dinsdag 27 september 2016

6 t/m 12 augustus 2016: Door het Caledonisch kanaal en langs de Schotse noordkust

6 augustus: Naar Fort Augustus

Koeien langs de oever
Alweer een Schotse regenboog, ditmaal in het kanaal



















’s Ochtends vroeg zijn Jan Willem en Myrthe nog even taart gaan halen. Vandaag passeren we de mijlpaal van 10.000 mijl gevaren met de Iskander en dat moet gevierd worden.
Vertrek om kwart voor negen. Vanaf de top van de Neptunes Staircase varen we door het Caledonian Canal naar het noordoosten. Aan de zuidzijde meandert de River Lochy min of meer parallel aan het kanaal.


Ganzen boven Loch Oich
De swing bridges lopen op rolletjes! 


De volgende sluis is bij Gairlochy, waar we na de sluis in Loch Lochy uitkomen. Met zuidwestenwind varen we op het fokje over het loch. Na het loch ligt de sluis van Lagan, gevolgd door een stukje kanaal dat uitkomt in het volgende meer, Loch Oich. Noordwestelijk van Loch Oich moeten we wachten tot na lunchtijd om de Aberchalder swing bridge te passeren. Even verderop komen we bij Cullochy Lock, het hoogste punt in het kanaal. En laat nu precies als we de sluis zijn ingevaren het log op 10.000 mijl springen.
We kunnen er een kwartier lang van genieten en foto’s maken. Het is dubbel feest, want we krijgen vier sterren van de sluiswachter voor het dragen van onze zwemvesten. Weer in het kanaal varend genieten we van onze taart.
Sluiswachtershuis bij Cullochy Lock
De 10.000 mijlpaal
Taart!
Dan komen we aan bij het plaatsje Fort Augustus, dat wordt gezien als het middelpunt van het Caledonian Canal. Hier is een staircase met vijf sluizen en het is super toeristisch. Het wemelt van de Chinezen en je hoort werkelijk alle talen spreken. Morgen blijven we een dagje hier. Er wordt harde wind voorspeld. Volgens de sluiswachters kan dan het onderaan, bij de ingang van Loch Ness, behoorlijk onrustig zijn. Wij blijven daarom boven aan de staircase liggen.
We meren af bovenaan de staircase van Fort Augustus.


7 augustus: Chillen in Fort Augustus

De oude houten brug in Fort Augustus staat op instorten
Het wordt een rustdagje. We verkennen het zeer toeristische Fort Augustus, dat vooral een grote verzameling van eettentjes is. Er is een grote parkeerplaats voor bussen aan de noordzijde van het kanaal bij de benzinepomp. Daar is ook de supermarkt. Het geen bijzonder plaatsje, behalve dan dat aan de zuidoostzijde, grenzend aan het Loch Ness een voormalige Benedictijner abdij met kloosterschool ligt, die omgebouwd is tot luxe appartementencomplex. Het is niet toegankelijk, maar er langs lopend krijg je er goed zicht op.
Sophie en Myrthe maken nog een paar staaltjes van de onbegrijpelijke Britse gewoonten mee, namelijk een snackbar die van twaalf tot twee lunchpauze houdt.  En een snackbar die in vis, vlees en gebak naast elkaar in dezelfde vitrine uitstalt.
’s Avonds zijn we uitgenodigd door Sophie en Myrthe om te gaan eten in een restaurant met uitzicht over Loch Ness. Het is heel gezellig met ons vieren, maar de bediening laat helaas te wensen over. We komen er de eerste onvriendelijke Schot tegen, die bij nader inzien geen Schot blijkt te zijn.
De voormalige Benedictijner abdij is verbouwd tot appartementencomplex


8 augustus: Van Fort Augustus naar de Staircase bij Inverness

Sophie en Myrthe vertrekken
Het is vanochtend prachtig weer. Sophie en Myrthe hebben kun rugzakken gepakt en stappen na het ontbijt af om hun vakantie backpakkend voort te zetten. We nemen hartroerend afscheid, want we hebben erg genoten van hun gezelschap.
Wij maken ons klaar om de staircase van Fort Augustus met ons tweeën in te gaan. Ik ga met de lijnen lopen en Jan Willem stuurt het schip rustig door de sluizen. Het loopt allemaal erg soepel.


