dinsdag 27 juli 2021

18 t/m 24 juli 2021: Van Cherbourg naar Camaret-sur-Mer

Zondag 18 en maandag 19 juli: Van Cherbourg naar Roscoff 




Napoleontische versterkingen voor de Rade de Cherbourg
Na een paar gezellige dagen in Cherbourg wordt het weer tijd om verder te gaan. Nog even een wasje en andere klusjes. Ik concentreer me op het blog. Hier is goede WiFi en kan ik misschien nog net publiceren. De mannen overleggen op de steiger over de te nemen route. De Chiara wil naar Camaret, de Zeerob naar L’ Aberwrach en wij vinden Roscoff wel ver genoeg. Of toch L’ Aberwrach, of misschien toch nog verder? Gaan we door de Race of juist boven Alderney langs? En langs welke kant passeren we Guernsey? Rond half vier ‘s middags gooien we los. Er staat weinig wind, die ook nog achterlijk is, zodat we hem dood varen. De Chiara en de Zeerob zijn ons al voorgegaan. In de Grande Rade, de voorhaven van Cherbourg, hoor ik opeens een gesnuif vlak naast het schip en worden we getrakteerd op een grote groep dolfijnen, die weer verdwenen zijn voordat ik de camera kan pakken. In de verte maken ze mooie sprongen. 
Stroomrafelingen in de Race van Alderney, 
op de achtergrond de vuurtoren van Cap de la Hague



In Race van Alderney is de stroom beperkt. De snelheid komt niet boven de 10 knopen uit. Maar er komt wel wat wind bij, de kotterfok wordt gewisseld voor de Code-0 en we gaan en blijven zeilen, hoewel de snelheid ‘s nachts terugloopt tot minder dan drie knopen. Een mooie oefening voor volgend jaar, als we naar de Azoren gaan, - Corona volente-, en je ook niet onbeperkt kunt motoren. 
Zonsondergang











Op een prachtige zonsondergang, waarvan Jan Willem geniet, volgt een ongekend mooie sterrenhemel, die mij ten deel valt. Terwijl het schip rustig voortkabbelt, geniet ik liggend op mijn rug op de bank. 





Jan-van-genten in de buurt van Les Sept Iles, een beschermd vogelparadijs

Eigenlijk wilden we naar Morlaix, dat verderop aan de rivier ligt, maar vanwege onze lage snelheid staat het getij tegen en lukt dat niet. Begin van de avond komen we in Roscoff aan. Nog tijd genoeg voor een lekkere wandeling door dit prachtige Bretonse plaatsje. 

 


Roscoff heeft een prachtig oud centrum



Dinsdag 20 juli: Naar Camaret 

Roscoff in de ochtendzon, bij ons vertrek

Onze volgende bestemming wordt Brest. Om in het Chenal du Four de stroom mee te hebben vertrekken we ‘s ochtends om half negen en moeten we voldoende snelheid houden. Waar we een dag eerder ervoor kozen om niet te motoren, doen we dat nu dus wel. Tussendoor proberen we nog wel even om ‘melk meisje’ te varen (voor de wind, met de fok te loevert), maar dat wordt geen succes.
De vuurtoren ‘La Vierge’ bij L’Aberwrac’h

Ter hoogte van de vuurtoren ‘La Vierge’ bij L’ Aberwrac’h, - by the way de hoogste vuurtoren van Frankrijk -, zien we vissende dolfijnen springen. Ik heb ze in een eerder blog al eens beschreven. Ze werken samen en jagen terwijl ze in cirkels zwemmen de de makrelen bij elkaar en hoeven vervolgens alleen nog maar met hun bek open te zwemmen voor een feestmaal. De janvangenten en de meeuwen eten mee. Maar helaas te ver weg voor een foto. Onderweg appt Jan Willem met Nynke van de Grote Mees, die ook in deze contreien rondvaart. Zij zegt dat Brest veel te warm is met dit weer en we beter voor Camaret kunnen kiezen.



 
Eten aan boord kan heel lekker zijn





Een driegangendiner bestaande uit tomatensla, quiche en een citroenmeringue dessert eten we in de kuip. Als we de bocht bij het Chenal du Four nemen, kan eindelijk de motor uit en gaan we weer melkmeisje zeilend verder.


