dinsdag 19 juli 2016

11 t/m 17 juli: Van het eiland Rona naar Lochboisdale op de westelijke Hebriden

11 juli: Wandelen en verse krab

De Iskander helemaal alleen in de baai Acarseid Mhor bij Rona
Bloeiende vetplantjes op de rotsen
De andere schepen in de baai vertrekken in de ochtend en zodra de Iskander als enige over is, zoeken we de beste ankerplek. Terwijl wij koffie drinken in de kuip komen Bill en Hugh langs met hun vissersboot en roepen dat ze prawns voor ons gaan vangen.
Wij daarentegen gaan wandelen op het eiland. De route gaat over grindpaden die hier en daar fors steil zijn. Met een gewone auto valt hier niet te rijden. Het eiland is ruig en rotsig, en op veel plaatsen erg nat. Als je de noordelijke route volgt, kom je bij een verlaten dorp. Alleen de ruïnes staan er nog. Eind 19e eeuw woonden op dit eiland zo’n 180 mensen, nu nog maar drie. In de twintigste eeuw is het eiland een tijd militair terrein geweest, maar nu is het eigendom van een Deense dame. We nemen een bospad dat ons steeds verder naar het noorden voert door onherbergzaam terrein. Omdat er geen andere weg terug is, keren we om. Het blijft de hele dag droog, hetgeen het vermelden waard is, gezien het weer van de afgelopen weken.






Verse krab, gekregen van Bill Cowie

Krabvlees eruit halen is een prutswerkje
Terug bij de haven komen we Bill tegen. Dat van die prawns is niet gelukt, maar hij heeft wel drie mooie crabs voor ons, die mogen we zo hebben. We krijgen het recept erbij: vier minuten koken in zout water (zeewater), af laten koelen en dan kraken en het krabvlees eruit halen. Het is een heel gepruts, maar zó vers hebben we krab nog nooit gegeten.
Hugh en Bill aan de Beerenburger

Als dank gaan we met een toerzeilersvlag en een fles Beerenburger naar de wal om een Nederlands schippersglas te heffen. www.isleofrona.com.
De kippen op Rona zijn dol op spijkerbroeken
De warmte en gastvrijheid die we hier hebben ervaren, zullen we ons nog lang heugen. Als je meer over Rona wilt weten:








Thank you Bill, for your warmth and hospitality. We will remember you and Rona and hopefully we may return some day.

Rona Lodge, gelegen aan de baai Acarseid Mhor

12 juli: Naar de Outer Hebrides

Tussen de rotseilandjes door verlaten we Rona
Het traject voor vandaag is zo’n 45 zeemijl naar de Westelijke Hebriden. Om niet al te laat aan te komen vertrekken we rond 11 uur, ondanks dat de stroom tegen staat.
Voorzichtig varen we de baai uit en dan hijsen we het grootzeil. Blijkbaar is de wens de vader van de gedachte, want er staat veel te weinig wind. Dan maar de motor erbij en op hoop van zegen varen we naar het noorden langs de oostkant van het eiland Skye. Gelukkig komt er even later een bui en is er genoeg wind om te zeilen en dat blijft zo. Behalve tijdens deze bui hebben we de hele zeiltocht zon en dat is in Schotland een bijzondere ervaring.
Gezicht op Skye en in de verte de Highlands
Tussen Skye en Eilean Trodday door


De route gaat tussen de kop van Skye en het eiland Eilean Trodday door. Dat is eerst niet bezeild, maar de krimpende wind en de stroom, die nabij het eiland langs het eiland loopt in plaats van dwars op de vaarrichting, helpen voldoende om er toch zonder te laveren langs te kunnen. In de verte spotten we een stuk of vier dolfijnen, die mooie sprongen maken. Helaas geen foto.
Voorbij Skye moeten we verder naar het zuidwesten, naar Loch Maddy, op het eiland North Uist op de westelijke Hebriden, alleen is de wind nu pal tegen. Het hotst en klotst ronduit onplezierig. Motorsailen helpt ook niet.
Vuurtoren op Eilean Glas voor de oostkant van het eiland Scalpay

