maandag 19 augustus 2013

Week 12 t/m 18 augustus: Van Stubbekøbing naar Cuxhaven

12 augustus – Reven en ontreven


 
Brug bij Farø
Via internet checken we het weer nog even voor vertrek. Er is een stormwaarschuwing voor de zuidelijke Oostzee. Daar zitten we niet, maar wel dicht erbij. We willen weer een stukje naar het westen opschuiven door naar Vejrø te gaan. Afvaart om half tien, staat in het logboek. En opnieuw is het zonnig. 
De Deense marine patrouilleert








Stevige buien kenmerken de tocht.
Dit is een prachtexemplaar!






Het eerste rak is over stuurboord. De brug bij Farø is nauwelijks bezeild. En weer krimpt de wind en is het stuk na de brug niet meer bezeild. We steken een tweede reef en zetten de kotter erop als de wind tot 23 knopen uit het zuidwesten oploopt. Het gaat er stevig tegenaan. Bij een flinke golf krijgen we massief water over tot tegen de buiskap. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt!
Het eiland Vejrø
We gaan rond half een ‘s middags overstag, over bakboord richting Lolland om de hogerwal op te zoeken. Een uurtje later volgt een bui met 26 knopen wind, bijna 7 Beaufort. En als ik dat schrijf bedoel ik niet een vlaag en ook niet over het dek (schijnbare wind), maar ware knopen! In de bui ruimt de wind met zo’n 40° en daarna draait hij weer terug.
Vuurtoren op Vejrø




Inmiddels is het drie uur en zitten we vlak voor Vejrø. We zien de haven al liggen. De wind zakt in tot 15 knopen en klaart het op. Het ziet er prachtig uit. Dus besluiten we om toch door te varen naar Spodsbjerg op Langeland, zo’n 20 mijl verder. We zetten de genua weer erop en halen een reef eruit. Maar dat blijkt voorbarig, want een kwartier later krijgen we de volgende bui over ons heen en moet het reef en weer in en de genua ingerold. De buien bouwen uit het niets razendsnel op tot grote zwarte wolken. Maar teruggaan doen we niet.


Het Duitse opleidingsschip
Gorch Fock passeert in de verte

Kruisend varen we naar Spodsbjerg. Het laatste stukje onder de hoger wal van Langeland zetten we de motor erbij om niet te laat aan te komen. Om half acht meren we af naast de ‘Marilena’ die er ook blijkt te liggen en trakteren onszelf op appelpannenkoeken, lekker en snel klaar. De afstand is 45 mijl, maar we hebben 58 mijl door het water afgelegd.

Prachtige regenboog, gezien vanuit
de haven van Spodsbjerg





Pieter en Aafke van de ‘Marilena’ komen ’s avond een borrel drinken en het wordt reuze gezellig! Pieter vertelt over hoe hij chartert en gasten mee opreis neemt. Hij heeft een mooie website: www.ychorizon.nl.














13 augustus – Van Spodsbjerg naar Kiel


Vertrek uit Spodsbjerg

De mooie kust van Langeland
Jan Willem heeft nog een kaart op de bus gedaan en de laatste Deense kronen opgemaakt in de supermarkt. Iets voor elven varen we af uit Spodsbjerg. Onder de hoge wal van Langeland is het water vlak en gaat het, zoals verwacht, als een tierelier. Wel zijn er de nodige buien met 20 tot 25 knopen, waardoor we veel met de zeilvoering bezig zijn.
Volop buien, met in de verte een zeiltje









De kunst is niet teveel zeil te hebben voor de snel opkomende buien, maar wel genoeg om door de golven te komen. Wat we doen is de kotter laten staan en als de wind het toelaat de genua erbij zetten.
Als we de zuidelijke kaap naderen nemen we wat afstand. We zitten niet te wachten op kaapeffecten zoals een fors aantrekkende wind. Maar ook iets verder uit de kust staat er een hoge, steile golfslag als we uit de luwte komen.




