Posts tonen met het label Bretagne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bretagne. Alle posts tonen

dinsdag 6 augustus 2019

Zomer 2019 - 29 juli t/m 4 augustus: Terug naar Bretagne


29 en 30 juli – Verwaaid in La Rochelle

Ook La Rochelle krijgt een staartje mee van
de depressie die veel zeilers in de havens houdt...
Eigenlijk willen we de maandag terug naar het Noorden, maar voor Bretagne ligt een depressie die steeds verder uitdiept. Een andere optie is om naar Ile d’Oleron te gaan, alleen moeten we daar stapelen, en mocht de harde wind ook naar het zuiden trekken, dan vinden we dat geen goed idee. Bovendien kunnen we ons in La Rochelle nog wel vermaken.
Het App-verkeer tussen Breehornzeilers wordt beheerst door de harde wind. De Kobbe meet 35 knopen in Brest, de Grote Mees blijft nog maar even op de Kanaaleilanden liggen en ook de Chiara aan de Bretonse noordkust en de Zeerob in Noord-Spanje houden zich gedeisd.








...maar er zijn altijd durfallen die juist dit weer opzoeken.



We wandelen langs de kust, met uitzicht op de oude stad
Het Musée du Nouveau Monde is helaas op dinsdag dicht, dus wordt het toch maar weer een wandeling. En aan het blog werken natuurlijk. De Wifi van de haven laat het afweten en dat veroorzaakt veel ergernis (dure haven en waardeloze Wifi!), dus koopt Jan Willem wat extra datategoed. En om het toch even over havengeld te hebben. Wij zijn heel tevreden als we hier langs de Atlantische kust minder dan 40 euro voor een nacht betalen. 55 euro hebben we ook meegemaakt.

Dit huis komen we tegen tijdens onze wandeling.
Het roept nostalgische gevoelens op. Als klein meisje
heb ik in Fontainebleau in een huis dat hierop lijkt gewoond.

31 juli en 1 augustus – Eerst nog naar het aquarium, en dan naar Belle Ile


Een bezoek aan het aquarium van La Rochelle is de moeite waard!


Prachtige kwallen tijdens ons bezoek
aan het aquarium van La Rochelle
Nu we zo lang in La Rochelle zijn gebleven wordt het tijd om een flinke slag naar het noorden te maken. Le Palais op Belle Ile voor de kust van Bretagne wordt onze volgende bestemming. In verband met het getij gaat ’s middags pas de sluis van het bassin open. De ochtend gebruiken we voor een bezoek aan het aquarium. Mocht je ooit in La Rochelle komen: doen! Het is werkelijk prachtig. Ik wist niet dat er zo’n enorme variëteit aan zeedieren is in de zeeën die ons omringen.
Mooie Franse kippen op de overdekte markt, ...






Vervolgens is er nog tijd voor de laatste boodschappen op de overdekte markt. Wat een genot om daar rond te kijken.





.... allerlei soorten en maten oesters, ...

... en allerlei soorten tomaten de op de groentemarkt buiten



Dan wordt het tijd om echt te vertrekken. Om kwart over twee opent de sluis en de brug en verschillende schepen gaan alvast klaarliggen.


Samen met ons vertrekken een aantal klassieke schepen uit het Bassin des Chalutiers
Vertrek uit La Rochelle
De ton Richelieu ligt voor de toegangsgeul naar
La Rochelle en heet zo omdat kardinaal Richelieu
in de 17e eeuw hier een dam heeft gebouwd,
tijdens het beleg van de stad La Rochelle

















De tocht naar Belle Ile is eigenlijk heel saai. De eerste middag kunnen we nog een paar uur zeilen. Het is alweer kruisen,- we lijken deze hele vakantie alleen maar tegenwind te hebben -, dus is het fijn dat we een Breehorn hebben. ’s Avonds zakt de wind in en komen we niet meer tegen de golfslag in, dus gaat de motor aan en op een enkel uurtje na gaat die ook niet meer uit.
Zonsondergang.....
De sterrennacht is prachtig (maar niet te fotograferen). Hoewel er bijna niets te doen is, is het wel opletten. Er zijn maar weinig schepen met AIS. Jan Willem ziet ’s tijdens zijn wacht nog een paar dolfijnen op afstand (goed voor de statistiek)
...en zonsopgang de volgende ochtend