Vlak achter de Iskander stroomt het water met bakken over de sluisdeur
In de staircase van Fort Augustus, op weg naar Loch Ness,
Jan Willem staat beneden en ik bovenop



















Eenmaal door de sluizen komen we op Loch Ness, 22 mijl lang en met een diepte van 250 meter. Onze dieptemeter meet op het diepste punt 230 meter.
In verband met valwinden hijsen we alleen de fok. De wind varieert in sterkte tussen de 4 en de 22 knopen. Het is alles of niets en we rollen de fok afwisselend in en uit. Naarmate we verder op het loch komen neemt de windsterkte in de vlagen verder toe.



Op Loch Ness meten we 230 meter diepte!






Het beroemde Urquhart Castle ligt halverwege Loch Ness op de noordoever. Het is een groot complex en in bezit van de National Trust. Toeristen komen met een ferry van een plek verderop aangevaren. Wij maken een kleine omweg om langs het kasteel te varen, maar we gaan er niet aan land.





Urquhart Castle, aan de noordzijde van Loch Ness

Oppassen dat we niet op de dam met de River Ness worden gezet!
Vervolgens komen we weer op het kanaal. Aan stuurboord loopt de rivier de Ness over een dam verder. Je moet er niet in de buurt komen want anders wordt je er op gezet.

Toscane? Nee, Schotland!
















Langs het kanaal liggen enkele grote landhuizen. Door de architectuur van een huis waan je je in Toscane.  We meren af in Inverness aan de bovenzijde van de staircase. Hoewel het pas vier uur is, mogen we niet verder omdat de verkeersbrug in verband met spitsuur tot zes uur gesloten blijft. En daarna zijn de sluiswachters naar huis. 
’s Avonds wandelen we naar het centrum en eten bij een Italiaans restaurant bij de brug. 










9 aug. Door staircase en wandelen Inverness


Waterstraaltjes uit de sluismuren als het waterpeil zakt

Door de staircase bij Inverness

Voordat we de stad in gaan, passeren we eerst de staircase en leggen we aan bij de marina. Er is nog wat gedoe met de steigers. De havenmeester wil dat we aan een veel te korte steiger gaan liggen. De langere kopse steigers moeten vrij blijven voor langere boten.
We zeggen ja, maar doen nee. Er zijn nog genoeg steigers vrij vinden we en als we ‘s middags terug komen, blijkt dat dat ook zo is.
Inverness Castle










We wandelen langs een lange doorgaande weg Inverness in. Het centrum ligt rond de River Ness en wordt gedomineerd door het kasteel.
Sophie en Myrthe zijn ook in de stad en we spreken nog even samen af.
We bezoeken het museum, een streekmuseum met een kleine collectie en een eenvoudig café. Daarna lopen we naar het kasteel, maar dat is helaas niet toegankelijk.
Uitzicht over de Rives Ness en de stad vanaf het kasteel
Visser in de River Ness
Verder stroomopwaarts liggen mooie huizen en een paar eilanden in de rivier die met bruggen zijn verbonden en waar een wandelpad overheen loopt. Langs de oever staan sportvissers. We drinken thee met scones in een aardig hotel. aan de rivier. En zo kun je Inverness ook beschrijven, een aardige stad aan de rivier, maar niet hel bijzonder. Misschien zijn we wel een beetje verwend geworden. Morgen gaan we weer verder.