Vuurtoren op het zuidelijke puntje van Langeland

We zetten koers naar Laboe, een plaats aan het begin van de Kieler Förde.
We proberen tussen de buien door te laveren, maar krijgen toch nog een flinke bak wind mee. 20 tot 25 ware knopen aan de wind betekent 25 tot 30 knopen schijnbare wind en dat is veel. Onderweg maken we filmpjes, op verzoek van broertje Joep.
Fikse buien, waarin we verzeild raken
De koers op de plotter: eerst met een scherpe knik overstag
en daarna de winddraai tijdens de bui


Als we te dicht bij de diepvaarwaterroute, waar het druk is met beroepsvaart, komen gaan we overstag van bakboord naar stuurboord, recht op een bui af. We hopen dat hij achter ons langs gaat, maar strijken de genua uit voorzorg en ik zet de motor bij. En dat is maar goed ook want meteen zitten we er middenin. Het waait opeens 32 knopen ware wind, een hele dikke 7 Beaufort, de regen en hagel komt met bakken uit de hemel en slaat het water helemaal plat. Over de zee ligt een waas van water. Het onweert hevig, maar we zien geen bliksemflitsen. Ik heb dit nog nooit meegemaakt.
Er staat een stevige zee

Ik sta achter het roer. Jan Willem roept: “Ga een ruime koers varen!”. Dat lukt natuurlijk pas als we ook het zeil vieren, maar ik heb alle kracht nodig om het roer te houden. Bovendien draait de wind meer dan 120 graden. Op de plotter zie je dat we weer terug varen. Als de bui afneemt kan ik weer oploeven en kunnen we onze koers hervatten.
Monument voor "Hen die op zee gebleven zijn" bij Laboe en heel veel parasailers
Helaas hebben we geen tijd om hiervan een filmpje te maken. Het is overigens geweldig om te zien hoe betrouwbaar het schip zich gedraagt. Op dit soort momenten weet je waarom je een Breehorn hebt gekozen.






Op weg naar Kiel maken we nog enkele slagen om het verkeerscheidingsstelsel te ontwijken en we besluiten om in Kiel Düsternbrook, de oude Olympiahaven uit 1936, te gaan liggen en niet in Laboe, omdat die haven aan lagerwal ligt. Iets na half acht meren we af.




















14 augustus – Rustdag in Kiel


Engelse klassiekers in de miljonairshaven van Kiel Düsterbrook 
Vaart er zomaar een onderzeeër langs!
Na de enerverende dag van gisteren vandaag een dagje rustig aan. Jan Willem is naar de havenmeester geweest. Daar heeft hij gehoord dat de sluiswachters van het Kielerkanaal staken. Het is dus onzeker wanneer we erdoor kunnen. Ook vertelde de havenmeester dat er bij de sluis naar het Noord-Oostzeekanaal een goede winkel voor zeekaarten is. Hij heeft het plan opgevat om daar naartoe te lopen om nieuwe waddenzeekaarten te kopen. Dus gaan we vol goede moed aan de wandel. Het is een verder dan gedacht en helaas heb ik spierpijn in  mijn benen van het afzetten onder helling van de zeiltocht van gisteren, zodat de wandeling geen succes is.
We komen langs de marinehaven
Bij de winkel aangekomen hebben ze de gewenste kaart ook nog eens niet op voorraad. De stemming is inmiddels tot ver onder het nulpunt gedaald. Op de terugweg komen we een busstation tegen. De bus brengt ons gelukkig een stuk dichter bij de boot. We wandelen terug door een aardige stadswijk met lokale winkels en grote huizen.
Mooie huizen in de stad
’s Middags gaat Jan Willem naar het centrum van Kiel. Ik ga niet mee, want mijn benen hebben nu echt rust nodig.
’s Avonds nemen we samen de bus naar het centrum om een hapje in de stad te gaan eten. Het eten laat nogal op zich wachten en zo komt het dat we pas laat weer op de boot zijn.
Versiering boven het hoekraam



Voor het eerst zien we deze vakantie kwallen ...
..... in de haven van Kiel - Düsterbrook



