6 augustus: Naar Fort Augustus
 |
| Koeien langs de oever |
 |
| Alweer een Schotse regenboog, ditmaal in het kanaal |
’s Ochtends vroeg zijn Jan Willem en Myrthe nog even taart
gaan halen. Vandaag passeren we de mijlpaal van 10.000 mijl gevaren met de
Iskander en dat moet gevierd worden.
Vertrek om kwart voor negen. Vanaf de top van de Neptunes
Staircase varen we door het Caledonian Canal naar het noordoosten. Aan de
zuidzijde meandert de River Lochy min of meer parallel aan het kanaal.
 |
| Ganzen boven Loch Oich |
 |
| De swing bridges lopen op rolletjes! |
De
volgende sluis is bij Gairlochy, waar we na de sluis in Loch Lochy uitkomen.
Met zuidwestenwind varen we op het fokje over het loch. Na het loch ligt de sluis
van Lagan, gevolgd door een stukje kanaal dat uitkomt in het volgende meer,
Loch Oich. Noordwestelijk van Loch Oich moeten we wachten tot na lunchtijd om
de Aberchalder swing bridge te passeren. Even verderop komen we bij Cullochy Lock, het hoogste punt in het kanaal. En laat nu precies als we de sluis
zijn ingevaren het log op 10.000 mijl springen.
We kunnen er een kwartier lang
van genieten en foto’s maken. Het is dubbel feest, want we krijgen vier sterren
van de sluiswachter voor het dragen van onze zwemvesten. Weer in het kanaal
varend genieten we van onze taart.
 |
| Sluiswachtershuis bij Cullochy Lock |
 |
| De 10.000 mijlpaal |
 |
| Taart! |
Dan komen we aan bij het plaatsje Fort Augustus, dat wordt gezien als het
middelpunt van het Caledonian Canal. Hier is een staircase met vijf sluizen en
het is super toeristisch. Het wemelt van de Chinezen en je hoort werkelijk alle
talen spreken. Morgen blijven we een dagje hier. Er wordt harde wind voorspeld. Volgens de sluiswachters kan dan het onderaan, bij de ingang van Loch Ness, behoorlijk onrustig zijn. Wij blijven daarom boven aan de staircase liggen.
 |
| We meren af bovenaan de staircase van Fort Augustus. |
7 augustus: Chillen in Fort Augustus
 |
| De oude houten brug in Fort Augustus staat op instorten |
Het wordt een rustdagje. We verkennen het zeer toeristische
Fort Augustus, dat vooral een grote verzameling van eettentjes is. Er is een grote
parkeerplaats voor bussen aan de noordzijde van het kanaal bij de benzinepomp.
Daar is ook de supermarkt. Het geen bijzonder plaatsje, behalve dan dat aan de
zuidoostzijde, grenzend aan het Loch Ness een voormalige Benedictijner abdij met
kloosterschool ligt, die omgebouwd is tot luxe appartementencomplex. Het is niet toegankelijk, maar er langs lopend krijg je er goed zicht op.
Sophie en Myrthe maken nog een paar staaltjes van de onbegrijpelijke Britse gewoonten mee, namelijk een snackbar die van twaalf tot twee lunchpauze houdt. En een snackbar die in vis, vlees en gebak naast elkaar in dezelfde vitrine uitstalt.
’s Avonds zijn we uitgenodigd door Sophie en Myrthe om te gaan eten in een restaurant met uitzicht over Loch Ness. Het is heel gezellig met ons vieren, maar de bediening laat helaas te wensen over. We komen er de eerste onvriendelijke Schot tegen, die bij nader inzien geen Schot blijkt te zijn.
 |
| De voormalige Benedictijner abdij is verbouwd tot appartementencomplex |
8 augustus: Van Fort Augustus naar de Staircase bij Inverness
 |
| Sophie en Myrthe vertrekken |
Het is vanochtend prachtig weer. Sophie en Myrthe hebben kun
rugzakken gepakt en stappen na het ontbijt af om hun vakantie backpakkend voort
te zetten. We nemen hartroerend afscheid, want we hebben erg genoten van hun
gezelschap.