Voor anker bij Belle Ile

Bij Belle Ile aangekomen gaan we voor anker in een baaitje in afwachting van het moment dat we de haven van Le Palais in kunnen. Ook hier is er een sluisdeur voor de haven. Le Palais  wordt gedomineerd door een gigantische citadel. Ook hier heeft de architect Vauban zijn stempel op gedrukt. Een actief baasje moet dat zijn geweest.
Als je Belle Ile- Le Palais binnenvaart,
zie je rechts de enorme muren van de Citadelle Vauban
We varen door de sluis in het Bassin Aflot 
Tegen de verwachting in is het niet erg druk in het Bassin Aflot. Als we goed en wel in de haven liggen en Jan Willem zich meldt bij de capitainerie om het havengeld te betalen, krijgt hij te horen dat we de volgende ochtend, bij de ochtendopening van de sluis om half zeven, weer moeten vertrekken. Die middag worden er 150 schepen verwacht voor een wedstrijd. En dan wel het volle pond voor het havengeld vragen. Dat vinden wij kwalitatief uitermate teleurstellend. Jammer, we hadden Bell Ile graag verder verkend. Voordat we gaan slapen is het nog een heel gepuzzel waar we morgen dan heen zullen gaan.
Beauty's van schepen in het bassin

Wandelen langs de voorhaven



2 augustus – Naar La-Trinité-sur-Mer

Om half zeven 's-ochtends vertrekken we uit Belle Ile - Le Palais
Als we ’s-ochtends opstaan, is er op de schepen om ons heen nog geen leven te bekennen. Klopt het wel? Of zouden ze half zeven ’s-avonds bedoeld hebben? Jan Willem informeert bij de capitainerie en het blijkt toch het geval te zijn. Alleen is half zeven de eerste opening. We hadden dus nog een uurtje kunnen blijven liggen. Nu we toch op zijn vertrekken we toch maar.
De mooiste zonsopgang ooit! Met in de verte Ile de Houat
Een 'rivier' van mist boven Belle Ile
Cruijff zei ooit: “Elk nadeel heb z’n voordeel” en zo is het ook bij ons. We genieten van de mooiste zonsopgang sinds lange tijd. En even later zien we een grote troep kleine dolfijnen (bruinvissen?) die aan het vissen zijn. Het is bekend dat ze de vissen door in cirkels te zwemmen bij elkaar drijven en zo met open bek hun maaltje verorberen. En zij niet alleen, want de meeuwen en jan-van-genten eten gezellig mee. Wat een schouwspel!

Twee foto's van jagende dolfijnen en vissende meeuwen en jan-van-genten
Flinke tegenstroom bij de Passage de Teignouse
Een tijdje zeilen we heel rustig, maar dan gaan we door de stroom bijna harder achteruit dan vooruit en moet de motor er weer bij. Bij de Passage de Teignouse, de overgang naar de Baye de Quiberon  zien we allerlei stroomrafelingen. De diepte loopt in de relatief smalle doorgang terug van 40 naar 8 meter! Rond half een meren we af in La-Trinité-sur-Mer, een grote haven op de rivier in een aardig plaatsje.






Oesterbanken bij LaTrinité sur Mer
Deze trimaran heeft wel zeer indrukwekkende afmetingen!





Het is ook een plek waar veel zeilwedstrijden starten en er liggen een aantal indrukwekkende boten aan de steiger.




3 augustus – Wandelen en ankeren

Prachtige huizen langs onze wandelroute, ....
We hebben een foldertje bij de capitainerie gescoord met wandel- en fietsroutes rond La Trinité-sur-Mer. Vanochtend gaan we een stuk(je) van de grand randonnee-route lopen langs de kust ten zuiden van het stadje. De wandelschoenen gaan aan, want op de kliffen kunnen de paden behoorlijk ruig zijn, weten we uit ervaring. Alleen niet hier, het grootste deel van de route is keurig geplaveid. Het is een leuke wandeling met mooie vergezichten. We bewonderen de vele luxe huizen met grote tuinen en uitzicht op zee. Halverwege drinken we koffie op een terras bij het strand. En later op de wandeling komen we langs Salines, zoutpannen. Die zijn aangelegd om het erfgoed in Bretagne,  waar de zoutwinning traditioneel een bron van inkomsten was, te bewaren.
.... kusten met veel rotsen, ....
...en zoutpannen, voor de winning van sel gris en fleur de sel




