15 augustus – het Noord-Oostzeekanaal


Oude vuurtoren bij Holtenau
Het wapen van Kaiser Wilhelm in de gevel















De fraai versierde deur van de vuurtoren





Iets na negenen verlaten we de haven op weg naar de sluis bij Holtenau, die toegang tot het Kielerkanaal geeft. Daar aangekomen horen we dat we moeten wachten op de Eems Skye, een vrachtschip dat eerst in de sluis mag. Daarna kunnen de jachten aansluiten. Op de AIS volgen we hoe het schip eraan komt. Later komt daar nog een ander vrachtschip bij en zo komt het dat we ruim een uur moeten wachten eer we de sluis in kunnen. Eenmaal in de sluis horen we dat de kassa niet open is en dat we daarom niet hoeven te betalen. Publieksvriendelijke actie noemen we dat in Nederland. Om elf uur komen we eindelijk de sluis uit.
In de sluis





We varen tussen de vrachtschepen door de sluis uit














Héééle grote schepen komen heel dicht langs

En dan het kanaal, wat zal ik er van zeggen? Eén keertje leuk. Helaas hebben we het al twee keer eerder gedaan, dus is het een kwestie van uitzitten. Om de beurt achter het roer opletten met de stuurautomaat erop. Zo saai! We kachelen door met een snelheid van bijna zeven knopen. Er is bijna geen verkeer. Zou dat nog het effect zijn van de stakingen?
Sein dat aangeeft of je door mag varen







Hangpondje onder de brug bij Rensburg















Zoooo saaaai ........


Deze huisjes staan bij elke uitwijkplaats

Om kwart over zes meren we af bij de dieselpomp in Brünsbüttel. Helaas is die maar tot zes uur open. Morgen een nieuwe poging. Even later leggen we aan langs een grote Jeanneau in de haven van Brünsbüttel, naast de sluis. De grote zeeschepen komen op nog geen twintig meter langs als ze uit de sluis komen. Alsof er een flatgebouw langskomt. Door de stakingen van de linesmen, de mannen die de landvasten van de grote scheen vastmaken, zijn dat er maar een paar.

Grote zeeschepen varen dicht langs
de jachthaven van Brünsbüttel


Jan Willem zit ’s-avonds druk te studeren op de weersverwachting en de kaarten. We willen verder maar het is balanceren wat haalbaar is en wat niet. Doorzeilen naar Borkum of Vlieland in plaats van naar Norderney zou kunnen. Vanwege het getij in de geulen naar de eilanden is de tijdsplanning belangrijk. Onduidelijkheid over het wel of niet bezeild zijn kunnen we dan niet hebben. Bovendien komt er over 2 dagen slecht weer aan. We besluiten om morgen alleen de 13 mijl naar Cuxhaven te varen en dan verder te zien. Vanuit Cuxhaven zijn er goede verbindingen met Nederland en je kunt je schip daar veilig achterlaten voor het geval we in tijdnood komen.
Jan Willem bestudeert de kaart van de Duitse Bocht

16 augustus – Van Brünsbüttel naar Cuxhaven


11 knopen over de grond op de Elbe 
Erg vroeg hoeven we niet weg, want de stroom gaat pas na tienen meelopen, dus doen we het vanochtend rustig aan. Naast ons ligt een grote Jeanneau 43 decksaloon, de ‘Everjoy’ uit Drimmelen. We raken aan de babbel met de bemanning, gezellige Brabanders die al tien jaar hier elke zomer drie maanden rondvaren, zoals zo velen die we op onze reis tegen zijn gekomen. En aan de oostkant van Zweden is mooi weer ’s zomers verzekerd, zegt iedereen. Daarvoor hoef je niet naar Zuid-Europa.