Wij maken ons klaar om de staircase van Fort Augustus met ons tweeën in te gaan. Ik ga met de lijnen lopen en Jan Willem stuurt het schip rustig door de sluizen. Het loopt allemaal erg soepel.
 |
| Vlak achter de Iskander stroomt het water met bakken over de sluisdeur |
 |
In de staircase van Fort Augustus, op weg naar Loch Ness,
Jan Willem staat beneden en ik bovenop |
Eenmaal door de sluizen komen we op Loch Ness, 22 mijl lang
en met een diepte van 250 meter. Onze dieptemeter meet op het diepste punt 230
meter.
In verband met valwinden hijsen we alleen de fok. De wind
varieert in sterkte tussen de 4 en de 22 knopen. Het is alles of niets en we
rollen de fok afwisselend in en uit. Naarmate we verder op het loch komen neemt
de windsterkte in de vlagen verder toe.
 |
| Op Loch Ness meten we 230 meter diepte! |
Het beroemde Urquhart Castle ligt halverwege Loch Ness op de
noordoever. Het is een groot complex en in bezit van de National Trust.
Toeristen komen met een ferry van een plek verderop aangevaren. Wij maken een
kleine omweg om langs het kasteel te varen, maar we gaan er niet aan land.
 |
| Urquhart Castle, aan de noordzijde van Loch Ness |
 |
| Oppassen dat we niet op de dam met de River Ness worden gezet! |
Vervolgens komen we weer op het kanaal. Aan stuurboord loopt
de rivier de Ness over een dam verder. Je moet er niet in de buurt komen want anders
wordt je er op gezet.
 |
| Toscane? Nee, Schotland! |
Langs het kanaal liggen enkele grote landhuizen. Door de
architectuur van een huis waan je je in Toscane. We meren af in Inverness aan de bovenzijde
van de staircase. Hoewel het pas vier uur is, mogen we niet verder omdat de
verkeersbrug in verband met spitsuur tot zes uur gesloten blijft. En daarna
zijn de sluiswachters naar huis.
’s Avonds wandelen we naar het centrum en eten bij een
Italiaans restaurant bij de brug.
9 aug. Door staircase en wandelen Inverness
 |
| Waterstraaltjes uit de sluismuren als het waterpeil zakt |
 |
| Door de staircase bij Inverness |
Voordat we de stad in gaan, passeren we eerst de staircase en leggen we aan bij de marina. Er is nog wat gedoe met de steigers. De havenmeester wil dat we aan een veel te korte steiger gaan liggen. De langere kopse steigers moeten vrij blijven voor langere boten.
We zeggen ja, maar doen nee. Er zijn nog genoeg steigers vrij vinden we en als we ‘s middags terug komen, blijkt dat dat ook zo is.
 |
| Inverness Castle |
We wandelen langs een lange doorgaande weg Inverness in. Het
centrum ligt rond de River Ness en wordt gedomineerd door het kasteel.
Sophie en Myrthe zijn ook in de stad en we spreken nog even
samen af.
We bezoeken het museum, een streekmuseum met een kleine
collectie en een eenvoudig café. Daarna lopen we naar het kasteel, maar dat is
helaas niet toegankelijk.
 |
| Uitzicht over de Rives Ness en de stad vanaf het kasteel |
 |
| Visser in de River Ness |
Verder stroomopwaarts liggen mooie huizen en een paar
eilanden in de rivier die met bruggen zijn verbonden en waar een wandelpad
overheen loopt. Langs de oever staan sportvissers. We drinken thee met scones
in een aardig hotel. aan de rivier. En zo kun je Inverness ook beschrijven, een
aardige stad aan de rivier, maar niet hel bijzonder. Misschien zijn we wel een
beetje verwend geworden. Morgen gaan we weer verder.