’s-Middags varen we terug naar Belle Ile, waar we aan de zuidkant een mooie beschutte ankerplek opzoeken. Weer verbazen we ons over het water bij de Passage de Teignouse. Onderweg horen we op kanaal 16 omroepen dat de haven van Le Palais vol is. Als we langs het eiland varen zien we in de eerste baaien al  grote aantallen schepen voor anker liggen.  
Voor anker in de baai Port Kerel bij Belle Ile
We varen nog een stukje door en komen rond acht uur ’s-avonds aan in de baai Port Kerel, die aanbevolen wordt in de boeken en inderdaad prachtig beschut ligt.
Zo’n twintig schepen liggen er al voor anker en wij zoeken een goed plekje er tussenin. Ik ben een beetje bezorgd dat we te dicht bij de rotswand liggen voor de zwaai bij het keren van het getij. Dat blijkt niet nodig. ’s Nachts gaat het ankeralarm een aantal keren af. Jan Willem hoort niets zonder zijn ‘extra oren’ (gehoorapparaten), dus ga ik kijken en alles is gelukkig steeds goed. Volgens mij moeten we wat meer ankerervaring opdoen!
Zo ziet het draaien rond het anker er op de plotter uit

4 augustus – Naar Concarneau

We weten deze bui, die deel uitmaakt van een front, te ontlopen
We moeten de planning voor de terugweg een beetje in de gaten houden, anders zijn we niet op tijd in Nederland. Van Port Kerel naar Concarneau is 50 zeemijl, zo’n 10 uur varen. We vertrekken al rond half acht. Eerst nog met de motor erbij, maar het gaat steeds harder waaien en vanaf elf uur kunnen we echt zeilen. Het wordt een topdag. Met niet al te veel wind, maar supervlak water kunnen we een snelheid van zo’n vijf knopen halen. Prima zo!  
Alweer dolfijnen die makrelen vissen!
Let op de dolfijn rechts op de foto!
Ditmaal zien we onderweg zelfs verschillende malen dolfijnen. Een keer wordt de aandacht erop gevestigd doorat een grote groep meeuwen en jan-van-genten op één plek aan het vissen is. Als je dat ziet, zijn er bijna altijd ook dolfijnen in de buurt, die een school makrelen bij elkaar jagen.
Het schiet lekker op en rond half vijf meren we af in Concarneau.

De ommuurde oude stad van Concarneau
Natuurlijk strekken we na het eten even de benen. Concarneau is bekend om zijn ‘gesloten stad’ met versterkingen uit de 15e eeuw. Vauban heeft, weliswaar later, ook hier huisgehouden. Het een prachtige oude vesting met slechts één toegangspoort. Door die poort drommen horden toeristen om de enige winkelstraat vol ijstenten, restaurantjes, souvenir- en kledingwinkels te bevolken. Voor de eigen inwoners moet deze  plek onleefbaar zijn geworden. Het doet me denken aan het boek ‘Grand Hotel Europa’ van Ilja Leonard Pfeiffer, die beschrijft hoe ons erfgoed aan haar eigen succes ten onder gaat. Maar naast deze bezienswaardigheid is er ook nog een vissershaven en een mooi strand.

Drukte in de gesloten stad van Concarneau


woensdag 24 juli 2019

Zomer 2019 - 15 t/m 20 juli: Op weg naar het zuiden


15 en 16 juli – Naar L’Aberwrac’h

Afscheid nemen ....

....en uitzwaaien
Gezicht op Barbican, de oude wijk van Plymouth
bij ons vertrek vanaf het schip































De dag begint met dat we Sophie naar de trein brengen.
In de Nederlandse politiek is een discussie gaande over het leveren van een fregat aan de operaties die handelsschepen begeleiden in de Straat van Hormuz nu de spanningen met Iran daar zijn tegenomen. Het kabinet neemt eind augustus een besluit hierover. Het is op dit moment onduidelijk of wij op tijd terug in Nederland zijn om Sophie nog te zien voor haar vertrek met het fregat Van Speijk, dat mogelijk hierop ingezet gaat worden. Als dat doorgaat dan is Sophie straks een half jaar weg in plaats van vier maanden. Het wordt een extra stevige knuffel bij het afscheid op het station. En dan gaan wij weer met zijn tweeën verder.