Zeehonden op een zandplaat voor Cuxhaven
Rond 11 uur varen we af en zoeken we de sluis op. We krijgen van de sluiswachter te horen dat we nog een half uur moeten wachten. De sluis is dicht en moet eerst openen naar de kant van de Elbe. Als de sluis voor ons open gaat, gaat er alleen nog een motorjachtje mee. Ongekend! 
Buiten gekomen staat er al stroom de Elbe af, die gedurende de tocht alleen nog maar doorzet, uiteindelijk hebben we zo’n vier knopen stroom mee en raken we af en toe een snelheid van elf knopen over de grond. We kruisen met een lange en een korte slag tegen een vlagerige wind in. Het is maar een klein stukje en iets na half drie meren we af in Cuxhaven, nadat we nog even getankt hebben, want dat is sinds Finland niet meer gebeurd.
’s Avonds kijk ik een film. Dat is ook al heel lang niet meer gebeurd.
De jachthaven van CSV Cuxhaven


17 en 18 augustus – Verwaaid in Cuxhaven


De vuurtoren van Cuxhaven
Het is zaterdag 17 augustus. De voorspellingen geven zuidwestenwind aan,de verkeerde richting dus. Bovendien wordt er harde wind verwacht vanaf zaterdagavond. Zondagavond neemt de wind af en draait hij naar het noordwesten. Dan zouden we maandag met halve wind in één keer naar Vlieland kunnen. Hoewel we graag naar Nederland willen, hebben we nog de tijd. En tegen harde wind in kruisen hebben we al genoeg gedaan. Dus blijven we tot maandag hier. We slapen uit, lezen, werken het blog bij en doen boodschappen in een veel te dure biologische supermarkt.

Mooie BMW
Later komen we er achter dat een eindje verder een hele grote gewone supermarkt ligt.
’s Middags fietsen we nog een rondje door het stadje en maken wat foto’s.
Oude auto's op het plein











Het lichtschip de 'Elbe' ligt in de haven

Zondag worden we wakker met flinke windvlagen en motregen. De eerste echte regendag in drie en een halve maand. Dus geen reden voor veel activiteit. Eerst een lekker zondagochtendontbijtje en dan een beetje lezen, beetje bloggen en de tocht van morgen voorbereiden.

Verkeerstoren voor de Elbemonding




















Antieke semafoor, die bijna 100 jaar, van 1883 tot 1982, de windsterkte en -richting op Borkum
en Helgoland aangaf, voor de uitgaande scheepvaart








zaterdag 17 augustus 2013

Week 5 t/m 11 augustus: Van Sandhamn naar Stubbekøbing

5 augustus – Voor een lijntje naar Karlskrona

De haven van Sandhamn bestaat uit een dikke betonnen pier 
Voor een lijntje naar Karlskrona:
Renée met de nieuwe val over de schouder
’s Ochtends, al voor het ontbijt gaat Jan Willem op de fiets van de haven naar de winkel en bij de havenmeester langs om te kijken of bij een goede lijn voor ons heeft. Dat blijkt niet het geval en dus komt hij terug met een lijstje met de vertrektijden van de bus naar Karlskrona, want daar is een grote tagrijn (winkel met bootspullen). Dus nemen we om één uur de bus en laten ons rondrijden door het mooie zuidzweedse landschap, wel in sneltreinvaart, want de bus heeft de sokken erin. Het is een gewone lijndienst, maar wel een zeer luxe bus. Daar kunnen ze in Nederland nog iets van leren. De rit naar Karlskrona duurt ruim een uur, met een overstap in Järmö en dan kom je in het centrum vaan de stad uit. Maar ja, waar is nu die winkel? Na de overdaad aan cultuur van de afgelopen maanden hebben we geen zin meer in sightseeing, dus gaan we op zoek naar de VVV. Daar kunnen ze ons helpen aan het juiste adres. En dan de hele stad weer door, onderweg een broodje etend. Voorbij de haven op een groot industrieterrein vinden we een hele grote mooie winkel met de juiste lijn en een heleboel andere leuke dingen, maar die hebben we al of niet nodig.
Industriële archeologie bij  de haven van Karlskrona
Na onze aankoop wandelden we terug en wachtend op de bus, eten we een ijsje in het park dat naast het busstation ligt.
Thuisgekomen scheert Jan Willem de lijn in en ik haal een lier uit elkaar die af en toe hapert. Zo kunnen we weer veilig verder.
’s Avonds maak ik een nieuw weekbericht van het blog af.









