei: Naar Penzance


Baken voor gevaarlijk object voor Falmouth
Met het oog op onze tocht naar de Scilly Eilanden en daarna naar Ierland vullen we voor vertrek eerst de fourage aan. Bepakt en bezakt komen we van de Tesco. Jan Willem gaat nog naar de Musto-winkel voor een paar nieuwe zeillaarzen. De neuzen van zijn oude laarzen zijn doorgesleten. Hier kan het nog. Dan nog diesel en water tanken. Bij het vastleggen aan de dieselsteiger glijd ik op mijn laarzen over het kurkdroge bolle dek. De rubberzolen zijn verhard en ik heb geen grip meer. Gauw trek ik bootschoenen aan. Moet ik nu ook nog…?  Maar het is al 13.00 uur, een uur later dan gepland, en we moeten op tijd in Penzance zijn, anders is de havendeur dicht.
Sommige mensen hebben geld, anderen veel geld. Dit schip is ruim 50 meter!
Toen moest het zeilpak nog aan!
In de haven staat al 19 knopen wind uit het oosten, dus zet JW gelijk maar een dubbel reef. Eruit kan altijd nog. Als we op open zee zijn, blijkt het niet voor niets. De wind trekt aan tot uiteindelijk 22 knopen. Met halve wind en een bootsnelheid van 8 á 9 knopen, maakt de Iskander af en toe flinke schuivers op de forse golven. Een keer spat er een golf over het achterdek en JW in zijn windstopper is kletsnat. Dan de zeilpakken maar aan.
Flinke golven bij Lizard point
Track van het ronden van Lizard Point op de plotter
Als we Lizard Point hebben gerond kunnen we min of meer voor de wind gaan varen. We strijken het grootzeil en gaan op de fok verder. Dan gaat het een stuk rustiger, ondanks dat het harder gaat waaien. We vinden het wel prima zo, maar zijn bezorgd over de aankomst bij Penzance. Het is daar immers lager wal en de gidsen voorspellen dan niet veel goeds.
In de verte zien we St. Michaels Mount opdoemen. Dat is de Engelse variant van de Franse Mont St. Michel, en eerlijk gezegd een beetje een slap aftreksel.
Saint Michaels Mount
Gelukkig neemt de wind op het eind van de tocht af, dus is de aankomst in Penzance geen probleem. De havenmeester wijst ons een plek naast een rijtje smerige, verwaarloosde boten. Bij nader inzien liggen er wel veel van die exemplaren in deze haven.
In de haven van Penzance
Ook de Kobbe is hier aangekomen en David en Eveline komen ’s avonds koffie drinken en ervaringen uitwisselen. Zij varen de volgende dag door, want zij hebben maar elf weken om het rondje Engeland te varen. Wij zullen hen daarom waarschijnlijk niet meer zien. Dat is jammer, want het is erg ge
zellig.
De haven van Penzance sluit met een liggende sluisdeur
David vertelt ons het verhaal van waarom de Nederlanders de tulpen hebben en de Zwitsers de bergen. Heel vroeger waren er bergen in Nederland. Zwitserland was daarentegen een totaal vlak land. De Nederlanders hadden tulpen, maar wisten niet waar ze die moesten kweken, want overal waren bergen. Dan was knap lastig. De Zwitsers hadden skipistes en skiliften, maar daar hadden ze niet zoveel aan in hun vlakke land. Toen gingen de Nederlanders en de Zwitsers, die beide heel gelovige volkeren waren, allemaal naar de kerk. Daar gingen ze allemaal heel hard bidden of die bergen konden verhuizen. Het resultaat is bekend. De Nederlanders kunnen hun tulpen verbouwen en de Zwitsers hebben hun bergen. Het geloof kan immers bergen verzetten.