Het alternatief is om een meer noordelijk gelegen haven te kiezen die wel bezeild is, te gaan waar de wind ons brengt. Het wordt de noordelijke baai van Scalpay, een eiland gelegen tussen North en South Harris, voor de haven van het stadje Tarbert. Het gaat als een speer. Als we nog een slag naar het zuiden moeten maken om een ondiepte te ontwijken, met opnieuw van die vervelende golven die het schip stil leggen, weten we dat we de juiste keus hebben gemaakt.
In de buurt van de Westelijke Hebriden vliegen de papegaaiduikers langs.
In de noordelijke baai van Scalpay liggen we heel beschut
De kade van Scalpay




Dan nadert de Iskander Scalpay. We varen om het eiland heen voorzichtig de beschutte baai in. Het is een kleine vissershaven met genoeg plek om te ankeren.







Rond de havenpier staan gepleisterde huizen verspreid over de glooiende heuvels. Aan de kade in de haven liggen twee kleine vissersboten. Later op de avond komt er nog een grote visserskotter bij.
De Iskander is het enige zeilschip dat er vanavond voor anker ligt. We gaan niet van boord, maar horen later van andere zeilers dat er hier een erg goed café is.








13 juli: Regenbogen en een oldtimer

Op de Hebriden zie je overal fishfarms.  Er wordt zeeforel en zalm gekweekt.
De vissers zijn vanochtend al weer vroeg uitgevaren. Aan de kade ligt nog een bootje. Verder heerst hier volstrekte rust. Naarmate we noordelijker komen lijkt het land leger te worden.
Regenboog met bijboog boven North Uist
Na het ontbijt gaat het anker op terwijl er net een buitje valt. We pakken ons plan van gisteren om naar Lochmaddy te varen weer op. In het begin staat er te weinig wind en ook nog recht van voren, dus gaat de motor aan. Gelukkig komt ook het zonnetje erbij.









Onderweg zien we een prachtige regenboog. Daarna komt de bui die dit veroorzaakt over ons heen, maar dat hebben we er graag voor over.
We doen een paar keer een poging om te zeilen. Pas tegen elven is er voldoende wind om de rest van de tocht de motor uit te zetten en het wordt uiteindelijk een prima zeiltocht.
Opnieuw een papegaaiduiker, wat zijn ze toch leuk
Een lekker zonnetje onderweg,maar koud is het wel!
Jan van Genten in formatie
De veerpont meert naast onze boot af



We arriveren al vroeg in de middag in Lochmaddy en meren af aan een mooie steiger, vlak naast de aanlegplaats voor de grote veerpont naar het vasteland, die als hij in de loop van de avond binnenloopt, angstaanjagend dicht bij afmeert, maar er is natuurlijk helemaal niets aan de hand.
































Nadat we over deze hangbrug zijn gelopen komen we een bordje tegen dat hij onveilig is
’s Middags maken we een wandeling door het plaatsje en het buitengebied. Het is hier veel vlakker dan op eerdere bestemmingen en er zijn veel inhammen en kreken die bij hoog water vollopen. We lopen via een wandelpad over een oude hangbrug. Aan de overkant staat een bordje dat de brug onveilig is en dat je om moet lopen, maar de omweg is zo ver dat we toch maar weer de hangbrug nemen.
Naast de brug staat een stoer huis











Een nieuw vogeltje gespot. Is dit een Duinpieper?






