10 augustus: Van Inverness naar MacDuff
 |
| Het prachtige clubhuis van de Castle Stuart Golf Links aan de Inverness Firth |
 |
| Vuurtoren bij de ingang van de Inverness Firth |
We varen langs het opmerkelijke gebouw van de Castle Stuart Golf
Links, die in de glossy ‘Golf in Scotland’ wordt beschreven als een van de
mooiste golf courses van Schotland.
Vervolgens passeren we de vuurtoren aan de ingang van Inverness
Firth en komen op de Moray Firth.
 |
| Veel zeehonden op de zandbanken bij laag water |
De Inverness Firth en de Moray Firth, die oostelijk daarvan
ligt en overgaat in de Noordzee, staan bekend om de aanwezigheid van veel dolfijnen en walvissen. Wij
zien er geen, maar wel een grote groep zeehonden op de zandbanken. Het wordt
een saaie tocht met niet veel wind en ik bak uit verveling en omdat de appels
op moeten maar een appeltaart.
Eind van de middag kunnen we eindelijk zeilen, maar als we rond een uur of zeven de plaatsjes Banff en MacDuff naderen hebben we er genoeg van. De haven van Banff is voor ons niet diep genoeg, maar MacDuff wel, hoewel het een vissershaven is zonder faciliteiten voor plezierjachten. We worden door een vriendelijke havenmeester langs een vissersschip gedirigeerd. Hij tikt twintig pond af en als we vragen waar de toiletten zijn, zegt hij dat die aan de andere kant van de haven zijn, maar ongeschikt voor de ladies. En een douche hebben we toch zeker wel aan boord?
 |
| De haven van MacDuff |
11 augustus: Motoren in de regen
 |
| De rotsen van Troop Head met Jan van Genten |
Als we om kwart voor zeven ’s ochtends MacDuff uitvaren richting
Peterhead valt er van die drizzle, waar je doornat van wordt en die slecht
is voor het humeur. Waaien doet het helaas niet. We hebben er spijt van
dat we gisteravond niet doorgezeild zijn. Alweer moet de motor aan en die gaat
niet meer uit vandaag.
Maar elk nadeel heb z’n voordeel. Een paar maal zien we
kleine dolfijnen. Op het water verschijnen steeds meer stormvogels en Jan van
Genten, zelfs in grote groepen. Even later wordt duidelijk waarom. De rotsen
van Troop Head zien wit van de vogels. Op de motor kunnen we gemakkelijk
dichterbij komen, hoewel we vanwege de rotsen voldoende afstand moeten bewaren.
De vislucht van de poep is in elk geval evident.
 |
| Veel Jan van Genten en Drieteenmeeuwen |
Het eerste stuk gaat in oostelijke richting. De stroom loopt
mee tot we de hoek om gaan bij Rattray Head. Voor dat we Peterhead binnenlopen
zien we nog een Minke Whale, de kleinste walvissoort, en natuurlijk de nodige zeehonden.
 |
| De vuurtoren bij Rattray Head |
 |
| Minke Whale voor de kust van Peterhead |
 |
| Jan Willem bestudeert de aanloop naar Peterhead |
Peterhead Harbour roept ons op om te informeren naar onze bedoelingen en waarschuwt ons om toch alsjeblieft heel voorzichtig te zijn bij het invaren van de jachthaven in verband met verzanding, als ik zeg dat we 2.10 diep steken (of de kiel ophaalbaar is, niet dus). Het wordt niet ondieper dan
3.40 m.
12 augustus: Peterhead revisited
 |
| De jachthaven van Peterhead |
 |
| Schepen voor de offshore industrie in de haven |
 |
| De hagelslag is op! |
We houden een rustdag, mede vanwege de harde wind uit de verkeerde richting. Lekker uitslapen, rustig ontbijten met een eitje en de allerlaatste
hagelslag.
