vrijdag 6 augustus 2021

25 t/m 31 juli 2021: Naar de Frans-Atlantische kust

 25 en 26 juli: Naar de Frans-Atlantische kust


Vertrek uit Camaret-sur-Mer



Rond acht uur ‘s ochtends gooien het buurschip ‘A Contrario’ los en wij volgen direct daarna. Net als wij willen ook zij door de Raz de Sein, waar je de kaap bij de zuidwest punt van Bretagne rond en daar moeten we de stroom mee hebben, want die is er fors. We pakken het einde van het meegaand getij. 


Dit is bij de Pointe Pen Hir. Gisteren hebben we hier nog gewandeld
Op weg naar de Pointe de Pen Hir hebben we de wind op de kop, maar daarna is het bezeild en al gauw valt de wind ruim in. In het begin is het nog bewolkt, maar als de zon meer kracht krijgt, breekt ook de lucht open. 
De vuurtoren bij de Raz de Sein












Net na de vuurtoren bij Raz de Sein, op het moment dat je denkt het gehad te hebben zitten we opeens in hoge, onaangename golven. Dan blijken we twee ondieptes waar de diepte van 35 naar 8 meter gaat over het hoofd gezien te hebben. Een Verbraakmomentje noemen we dat, naar Wouter Verbraak, die als navigator in de Volvo Ocean Race niet ver genoeg op de elektronische kaart had ingezoomd en een koraalrif over het hoofd had gezien. Dat was fataal voor zijn schip, dat er midden in de nacht op voer.  Gelukkig was het in ons geval slechts een oncomfortabel moment en even later weer voorbij.
Met weinig wind van achteren en een hoge deining strijken we de zeilen die toch alleen maar klapperen en motoren voor een tijdje. Later, als de wind aantrekt kunnen we gelukkig weer zeilen en gaan we afkruisen, omdat we niet voor de wind willen zeilen.

Jan-van-genten
Als je niet fit bent bij je vertrek, is de kans op zeeziekte groot. Ik heb er last van: hoofdpijn en misselijkheid, een bijeffect van de darmproblemen, die ik waarschijnlijk door de mosselmaaltijd in Camaret heb opgelopen. Jan Willem neemt een eerste, extra lange wacht, de schat. Als ik wakker wordt voel ik me een stuk beter en neem het over. Een enerverende nacht is het niet, vrijwel geen scheepvaart, veel bewolking, dus ook geen mooie sterrenhemel. Dus als de wekker gaat goed rondkijken, eventueel logboek en kaart bijwerken en dan weer wekker op een kwartier zetten en verder dommelen.
Het gaat allemaal niet zo snel en dus verleggen we ons doel van La Rochelle naar Les Sables d’Olonne, de bakermat van de Vendée Globe zeilwedstrijden en een populaire badplaats. We hebben hier in de buurt heel vroeger met de kinderen gekampeerd.

Geconcentreerd trimmen…
… van de gennaker

De laatste 35 mijl zetten we de gennaker. Dat helpt behoorlijk. We hebben nog even discussie bij welke windsterkte hij gestreken moet worden, maar tot vlak voor les Sables blijft hij erop. Iets voor zeven uur ‘s avonds meren we af in de Port Olona. De ovenschotel is al heet, dus schuiven we direct aan tafel. Ze hebben hier in Frankrijk trouwens uitstekende kant-en-klaar maaltijden, prima voor de vakantie.


Havenhoofd van Les Sables d’Olonne
Catamaranzeilen in de baai van Les Sables



27 en 28 juli: Les Sables d’Olonne

Denk je in een tophaven te liggen, hebben ze je een box toegewezen aan de meest afgelegen steiger. Op de oever ligt een zandbedrijf en de andere schepen zijn alleen verkoopboten, dus gezellig is anders. Het enige goede nieuws is dat het toilet dichtbij is. Ik word er werkelijk depri van, dus vraag ik naar een andere plek.