Het fort van Plymouth met de vuurtoren
Jan Willem heeft uitgezocht dat L’Aberwrac’h (spreek uit labervrak) de beste optie is. Dus vol goede moed melden we ons rond een uur  bij de sluis van het Sutton Dock, waar de sluiswachter ‘So  sorry’ is, dat hij ons moet laten wachten op een volgende schutting. Geen probleem, de zon schijnt en we hebben vakantie. Nadat we de grote breakwater voor  Plymouth zijn gepasseerd kunnen we zeilen, het is heerlijk weer en met een knik in de schoot gaat het lekker.
De breakwater die voor Plymouth ligt 

Zo'n twintig minuten zwemmen dolfijnen rond
de Iskander 
In de loop van de middag zwemt er een groep dolfijnen naast ons schip. In jaren zie je er geen enkele en deze vakantie tot nu toe elke tocht wel een paar! Deze  groep blijft zo’n twintig minuten om de Iskander spelen. Altijd weer feest!

Na een tijdje dient de volgende attractie zich aan. In de verte zien we de HNLMS Friesland, het schip van Myrthe, dat hier aan het oefenen is. Ze varen op ons af en passeren ons aan stuurboord, om een eindje verderop om te draaien en ons op te lopen. Een eind voor ons draaien ze weer en varen vervolgens aan bakboord langs. We zien Myrthe zwaaiend op de brug en krijgen een fotootje via Whatsapp, met de mededeling dat de Iskander zich tussen de Friesland, met ingedraaid kanon, en het doelwit bevond. Spannend…
De Friesland oefent voor Plymouth (klik hier voor filmpje)

Is dat Myrthe, die ons vanaf de brug in de gaten houdt?
Een prachtige maan verlicht de zee, maar sterren zie je daardoor niet meer
’s Nachts worden we vergezeld van een volle maan, die de zee prachtig verlicht. Ook vermeldenswaard is een schip, SAIPEM genaamd, dat volgens de AIS 200 meter lang en 100 meter breed is. Het heeft twee rode lichten naast elkaar, die beide ISO 2s branden, dat wil zeggen 1 seconde aan en 1 seconde uit. Het is al van grote afstand zichtbaar en ik zie het lange tijd voor een toren aan, maar ben in verwarring omdat ik op de kaart nergens een toren of (boor)platform kan vinden. Erg snel gaat het ook niet, 9 knopen, terwijl een normaal vrachtschip meestal rond de 20 knopen vaart. Later heb ik gegoogled dat het een platform voor de offshore industrie is.
De Franse gastenvlag in het stuurboordwant,
'Allons enfants de la patri-i-e....'


De volgende ochtend zien we alweer eventjes twee dolfijnen, te kort voor een foto. Het wordt haast gewoon. En gelukkig toch ook weer niet. Je wordt er altijd weer blij van.
Jan Willem verwisselt de Engelse gastenvlag voor de Franse.
De Bretonse kust dient zich aan met de hoogste vuurtoren  van de vele die daar staan, 'La Vièrge', ....
.... indrukwekkende rotspartijen ....
... en dit mooie scheepje
















Tegen twaalven meren we af in L’Aberwrac’h. Het is een vakantieplaatsje met vooral veel watersport. Er is een grote zeilschool. Overal zien we kinderen zeilen in catamaran of optimisten, surfen, suppen, kanoën. Franse kinderen hebben twee maanden zomervakantie, terwijl hun ouders meestal veel minder vrij zijn. Daarom zijn er van oudsher al veel vakantiekampen. Hier dus ook. Verder is er niet veel. ’s Winters is het hier ongetwijfeld uitgestorven.
’s Middags maken we een wandeling langs de kust en genieten van de mooie uitzichten en het sfeertje.
Uitzicht tijdens onze wandeling op een mooi huis op een landtong