10 augustus: Van Inverness naar MacDuff

Nog één sluis en dan komen we op de Inverness Firth ....
.... en verlaten het Caledonion Canal
’s Ochtends om acht uur liggen we klaar voor de laatste twee sluizen. Met onze ervaring en de hulp van de sluiswachters gaat het gesmeerd en varen we voor negenen al de Inverness Firth op. Er staat een stevige stroming, maar gelukkig hebben we hem mee.
Weinig wind en veel stroom
Het prachtige clubhuis van de Castle Stuart Golf Links  aan de Inverness Firth
Vuurtoren bij de ingang van de Inverness Firth
We varen langs het opmerkelijke gebouw van de Castle Stuart Golf Links, die in de glossy ‘Golf in Scotland’ wordt beschreven als een van de mooiste golf courses van Schotland.
Vervolgens passeren we de vuurtoren aan de ingang van Inverness Firth en komen op de Moray Firth.
Veel zeehonden op de zandbanken bij laag water













De Inverness Firth en de Moray Firth, die oostelijk daarvan ligt en overgaat in de Noordzee, staan bekend om de aanwezigheid van veel dolfijnen en walvissen. Wij zien er geen, maar wel een grote groep zeehonden op de zandbanken. Het wordt een saaie tocht met niet veel wind en ik bak uit verveling en omdat de appels op moeten maar een appeltaart.
Eind van de middag kunnen we eindelijk zeilen, maar als we rond een uur of zeven de plaatsjes Banff en MacDuff naderen hebben we er genoeg van. De haven van Banff is voor ons niet diep genoeg, maar MacDuff wel, hoewel het een vissershaven is zonder faciliteiten voor plezierjachten. We worden door een vriendelijke havenmeester langs een vissersschip gedirigeerd. Hij tikt twintig pond af en als we vragen waar de toiletten zijn, zegt hij dat die aan de andere kant van de haven zijn, maar ongeschikt voor de ladies. En een douche hebben we toch zeker wel aan boord? 

De haven van MacDuff


11 augustus: Motoren in de regen

De rotsen van Troop Head met Jan van Genten
Als we om kwart voor zeven ’s ochtends MacDuff uitvaren richting Peterhead valt er van die drizzle, waar je doornat van wordt en die slecht is voor het humeur. Waaien doet het helaas niet. We hebben er spijt van dat we gisteravond niet doorgezeild zijn. Alweer moet de motor aan en die gaat niet meer uit vandaag.
Maar elk nadeel heb z’n voordeel. Een paar maal zien we kleine dolfijnen. Op het water verschijnen steeds meer stormvogels en Jan van Genten, zelfs in grote groepen. Even later wordt duidelijk waarom. De rotsen van Troop Head zien wit van de vogels. Op de motor kunnen we gemakkelijk dichterbij komen, hoewel we vanwege de rotsen voldoende afstand moeten bewaren. De vislucht van de poep is in elk geval evident.
Veel Jan van Genten en Drieteenmeeuwen
Het eerste stuk gaat in oostelijke richting. De stroom loopt mee tot we de hoek om gaan bij Rattray Head. Voor dat we Peterhead binnenlopen zien we nog een Minke Whale, de kleinste walvissoort, en natuurlijk de nodige zeehonden.
De vuurtoren bij Rattray Head
Minke Whale voor de kust van Peterhead


Jan Willem bestudeert de aanloop naar Peterhead


Peterhead Harbour roept ons op om te informeren naar onze bedoelingen en waarschuwt ons om toch alsjeblieft heel voorzichtig te zijn bij het invaren van de jachthaven in verband met verzanding, als ik zeg dat we 2.10 diep steken (of de kiel ophaalbaar is, niet dus). Het wordt niet ondieper dan 3.40 m.





12 augustus: Peterhead revisited

De jachthaven van Peterhead
Schepen voor de offshore industrie in de haven
De hagelslag is op!
We houden een rustdag, mede vanwege de harde wind uit de verkeerde richting. Lekker uitslapen, rustig ontbijten met een eitje en de allerlaatste hagelslag.
Jan Willem informeert bij golfclub of we een rondje kunnen spelen, maar ze accepteren alleen spelers met handicap 28 of minder.
Grauwe huizen en veel schotels, Polen misschien?