De mensen groeten en maken regelmatig een praatje als we ze tegenkomen. Bij een garage naast een huis staan een paar mannen te praten en in de garage staat een prachtige oldtimer te glimmen, een Coventry. Een oude man vertelt vol vuur dat de auto pas 85 jaar oud is en dat hij hem zelf heeft opgeknapt. Hij showt het knipperlicht, dat uitklapt uit de deurstijl en start de motor zodat we kunnen horen hoe mooi die loopt. Afgelopen winter heeft hij hem gereviseerd. Er zit zelfs nog een belastingplaatje uit 1938 op de voorruit. Hij rijdt er regelmatig toertochten mee.
Een trotse eigenaar showt zijn 85 jaar oude Coventry 


Terug in de haven raken we in gesprek met Denen. Ze zijn hier met drie zeilboten en komen uit Kopenhagen. ’s Avonds komen Kartsen en Dorte van de Marianne IV op de koffie.
Jan Willem heeft het weerbericht bekeken en dat voorspelt vanaf vrijdag windkracht zuidenwind 6 Beaufort. Met zoveel wind willen we graag in een beschutte haven liggen. Lochmaddy is redelijk beschut, maar we willen morgen verder afzakken naar Souht-Uist. Lochboisdale heeft een splinternieuwe zeer beschutte haven, waar we prima voorbereid zijn op de harde wind. Van daaruit kunnen we oversteken naar Canna, als het weer beter wordt.
Voor Karsten is dit nieuws. Hij is blij dat we hem waarschuwen, want hij had het plan om naar Talisker op Skye te gaan. Dat is met deze voorspelling niet zo’n goed idee.


14 juli: Turf en schapen

Windstilte in de haven van Lochmaddy
Vertrek uit Lochmaddy (het huis in de verte is hetzelfde huis als op een eerdere foto)
Als we wakker worden komt in de weersvoorspelling de harde wind vanavond al, daarom wil Jan Willem gauw vertrekken. Het is zonnig en waait vrijwel niet. Ontbijten kan onderweg wel. Thee en heet water in de kannen en dan gooien we los. Inderdaad moeten we het grootste deel van de tocht motoren. Als er even iets meer wind komt, wordt dat veroorzaakt door een bui of omdat het trekt door een loch. In beide gevallen is het zo weer over.
Surrealistisch beeld bij windstilte 




De tocht is overigens niet saai want er is genoeg te zien: de zeevogels, verschillende malen passerende dolfijnen en zeehonden houden ons bezig. En we raken niet uitgekeken op de mooie kust. Dan weer hoog en dan weer laag met heel veel eilandjes, waardoor je af en toe een doorkijkje hebt naar de Atlantische Oceaan.
Cumuluswolken in de verte boven Skye


Helaas neemt de bewolking toe en het wordt steeds kouder. Op het eind sta ik met een muts, fleece col en handschoenen aan achter het roer. Bij het invaren van het loch is er een fishfarm. Die zie je in Schotland en op de Hebriden op heel veel plaatsen.
Hier zitten otters!





Gestoken turf ligt te drogen op het veld

Bij het afmeren houden we rekening met de wind die komen gaat en leggen we de boot met de boeg naar het zuiden en een paar extra lijnen vast.
Lochboisdale is inderdaad een mooie nieuwe haven mede met Europese subsidie gebouwd. Het geheel is groots opgezet. In het dorp is een project van toeristische winkeltjes, dat duidelijk te lijden heeft onder de crisis. Het ziet er triest uit. Hopelijk vergaat het de haven beter. Aan de servicegerichtheid van de havenmeester mankeert het niet.




Deze vriendelijke schapenboer is zijn schapen aan het scheren (shearing, not shaving)
Op onze gebruikelijke wandeling komen we ditmaal een schapenboer tegen, die zijn schapen staat te scheren. “Shearing, not shaving”,legt hij ons uit en vervolgens: “Don’t bother, it’s not your first language”. De geschoren schapen gaan morgen de berg op, zegt hij. Maar de ooien met lammeren blijven nog een tijdje beneden. De schapen lopen op een aantal heuvels rond Loch Boisdale en zijn gezamenlijk eigendom van zo’n vijftig bewoners.
 Ze leveren niet genoeg op om te renderen, maar met de EU-subsidie lukt het net. Hoe dat verder moet na de Brexit weet hij niet.
Gezicht op Lochboisdale







We hadden bij het voorbereiden van deze reis niet gedacht dat we nog op de westelijke Hebriden zouden komen. Het leek zo ver weg, met het ruige weer als een onoverbrugbare barrière. We zijn vol verwondering over dit land van vissers en schapenboeren, met huizen die achteloos lijken te zijn rondgestrooid over het uitgestrekte, rotsige landschap.