17 juli – Tijd voor een goed boek

We blijven een dagje liggen. Na een nacht doorzeilen hebben we behoefte aan uitslapen en even rustig aan. Tijd voor een goed boek.
Er ligt een heel mooi ander Nederlands schip: de Ella uit Harlingen, een Van der Stad ontwerp. De eigenaar heeft motorproblemen: wier in de waterinlaat. Hij waarschuwt ons voor wiervelden.
’s Middags komt er een Nederlandse solozeiler naast ons liggen met een Jeanneau 37, de Ilou (we hebben hem niet gevraagd waar de ‘M’ is gebleven). Hij komt van Cherbourg en we bieden hem een kop koffie aan om even bij te komen. Ook hij heeft motorproblemen: een verstopte leiding door vervuilde diesel. Nadat hij de diesel heeft vervangen en de filters zijn schoon geblazen, vertrekt hij naar Brest.
's Avonds krijgen we spontaan een concert op de steiger. Een paar boten voor ons begint een man doedelzak te spelen. Een lied herken ik van een cd: 'The water is wide'.
Doedelzakspeler in de haven (klik voor  filmpje)
De Bretonse vlag (rechts) en
de Europese Pan Keltische naties vlag (links)
worden gehesen tijdens het doedelzakconcert



























Dan nog even iets over het getij. Er is hier echt een heel groot verschil tussen hoog en laag water. Hier volgen enkele voorbeelden:

Groene pilaar 'Roche aux Moines' bij laag water bij
aankomst in L'Aberwrac'h
.... en bij vertrek bij hoog water, het getijverschil is enorm!






















.... en dezelfde boot bij hoog water


Vissersboot langs de kade bij laag water....
























18 juli – Naar Camaret-sur-Mer

De deining slaat op de rotsen voor de Bretonse kust
Een sprongetje van blijdschap
Om de oversteek naar Spanje te maken is Camaret, dat gelegen is in de buurt van Brest, een prima startpunt. Dus wordt dat ons volgende doel. In verband met de stroom in het Chenal du Four, ten westen van Bretagne, vertrekken we vroeg, om kwart over zeven. Vanwege de forse deining lukt het ons niet om met 11 knopen ware wind op 38 graden aan de wind te zeilen. Op het IJsselmeer zou dat geen enkel probleem zijn. Maar hier gaat de motor voor ondersteuning aan.
Een dag geen dolfijnen is een dag niet geleefd! Ook nu weer zien we een groepje dolfijnen. We tellen vijf stuks.
Alweer dolfijnen. Het wordt bijna gewoon!
Die waarschuwing voor drijvend wier kregen we niet voor niks. Achter de boot drijft een grote bos wier, die achter het roer is blijven hangen. Met de pikhaak krijgen we het niet los. Jan Willem ligt (goed aangelijnd) op zijn buik op het uitgeklapte achterplatform met zijn arm in het water, terwijl ik de instructie krijg om het roer afwisselend van helemaal links naar uiterst rechts te draaien. Dat  heeft het gewenste effect. Het wier laat los en wij kunnen opgelucht adem halen.
Op Pointe Saint Mathieu staat een grote vuurtoren, een ruïne van een abdij....
... het nationale Marinemonument voor de gevallenen
voor Frankrijk, in de vorm van een rouwende vrouw


We passeren de mooie vuurtorens van Pointe St. Mathieu. Jan Willem had uitgerekend dat we fors stroom mee zouden krijgen, maar dat valt tegen. We doen er dan ook een stuk langer over dan gedacht.  Bij de kaap stroomt het overigens weer flink.Pas om twee uur ’s middags(in plaats van elf uur ’s ochtends) meren we af in Camaret.
Camaret, met de Notre Dame de Rocamadour en de Tour Vauban
Camaret is een aardig stadje met heel veel restaurantjes langs de kade. In het stadje hebben zich tal van kunstenaars gevestigd. De kwaliteit van het werk varieert nogal. Voor onze inkopen vinden we een boucherie, die behalve voortreffelijk vlees, zoals je dat in Nederland niet ziet, met mooie brochettes, kwarteltjes en ander gevogelte, diverse soorten worst en wel twintig soorten paté, ook een kleine supermarkt heeft. Dat is allemaal leuk natuurlijk, ,maar het stadje is vooral bekend om het kerkje Notre Dame de Rocamadour en de tour de Vauban, die vlak naast de haven staan.
Twee Breehorns 41 aan dezelfde steiger in Bretagne, en niet eens afgesproken
Als we terugkomen van onze boodschappen ligt daar zowaar nog een Breehorn 41, de Madame Chilet uit Oostende, van Werner en Elke. Natuurlijk maken we een praatje en dat leidt tot een afspraak later op de avond. Breehornzeilers vinden elkaar altijd weer. Zij zijn op de terugweg en geven ons een aantal leuke tips voor de Frans-Atlantische kust.