De prachtige vuurtoren van Saint Mathieu







Voorbij de Pointe de Saint Mathieu komen we in de Ranse de Brest. Een tropisch warme föhnwind komt ons tegemoet. Nynke heeft toch gelijk. Het laatste stuk naar Camaret motoren we en we maken de boot klaar voor afmeren. Aangekomen maken we vast aan een meerboei, vlak naast de Zeerob, die ons is voorgegaan. Even verderop zien we nog een bekende liggen: de Temptation van Rainier en Annet. 









22 t/m 24 juli: Luieren, verwaaid liggen en wandelen

Trotse Breehorns, op de voorgrond onze Iskander en daarachter de Zeerob van Rob en Dianne

We blazen de dinghy op, zetten het motortje erop en ik vaar een beetje onwennig een rondje. Motoren in de bijboot was nooit mijn sterkste kant. We gaan langs de Temptation en dan worden we toegezwaaid van een ander schip, de Noorderzon. Een stoere stalen Koopmans tweemaster. Daar treffen we, naast de bemanning van de Temptation, Oebele en Marjolein, een jong en enthousiast stel dat hun zekerheid in Nederland heeft verruild voor een vrij bestaan, om met dit mooie schip de wereld rond te zeilen. Weer terug op onze Iskander vaart JW nog even een rondje in de bijboot om foto’s te maken nu de zon precies goed staat en voordat de Zeerob in de loop van de ochtend vertrekt. Wij hebben behoefte aan onthaasten en blijven nog even. 
Camaret-sur-Mer, beroemd om de scheepswrakken en de Tour Vauban


De bijboot heeft een oude reparatie in de opblaasvloer, die verdacht begint op te bollen. Die houdt het niet meer lang uit en zonder harde vloer kunnen we er niet mee varen, dus verkassen we naar een steiger. We moeten immers reparatie spul kopen voor het lek. Na de siesta gaan we aan de wandel door het langgerekte dorp. Camaret staat bekend om de Tour Vauban en de kadavers van vissersschepen die hier als toeristentrekker te rusten zijn gelegd. Langs de kade zijn veel restaurants voor moules-frites en crêpes, en in de straten daarachter veel galerietjes met kunst van wisselende kwaliteit. Helemaal aan het einde van de kade ligt ‘Le Comptoir de la Mer’, een watersportwinkel waar we onze lijm vinden. Terug maak ik een salade van alle restjes die we nog hebben: aubergine, paprika, kikkererwten, abrikozen, rode ui, komkommer, tomaat en feta. Morgen doen we weer boodschappen. De volgende morgen lijmen we het vloertje van de bijboot met tweecomponentenlijm. Droogtijd is 48 uur voordat we het weer kunnen opblazen, dus ruimen we de bijboot ook maar op. Jan Willem heeft de lijm gemengd met een plastic lepeltje in een plastic bekertje.
Agressieve tweecomponentenlijm 

Al gauw lost het lepeltje op. Het idee was om het restant lijm in het bekertje te laten uitharden, maar als ik een tijdje later kijk is ook het bekertje helemaal zacht geworden. Gelukkig hebben we nog een leeg blikje. Gauw zet ik het bekertje veilig erin. 
Aan de overkant van de steiger ligt een stevig schip met een Duits stel met wie we aan de praat raken. Zij spreekt uitzonderlijk goed Nederlands. Ze willen naar de Middellandse zee en eventueel volgend jaar oversteken, als Corona geluwd is. We komen steeds meer mensen met zulke plannen tegen. Is het Europese werkende bestaan voor veel mensen te jachtig en teveel door regels beperkt? Bij heel veel mensen trekt in elk geval de vrijheid van de zee. Natuurlijk zitten we door ons type schip ook in zo’n omgeving. En eerlijk gezegd, af en toe kriebelt het ook wel, maar er zijn teveel dingen die ons tegenhouden. 


‘s Middags komt er een regatta van klassieke Bretonse schepen binnen. Prachtige traditionele schepen en scheepjes met gaffeltuigen en topzeilen, klassieke houten plezierjachten uit vroeger tijden, en ook nog een grote houten roeisloep met zeilen. In het rustige weer varen ze hun ererondje door de binnenhaven voordat ze naast elkaar afmeren. ‘s Avonds is er een bescheiden feestje op de kade. Vanuit de verte waaien de flarden muziek over. 