We liggen aan de Globe-Vendeesteiger…
… met aan de overkant de grote wedstrijdboten




















Met zo’n bootje van 5,80 meter gaan ze solo de oceaan over
Het wordt de L-steiger, nog steeds ver van de stad, maar als we er aanmeren heeft dit toch een heel andere uitstraling. Hier liggen niet alleen de nodige bezoekers, maar ook de grote racers van de Vendée Globe. In-druk-wek-kend! En als contrast een bootje van 5,80 meter waarmee de Mini-Transat, een solozeilwedstrijd van hier naar Brazilië, mee is gevaren.  En omdat de waterbus hier stopt, zijn we ook zo in de stad als we dat willen.


Met de waterbus naar de stad




















De stad wordt doorsneden door het toegangskanaal naar de havens. Het westelijke deel heet Les Chaumes, met een middeleeuwse toren, een oude kerk en kleine straatjes. We wandelen in de middag via deze kant de pier op. Het is allemaal wat eenvoudiger dat mondaine Les Sables, dat ten oosten van het kanaal ligt, maar wel gezellig hoor. 


Wandelen op de pier van Les Chaumes ..


…tot aan het havenhoofd

Als we op de pier staan zien we een bijzonder getuigd zeilschip in de verte aankomen. De loodsboot vaart uit en gaat erheen. Normaal wordt dan de loods aan boord afgezet en begeleidt hij het schip naar binnen, maar hier wordt het schip door de loodsboot gesleept. Als het dichterbij komt blijkt het de ‘Tres Hombres’ te zijn, een zeilend vrachtschip, dat uit ideële overwegingen ecologische en fair trade producten vervoert, zoals rum en cholocade. Daarnaast is het een opleidingsschip voor de zeevaart. Het schip heeft geen motor en dat is uniek in deze tijd. Hier in Les Sables komt het een vracht wijn ophalen, horen we later. De onderneming is begonnen door drie mannen, de Tres Hombres, waaronder een Nederlander. 

De Tres Hombres, het enige zeilende vrachtschip ter wereld, …
… wordt naar binnen gesleept door een loodsboot

…onder veel belangstelling

.. meertb het af in Les Sables d’Olonne

De initiatiefnemers zijn drie mannen …
…uit Nederland en Duitsland


Later op de middag krijgt Jan Willem een appje van bevriende Kustzeiler Monique met een trotse foto waar ze met een fles rum, die ze ooit gewonnen heeft, voor de Tres Hombres poseert. Zij en Pieter liggen met de Mahi Mahi ook in de Port Olona. Hoe toevallig kan het zijn. 

De volgende ochtend drinken we samen koffie. Ook zij wonen inmiddels op de boot en willen voor langere tijd weg. Dit thema komt deze vakantie voortdurend terug.
Zij gaan verder naar een volgende bestemming en wij gaan wandelen in Les Sables èn naar het museum voor moderne kunst in de Abbaye Sainte-Croix. Er is een tentoonstelling van de Roemeense schilder Perahim. Nooit van gehoord, maar zeer intrigerende schilderijen en tekeningen, die met veel fantasie en grote precisie zijn gemaakt. Daarna gaan we naar het strand en eten een wafel. 
Een werk van de Roemeense schilder Perahim in het Musée de l’Abbaye Sainte-Croix


Aan de boulevard in Les Sables …
… op een heerlijke strand dag

‘s Avonds gaan we naar een openluchtconcert in de buurt van het strand, maar daar aangekomen ontdekken we dat we de Corona-app nodig hebben voor de toegang en die werkt niet (met dank aan onze huisarts die zijn administratie niet heeft bijgewerkt). En de gele vaccinatieboekjes, die we vanwege de problemen met de app speciaal hadden geregeld, liggen nog op de boot. We komen er dus niet in. Nog even proberen we of het buiten de muren ook te horen is, maar dat is geen succes. En met de darmen gaat het ook nog niet naar wens. Het zit even niet mee.