15 juli: Met Wim en Mieke naar Barra

De Kwinte wordt verhaald per 25 knopen wind en in de stromende regen 
Het waait stevig en de Stornoway Coastgard waarschuwt nog steeds voor ‘force five to seven’. Wim en Mieke van de Kwinte hebben twee dagen een auto gehuurd. Gisteren zijn ze naar het noorden gereden en tot Stornoway gekomen. Vandaag nodigen ze ons uit om mee te gaan naar Barra, het meest zuidelijke eiland van de westelijke Hebriden.
Eerst moet de Kwinte verlegd worden, om beter voorbereid te zijn op de harde wind. Het waait 25 knopen en regent pijpenstelen als de exercitie wordt uitgevoerd, met Mieke op het voordek. Jan Willem helpt terwijl ik probeer een filmpje te maken van onder de buiskap.
Het vliegveld van Barra is op het strand!
Rond de middag vertrekken we richting Eriskay, van waaruit de pont naar Barra vertrekt. De wegen zijn smal met om de honderd meter een uitwijkhaven waar auto’s elkaar kunnen passeren. Rijden hier is een soort hink-stap-sprong.
Het eiland Eriskay is met een dam verbonden aan South-Uist.


Het witte zand van de landingsbaan op het strand loopt onder bij hoogwater
De overtocht is behoorlijk ruig. Het waait stevig en het water spoelt af en toe over het onderste dek. Wij zitten warm en droog binnen.
Op Barra aangekomen gaan we eerst bij het vliegveld kijken aan de westzijde van het eiland. Het ligt op een heel bijzondere plek, aan een baai. De start/landingsbaan is op het stralend witte zandstrand gesitueerd. Bij hoog water loopt het strand onder.
Castlebay
We lunchen bij een hotelletje voordat we het eiland rondrijden. Af en toe stoppen we voor een mooi uitzicht. Aan de zuidzijde van Barra ligt het mooie plaatsje Castlebay, what’s in a name?
De golfbaan van Barra, om de greens staan hekjes om de koeien eraf te houden




















Verderop komen we bij de golfbaan van Barra, een volkomen natuurlijke 9-holes baan. Hindernissen of out of bound staan niet aangegeven. Je loop er het risico dat je bal in een koeienvlaai terecht komt. Er staan hekjes om de greens, zodat de koeien en schapen niet op het mooie gras kunnen komen. Kortom, fantastisch!
Op de terugweg halen we verse vis bij een viswinkel, die inhuist bij een visverwerkend bedrijf in the middle of nowhere.
Jan Willem stuurt de pont langs drie kardinale tonnen
En dan weer naar de pont voor de terugweg. Jan Willem heeft geregeld dat hij op de brug mag kijken. Als hij vertelt dat hij ook een boot heeft, mag hij de pont langs drie kardinale tonnen sturen.
Het is een zeer geslaagde verwaaidag geworden, met dank aan Wim en Mieke!

