woensdag 24 juli 2019

Zomer 2019 - 15 t/m 20 juli: Op weg naar het zuiden


15 en 16 juli – Naar L’Aberwrac’h

Afscheid nemen ....

....en uitzwaaien
Gezicht op Barbican, de oude wijk van Plymouth
bij ons vertrek vanaf het schip































De dag begint met dat we Sophie naar de trein brengen.
In de Nederlandse politiek is een discussie gaande over het leveren van een fregat aan de operaties die handelsschepen begeleiden in de Straat van Hormuz nu de spanningen met Iran daar zijn tegenomen. Het kabinet neemt eind augustus een besluit hierover. Het is op dit moment onduidelijk of wij op tijd terug in Nederland zijn om Sophie nog te zien voor haar vertrek met het fregat Van Speijk, dat mogelijk hierop ingezet gaat worden. Als dat doorgaat dan is Sophie straks een half jaar weg in plaats van vier maanden. Het wordt een extra stevige knuffel bij het afscheid op het station. En dan gaan wij weer met zijn tweeën verder.





Het fort van Plymouth met de vuurtoren
Jan Willem heeft uitgezocht dat L’Aberwrac’h (spreek uit labervrak) de beste optie is. Dus vol goede moed melden we ons rond een uur  bij de sluis van het Sutton Dock, waar de sluiswachter ‘So  sorry’ is, dat hij ons moet laten wachten op een volgende schutting. Geen probleem, de zon schijnt en we hebben vakantie. Nadat we de grote breakwater voor  Plymouth zijn gepasseerd kunnen we zeilen, het is heerlijk weer en met een knik in de schoot gaat het lekker.
De breakwater die voor Plymouth ligt 

Zo'n twintig minuten zwemmen dolfijnen rond
de Iskander 
In de loop van de middag zwemt er een groep dolfijnen naast ons schip. In jaren zie je er geen enkele en deze vakantie tot nu toe elke tocht wel een paar! Deze  groep blijft zo’n twintig minuten om de Iskander spelen. Altijd weer feest!

Na een tijdje dient de volgende attractie zich aan. In de verte zien we de HNLMS Friesland, het schip van Myrthe, dat hier aan het oefenen is. Ze varen op ons af en passeren ons aan stuurboord, om een eindje verderop om te draaien en ons op te lopen. Een eind voor ons draaien ze weer en varen vervolgens aan bakboord langs. We zien Myrthe zwaaiend op de brug en krijgen een fotootje via Whatsapp, met de mededeling dat de Iskander zich tussen de Friesland, met ingedraaid kanon, en het doelwit bevond. Spannend…
De Friesland oefent voor Plymouth (klik hier voor filmpje)

Is dat Myrthe, die ons vanaf de brug in de gaten houdt?
Een prachtige maan verlicht de zee, maar sterren zie je daardoor niet meer
’s Nachts worden we vergezeld van een volle maan, die de zee prachtig verlicht. Ook vermeldenswaard is een schip, SAIPEM genaamd, dat volgens de AIS 200 meter lang en 100 meter breed is. Het heeft twee rode lichten naast elkaar, die beide ISO 2s branden, dat wil zeggen 1 seconde aan en 1 seconde uit. Het is al van grote afstand zichtbaar en ik zie het lange tijd voor een toren aan, maar ben in verwarring omdat ik op de kaart nergens een toren of (boor)platform kan vinden. Erg snel gaat het ook niet, 9 knopen, terwijl een normaal vrachtschip meestal rond de 20 knopen vaart. Later heb ik gegoogled dat het een platform voor de offshore industrie is.
De Franse gastenvlag in het stuurboordwant,
'Allons enfants de la patri-i-e....'


De volgende ochtend zien we alweer eventjes twee dolfijnen, te kort voor een foto. Het wordt haast gewoon. En gelukkig toch ook weer niet. Je wordt er altijd weer blij van.
Jan Willem verwisselt de Engelse gastenvlag voor de Franse.
De Bretonse kust dient zich aan met de hoogste vuurtoren  van de vele die daar staan, 'La Vièrge', ....
.... indrukwekkende rotspartijen ....
... en dit mooie scheepje
















Tegen twaalven meren we af in L’Aberwrac’h. Het is een vakantieplaatsje met vooral veel watersport. Er is een grote zeilschool. Overal zien we kinderen zeilen in catamaran of optimisten, surfen, suppen, kanoën. Franse kinderen hebben twee maanden zomervakantie, terwijl hun ouders meestal veel minder vrij zijn. Daarom zijn er van oudsher al veel vakantiekampen. Hier dus ook. Verder is er niet veel. ’s Winters is het hier ongetwijfeld uitgestorven.
’s Middags maken we een wandeling langs de kust en genieten van de mooie uitzichten en het sfeertje.
Uitzicht tijdens onze wandeling op een mooi huis op een landtong