Regatta van klassieke schepen 




Als de regatta op vrijdagochtend naar Douarnenez vertrekt, staan we op de pier om foto’s te maken. Later op de ochtend volgt een fikse onweersbui met regen en veel wind. We hebben het te doen met die scheepjes, zo groot zijn ze niet. Ze zijn vast nog onderweg en het laatste stuk hebben ze de wind op de kop. De hele dag blijft er onweer en in de buien draait de wind alle kanten uit. 
De roeisloep vaart ook uit















Hij is al vaker mee geweest























Omdat morgen de troggen nog steeds het weer beeld beheersen, stellen we ons vertrek uit tot zondag. Maar dan willen we ook in één keer naar La Rochelle aan de Frans-Atlantische kust. Volgens planning is dat zo’n 38 uur.




De kliffen kleuren voorzichtig paars 

De volgende ochtend is het weerbeeld een stuk beter en wil Jan Willem die middag toch vertrekken. Helaas zijn onze buren niet aan boord en kunnen we niet weg, dus wordt het een wandeling over de kliffen, ook geen straf. De hei begint al voorzichtig paars te kleuren. En de vergezichten zijn indrukwekkend. Camaret is ook leuk voor niet-zeilers.















Monument bij Pen Hir


Aan de wandel



























Terug aan boord kondigen onze buren aan dat ze morgenochtend om acht uur vertrekken om door de Raz du Sein te gaan. Wij sluiten graag aan. 
Maar eerst gaan we nog moules-frites aan de kade eten. De mosselen zijn heerlijk, maar vallen bij mij jammer genoeg totaal verkeerd. Later op die avond kan ik het toilet opzoeken, want mijn darmen… Enfin, daar zal ik nog een paar dagen last van houden.


















zondag 18 juli 2021

10 t/m 17 juli 2021: Eindelijk op weg

 10 en 11 juli: Van Den Helder naar Oostende

Vertrek uit Den Helder
 Na een week vol onderhoudsperikelen gaat het nu dan toch gebeuren. Jan Willem heeft bekeken wanneer het getij goed staat om door het Marsdiep naar het zuiden te spoelen en om iets voor tienen vertrekken we uit de KMJC-marina in Den Helder. 
Marineschepen in de 
haven van Den Helder
Even een Whatsappje naar de kinderen, om te vertellen dat we onderweg zijn. Op het Marsdiep staat de wind nog pal tegen, en houden we de motor erbij, maar als we dat voorbij zijn gaat de wind meelopen. Alhoewel, we vragen ons af welke wind. Uiteindelijk zullen we de hele tocht naar Oostende motoren.

Ter hoogte van Petten ziet Jan Willem twee bruinvissen, een mooi begin van de vakantie. Hopelijk zullen we ook deze zomer weer veel dolfijnen ontmoeten. 
Duinen aan de Noord-Hollandse kust
De wind zakt terug naar 2 knopen. De Noordzee wordt als een spiegel en de horizon is nauwelijks meer te onderscheiden. Als we rond zes uur ‘s avonds ter hoogte van Scheveningen zijn, vraagt Jan Willem of we naar binnen zullen gaan voor een overnachting, maar de verwachting is dat het morgen niet veel beter wordt en dus gaan we verder naar Oostende. 
Gezicht op Scheveningen


De rustige zee nodigt uit tot uitgebreid koken, dus maak ik mijn favoriete risotto met witloof en zalm, naar een recept van de Belgische kok Jeroen Meus, dat ik ooit van Adelheid van de Pat Panick kreeg. 
Rond negen uur passeren we de Maasmond, waarbij we één keer onze koers verleggen om achter een vrachtvaarder langs te sturen en daarna gaat JW te kooi. 
Een vrachtschip bij de Maasmond