Teruggekomen in de haven zijn de waarschuwingen nog erger geworden, inmiddels wordt windkracht 8 genoemd. Als Jan Willem extra lijnen uitbrengt, raakt hij in gesprek met de buurman, een Schot die hier al 50 jaar rond vaart. ’s Avonds na het eten horen we een klop op de boot. Het is de buurman die ons uitnodigt voor ‘a dram’, dat is een glaasje whisky. Daar geven we graag gehoor aan, de afwas kan tot morgen wachten. En zo belanden we op de Micky Finn IV bij Freda en Mike, waar we zeer gastvrij worden ontvangen met koffie, verschillende soorten malt whisky, lokale kazen, dadels en chocola. We worden er verlegen van. Het zijn heel gezellige mensen met een uitgebreide interesse. Frida laat Jan Willem heel veel mooie ankerplekjes in de omgeving van Oban zien. En wij kunnen hen helpen met de gebruiken van een Nederlandse bruiloft. Het is na twaalven voordat we weer terug naar de Iskander gaan.

16 juli: Nog steeds verwaaid; verder geen bijzonderheden

Het weerbericht van 18.00 vrijdag tot 18.00 zaterdag

Strong winds are forecasted

24 hour forecast:

Wind  West or southwest 5 or 7, increasing gale 8 in north.
Sea state  Slight or moderate, occasionally rough in far north and in far south.
Weather  Rain or drizzle for a period, showers later
Visibility  Moderate or good, occasionally poor.

Ze vertellen er niet bij dat de temperatuur slechts 13 graden is. Zelfs de Schotten klagen.
Het geeft ons gelegenheid voor huishoudelijke zaken, bloggen en kaarten schrijven.
Morgen zal het niet veel beter zijn. Daarom huren we voor  morgen een auto, die in de loop van de middag wordt afgeleverd. Mooi op tijd om boodschappen te doen bij de Coöp.
Een voorbeeld van de weidsheid en het bijzondere landschap

Er is hier een hele mooie golfbaan in de buurt, in Askernish, oorspronkelijk uit 1891, lange tijd verwaarloosd, maar sinds een paar jaar met lokaal initiatief in oude glorie hersteld. Vandaag is het absoluut geen weer om te golven, maar we gaan er wel even kijken. Als het morgen eind van de middag beter weer is willen we het graag weer eens doen.

17 juli: Een rondrit langs South en North Uist in de regen

De hoofdweg van Uist is grotendeels enkelbaans met op elke heuvel een  passeerplek
Keltische steen in het Kildonan Museum
Onze Lieve Vrouw van de Zee 
De zee is na alle harde wind nog onrustig en daarom heeft niemand in de haven haast om te vertrekken, wij ook niet. Liever maken we vandaag een rondrit over de eilanden South en North Uist en Benbecula.
Jan Willem rijdt. Het is even wennen in een auto met een links stuur. Regelmatig zoekt hij de pook met zijn rechterhand. En dan moet hij ook nog eraan denken om links te rijden.
Er loopt slechts één doorgaande weg van zuid naar noord. Die nemen we, met af en toe een afslag het achterland in.
De ruïne van Teampull Mor, ofwel van het middeleeuwse klooster van de Drieëenheid











Zo komen we langs het Kildonan Museum, verschillende bezienswaardigheden en prachtige stranden langs de Atlantische kust. Af en toe lopen er schapen op de weg. Een keer zelfs koeien met vervaarlijk grote hoorns. Als je er heel rustig langs gaat is het geen probleem.
Op grote stukken staat vrijwel geen enkel huis. En drie huizen bij elkaar is hier al een dorp.

Helaas regent het vrijwel de hele dag. Misschien hoort dat wel gewoon bij de Hebriden. Opvallend is dat op de foto's in de folders wel altijd de zon schijnt.
Van golf komt vandaag in elk geval niks meer, maar de rondrit is zeer de moeite waard.