6 augustus – Van Sandhamn naar Simrishamn


In de haven van Sandhamn kun je gratis fietsen lenen
Oorspronkelijk is het de bedoeling om of naar Skillinge of naar Ystad te gaan, afhankelijk van hoe goed het opschiet. Ystad, gelegen aan de zuidkust van Zweden,  is weliswaar een heel eind, 95 mijl,  maar we vertrekken al om 7 uur ’s ochtends. Het is fantastisch zeilweer, - er staat een stevige wind waar in de loop van de dag de zon bij komt -, en we liggen op een koers richting de kaap, waar we omheen moeten. Als de wind zo blijft kunnen we als we bij de hoek zijn overstag en zo door naar Ystad. Zo varen we langs Utklippan.
Zo varen we langs Utklippan ...


Lezend over voortvarende
zeemansvrouwen in de 17e eeuw












Met zo’n 7 knopen maken we goede vorderingen, maar uiteindelijk toch niet genoeg om in één keer door te gaan naar Ystad. Daarom wijzigen we onze bestemming naar  Skillinge, een plaatsje net voor de hoek. Als we overstag gaan richting Skillinge ruimt op miraculeuze wijze de wind in één klap naar zuidwest en is Skillinge niet meer bezeild. Balen! Inmiddels is het drie uur ’s middags en in  nòg een heel eind kruisen hebben we geen zin meer.  Er zit maar een ding op, namelijk de koers verleggen naar Simrishamn dat een mijl of zes noordelijker ligt.
De haven van Simrishamn
Kerk op het plein
Als we om half vijf afmeren in de haven komen we weer een aantal bekenden tegen. Ook zij zijn op het fenomeen van de spontaan draaiende wind gestuit en hebben hun bestemming verlegd.
Een wandeling in het toeristische plaatsje met vooral veel restaurants, bellen met thuis en een goed boek vullen de avond.
Langzamerhand begint het gevoel te komen dat we weer naar huis willen. Misschien komt dat doordat we de Petersburgvloot, tenminste de schepen die AIS hebben, op  Marinetraffic.com volgen. Er zijn behoorlijk wat schepen die al een stuk verder richting Nederland zijn.

Op www.marinetraffic.com volgen we via 'mijn vloot' waar de Sint Petersburggangers met AIS zijn.

7 augustus – Van Simrishamn naar Ystad


Op een terras schrijven we nog enkele kaarten voor vertrek
Als het niet in één keer kan, dan maar in twee etappes. Vandaag gaan we echt naar Ystad!
Voor vertrek gaan we nog even het plaatsje in om een paar kaarten te kopen, voor nicht Annika die een gezonde dochter heeft gekregen, voor broer Herman en schoonzus Marijke, die binnenkort 25 jaar getrouwd zijn en waar we niet bij kunnen zijn, en zoals altijd voor mijn moeder.
Straatje in Simrishamn






Vertrek uit Simrishamn





Daarom is het twaalf uur als we afvaren. Met zuidoosten wind varen we eerst een slag naar het oosten om hoogte te winnen. Als we ver genoeg uit de kust zijn gaan we overstag om in één slag richting de kaap te zeilen, maar de wind ruimt steeds verder en is na een uur of twee zelfs zuidwest geworden. We vragen ons af of dat het kaapeffect of het landeffect is of misschien wel een combinatie van die twee.
Bij Ales, langs de Zweedse zuidkust, staan op de klif allemaal grote
 stenen rechtop à la Stonehenge. Deze foto is genomen vanaf zee.

Pas tegen vieren ronden we de kaap en omdat het dan nog steeds niet bezeild is zetten we de motor bij en gaan we motorsailend verder tot Ystad, waar we iets na zevenen afmeren.
Voor de volgende dag  zijn er weer voorspellingen van harde westelijke wind in de middag. We besluiten daarom een dagje te blijven liggen.