Als het donker is geworden, licht de boeggolf fel blauw op vanwege de zeevlam, dat is een soort alg. Een even prachtig als intrigerend verschijnsel. Helaas lukt het me niet om het te fotograferen. Het licht van de camera maakt me nachtblind en ik stop mijn pogingen, want dat is onveilig. Rond half twee ‘s nachts wisselen we de wacht. Jan Willem dealt met de drukke scheepvaart voor Zeebrugge. Om zes uur ‘s ochtends ben ik weer aan de beurt en geniet van ‘Turneriaanse’ luchten van wolken en zon. Een uurtje later naderen we Oostende en haal ik JW uit zijn bed vanwege de approach.
Turneriaanse luchten bij Zeeland








Vlak voor Oostende zitten we plotseling in dichte mist. Dat voelt altijd onheilspellend. Gelukkig hebben we radar, want niet elk schip is via AIS zichtbaar op het scherm van de kaartplotter. Even later zien we achter ons de mistbanken over het water wegdrijven. Ook weer heel Turneriaans (naar William Turner, een van de grootste Engelse schilders uit de 19e eeuw).
Om kwart voor acht varen we de sluis van het Mercatordok binnen. De Havenmeester verwelkomt ons persoonlijk, nadat we ons hebben aangemeld met “Hier zeiljacht Iskander” en de afmetingen van de boot hebben opgegeven: “Welkom terug, meneer Schouten”. Het was in 2017 dat we hier voor het laatst waren, maar het voelt wel heel warm.

11 en 12 juli: Vakantiestemming in Oostende

Op bezoek in het Ensorhuis

Als we om half negen in de box liggen, gaan we eerst maar eens even afkicken en opruimen, en dan bepalen we onze plannen voor de dag. Naast de haven staat een reclamezuil met een aankondiging van een tentoonstelling van werken van James Ensor in het Ensorhuis. Nu lijkt dat vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Het zijn werken uit de KBC-bank collectie die daar tijdelijk zijn te zien. Het Ensorhuis is het vroegere woonhuis van de schilder, maar heeft geen eigen originele werken in bezit. Die zijn niet te betalen voor zo’n lokaal museum. Het Mondriaanhuis in Amersfoort heeft bijvoorbeeld ook slechts enkele schetsen van Mondriaan zelf in bezit, en geen enkel schilderij. Desalniettemin brengen we er een aangename middag door, constateren dat die James Ensor een geniaal buitenbeentje was.

Aan de boulevard …

Van Oostende



Daarna wandelen we over de boulevard, waar je niet meer kunt ontkomen aan het vakantiegevoel. Zonnig weer, drukte, gehuurde trapkarren in verschillende uitvoeringen en heel veel etende mensen.
De schipper van de Madame Chilet, een Breehorn 41 met thuishaven Oostende komt langs. Hij had ons zien liggen en wilde toch even gedag zeggen. Hij wil naar de Faroer eilanden. Misschien zien we hem in september bij het `Breehornweekend.

De volgende morgen slapen we een gat in de dag, zoals altijd na een nacht te hebben doorgevaren. Het wordt een dag van klusjes en foerageren. En opeens staan daar twee mensen die vanaf de kade onze activiteiten gadeslaan. Het duurt even voordat we het opmerken. Het zijn Ad en Joke, waarmee we vroeger vakantietochten hebben gemaakt, bijna in een vorig leven, zo lang geleden. De klussen gaan aan de kant en ze komen aan boord om bij te praten. Zo gezellig om te horen hoe het hun en hun kinderen vergaan is. Die hebben immers ook met onze kinderen opgetrokken. En nu zijn wij dus allemaal gepensioneerd.

13 en 14 juli: Naar Cherbourg 

Klaar voor vertrek in de Mercatorsluis

We zouden koffie gaan drinken op de Chiara, die gistermiddag is aangekomen, maar Michiel belt dat ze direct willen vertrekken, na een alarmerend bericht van de havenmeester dat er slecht weer aankomt. Wij zien dat niet in de voorspellingen. Nou, dan volgen wij ook maar en om 11 uur varen we uit, twee uur eerder dan gepland. Er staat een perfect noordoostenwindje en we schieten goed op. Op het begin loopt ook de stroom nog mee en regelmatig tikken we de acht knopen aan. We passeren Nieuwpoort, Duinkerken en Calais en zien op de AIS dat de Chiara, die een uurtje voor ons ligt, naar Boulogne gaat, maar wij varen strak langs het verkeersscheidingsstelsel verder terwijl de zon in een rode gloed onder gaat. Jan Willem gaat te kooi en ik neem de eerste wacht. Met de zonsondergang neemt ook de wind af en moet de motor erbij.