Traditionele boerenwoning omgebouwd tot vakantiehuisje, let op de bijzondere kleuren van het water














Runderen op de weg, met horens als blikopeners





Scolpaig Tower op North Uist

donderdag 14 juli 2016

4 t/m 10 juli: Van Kerrera naar Rona

4 juli: Een mooi tochtje motoren

Kasteeltoren aan de sound,  noord van Oban
We vervolgen vandaag onze tocht naar Tobermory, een plaatsje aan de noordzijde van het eiland Mull. Rechtstreeks is de afstand 24 zeemijlen. We hebben echter bedacht dat omvaren rondom het eiland Lismore een leuk alternatief is. Dat eiland ligt ten noorden van Kerrera en je passeert de zuidzijde ervan op weg naar de Sound of Mull. Lismore is een smal, langgerekt eiland dat zuidwest-noordoost ligt. Als je op het juiste moment vertrekt, heb je het hele traject de stroom mee.
De markante Connelbrug
Om kwart over elf varen we af. Hoewel er heel weinig wind staat hijsen we het grootzeil, maar de motor zal de hele tocht het grootste werk moeten doen. Eerst varen we langs de kasteeltoren, ten noorden van Oban gelegen
Het traject loopt naar het noorden door de Lynn of Lorn, aan de oostzijde van Lismore. Inderdaad staat de stroom al direct een halve knoop mee. Dat loop op naar twee knopen in het noorden van de Lynn of Lorn,waar het smal wordt en je tussen de eilanden en langs Appin Point gaat. Er valt genoeg te zien langs de route, onder andere de Connelbrug.

Het romantische Castle Stalker uit de zestiende eeuw

We varen nog wat verder door, om Castle Stalker te zien, een kasteel bekend van briefkaarten, stoer en romantisch, bij hoog water omringd door de zee. Alleen is dat niet het geval als wij er langs komen. Maar het blijft een prachtig kasteel.
Zeehonden en ganzen 

Steengroeve op het Morvern schiereiland
Ten noorden van Lismore ligt een klein eilandje met een heleboel zeehonden erop, die er al een tijdje liggen te zonnen. De jongen zijn helemaal donzig. Voorzichtig naderen we het eiland om foto’s te maken. Dit zijn de momenten waar we het voor doen!
Meer dan 200 meter diep, niet te geloven!
We gaan langs de westzijde van Lismore zuidwaarts door de Lynn of Morvern. Op het schiereiland Morvern is een grote groeve gelegen. Een eindje verder houdt de dieptemeter er mee op, maar even later doet hij het weer. Op het diepste punt is het water meer dan 200 meter diep. Dan draaien we de Sound of Mull in richting Tobermory, een schattig plaatsje met vrolijk gekleurde huizen langs de kade waar we rond half zes afmeren na een mooi tochtje motoren.
 
Een hapje couscous voor de lekkere trek

De gekleurde huizen van Tobermory

5 juli: Mendelsohn op Mull

Ook hier een whiskydistilleerderij
De dag gaat op aan huishoudelijke zaken en een wandeling door Tobermory.We kopen heerlijke fudge met whisky.
Deze week heeft op Mull het Mendelsohn Festival plaats. Mendelsohn heeft in 1829 een tijd op de Hebriden doorgebracht. Elke dag zijn er op verschillende locaties concerten door jonge professionals die hiermee uitvoeringservaring op kunnen doen. Om half acht ’s avonds is er een concert in het kerkje op de heuvel. Daar gaan we naar toe. We genieten van een mooi programma van kamermuziek van Schubert, Mendelsohn en Brahms. Dit zijn toch de krenten in de pap van zo’n reis. Vlak voordat het concert begint schuiven Margriet en Cees in onze bank. Zij zijn eind van de middag met hun Polyander aangekomen. Na het concert gaan we samen naar de pub om te genieten van een Tobermory whisky of een kop thee.
 