Parasailing boven de kliffen langs de kustlijn















8 augustus –Ystad, de stad van Wallander



Wolkbreuk in de haven van Ystad
De wind is ’s ochtends nog oostelijk. Er zijn dan ook verschillende schepen die wel uitvaren. We zien de ‘Passage’, de ‘Elise’ en de ‘Plons’ vertrekken en ook de  ‘Marilena’. De laatste twee schepen gaan richting Kopenhagen om hun opstappers op het vliegtuig te zetten. Bij ons slaat de twijfel toe. Toch gaan? Onze volgende bestemming is Klintholm en met harde westelijke wind is dat geen pretje. We besluiten een dag te wachten en te blijven. Even later barst er een verschrikkelijke onweersbui met een wolkbreuk los. We vragen ons af wat de vertrekkers daar nog van mee krijgen.
Tijdens de bui is het binnen goed toeven


Ystad is een leuke stad met mooie winkels en leuke straatjes, weten we van een eerdere reis. Dus slapen we ’s ochtends uit en rommelen we op de boot en na de lunch gaan we de stad in. Ystad is de stad van Kurt Wallander, de politiecommissaris uit de beroemde boeken van Henning Mankell. Daar is men hier heel trots op. Je kunt een stadswandeling maken waarbij je langs allerlei bekende plekken uit de boeken komt. Dat doen we niet. We gaan gewoon op eigen houtje rondwandelen.
Antieke brandweerauto van de vrijwillige brandweer



Brandblustobbe voor een hooiberg
in het brandweermuseum
In de stad 
staat op het grote plein 
een antieke brandweer
auto. De vrijwillige brandweer staat er 
reclame te maken. Een paar straten verder lopen we tegen het brandweermuseum aan. Enthousiaste vrijwilligers vertellen over de activiteiten. Ze houden zich vooral bezig met salvage, het beperken van de schade tijdens een brand of het redden van spullen uit huizen die in brand hebben gestaan. Het blussen laten ze over aan de professionele brandweer.
Petruskerk in Ystad

Een straat verderop staat de Petruskerk omringt door aan de ene kant een mooi parkje langs een riviertje en aan de andere kant een kruidentuin, een groentetuin en een rozentuin.

Kruidentuin achter de kerk










Scheepswinkel ‘Tackel & Tåg’
Op de terugweg gaan we even binnen bij de skeppshandel ‘Tackel & Tåg’ die in een oud houten pand dichtbij de haven zit. Ze verkopen er behalve nieuwe ook gebruikte spullen, soms bijna antiek. We kijken onze ogen uit. Alles lijkt er door elkaar te liggen.
Interieur van de scheepswinkel









Ouwe troep en de mooiste dingen: verroeste ringen en harpsluitingen, grote houten blokken, oude scheepslantaarns, een verroeste potkachel, scheepsbellen. We zoeken een RVS ring. En wat we in veel eerdere winkels niet konden vinden hebben ze hier wel.
Tegen zessen zijn we weer terug op de Iskander, na een gezellige middag.


Naast de haven ligt een lange houten pier. In de planken
zijn de namen van de sponsors gefreesd ....
... Wallander is een van hen.











’s Avonds worden de weerkaartjes van de verschillende websites opnieuw uitgebreid bekeken. Morgen gaan we verder, maar niet al te vroeg. De verwachting is dat later op de dag de wind wat zal afnemen en noordelijker dan west wordt. Dat is gunstiger voor onze tocht naar Klintholm.
De haven van Ystad, met rechts op de voorgrond de Iskander