Met onze Schotse buurman Nigel van de Rassy Lass, die op zijn opstapper wacht, drinken we koffie,- Nigel is more of a tea person -, met zelfgebakken appelcake. We hebben nog wat over van eergisteren. Hij attendeert ons op een paar leuke havens en een mooie ankerplek bij Holy Island. En natuurlijk komt de Britse politiek en Brexit ter sprake. Hij heeft een duidelijke mening: de Britse politici maken deel uit van de elite en zijn vooral uit op hun eigen gewin. De pers is alleen uit op sensatie.
19e eeuws droogdok nog steeds in gebruik








Daarna lopen we naar het stadscentrum. We lopen een stukje van een heritage trail met borden met aardige wetenswaardigheden over de stad, zoals over een droogdok dat met paardenkracht werd leeggepompt en over een politieman die een smokkelnetwerk runde.
Peterhead heeft een grote haven met veel grote vistrawlers en offshoreschepen. Door de overwegend natuurstenen huizen, die vaak slecht onderhouden zijn, maakt het centrum een grauwe indruk. In de stad zijn een paar winkelstraten, met de nodige charity shops. Een aantrekkelijk café of restaurant, waar je een sandwich kunt eten, is er niet te vinden. Wel take away pizza, indiaas of chinees, maar daar hebben we geen trek in, dus gaan we weer bootwaarts.
Onze planning is om in de avond uit te varen naar Arbroath, zo’n 65 zeemijl verder, om er rond negenen morgenochtend te arriveren. De wind draait in de loop van de avond de gunstige kant op en de sluisdeur voor de haven is in verband met het getij alleen morgenochtend open. Van Nigel horen we dat daar morgen een Sea Festival begint met 30.000 bezoekers. Erg gezellig natuurlijk, hopelijk is er voor ons een plekje in de haven.
Kraan in de haven van Peterhead
Rond 10 uur ’s avonds varen we af. We hijsen de zeilen in de voorhaven en zetten meteen een reef. Via de marifoon horen we dat niet iedereen onze manoeuvre op prijs stelt. Zeker geen zeilers. Als we op zee komen, zijn we blij dat we het gedaan hebben, want er staan hoge golven. Is dit sea state moderate of rough volgens de Met(eorological) Office? De wind is bijna zes Beaufort en pal tegen, maar die gaat volgens de voorspelling al gauw naar het westen draaien. We beginnen met een slag naar buiten, weg van de verraderlijke kreeftenpotten die in het donker niet te zien zijn.
De nacht is helder en de sterrenhemel is prachtig. Het is de tijd van de Perseïden en we zien verschillende vallende sterren.
De golfslag is ruig, het begint steeds harder te waaien en de windhoek blijft verkeerd. Jan Willem houdt de wacht en ik lig in de achterhut me steeds beroerder te voelen. Voor het eerst sinds ik me kan heugen ben ik zeeziek. Dan vraagt hij me om te helpen een tweede reef te zetten. Het duurt even voor ik mijn zeilpak aan heb, maar eenmaal buiten in de frisse lucht knap ik weer wat op. We maken een slag terug naar de kust, in de hoop dat daar de zeegang minder hoog wordt. Als we na drie uur varen nog geen negen mijl zijn opgeschoten, besluiten we terug te gaan. Op deze manier komen we toch niet op tijd om in Arbroath over de drempel te kunnen. Met ruime wind racen we in nog geen anderhalf uur terug naar Peterhead. Het is nog een hele kunst om de Iskander met die wind netjes aan te leggen. En dan gaan we lekker slapen. Inmiddels loopt het tegen drieën. De schepen om ons heen zullen wel opkijken als ze ons morgenochtend weer in dezelfde box zien liggen. 


zaterdag 17 september 2016

30 juli t/m 5 augustus 2016: Terug in Schotland door het Caledonian Canal

De route van deze periode

Van Dunstaffnage naar Fort William

30 juli: Terug in Schotland!