Gezicht op de jachthaven 

6 juli: Hoe een verregende dag toch een topdag wordt

Papegaaiduikers kijken in de stromende regen
Het beloofd een regenachtige dag te worden. Al we rond  half tien aan het ontbijt zitten is het nog droog, en klopt Cees van de Polyander op onze boot. Of we mee gaan met de rondvaartboot om puffins te kijken en naar Staffa, vertrek tien uur. Nou dat willen we wel, dus snel boterhammen smeren, tas pakken, wandelschoenen en zeilkleding aan. En dan horen we dat de boot nog een kwartier eerder vertrekt. Maar het lukt.
Met zestien knopen stuift de catamaran over de golven richting Lunga, een van de Treshnish Isles.
De boot meert af aan een drijvend ponton en neemt het mee naar de wal.
De boot meert af aan een drijvend ponton en vaart met ponton en al naar de kust om ons af te zetten. Op het eiland gaat de wandeling over grote keien en een glad modderpaadje omhoog. Daar zitten de papegaaiduikers met honderden op het vlakke stuk aan de rand van de klif. Ze zijn in het geheel niet schuw. Ze nestelen in holen in de grond, aan de rand van de klif is een compleet gangenstelsel ontstaan. Het zijn heel aandoenlijke vogeltjes. We raken niet uitgekeken, en ondertussen komt de regen met bakken uit de hemel. Dat is lastig foto’s maken.
Papegaaiduikers nestelen in holen boven op de kliffen (filmpje)
De basaltkolommen van de Collonade ondersteunen de rotsformaties
Wij hebben gelukkig regenbroeken meegenomen, maar Magriet en Cees hebben doorweekte broeken.
Dan moeten we weer terug  naar de boot, want onze volgende bestemming wacht, Staffa! De zee wordt ruwer en de boot klapt hard op de golven, maar de stuurman heeft daar weinig last van, want die zit op een geveerde stoel.
En dan ligt daar Staffa, de overkant van de Giant Causeway, die we in Noord-Ierland hebben gezien. Hexagonale basaltkolommen ondersteunen de kliffen, vormen een soort pad dat in zee loopt en op een plek is er zelfs een grot, Fingal's Cave genaamd. Fingal is een Schotse reus, de tegenhanger van Fin MacCool bij de Noord-Ierse Giant Causeway. De klim naar de grot gaat over een smalle richel. De rotsen zijn glad van de regen en het is allemaal behoorlijk link wanneer mensen elkaar in tegengestelde richting willen passeren. Je snapt niet dat er niet meer ongelukken gebeuren.  Maar indrukwekkend is het zeker!
Fingal's Cave





We maken nog een wandeling boven over het eiland waar vooral gras is met opvallend weinig vogels.  En dan gaan we weer aan boord en terug richting Tobermory. Helaas komen de beloofde dolfijnen en walvissen niet in beeld. Ondanks dat en de regen was het toch een bijzondere ervaring. Aan boord hangen we alle natte spullen te drogen.
Voor vannacht wordt windkracht acht voorspeld. We zijn benieuwd hoe rustig we slapen. Om de wind op de kop te houden draaien we de Iskander om aan de steiger.
 
Uitzicht vanaf de klif op de basaltkolommen


7 juli: Naar Mallaig op het schiereiland Morvern

De WIND SURF, het grootste zeilschip ter wereld
De beloofde windkracht acht is vannacht uitgebleven. Voor vandaag is de weersvoorspelling zuidwest vijf tot zeven beaufort. Omdat voor onze bestemming de wind ruim invalt en we verder willen  wagen we het er op. De afstand naar Mallaig is zo’n 30 zeemijl.
Ik probeer ’s ochtends in Tobermory nog een blogbericht klaar te maken voor publicatie, maar de WIFI-verbinding is beroerd dus ik geef het op. Dan snel klaarmaken voor vertrek, thee zetten en boterhammen smeren, soep onder  handbereik. Warme kleren en zeilpakken aan.
Als we om half twaalf afvaren ligt voor de haven van Tobermory de ‘Wind Surf’, het grootste zeilschip ter wereld, althans dat is het gerucht.
De vuurtoren van Rubha nan Gall