29 juli: Op weg naar Ile de Ré

We beginnen de ochtend met de boodschappen, ook hier vinden we bij de Super U weer uitstekende kant-en-klaarmaaltijden, en met een telefoontje naar de huisarts. Zaterdag werkt hij de administratie bij, zegt de assistente. We zullen zien.
Vertrek uit Les Sables d’Olonne,
met op de achtergrond het kasteel van Les Chaumes
 Zoals gewoonlijk hebben we nog wat discussie over de volgende bestemming. De haven op Ile d’Oléron is immens. Dat trek ons niet echt aan. Saint Martin op Ile de Ré daarentegen heeft een kleine havenkom, waar je heel beschut gestapeld ligt. Dat wordt het dus. Alleen jammer dat we nu het Fort Boyard zullen missen, dat voor de kust van Ile d’Oléron ligt.
Windveren onderweg

Er is weinig wind uit het zuidwesten en we wisselen onderweg de kotterfok voor de Code-Zero (een groot lichtweerzeil voor aan de wind). Het wordt een relaxte tocht met veel zon. Jan Willem heeft gepland om rond hoog water bij Saint Martin te zijn. Daar aangekomen melden we ons via de marifoon aan bij de capitainerie, die de schepen in groepen naar binnen roept. Eenmaal binnen loodsen de havenmeesters de schepen vakkundig op hun plek. En aan het eind van de operatie is de haven bijna volgestapeld. Als we als derde vastmaken in een stapel, zit de buurvrouw in de kuip. Ze kijkt niet op of om, heel apart. Dus spring ik zelf maar bij haar aan boord om mijn lijntje vast te maken. 
De haven van Saint Martin de Ré
Op de kade staat een antieke kraan
(en daarachter ligt de Iskander)

















Saint Martin de Ré is een sfeervol plaatsje, dat beroemd is om de vestingwerken die ontworpen zijn door Vauban, architect in dienst van Lodewijk XIV.  Rond de haven zijn er veel restaurants. De toeristische winkels hebben een veel chiquere uitstraling dan op veel andere plaatsen, waar ramsjgoed verkocht wordt. En dat het eiland geliefd is, zien we niet alleen aan de drukte van flanerende vakantiegasten rond de haven, maar ook aan de huizenprijzen in de etalage van een makelaar. Een bungalow voor anderhalf miljoen euro is hier heel gewoon!

30 en 31 juli: Ile de Ré

De ochtend begint met de opening van de sluisdeur, - het is hoog water -, en het vertrek van de nodige schepen. Nu wil het geval dat als er een schip weggaat de rest opschuift naar de kade en dus de vertrekkende schepen vaak aan de kade liggen. Alle andere schepen in de stapel moeten dan verplaatsen om een schip te kunnen laten gaan. Een heel circus waar we altijd weer van genieten. Bij de stapel achter ons vetrekt het schip dat aan de wal ligt. Ook het binnenste schip in ‘onze’ stapel wil weg, maar zijn buurman (ook de onze, wij liggen als nummer drie) lijkt nog in diepe slaap, dus wacht hij nog even. Nou, daar weet Jan Willem wel raad mee. Toktoktok op het kajuitdak! En nog een keer totdat er leven in de brouwerij komt. Na de grote herschikking keert de rust weer en kan iedereen aan zijn dag beginnen. We liggen nu als vierde in een nieuwe stapel.

Zoutwinning op Ile de Ré

Zoutpannen, het meest witte zout is de Fleur de Sel



















‘s Middags halen we de fietsen uit het achteronder en tillen ze over drie schepen naar de wal. Alom verbazing dat we zulke grote vouwfietsen met 24 inch wielen hebben (die heb ik ooit uitgezocht omdat ze zo lekker rijden. Ze passen precies achterin, hadden niks groter moeten zijn). 

Drooggevallen schepen bij Loix
Ile de Ré iseen echt fietseiland. Het eiland heeft een uitgebreid netwerk van fietspaden en je kunt er prachtige tochten maken. En er zijn dan ook overal heel veel fietsers! Wij fietsen tegen de wind in naar het westen langs de wijngaarden en de bosrijke vakantiewijk van Bois Plage, het leuke dorp La Couarde, waar we een broodje eten en verder naar de zoutpannen bij Loix.
Het dorpje Loix, in het noordoosten van het eiland