Zware industrie bij Calais








Zonsondergang voor Boulogne




Boven Boulogne licht het vuurwerk op ter ere van quatorze juillet, de Franse nationale feestdag. Ze pakken flink uit!  Het verkeersscheidingsstelsel reikt tot halverwege het kanaal en er lijkt geen einde aan te komen. Het is er druk met al die reusachtige containerschepen die de consumptiehonger van West-Europa moeten stillen. Ernaast, in het gedeelte waar wij varen is bijna niets te doen. Eén ander jacht zien we op de radar, de Belava, waar we in het donker mee op varen. Zodra de wind aantrekt en we weer kunnen zeilen gaan we er in de nacht voorbij. Later, in Cherbourg, zal blijken dat dat een Russisch schip is. Die heeft al een flinke trip achter de rug.
Heel veel verkeer in het verkeersscheidingsstelsel

Onder helling eten zonder knoeien is een kunst
Hoe maak je een driegangendiner als het schip aan de wind op de golven ligt te stampen? Nou gewoon een tonijnsalade uit blik van RioMare vooraf, een kant-en-klaar lasagne van de Delhaize als hoofdgerecht en een mokkapuddinkje in een plastic bekertje als dessert. Daarna oploskoffie met een chocolaatje.
Ondanks dat we zoveel mogelijk hoogte te houden, kunnen we niet voorkomen dat we op het laatste stuk nog een paar slagen moeten maken. En dan gaat ook de stroom nog tegen staan, wat ons een paar uur extra kost. 
Voor Cherbourg krijgen we onze tweede 14 juillet-vuurwerkshow. Ook hier is het groots.
Het aanvaren van de stad in het donker is lastig. Zie tussen al die lichtjes maar eens de verlichting van de juiste tonnen te vinden. En hoewel we uit eerdere ervaring weten dat hier heel veel manoeuvreerruimte is, zijn we toch heel onzeker als we de havenhoofden passeren. We zijn blij als we aan het langsponton zijn afgemeerd. Eerst even afkicken en dan naar bed en lekker slapen.

15 t/m 17 juli: Cherbourg

Rue du Commerce - Cherbourg
Het is heerlijk weer als we na een lange nacht wakker worden en naar een gastenbox verkassen. Overal zijn schepen uitgedost met vlaggen. Morgen start hier een etappe van de Tour de la Manche regatta en er liggen over de honderd schepen gestapeld aan twee lange steigers. Er heerst een speciale opgewonden sfeer. Bemanningswissels vinden plaats met afscheid en begroetingen alsof Corona nooit heeft bestaan.
Een paar boxen verder ligt de Chiara van onze vrienden Michiel en Annet. Zij zijn vanochtend aangekomen, na een hele snelle tocht vanuit Boulogne. Op de Iskander spoelen we het zout van de boot en doen we de was. 

Tijdens de borrel op de Chiara maken we kennis met Evelien en Hidde van de Via Mio, ook toerzeilers.
‘s Avonds is er een feest bij de haven voor de bemanningen van de wedstrijdboten met disco en optredens, En met veel drank, zoals we de volgende ochtend aan de rondslingerende flessen kunnen zien. De schepen zijn dan al vertrokken. Als ik ga joggen zie ik in de verte een woud van mastjes.
In de loop van de dag komt de Zeerob van Robert en Dianne binnen, ook Breehornzeilers. Zij komen rechtstreeks uit Scheveningen.
Jan Willem wisselt ideeën uit met Michiel die zijn boot heeft voorbereid op een rondje Atlantic en binnen de kortste keren ligt de Iskander vol met lijnen die toch weer net anders georganiseerd moeten worden. Er worden nieuwe takelingen gemaakt en een ketting aangebonden. Als hij klaar is, is hij heel tevreden! 
Breehornreünietje aan boord van de Zeerob