Een geslaagde diploma-uitreiking
Lopend langs de file naar Schiphol
Na een week vol huiselijke besognes en een geslaagde diploma-uitreiking vliegen we terug naar Edinburgh. Matthijs en Martine brengen ons weg met de auto. Sophie en Myrthe die met ons meegaan zullen we op Schiphol ontmoeten. Alles loopt op rolletjes, totdat we vlak voor de afslag naar het vliegveld in een file belanden. Na een kwartier zonder voortgang en zicht op de oorzaak van de ellende stappen we uit, zeggen de uitzwaaiers gedag en gaan te voet verder. Ons voorbeeld wordt al snel gevolgd.
Toch op tijd in het vliegtuig
Dan wordt duidelijk wat de file heeft veroorzaakt: een controle van Marechaussee, waar de auto’s een voor  een doorgelaten worden. En dat op een van de drukste dagen van het jaar! Er staan een paar auto’s aan de kant met Arabisch uitziende jongens ernaast. Omdat we niet op de snelweg mogen lopen, mogen we er niet door, maar we krijgen in elk geval geen bon. Gelukkig zijn er vriendelijke mensen die de lopers een lift geven en zo komt alles toch nog goed. Sophie vertelt later dat zij zijn aangehouden, maar toen ze herkend werden als militairen door mochten. Voor het vliegtuig zijn we ruim op tijd, want dat vertrekt een bijna uur te laat.
Hop on hop off in Edinburgh
In Edinburgh aangekomen stallen we de bagage en gaan een rondrit met een Hop on Hop off-bus maken. Zo krijgen Sophie en Myrthe een beeld van de stad waar ze op het eind van hun vakantie nog een paar dagen zullen zijn.
Eind van de middag vertrekt onze trein richting Oban, waar we om half tien arriveren. Terwijl Jan Willem en ik foerageren bij de Tesco in Oban, nemen de meiden alvast de taxi naar de boot in Dunstaffnage. Wij komen er met volle tassen achteraan.

Gezicht op de oude stad van Edinburgh

31 juli: Van Dunstaffnage naar Loch Spelve

Regenboog bij Dunstaffnage
We doen rustig aan, het is tenslotte voor de meiden ook vakantie. Freda van de Micky Fin IV heeft in Loch Boisdale Jan Willem een heleboel leuke ankerplekjes en moorings aangewezen. Daarmee plannen we nu nog een paar leuke tochten voordat we het Caledonian Canal in gaan, zodat Sophie en Myrthe een indruk krijgen van de westkant van Schotland. De eerste tocht gaat naar een baai aan de oostkant van Mull, Loch Spelve.
Zonsondergang in Loch Spelve











We vertrekken aan het begin van de middag uit Dunstaffnage. Direct na afvaart steken we twee reven vanwege bui, maar die kunnen er al snel weer uit. We steken langs de westelijke kant van Kerrera de Firth of Lorne over en verbazen ons opnieuw over de stromingen die in het noordelijke deel van de firth staan. Vanwege rotsen en ondiepten manoeuvreren we voorzichtig door de ingang van Loch Spelve. Het is een mooi loch, waar behalve een paar fishfarms niet veel is: wijds en verlaten. We ankeren in de noordelijke tak. Voor we de mooring oppikken varen we er eerst een rondje omheen om de diepte in de zwaai te checken. Als de wind draait willen we immers niet met laag water aan de grond lopen. Het wordt een rustige avond met spelletjes: Bevers en Regenwormen zijn onze favorieten! Sophie, Myrthe en ik spelen fanatiek, terwijl Jan Willem de tocht van de volgende dag voorbereidt.
De avondzon zet Loch Spelve in een prachtig licht
Bijna met het mes op tafel

1 augustus: Van Loch Spelve naar Tobermory

De volgende ochtend is het windstil en genieten we van de weidsheid en de rust. 
Windstilte bij Loch Spelve, het water is als een spiegel


Ganzen in de zon







Fishfarm op Loch Spelve










Omdat het mooie Tobermory toch een van de toeristische trekpleisters is van de Inner Hebrides, willen we dit Sophie en Myrthe niet onthouden. Het is een tochtje van 25 mijl dus kunnen we alles op ons gemak doen. Bij de overgang van Firth of Lorne naar de Sound of Mull staan overfalls(staande golven) en eddies (kolken). Met veel wind uit de verkeerde hoek moet je hier niet zijn!