Jan Willem informeert bij golfclub of we een rondje kunnen
spelen, maar ze accepteren alleen spelers met handicap 28 of minder.
 |
| Grauwe huizen en veel schotels, Polen misschien? |
Met onze Schotse buurman Nigel van de Rassy Lass, die op
zijn opstapper wacht, drinken we koffie,- Nigel is more of a tea person -, met
zelfgebakken appelcake. We hebben nog wat over van eergisteren. Hij attendeert
ons op een paar leuke havens en een mooie ankerplek bij Holy Island. En
natuurlijk komt de Britse politiek en Brexit ter sprake. Hij heeft een
duidelijke mening: de Britse politici maken deel uit van de elite en zijn
vooral uit op hun eigen gewin. De pers is alleen uit op sensatie.
 |
| 19e eeuws droogdok nog steeds in gebruik |
Daarna lopen we naar het stadscentrum. We lopen een stukje
van een heritage trail met borden met aardige wetenswaardigheden over de stad,
zoals over een droogdok dat met paardenkracht werd leeggepompt en over een
politieman die een smokkelnetwerk runde.
Peterhead heeft een grote haven met veel grote vistrawlers en offshoreschepen. Door
de overwegend natuurstenen huizen, die vaak slecht onderhouden zijn, maakt het
centrum een grauwe indruk. In de stad zijn een paar winkelstraten,
met de nodige charity shops. Een aantrekkelijk café of restaurant, waar je een
sandwich kunt eten, is er niet te vinden. Wel take away pizza, indiaas of
chinees, maar daar hebben we geen trek in, dus gaan we weer bootwaarts.
Onze planning is om in de avond uit te varen naar Arbroath,
zo’n 65 zeemijl verder, om er rond negenen morgenochtend te arriveren. De wind draait
in de loop van de avond de gunstige kant op en de sluisdeur voor de haven is in
verband met het getij alleen morgenochtend open. Van Nigel horen we dat daar
morgen een Sea Festival begint met 30.000 bezoekers. Erg gezellig natuurlijk, hopelijk
is er voor ons een plekje in de haven.
 |
| Kraan in de haven van Peterhead |
Rond 10 uur ’s avonds varen we af. We hijsen de zeilen in de
voorhaven en zetten meteen een reef. Via de marifoon horen we dat niet iedereen
onze manoeuvre op prijs stelt. Zeker geen zeilers. Als we op zee komen, zijn we
blij dat we het gedaan hebben, want er staan hoge golven. Is dit sea state moderate
of rough volgens de Met(eorological) Office? De wind is bijna zes Beaufort en pal tegen,
maar die gaat volgens de voorspelling al gauw naar het westen draaien. We
beginnen met een slag naar buiten, weg van de verraderlijke kreeftenpotten die
in het donker niet te zien zijn.
De nacht is helder en de sterrenhemel is prachtig. Het is de
tijd van de Perseïden en we zien verschillende vallende sterren.
De golfslag is ruig, het begint steeds harder te waaien en
de windhoek blijft verkeerd. Jan Willem houdt de wacht en ik lig in de
achterhut me steeds beroerder te voelen. Voor het eerst sinds ik me kan heugen
ben ik zeeziek. Dan vraagt hij me om te helpen een tweede reef te zetten. Het duurt even voor ik mijn zeilpak aan heb, maar eenmaal buiten in de frisse lucht knap ik weer wat op. We maken een slag terug
naar de kust, in de hoop dat daar de zeegang minder hoog wordt. Als we na drie
uur varen nog geen negen mijl zijn opgeschoten, besluiten we terug te gaan. Op
deze manier komen we toch niet op tijd om in Arbroath over de drempel te
kunnen. Met ruime wind racen we in nog geen anderhalf uur terug naar Peterhead.
Het is nog een hele kunst om de Iskander met die wind netjes aan te leggen. En dan
gaan we lekker slapen. Inmiddels loopt het tegen drieën. De schepen om ons heen zullen wel opkijken als ze ons morgenochtend weer in dezelfde box zien liggen.