De getijdehaven van Penzance valt droog

25 mei: Met de trein terug naar Falmouth


We zijn een beetje in dubio wat we vandaag zullen doen. Een dagje luieren zou kunnen, maar ook een bezoekje aan St. Micheals Mount of aan Trengwainton Garden.
Typisch station in Cornwall
We kiezen voor iets anders. Al de hele week liggen onze vrienden Paul en Marion met hun zeiljacht ‘Flegma’ steeds één haven achter op ons. Toen wij in Weymouth lagen, lagen zij in Yarmouth. Toen zij in Weymouth lagen, lagen wij inmiddels in Dartmouth. En nu ligt de Flegma dus in Falmouth en wij in Penzance. Vanuit Falmouth gaan zij de Golf van Biskaje oversteken naar Noord-Spanje en wij willen de andere kant uit. Het zou toch zonde zijn als we steeds achter elkaar aan  hebben gevaren en elkaar tijdens deze reis niet zien. Nu is onze laatste kans! Daarom nemen we de trein naar Falmouth.
Lekker eten met Paul en Marion
De Engelse treinen zijn best OK. Ze zijn schoon en redelijk comfortabel ingericht. De trein vanuit Penzance gaat overigens helemaal naar Paddington Station in Londen. Wij stappen in Truro over op het boemeltje naar Falmouth. Ze hebben hier nog echte treinkaartjes, perronwachters met een spiegelei en de stationsgebouwen en perronoverkappingen zijn opvallend ouderwets en slecht onderhouden. En natuurlijk het prachtige landschap van Cornwall.
Samen met Paul en Marion hebben we een gezellige middag, praten bij en gaan lekker eten bij de Thai om de hoek bij de haven. Ze brengen ons naar het station en we beloven om elkaar via Marine Traffic te volgen. Zo gaat dat in de moderne zeilerswereld.
Prettige bijkomstigheid is dat ik ook nog even naar de Musto-winkel kan voor een paar nieuwe laarzen. Glijpartijen over het dek zijn immers geen prettig vooruitzicht.
Terug in Penzance maken we nog een wandeling. Anders vertrekken we morgen zonder iets van het stadje gezien te hebben. Er is meer dan we hadden verwacht. Vanuit de haven gezien is het maar een troosteloze bedoening. In de wijk direct achter de haven bevindt zich een veilinghuis van kunst en enkele galerietjes, die aanmerkelijk beter werk in de etalage hebben dan we in Dartmouth of Falmouth hebben gezien.
Pub in Penzance
Egyptian House

Er zijn een paar kroegen, die Bill Bryson in zijn boek ‘De weg naar little Dribling’ noemt evenals een Indiaas restaurant, Ganges geheten, dat al een tijd dicht is en er triest uit ziet. Volgens Bill Bryson missen we daar niets aan. Er is ook nog een Egyptian House met een uiterst opmerkelijke gevel. En enkele winkelstraten die passen in een middelgroot provinciestadje, met in het midden een pompeus bankgebouw van Loyds Bank. Maar alles is uitgestorven rond half tien ’s avonds, dus gaan wij ook maar naar ons bootje. Morgen is het immers weer vroeg dag.