Myrthe staat aan het roer als we het loch uitvaren














Vreemde stromingen bij de overgang
van de Firth of Lorne naar de Sound of Mull





Helaas staat er weinig wind en is die ook nog achterlijk, dus motoren we de hele tocht. De stroom loopt het grootste deel van de tocht mee en dat is fijn, want het kan hier fors stromen. Het levert ons vijf mijl stroomvoordeel op.
De noordoostkust van Mull

Afmeren in Tobermory


Rond half drie meren we, voor de derde keer deze vakantie, af aan de steiger van Torbermory Marina. Het is zonnig weer en de meiden gaan het plaatsje ontdekken. Jan Willem en ik wandelen naar een winkeltje aan de rand van het dorp waar ze uitstekende lokale producten verkopen, waaronder gerookte zalm en hertenbiefstuk. Het is ons aangeraden door Mike en Freda.
Gezicht op Tobermory


2 augustus: Van Tobermory naar Shuna Island

Trainingschip van de Royal Navy 'TS Royalist'

Vertrek uit Tobermory
Sea cadets op de ra's van de 'TS Royalist'
Lekker kruisen op de Sound of Mull
Langzaam maar zeker moeten we ons richting Caledonian Canal begeven. Ons doel voor vandaag is Shuna Island. We vertrekken om kwart over negen. Het is nog steeds oostenwind. Omdat we stroom mee hebben, kruisen we lekker door de Sound of Mull. Met een mooie 4 tot 5 beaufort zeilt het fantastisch en met twee paar extra handen loopt het overstag gaan soepeler dan ooit. ’s Ochtends hebben we nog volop zon, maar rond de middag betrekt het. Dat is typisch Schots weer.
Zeehonden op Eilean Glas
Ze zijn niet schuw, maar vooral nieuwsgierig
We buigen af naar het noorden, door de Lynn of Morvern, langs de westelijke kant van het eiland Lismore. De wind zakt in en dan is het gedaan met zeilen.
Ten noorden van Lismore liggen tal van kleine eilandjes. We varen zo dicht mogelijk langs Eilean Gainihm en Eilean Glas waar een grote groep zeehonden ligt te chillen. Aan stuurboord zien we het indrukwekkende Castle Stalker, vaak afgebeeld op prentbriefkaarten.
Castle Stalker








Dan naderen we onze bestemming. Tussen het vasteland en Shuna Island door komen we in Shuna Bay waar we een mooring oppikken. Bij Shuna ligt de Bristol cutter met een Nederlandse vlag, die we een paar weken eerder in Tobermory hebben gezien. Hij zei toen dat hij hier een eiland had gekocht. Blijkbaar is Shuna Island eigendom van de eigenaar van het schip. Dat wordt later door de  havenmeester bevestigd. In het boek “the Schottish Isles’ staat dat het eiland in 2012 is verkocht aan een ‘European investor’.
Bristol cutter gelegen bij Shuna Island
Plastic zak in de schroef



Jan Willem gaat kijken of er iets in de schroef zit, omdat we bij het afmeren problemen hebben met achteruit slaan. En ja hoor, er zit een grote blauwe plastic zak in. Omgeven door kwallen door probeert hij hem eruit te halen. Als het hem niet lukt, gaat Sophie het klusje klaren. Zij past de flippers die we aan boord hebben wel en kan daarom gemakkelijker onder het schip komen. Met het wetsuit van Jan Willem aan, een ‘beetje’ groot, maar met een goede bescherming tegen de kwallen.