Ik struin samen met Annet de stad door op zoek naar iets lekkers voor bij de borrel op de Zeerob vanmiddag. We vinden een fantastische kaaswinkel en worden daarna van het kastje naar de muur gestuurd voor een poissonnerie, een viswinkel dus. Enfin, anderhalf uur en een hoop uitgewisselde verhalen verder vinden we een winkel met heerlijke vis.
Op de Zeerob is het een warm weerzien. We zijn Robert en Dianne al verschillende reizen tegengekomen en altijd hebben we het goed met elkaar. Dianne heeft lekkere happen en ook onze kaasjes zijn een succes. 
Terug aan boord genieten we van de verse gamba’s uit de viswinkel. We bellen met Matthijs, die in IJsselstein is. Het is een prachtige avond om in de kuip aan het blog te werken.
Die nacht slaap ik slecht: pijn in mijn rechter onderbeen. Misschien toch iets te fanatiek gejogd, terwijl ik toch echt heb geprobeerd om netjes te doceren.

Zaterdagochtend gebruik ik om een schets te maken van de Cathédrale Sainte Trinité, die naast de haven ligt. ‘s Middags fietsen we naar het Musée de la Liberation, in het fort boven op de berg. Nou ja fietsen? De berg op lopen we met de fiets aan de hand. Halverwege komt een wielrenner ons achterop gefietst. Hij wel. 
Uitzicht op Cherbourg vanaf het fort

Het uitzicht vanaf het fort is prachtig en het museum ook. Indrukwekkend vond ik de zaal van de krijsgevangenen, waar de verhalen van geallieerde krijgsgevangenen naast die van Duitse  krijgsgevangenen werd verteld. Aan beide kanten gewone militairen die hun plicht deden voor hun land.
‘s Avonds dineren we met de bemanningen van de Zeerob en de Chiara in het Café de Paris aan de binnenhaven, een toprestaurant, dat ik iedereen kan aanbevelen. En de sfeer is ook uitmuntend. Een afzakkertje op de Iskander sluit de avond waardig af. Morgen gaat ieder weer zijn eigen weg.


maandag 12 juli 2021

 4 t/m 10 juli 2021: Verplicht vakantie in Friesland


De accu’s zijn overleden


Wachten op accu’s in Woudsend
Maandagochtend staat Mark van Breehorn al vroeg op de stoep om het elektriciteitsprobleem te onderzoeken. Wij zitten nog aan het ontbijt, hij heeft er al twee uur opzitten. Al gauw wordt het euvel duidelijk. De pijnlijke boodschap is dat er nieuwe accu’s moeten komen en de tweede slechte boodschap is dat ze niet op voorraad zijn bij de leverancier. Waarschijnlijk zijn ze er op woensdag. Wachten dus…

Wij hebben ondertussen een auto kunnen lenen bij Breehorn (heel fijn!) en maken van de gelegenheid gebruik om op bezoek te gaan bij onze vrienden Peter en Barbara in Joure. Het wordt een hartelijk weerzien, want sinds Corona hebben we ze niet meer ontmoet. Om vier uur moeten we de auto weer inleveren.



De molen van Woudsend






Dus gaan we maandagmiddag het dorp in, wandelen de ‘elfstegentocht’ en doen wat boodschappen. Mooi plaatsje, Woudsend! Aan boord klussen en lezen we wat. ‘S Avonds een kop koffie bij Café de Watersport bij de brug. Daar kwamen we 40 jaar geleden ook al, maar toen met de Valk.


De brug met Café de Watersport








Wandelen door het Friese land naar Balk

Even een slokje water op weg naar Balk


Dinsdag is het de bedoeling om de kuip dezelfde behandeling te geven als eerder de romp heeft ondergaan, maar met 6 Beaufort uit het zuidwesten waait de kuip vol zand. Dus zoeken we een andere bezigheid: een wandeling van anderhalf uur naar Balk door het weidse Friese landschap en langs het Slotermeer. Opvallend is dat we een bordje ‘Balk 5 km’ zien, en na een half uur lopen weer een bordje ‘Balk 5km’, terwijl we toch echt in de goede richting lopen! Misschien hadden ze bordjes over.



Het grachtje in Balk




Het stadhuis van Balk



Balk blijkt een veel mooier plaatsje dan we hadden gedacht, met een mooi stadhuis en een gracht in het centrum, waar het riviertje de Luts door stroomt. Het is een streekcentrum met zelfs een Hema en een Hubo. Terug gaan we met de bus, want het regent inmiddels. In een kwartiertje zijn we weer thuis. Die avond blijft het weer stormachtig.