9 augustus – Op naar Klintholm


Vertrek uit Ystad
Klintholm op het Deense eiland Møn is onze volgende bestemming. We zijn rond 10 uur weggegaan in de hoop dat de wind spoedig naar het noordwesten gaat draaien. In dat geval zou het traject wel eens helemaal bezeild kunnen zijn. Voorlopig komt de wind uit het westen en gaat onze eerste slag in de richting van het Duitse eiland Rügen. Voor Ystad is het duidelijk lagerwal, een nare zee waarin het schip behoorlijk ligt te hakken. Even gaat de Iskander lopen, dat komt er zo’n steile golf en ligt ze weer bijna stil. We hebben vol tuig om een beetje door de golven heen te komen. Daardoor ligt het schip wel behoorlijk op een oor, wat het comfort niet ten goede komt. Door iets minder hoog aan de wind te varen behouden we beter onze snelheid. Dat betekent wel meer mijlen maken, immers de hoek waaronder we kruisen wordt ongunstiger. Gelukkig is het wel zonnig en lekker warm.
De Deense vlag gaat in het want

Een paar mijl voor ons zeilt de ‘White Satin’ uit Nieuwpoort, een half uurtje voor ons uit Ystad vertrokken en duidelijk ook op weg naar Klintholm. We kunnen het schip op de AIS volgen. Heel langzaam lopen we op haar in.
Na een uur trekt de wind aan naar 17 knopen en steken we een reef.  Als later de wind afneemt en het reef eruit kan blijven de golven hoog.
Voor het verkeerscheidingsstelsel gaan we overstag. Daardoor dreigen we een tijdje later in het gebied van een windmolenpark in aanbouw te komen. We dachten er net langs te kunnen gaan, maar we worden opgeroepen door het guarding vessel. Of we onze koers 90 graden willen verleggen, overstag dus.  Hier staat weer een rare korte golfslag en begint het hakken weer.  De snelheid zakt naar 4 knopen en zo wordt het wel heel erg laat voordat we er zijn. Daarom starten we rond zessen de motor en gaan we motorsailen. Even later zien we dat de ‘White Satin’ dat besluit ook genomen heeft.
In de verte verschijnt het Deense eiland Møn
Iets voor negen uur zien we in de verte de zon ondergaan achter de krijtrotsen van het eiland Møn. Bij Møn aangekomen is het al bijna donker en moeten we opletten voor de visstellingen die daar voor de kust staan. Voldoende afstand houden dus! We strijken het zeil een mijl voor de haven als de wind steeds verder wegzakt. Er staat nog steeds een forse deining. Met bijna windstilte varen we rond half elf de haven van Klintholm binnen. In het kommetje na de ingang maakt Jan Willem de landvasten en stootwillen klaar en dan zoeken we de passantenhaven op. Het is donker als we de box invaren.

Zonsondergang bij Møn


10 augustus – Rustdag in Klintholm


De haven van Klintholm
Strandwandeling bij Klintholm
We hebben er weer eventjes genoeg van en bovendien wordt er opnieuw veel wind uit de verkeerde hoek voorspeld. Voorlopig is het zuidwest wat de klok slaat.
Dus vandaag een rustdagje dat bestaat uit uitslapen, lezen, - ik heb weer een goed boek te pakken van Umberto Eco  -, wandelen en drie wasjes draaien.
Als we opstaan is de Passage al vertrokken en ook de 'White Satin' zien we niet meer liggen. De ‘Elise’, die eerst van plan was om te vertrekken is ook gebleven. Het wordt een dagje chillen, met als hoogtepunt een strandwandeling.
De hebben de wandeling naar de krijtrotsen maar even overgeslagen. Misschien een volgende keer weer.
 
Jan Willem naar de top van een
duin geklommen (van 3 meter !)
Oeverzwaluwen maken voor hun nesten holletjes in de klif




