Fietsen is heel populair op Ile de Ré
Daar kijken we met laag water uit over een uitgestrekte moddervlakte die reikt tot aan Saint Martin. Er loopt een bebakend geultje tot aan de droogvalhaven voor Loix. Het wordt heerlijke middag. Op de terugweg ‘oogsten’ we de wind in de rug. Weer aan boord belonen we onszelf met meloen met ham en een lekkere douche.
De volgende ochtend bezoeken we het musée Ernest Cognacq in het centrum van Saint Martin. Een tijdelijke expositie van een Oostenrijkse kunstenaar die op Ile d’Oléron woont kan ons niet bekoren, ook al schijnt hij internationaal succesvol te zijn.
Daarnaast zijn er permanente exposities. Eentje van scheepsmodellen en eentje over de fortificaties ontworpen door de architect Vauban, die op veel plaatsen in Frankrijk nog steeds te zien zijn, van de Elzas en de Alpen tot in de Pyreneeën en de Atlantische kust. De belangrijkste tentoonstelling gaat over de historie van Ile de Ré, waar 7000 jaar geleden al mensen woonden en zoutwinning en wijnbouw de belangrijkste activiteiten waren. De door Vauban gebouwde kazerne en arsenaal is nu de grootste gevangenis van Frankrijk en Saint Martin heeft jaren dienstgedaan als uitvalsbasis om gevangenen als bannelingen naar Frans Guyana en Nieuw-Caledonië te verschepen. Onder erbarmelijke omstandigheden moesten ze daar dwangarbeid verrichten, waarbij velen het leven lieten.

De droogvalhaven van La Flotte, naast Saint Martin de belangrijkste haven van het eiland

De draaimolen in La Flotte




























We kopen groenten in de gezellige overdekte markthal, waar de heerlijkste producten zijn uitgestald en gaan ons te buiten aan kaasjes, merguez-worstjes en lekkere jam. 
Daarna pakken we de fiets naar het droogvalhaventje van La Flotte. Wat een gezellige boel is het hier! Met een Leffe en een café frappé op een terras aan de haven zien we het water langzaam terugkomen tussen de bootjes die in de modder liggen. 
Terug aan boord maken we ons klaar voor de volgende tocht. Na drie nachten op Île-de-Ré gaan we morgen weer richting het noorden.





dinsdag 27 juli 2021

18 t/m 24 juli 2021: Van Cherbourg naar Camaret-sur-Mer

Zondag 18 en maandag 19 juli: Van Cherbourg naar Roscoff 




Napoleontische versterkingen voor de Rade de Cherbourg
Na een paar gezellige dagen in Cherbourg wordt het weer tijd om verder te gaan. Nog even een wasje en andere klusjes. Ik concentreer me op het blog. Hier is goede WiFi en kan ik misschien nog net publiceren. De mannen overleggen op de steiger over de te nemen route. De Chiara wil naar Camaret, de Zeerob naar L’ Aberwrach en wij vinden Roscoff wel ver genoeg. Of toch L’ Aberwrach, of misschien toch nog verder? Gaan we door de Race of juist boven Alderney langs? En langs welke kant passeren we Guernsey? Rond half vier ‘s middags gooien we los. Er staat weinig wind, die ook nog achterlijk is, zodat we hem dood varen. De Chiara en de Zeerob zijn ons al voorgegaan. In de Grande Rade, de voorhaven van Cherbourg, hoor ik opeens een gesnuif vlak naast het schip en worden we getrakteerd op een grote groep dolfijnen, die weer verdwenen zijn voordat ik de camera kan pakken. In de verte maken ze mooie sprongen. 
Stroomrafelingen in de Race van Alderney, 
op de achtergrond de vuurtoren van Cap de la Hague



In Race van Alderney is de stroom beperkt. De snelheid komt niet boven de 10 knopen uit. Maar er komt wel wat wind bij, de kotterfok wordt gewisseld voor de Code-0 en we gaan en blijven zeilen, hoewel de snelheid ‘s nachts terugloopt tot minder dan drie knopen. Een mooie oefening voor volgend jaar, als we naar de Azoren gaan, - Corona volente-, en je ook niet onbeperkt kunt motoren. 
Zonsondergang











Op een prachtige zonsondergang, waarvan Jan Willem geniet, volgt een ongekend mooie sterrenhemel, die mij ten deel valt. Terwijl het schip rustig voortkabbelt, geniet ik liggend op mijn rug op de bank. 