17 juli – Tijd voor een goed boek

We blijven een dagje liggen. Na een nacht doorzeilen hebben we behoefte aan uitslapen en even rustig aan. Tijd voor een goed boek.
Er ligt een heel mooi ander Nederlands schip: de Ella uit Harlingen, een Van der Stad ontwerp. De eigenaar heeft motorproblemen: wier in de waterinlaat. Hij waarschuwt ons voor wiervelden.
’s Middags komt er een Nederlandse solozeiler naast ons liggen met een Jeanneau 37, de Ilou (we hebben hem niet gevraagd waar de ‘M’ is gebleven). Hij komt van Cherbourg en we bieden hem een kop koffie aan om even bij te komen. Ook hij heeft motorproblemen: een verstopte leiding door vervuilde diesel. Nadat hij de diesel heeft vervangen en de filters zijn schoon geblazen, vertrekt hij naar Brest.
's Avonds krijgen we spontaan een concert op de steiger. Een paar boten voor ons begint een man doedelzak te spelen. Een lied herken ik van een cd: 'The water is wide'.
Doedelzakspeler in de haven (klik voor  filmpje)
De Bretonse vlag (rechts) en
de Europese Pan Keltische naties vlag (links)
worden gehesen tijdens het doedelzakconcert



























Dan nog even iets over het getij. Er is hier echt een heel groot verschil tussen hoog en laag water. Hier volgen enkele voorbeelden:

Groene pilaar 'Roche aux Moines' bij laag water bij
aankomst in L'Aberwrac'h
.... en bij vertrek bij hoog water, het getijverschil is enorm!






















.... en dezelfde boot bij hoog water


Vissersboot langs de kade bij laag water....
























18 juli – Naar Camaret-sur-Mer

De deining slaat op de rotsen voor de Bretonse kust
Een sprongetje van blijdschap
Om de oversteek naar Spanje te maken is Camaret, dat gelegen is in de buurt van Brest, een prima startpunt. Dus wordt dat ons volgende doel. In verband met de stroom in het Chenal du Four, ten westen van Bretagne, vertrekken we vroeg, om kwart over zeven. Vanwege de forse deining lukt het ons niet om met 11 knopen ware wind op 38 graden aan de wind te zeilen. Op het IJsselmeer zou dat geen enkel probleem zijn. Maar hier gaat de motor voor ondersteuning aan.
Een dag geen dolfijnen is een dag niet geleefd! Ook nu weer zien we een groepje dolfijnen. We tellen vijf stuks.
Alweer dolfijnen. Het wordt bijna gewoon!
Die waarschuwing voor drijvend wier kregen we niet voor niks. Achter de boot drijft een grote bos wier, die achter het roer is blijven hangen. Met de pikhaak krijgen we het niet los. Jan Willem ligt (goed aangelijnd) op zijn buik op het uitgeklapte achterplatform met zijn arm in het water, terwijl ik de instructie krijg om het roer afwisselend van helemaal links naar uiterst rechts te draaien. Dat  heeft het gewenste effect. Het wier laat los en wij kunnen opgelucht adem halen.
Op Pointe Saint Mathieu staat een grote vuurtoren, een ruïne van een abdij....
... het nationale Marinemonument voor de gevallenen
voor Frankrijk, in de vorm van een rouwende vrouw


We passeren de mooie vuurtorens van Pointe St. Mathieu. Jan Willem had uitgerekend dat we fors stroom mee zouden krijgen, maar dat valt tegen. We doen er dan ook een stuk langer over dan gedacht.  Bij de kaap stroomt het overigens weer flink.Pas om twee uur ’s middags(in plaats van elf uur ’s ochtends) meren we af in Camaret.
Camaret, met de Notre Dame de Rocamadour en de Tour Vauban
Camaret is een aardig stadje met heel veel restaurantjes langs de kade. In het stadje hebben zich tal van kunstenaars gevestigd. De kwaliteit van het werk varieert nogal. Voor onze inkopen vinden we een boucherie, die behalve voortreffelijk vlees, zoals je dat in Nederland niet ziet, met mooie brochettes, kwarteltjes en ander gevogelte, diverse soorten worst en wel twintig soorten paté, ook een kleine supermarkt heeft. Dat is allemaal leuk natuurlijk, ,maar het stadje is vooral bekend om het kerkje Notre Dame de Rocamadour en de tour de Vauban, die vlak naast de haven staan.
Twee Breehorns 41 aan dezelfde steiger in Bretagne, en niet eens afgesproken
Als we terugkomen van onze boodschappen ligt daar zowaar nog een Breehorn 41, de Madame Chilet uit Oostende, van Werner en Elke. Natuurlijk maken we een praatje en dat leidt tot een afspraak later op de avond. Breehornzeilers vinden elkaar altijd weer. Zij zijn op de terugweg en geven ons een aantal leuke tips voor de Frans-Atlantische kust.