11 augustus – Van Klintholm naar …….. Stubbekøbing


Buien op weg naar Gedser
Jan Willem heeft het allemaal bekeken. Vandaag lijkt het traject naar Gedser, gelegen op de zuidpunt van het Deense eiland Lolland bezeild en wordt een wind voorspeld uit het westen van 10 meter per seconde, dat is zo’n 21 knopen en dus einde vijf Beaufort. Het plan is om dicht onder de hoger wal te blijven, om niet teveel golfslag te krijgen.
We gooien om kwart over tien los en de wind is iets noordelijker dan west. Een van de Nederlanders roept ons bij wijze van afscheid toe: “Vinden jullie dat nou leuk?”.  Dat gaan we wel beleven.
Als we de haven uitkomen krijgen we het gelijk flink voor de kiezen. Het is er immers lagerwal. Hoge golven maken het lastig om te hijsen, - we steken gelijk een reef -, en om vervolgens snelheid te maken en te houden. Zodra we over bakboord voldoende hoogte gewonnen hebben om van de lagerwal weg te komen, gaan we overstag om de hogerwal van het eiland Møn op te zoeken. En dat werkt goed. De zee wordt een stuk vlakker en de snelheid loopt op naar zo’n zes en een halve knoop aan de wind. Wel is de wind zo toegenomen dat we een tweede reef steken.
Kaap bij Vindebaek
Als we rond half twaalf weer overstag gaan om in één streek naar de hoek voor Gedser te varen is de wind inmiddels gekrompen naar west. Hij krimpt verder tot zuidwest en een uur later is Gedser niet meer bezeild. Het is elke zeildag hetzelfde liedje! Daar komt bij een windwaarschuwing via de marifoon voor 15 meter per seconde, dat is een dikke windkracht zeven. Dat alles doet ons besluiten om rechtsaf het Grøndsund in te duiken, waar we net in de buurt zijn. Dat is wel bezeild en een veel beschutter vaarwater. We meren om kwart over drie af in de vissershaven van het plaatsje Stubbekøbing aan de zuidzijde van het Grøndsund.
Het aanzicht van Stubbekøbing, maar dan
zonder de afschuwelijke silo's aan de rechterkant
 
Het lijkt een aardig plaatsje, afgezien van de afschuwelijke grote silo’s van de meelfabriek die het aanzicht vanaf het water bederven. 
Het centrale plein van Stubbekobing
De wandeling toont het beeld van een dorp (stadje?) dat ooit bloeiend moet zijn geweest, maar dat behoorlijk in verval is geraakt. Er is een aardig plein met het gemeentehuis, de kerk en een aantal patriciërshuizen die ooit mooi waren, er staan mooie vakwerkhuizen en er is een park dat grenst aan het water. 



De crisis heeft hier fors huisgehouden. Nogal wat winkels staan leeg. De huizen zijn meer dan elders slecht onderhouden. En omdat het zondag is kun je hier op straat een kanon afschieten. Dat helpt natuurlijk ook niet mee. We zien alleen een jongetje op een stepje, een knul op een brommer en enkele mensen zwemmend aan de waterkant.

De fokkeval is te lang en moet een stukje ingekort worden omdat hij op een Antalrail zit. Dus strijken we de fok en na wat meetwerk zet Jan Willem enkele streepjes op de val. Hij maakt een nieuwe knoop en snijdt het overtollige stuk eraf. Dan hijsen we de fok weer. Helaas is Jan Willem wat al te voortvarend geweest, want de val is nu iets te kort. Na een worstelpartij van een half uur zit hij eindelijk op de haak van de Antalrail.  Daarna is de sfeer aan boord even iets minder….
Eind van de middag steekt de wind behoorlijk op. Goed dat we niet naar Gedser zijn gegaan.

Bui, gezien vanuit de haven van Stubbekøbing. Op tijd binnen!
Begin mei hebben we aan een training ‘Man over boord’ van de Kustzeilers meegedaan. Wolfram en Marianne waren toen onze opstappers. Zij liggen met hun schip, de ‘Pier 10’, ook in de haven. Wolfram spreekt ons aan en we maken een gezellige babbel over alle eilandjes die hier in de buurt liggen. Doordat we onze bestemming gewijzigd hebben zijn we in een heel ander vaargebied  terecht gekomen. Wordt de volgende bestemming een van de eilandjes Fejø, Femø, Omø of Vejrø of misschien Spodbjerg op Langeland? Na wat puzzelwerk valt de keuze op Vejrø, omdat dat het best op de route ligt en niet te ver is. Dat moet wel een heel bijzonder eilandje zijn, gezien de hoogte van het havengeld. 
Prachtig uitzicht over het Grøndsund vanuit het park aan het water in Stubbekøbing