19 en 20 juli – De grote oversteek

Voor vertrek eerst nog het wier weghalen,
dat zich naast de boot verzameld heeft,
zodat het niet in de schroef komt.

Jan Willem heeft een aantal berekeningen met het programma QTVLM gemaakt. Daarmee kun je met behulp het polair diagram van je schip, dat aangeeft hoe hard het schip vaart bij verschillende windrichtingen en –sterktes, uitrekenen wat de beste route is bij een bepaalde windvoorspelling op verschillende tijdstippen van vertrek. Je ziet wat de windsnelheid en windhoek is op de route, hoeveel je aan de wind vaart, moet motoren, etc. Op basis daarvan hebben we besloten om vanochtend te beginnen aan de grote oversteek naar Spanje. Santander is ons doel.
We vertrekken om half elf, uitgezwaaid door Werner en Elke. Omdat het in de haven al 12 knopen waait, zetten we bij het hijsen van de zeilen direct een reef, buiten waait het immers harder. Ondanks de wind is het zicht slecht, nog geen mijl! De korte route die langs de kaap Pointe du Raz loopt laten we links liggen, omdat we daar hoge zeeën verwachten. Dat betekent wel 20 zeemijlen omvaren, maar op 300 mijl maakt dat niet zoveel uit.
Met een dubbel gereefd grootzeil en kotterfok gaat het nog steeds erg hard over een zee met hoge deining en flinke golven
Een groot deel van ons traject is aan de wind. Het hotst en klotst verschrikkelijk. ’s Avonds zijn we nog nauwelijks voorbij de Pointe du Raz als we gaan bijliggen om te koken. Koken op een stampend schip lukt niet. Ik voel me niet zo lekker en JW maakt het karwei af en gaat na het eten te kooi. Slapen lukt niet in deze verschrikkelijke wasmachine. Tegen tienen komt hij zijn bed uit en zegt dat hij het niet ziet zitten om zo de nacht in te gaan. Het bootje doet zijn werk goed maar dit is verre van leuk, hoewel het niet harder dan windkracht vijf waait. Met een reef in het grootzeil gaan we nog ruim boven de zeven knopen en met de grote deining en de hoge golven daarbovenop zullen we waarschijnlijk niet slapen. Ook de emotie rond het aanstaande vertrek van Sophie eist zijn tol.
Ook een vissersboot stuitert stevig op de golven
Wat is wijsheid? We verleggen onze koers naar de Frans-Atlantische kust, naar Les Sables d’Olonnes. Dat is bezeild op een ruimere, en dus comfortabelere koers. Bovendien steken we een tweede reef. Inmiddels is het bijna donker. Omdat de snelheid dan nog steeds te hoog blijft, zetten we de kotterfok erop en rollen de genua in. De bakstag moet nog gezet worden. Deze operatie in het bijna donker is alles behalve prettig en vooral een les om volgende keer de boel beter voor te bereiden. Maar als alles eenmaal staat, twee reven en kotter, komt de rust in het schip. Hoewel het nog steeds hard gaat, 6,5 tot 7 knopen door het water, voelt het veel beter.
’s Nachts komt de maan af en toe door de wolken en verlicht de golven. Het is een prachtig gezicht. ’s Ochtends verschijnen heel even twee dolfijnen naast de boot. Als ik binnen het fototoestel wil pakken zijn ze alweer verdwenen, maar mijn dag is weer goed.
Een prachtige bui in de verte kort voor aankomst op Ile d'Yeu


Les Sables d’Olonnes is met zuidwesten wind en grote deining slecht binnen te varen, dus verleggen we onze koers naar Ile d’Yeu, dat bovendien dichterbij ligt. In de loop van de middag draait de wind naar het westen en zwakt af, zodat we de laatste twee uurtjes de motor bijzetten.  Om half zes ’s avonds meren we af in de drukke haven van Port Joinville op Ile d’Yeu. Spanje gaan we dit jaar niet meer bereiken. Het blijft een belofte voor een volgend jaar.

We passeren het havenhoofd van Port Joinville. Nu eerst lekker uitrusten!