3 augustus: Van Shuna Island naar het Caledonian Canal bij Fort William

Corran Narrows, met vuurtoren
Het pondje bij Corran Narrows
Eind van de ochtend vertrekken we. Afwisselend motregent het of is het net aan droog en er is niet zo veel wind. De route loopt door Loch Linnhe, ten noorden van Shuna, langs de Corran Narrows, een smalle doorgang tussen het schiereiland Morvern en het Schotse vasteland. In het begin kunnen we nog zeilen, maar voor de narrows gaan we motoren, mede vanwege de forse stroming.
Fort William in de regen
Als we ankeren bij Corpach komt de stoomtrein langs
We varen langs Fort William, op zich geen bijzondere plaats, maar bekend als ingang van het kanaal en startpunt voor wandelaars die Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland, willen beklimmen.
Tegen drieën gaan we aan een mooring liggen bij het plaatsje Corpach om te wachten tot we de eerste sluis van het kanaal in kunnen. Dat duurt nog even want er is een tijdslot in verband met het getij. Rond laag water blijft de sluis dicht. Tegen vijf uur mogen we de eerste sluis in. We overnachten in Corpach Basin.

Zeilboten bij Corpach











4 augustus: Door Neptunes Staircase 

Neptunes Staircase bestaat uit een swing bridge en acht opeenvolgende sluizen
Het hoogteverschil is fors!
Neptunes Staircase is de grootste van de drie beroemde staircases in het Caledonian Canal met acht opeenvolgende sluizen. Het is een belevenis op zichzelf en we zijn bovendien bezienswaardigheid voor de vele toeristen.
We horen bij de eerste groep schepen die deze ochtend geschut worden. Jan Willem heeft speciaal voor het kanaal extra lange en dunne landvasten aangeschaft, die we gemakkelijk omhoog kunnen werpen. De boeken hebben ons bang gemaakt met de grote hoogteverschillen en watermassa’s die met bulderend geweld de sluis in stromen. Het valt in de praktijk allemaal hard mee. We zijn blij dat we in de vorm van Myrthe en Sophie extra handjes aan boord hebben, maar zonder zou het ook lukken. De stewards op de wal begeleiden de schepen prima.
Myrthe reikt een helpende hand



















Een Engels zeilschip met een wat bangelijk echtpaar erop heeft er moeite mee. De vrouw staat achter het roer en geeft steeds te veel gas, terwijl de man het schip strak tegen de wal aan trekt. Stress alom! Myrthe gaat helpen en er komt wat meer rust in de tent.
Als we rond half twaalf de sluizen zijn gepasseerd, meren we af bij Banavie en gaan we een boek lezen en maken een wandeling langs het kanaal. Sophie en Myrthe zoeken uit hoe we de volgende dag bij Ben Nevis kunnen komen om een mooie wandeling te maken.


5 augustus: Wandelen bij Ben Nevis

Prachtig uitzicht vanaf Nevis Range
Dopheide en korstmos
De boterhammen zijn gesmeerd, de waterflesjes gevuld en de regenkleding ingepakt. Myrthe heeft een taxi besteld bij het hotel naast de staircase, die ons vieren naar Nevis Range brengt. Het is dan wel niet Ben Nevis zelf, de hoogste berg van Schotland, maar wel een van de hooggelegen uitlopers en ’s winters hèt skigebied van Schotland. Daar kopen we een kaartje om met de gondel naar boven te gaan. We willen een enkeltje, maar ze verkopen alleen retourtjes. De caissière zegt dat we niet naar beneden kunnen lopen. Er zijn enkel mountainbikepaden en het is te gevaarlijk om daar overheen te gaan.
Wandelend naar beneden

Wel opletten voor de mountainbikers!
Boven aangekomen wandelen we de twee voorgeschreven paden, samen met nog een paar honderd andere mensen. De paden zijn nogal suf, maar we genieten wel van het prachtige uitzicht over Loch Linnhe en Loch Eil. Enfin, als we klaar zijn, zijn we nog lang niet uitgewandeld en besluiten we om toch via een mountainbikepad af te dalen. Het is een prachtige wandeling met af en toe lastige steile stukjes. Het is er immers nat en glad. Steeds als het onoverzichtelijk wordt gaat er een van ons op de uitkijk staan en zo komen we voldaan en met veel plezier beneden.