19 en 20 juli – De grote oversteek

Voor vertrek eerst nog het wier weghalen,
dat zich naast de boot verzameld heeft,
zodat het niet in de schroef komt.

Jan Willem heeft een aantal berekeningen met het programma QTVLM gemaakt. Daarmee kun je met behulp het polair diagram van je schip, dat aangeeft hoe hard het schip vaart bij verschillende windrichtingen en –sterktes, uitrekenen wat de beste route is bij een bepaalde windvoorspelling op verschillende tijdstippen van vertrek. Je ziet wat de windsnelheid en windhoek is op de route, hoeveel je aan de wind vaart, moet motoren, etc. Op basis daarvan hebben we besloten om vanochtend te beginnen aan de grote oversteek naar Spanje. Santander is ons doel.
We vertrekken om half elf, uitgezwaaid door Werner en Elke. Omdat het in de haven al 12 knopen waait, zetten we bij het hijsen van de zeilen direct een reef, buiten waait het immers harder. Ondanks de wind is het zicht slecht, nog geen mijl! De korte route die langs de kaap Pointe du Raz loopt laten we links liggen, omdat we daar hoge zeeën verwachten. Dat betekent wel 20 zeemijlen omvaren, maar op 300 mijl maakt dat niet zoveel uit.
Met een dubbel gereefd grootzeil en kotterfok gaat het nog steeds erg hard over een zee met hoge deining en flinke golven
Een groot deel van ons traject is aan de wind. Het hotst en klotst verschrikkelijk. ’s Avonds zijn we nog nauwelijks voorbij de Pointe du Raz als we gaan bijliggen om te koken. Koken op een stampend schip lukt niet. Ik voel me niet zo lekker en JW maakt het karwei af en gaat na het eten te kooi. Slapen lukt niet in deze verschrikkelijke wasmachine. Tegen tienen komt hij zijn bed uit en zegt dat hij het niet ziet zitten om zo de nacht in te gaan. Het bootje doet zijn werk goed maar dit is verre van leuk, hoewel het niet harder dan windkracht vijf waait. Met een reef in het grootzeil gaan we nog ruim boven de zeven knopen en met de grote deining en de hoge golven daarbovenop zullen we waarschijnlijk niet slapen. Ook de emotie rond het aanstaande vertrek van Sophie eist zijn tol.
Ook een vissersboot stuitert stevig op de golven
Wat is wijsheid? We verleggen onze koers naar de Frans-Atlantische kust, naar Les Sables d’Olonnes. Dat is bezeild op een ruimere, en dus comfortabelere koers. Bovendien steken we een tweede reef. Inmiddels is het bijna donker. Omdat de snelheid dan nog steeds te hoog blijft, zetten we de kotterfok erop en rollen de genua in. De bakstag moet nog gezet worden. Deze operatie in het bijna donker is alles behalve prettig en vooral een les om volgende keer de boel beter voor te bereiden. Maar als alles eenmaal staat, twee reven en kotter, komt de rust in het schip. Hoewel het nog steeds hard gaat, 6,5 tot 7 knopen door het water, voelt het veel beter.
’s Nachts komt de maan af en toe door de wolken en verlicht de golven. Het is een prachtig gezicht. ’s Ochtends verschijnen heel even twee dolfijnen naast de boot. Als ik binnen het fototoestel wil pakken zijn ze alweer verdwenen, maar mijn dag is weer goed.
Een prachtige bui in de verte kort voor aankomst op Ile d'Yeu


Les Sables d’Olonnes is met zuidwesten wind en grote deining slecht binnen te varen, dus verleggen we onze koers naar Ile d’Yeu, dat bovendien dichterbij ligt. In de loop van de middag draait de wind naar het westen en zwakt af, zodat we de laatste twee uurtjes de motor bijzetten.  Om half zes ’s avonds meren we af in de drukke haven van Port Joinville op Ile d’Yeu. Spanje gaan we dit jaar niet meer bereiken. Het blijft een belofte voor een volgend jaar.

We passeren het havenhoofd van Port Joinville. Nu eerst lekker uitrusten!

1 opmerking:

  1. Zo dat zijn heftige momenten, afscheid van Myrthe voor wellicht wel een langere tijd. Dit jaar niet Spanje bereiken, wel heel veel dolfijnen die maken iedere dag weer goed. Tot het volgende blog. Fijne tijd samen.

    BeantwoordenVerwijderen