Jan-van-genten in de buurt van Les Sept Iles, een beschermd vogelparadijs

Eigenlijk wilden we naar Morlaix, dat verderop aan de rivier ligt, maar vanwege onze lage snelheid staat het getij tegen en lukt dat niet. Begin van de avond komen we in Roscoff aan. Nog tijd genoeg voor een lekkere wandeling door dit prachtige Bretonse plaatsje. 

 


Roscoff heeft een prachtig oud centrum



Dinsdag 20 juli: Naar Camaret 

Roscoff in de ochtendzon, bij ons vertrek

Onze volgende bestemming wordt Brest. Om in het Chenal du Four de stroom mee te hebben vertrekken we ‘s ochtends om half negen en moeten we voldoende snelheid houden. Waar we een dag eerder ervoor kozen om niet te motoren, doen we dat nu dus wel. Tussendoor proberen we nog wel even om ‘melk meisje’ te varen (voor de wind, met de fok te loevert), maar dat wordt geen succes.
De vuurtoren ‘La Vierge’ bij L’Aberwrac’h

Ter hoogte van de vuurtoren ‘La Vierge’ bij L’ Aberwrac’h, - by the way de hoogste vuurtoren van Frankrijk -, zien we vissende dolfijnen springen. Ik heb ze in een eerder blog al eens beschreven. Ze werken samen en jagen terwijl ze in cirkels zwemmen de de makrelen bij elkaar en hoeven vervolgens alleen nog maar met hun bek open te zwemmen voor een feestmaal. De janvangenten en de meeuwen eten mee. Maar helaas te ver weg voor een foto. Onderweg appt Jan Willem met Nynke van de Grote Mees, die ook in deze contreien rondvaart. Zij zegt dat Brest veel te warm is met dit weer en we beter voor Camaret kunnen kiezen.



 
Eten aan boord kan heel lekker zijn





Een driegangendiner bestaande uit tomatensla, quiche en een citroenmeringue dessert eten we in de kuip. Als we de bocht bij het Chenal du Four nemen, kan eindelijk de motor uit en gaan we weer melkmeisje zeilend verder.


De prachtige vuurtoren van Saint Mathieu







Voorbij de Pointe de Saint Mathieu komen we in de Ranse de Brest. Een tropisch warme föhnwind komt ons tegemoet. Nynke heeft toch gelijk. Het laatste stuk naar Camaret motoren we en we maken de boot klaar voor afmeren. Aangekomen maken we vast aan een meerboei, vlak naast de Zeerob, die ons is voorgegaan. Even verderop zien we nog een bekende liggen: de Temptation van Rainier en Annet. 









22 t/m 24 juli: Luieren, verwaaid liggen en wandelen

Trotse Breehorns, op de voorgrond onze Iskander en daarachter de Zeerob van Rob en Dianne

We blazen de dinghy op, zetten het motortje erop en ik vaar een beetje onwennig een rondje. Motoren in de bijboot was nooit mijn sterkste kant. We gaan langs de Temptation en dan worden we toegezwaaid van een ander schip, de Noorderzon. Een stoere stalen Koopmans tweemaster. Daar treffen we, naast de bemanning van de Temptation, Oebele en Marjolein, een jong en enthousiast stel dat hun zekerheid in Nederland heeft verruild voor een vrij bestaan, om met dit mooie schip de wereld rond te zeilen. Weer terug op onze Iskander vaart JW nog even een rondje in de bijboot om foto’s te maken nu de zon precies goed staat en voordat de Zeerob in de loop van de ochtend vertrekt. Wij hebben behoefte aan onthaasten en blijven nog even. 
Camaret-sur-Mer, beroemd om de scheepswrakken en de Tour Vauban