26 mei: Eindelijk naar the Isles of Scilly


Wolf Rock
Ik meen dat het 2008 was dat we met een Toerzeilers vakantietocht de eerste keer hebben geprobeerd om op de Scilly eilanden te komen, maar die kan nauwelijks serieus worden genomen. De schepen waren te klein en de vakantie te kort. Vorig jaar was de tweede poging, ditmaal serieus. Teveel verwaaidagen speelden ons toen parten. Nu gaat het dan toch echt gebeuren. Met de voorspelde oostenwind gaan we de Scilly eilanden zeker bereiken. Voordat we los kunnen gooien, moeten we wachten tot  de havenmeester het schip dat buiten aan ons ligt afgemeerd verlegt en dan kunnen we vertrekken. Het waait niet hard en met voltuig gaan we halve wind naar het zuiden, Mount Bay uit. We komen langs een plaatsje met de vreemde naam Mousehole en een mooi baaitje Lamorna geheten. Daarna gaan we naar het westen langs Wolf Rock, een eenzame rots midden in zee waarop een grote paal is geplaatst, en in de verte ligt Lands End.
'Melkmeisje' varen (film)
De koers is inmiddels min of meer voor de wind. De bulletalie en de fokkeboom zijn gezet. Ondanks dat kost het de grootste moeite om de zeilen niet te laten klapperen op de forse golven en deining. Met de stuurautomaat lukt het niet goed, dus gaan we zelf om beurten sturen. Dat helpt zolang er genoeg wind is, zodat er voldoende druk in het zeil staat. Als een uurtje voor de Scilly’s de wind wegzakt strijken we de zeilen en gaan we motoren. Dan kan tegelijk de accu bijladen. In Penzance hebben we niet aan de stroom gelegen en op St. Mary’s zijn alleen moorings, dus geen elektriciteit.
Voor anker in Saint Mary's Pool
Dan komt de Scilly’s in zicht. Het is heel bijzonder om al die eilanden met rotsen en witte stranden te zien opdoemen. Het voelt alsof je in een andere wereld terecht komt.
Brutale meeuw op de bijboot
We moeten, geleid door twee kardinalen en een rode ton tussen de eilanden Gugh en St. Mary’s doorvaren. Daarna volgen we een geleidelijn,waar de zijkant van een eilandje in lijn met een toren op een volgend eiland moet liggen op 40°. Om onze bestemming St. Mary’s Pool in te varen is er een geleidelijn door middel van een hoog geplaatst andreaskruis en een driehoek, lager op het land. Als we rond half vier aan de mooring hebben aangelegd, dompelen we onder in het zalig nietsdoen. Met de oostenwind ligt de
Iskander zo dat de zon in de kuip schijnt en uit de wind en in de zon met een goed boek blijft er niets meer te wensen over.

27 mei: Wandelen in Hugh Town


Het strand aan de andere kant van Hugh Town
Als je mijn verhalen wilt volgen, zul je af en toe Google Maps erbij moet halen. Zeker het in vervolg van deze reis bezoeken we oorden die voor veel Nederlandse zeilers onbekend zijn.
Vandaag zijn we in HughTown, waar ik voor gisteren ook nog nooit van had gehoord. Het is de ‘hoofdplaats’ van de Scilly eilanden en gelegen op het grootste eiland, Saint Mary’s. ’s Ochtends is het eerst tijd voor de af en toe onvermijdelijke huishoudelijke zaken, zoals de was doen en schoonmaken. En dan zijn wij verwend met de luxe van een wasmachine en een stofzuiger aan boord.
Veel bloemen in de bermen
Ondertussen pompt Jan Willem de bijboot op. Als alles aan kant is gaan we de wal opzoeken. Het varen in zo’n dinghy blijft altijd een attractie. We lopen het dorp in en vinden dat we maar eens aan onze integratie in Engeland moeten werken. In een winkel verkopen ze Tilly Hats. Dat zijn hoeden die uitstekend geschikt zijn voor het Engelse weer. Ze zijn waterafstotend, hebben een brede rand tegen de zon, blijven drijven (erg handig voor op het water!), hebben een verstelbare kinband tegen het afwaaien en kunnen in de wasmachine gewassen worden. Dat is een prima investering voor deze reis.
Uitzicht vanaf de heuvel bij Star Castle (film)
Eten met Wim en Mieke van de Kwinte
Daarna halen we Cornish Pasties en iets te drinken. Aan de andere kant van het dorp is een prachtig zandstrand, waar we lekker gaan picknicken. Na de lunch wandelen langs de verdedigingwerken, de Garrison Wall en naar het kasteel, Star Castle, waar een restaurant is gevestigd. Boven bij het kasteel hebben we prctig uitzicht over de archipel. Overal komen de geuren en kleuren van de vele bloemen en het gefluit van vogels ons tegemoet. Opvallend is dat de vogels helemaal niet schuw zijn.
Eind van de middag komt de Kwinte van Wim en Mieke de baai binnenvaren. We praten gezellig bij terwijl we een hapje eten in het dorp.


1 opmerking:

  1. Dear Renée, dear Jan Willem
    we really appreciated your company and nice evening in Penzance! We're home again, after 11 great weeks. Wish you all the best, sound winds and fair winds!
    P.S. Original story about mountains ans tulips ins Holland and Switzerland: https://www.youtube.com/watch?v=yycpDGCNh2k
    David and Eveline

    BeantwoordenVerwijderen