Kijk, zo’n vakantie in Friesland kan best leuk zijn, zeker als je al die andere toeristen ziet genieten, maar als je er zelf niet voor gekozen hebt voelt het toch anders. We maken er het beste van.





Donkere lucht boven de werf van Breehorn

Fietsen naar Heeg

De palingaak in Heeg

Woensdagochtend zijn de accu’s er nog niet, een tegenvaller. Het waait nog steeds teveel om te poetsen. We pakken de fiets en gaan lunchen in Heeg. Dat is geen straf: heerlijk weer, een prachtige fietstocht en een lekkere lunch op het terras aan het water, met uitzicht op de palingaak, een stoer nagebouwde klassieke platbodem. Net vakantie dus. Terug bij Breehorn informeert Jan Willem naar de stand van zaken. Er wordt gebeld, overlegd en dan is het bericht dat het toch een andere accuconfiguratie nodig is en die is wel beschikbaar. Tja, dat doet de wenkbrauwen even fronsen, maar de eerlijkheid waarderen we wel.


Een ongeluk komt nooit alleen


Donderdagochtend om acht uur staat Jan Willem met een auto van Breehorn in Grouw op de stoep om de accu’s op te halen. Eenmaal terug in Woudsend, werkt Mark zich uit de naad om het spul er netjes in te krijgen. Daarna nog afregelen met de laptop en dan kunnen we gaan…, denken we. Het toilet staat tot aan de rand vol met water, niet schoon natuurlijk. Wat nu weer? Vier nachten de vuilwatertank vullen is blijkbaar teveel van het goede. Nadat dit euvel is opgelost, kunnen we eindelijk vertrekken. Te laat voor een etentje met Sophie in Den Helder, dat is wel duidelijk. 
Vol goede moed varen we iets na tweeën via de Rakken naar het Heegermeer. En daar, midden in de vaargeul lopen we muurvast. Drie keer hebben we dit traject in de afgelopen weken gevaren en het is steeds goed gegaan, maar nu helpt extra gas en stuur dwars, etc. helemaal niets. Nou is het prachtig weer en hebben we eten voor minstens een week aan boord, maar toch. Gelukkig zijn er voldoende behulpzame boten op het water, maar ze zijn niet allemaal even geschikt, zullen we maar zeggen.
Dan komt er een flinke sloep gevuld met een grote familie die wel zin heeft in een verzetje. 40 PK ligt erin, zegt de trotse eigenaar en hij lijkt er ook verstand van te hebben. Maar ook 40 PK trekt ons niet los. Meer hulp erbij: een mooi zeiljacht met weinig diepgang biedt aan om te krengen. Voor de leken die dit lezen: dat is het schip aan de mast scheef trekken om de diepgang te verminderen. Dat helpt. Met vereende krachten komen we eindelijk los, om honderd meter verder weer vast te lopen. Maar gelukkig zijn onze redders nog in de buurt. Volgens ons is het peil van het Heegermeer in de afgelopen dagen zo’n 20 cm verlaagd.


Onze redders volgen ons nog even om te zien of het goed gaat, en niet voor niets!

Dan gaan we zonder verder oponthoud op weg, door de sluis bij Stavoren het IJsselmeer op en rond half tien meren we af in Den Oever, waar we lekker slapen.

Meet and greet met de Karel Doorman

De Karel Doorman voor Den Helder

Vrijdagochtend gaan we rond tien uur door de Stevinsluis bij Den Oever, op weg naar Den Helder. Voor Den Helder wachten we op de aankomst van het marineschip de Karel Doorman, waar onze schoondochter Myrthe als navigatieofficier op vaart. Het schip komt die middag terug van een oefening en het lijkt ons leuk haar welkom te heten, nu we toch in de buurt zijn. Het is by far het grootste schip van de Koninklijke Marine en heeft een bevoorradingsfunctie. Indrukwekkend!


Is dat Myrthe daar, met die verrekijker?




Genieten van het gezelschap en het uitzicht









Die avond eten we met Myrthe en Sophie bij de Marineclub met prachtig uitzicht over de Waddenzee en de haven. Een mooi begin van de vakantie.