De bijboot heeft een oude reparatie in de opblaasvloer, die verdacht begint op te bollen. Die houdt het niet meer lang uit en zonder harde vloer kunnen we er niet mee varen, dus verkassen we naar een steiger. We moeten immers reparatie spul kopen voor het lek. Na de siesta gaan we aan de wandel door het langgerekte dorp. Camaret staat bekend om de Tour Vauban en de kadavers van vissersschepen die hier als toeristentrekker te rusten zijn gelegd. Langs de kade zijn veel restaurants voor moules-frites en crêpes, en in de straten daarachter veel galerietjes met kunst van wisselende kwaliteit. Helemaal aan het einde van de kade ligt ‘Le Comptoir de la Mer’, een watersportwinkel waar we onze lijm vinden. Terug maak ik een salade van alle restjes die we nog hebben: aubergine, paprika, kikkererwten, abrikozen, rode ui, komkommer, tomaat en feta. Morgen doen we weer boodschappen. De volgende morgen lijmen we het vloertje van de bijboot met tweecomponentenlijm. Droogtijd is 48 uur voordat we het weer kunnen opblazen, dus ruimen we de bijboot ook maar op. Jan Willem heeft de lijm gemengd met een plastic lepeltje in een plastic bekertje.
Agressieve tweecomponentenlijm 

Al gauw lost het lepeltje op. Het idee was om het restant lijm in het bekertje te laten uitharden, maar als ik een tijdje later kijk is ook het bekertje helemaal zacht geworden. Gelukkig hebben we nog een leeg blikje. Gauw zet ik het bekertje veilig erin. 
Aan de overkant van de steiger ligt een stevig schip met een Duits stel met wie we aan de praat raken. Zij spreekt uitzonderlijk goed Nederlands. Ze willen naar de Middellandse zee en eventueel volgend jaar oversteken, als Corona geluwd is. We komen steeds meer mensen met zulke plannen tegen. Is het Europese werkende bestaan voor veel mensen te jachtig en teveel door regels beperkt? Bij heel veel mensen trekt in elk geval de vrijheid van de zee. Natuurlijk zitten we door ons type schip ook in zo’n omgeving. En eerlijk gezegd, af en toe kriebelt het ook wel, maar er zijn teveel dingen die ons tegenhouden. 


‘s Middags komt er een regatta van klassieke Bretonse schepen binnen. Prachtige traditionele schepen en scheepjes met gaffeltuigen en topzeilen, klassieke houten plezierjachten uit vroeger tijden, en ook nog een grote houten roeisloep met zeilen. In het rustige weer varen ze hun ererondje door de binnenhaven voordat ze naast elkaar afmeren. ‘s Avonds is er een bescheiden feestje op de kade. Vanuit de verte waaien de flarden muziek over. 





Regatta van klassieke schepen 




Als de regatta op vrijdagochtend naar Douarnenez vertrekt, staan we op de pier om foto’s te maken. Later op de ochtend volgt een fikse onweersbui met regen en veel wind. We hebben het te doen met die scheepjes, zo groot zijn ze niet. Ze zijn vast nog onderweg en het laatste stuk hebben ze de wind op de kop. De hele dag blijft er onweer en in de buien draait de wind alle kanten uit. 
De roeisloep vaart ook uit















Hij is al vaker mee geweest























Omdat morgen de troggen nog steeds het weer beeld beheersen, stellen we ons vertrek uit tot zondag. Maar dan willen we ook in één keer naar La Rochelle aan de Frans-Atlantische kust. Volgens planning is dat zo’n 38 uur.




De kliffen kleuren voorzichtig paars 

De volgende ochtend is het weerbeeld een stuk beter en wil Jan Willem die middag toch vertrekken. Helaas zijn onze buren niet aan boord en kunnen we niet weg, dus wordt het een wandeling over de kliffen, ook geen straf. De hei begint al voorzichtig paars te kleuren. En de vergezichten zijn indrukwekkend. Camaret is ook leuk voor niet-zeilers.















Monument bij Pen Hir


Aan de wandel



























Terug aan boord kondigen onze buren aan dat ze morgenochtend om acht uur vertrekken om door de Raz du Sein te gaan. Wij sluiten graag aan. 
Maar eerst gaan we nog moules-frites aan de kade eten. De mosselen zijn heerlijk, maar vallen bij mij jammer genoeg totaal verkeerd. Later op die avond kan ik het toilet opzoeken, want mijn darmen… Enfin, daar zal ik nog een paar dagen last van houden.