We hijsen het grootzeil in de haven en steken met het oog op de weerverwachting meteen een reef. In de sound of Mull waait het nog niet zo hard, zo’n 15 knopen.  Al gauw begint het te regenen en dat blijft de hele tocht zo. Als we bijna op open water zijn steken we uit voorzorg een tweede reef en dat blijkt een goede beslissing. De wind trekt aan tot ruim boven de 20 knopen en omdat het water relatief vlak is gaat het als een speer met een knik in de schoot. Verder op zee neemt de golfhoogte toe. Af en toe maakt de  Iskander een flinke schuiver.
Mallaig vanaf het water
Als het weerbericht wordt voorgelezen vragen we ons af of dit zeetje ‘moderate’ of ‘rough’ is. Langzaam maar zeker wordt de koers steeds ruimer en wordt het tijd om het grootzeil te strijken en alleen op de fok verder te gaan. Dat gaat nog steeds met een snelheid van zo’n 6 knopen door het water en een stuk meer relaxt.
Ruim om de kaap van Ardnamurchan en tussen de banken door
Ondertussen is alles grauw en grijs. Het zicht is matig en het blijft het regenen. De camera gaat naar binnen en de luiken gaan in de kajuitingang om het met deze achterlijke wind binnen droog te houden.
We varen een omweg om uit de kust te blijven bij de kaap van Ardnamurchan en enkele ondiepten te mijden, waar mogelijk nare zeeën staan. Ondiepte is hier een relatief begrip: het is er 15 à 20 meter diep in plaats van 60 tot 100.
Op het allerlaatst trekt de wind nog even aan tot 27 knopen, net geen 7 beaufort. De Iskander loopt als een tierelier.
In de haven krijgen we het allerlaatste plekje aan de steiger, tussen twee jachten ingeperst. Het heeft ook voordelen als je niet zo’n breed schip hebt! Snel opruimen en naar binnen om op te drogen.

8 juli: Dagje Mallaig

Vissersboten in de haven van Mallaig
Het wordt een dagje vol huishoudelijke zaken. De WIFI is hier OK, dus werk ik aan het blog, want vandaag wil ik wel weer een bericht publiceren. Jan Willem doet de filmpjes.
De Iskander mag wel weer eens gepoetst worden, van binnen en van buiten. Het huishouden gaat immers gewoon door. 
En ik krijg van mijn leidinggevende Inge een mailtje over de ontwikkelingen bij de Belastingdienst, waar een reorganisatie gaande is. Ik moet er even over nadenken wat dat voor mij kan betekenen. 
Zo zijn we af en toe ook met dagelijkse dingen bezig.
Een allegaartje aan vistuig











’s Middag maken we een wandeling door het dorp. Het is een vissersplaatsje met een behoorlijk grote vloot en een aantal visverwerkende bedrijven. Bij vissersboten is het altijd wel rommelig, maar zo'n bende als het hier is zie je maar zelden.
Voor het eerst sinds lang vinden we een viswinkel. Deze is onderdeel van een visbedrijf. Verser kun je het niet krijgen. We kopen acht coquilles en twee zalmforelfilets.
Muurschildering bij de haven

De coquilles St. Jacques smaken voortreffelijk!

Ik maak de coquilles klaar voor het avondeten. In de ene pan stoof ik een brunoise van courgette en paprika in olijfolie. In de andere pan worden de coquilles gebakken in de boter. Ik houd de couquilles warm, terwijl ik van het restvocht een saus maak met Prosecco, room en een vleugje kerrie. Succes verzekerd. Eet smakelijk!

De zalmforel is voor morgen.


’s Avonds buigen Jan Willem en Wim (van de Kwinte) zich over de planning voor de komende dagen.








9 juli: Van Mallaig naar Kyle Lochalsh

Schots weer op weg naar Kyle Lochalsh
De afstand is slechts 20 mijl, toch varen we al voor achten af om de stroom mee te hebben in de Sound of Sleat en verderop bij Kyle Rhea, waar het vaarwater veel smaller wordt. Er staat nauwelijks wind. Even denken we toch te kunnen zeilen als de wind aantrekt. Dat wordt veroorzaakt door wind die uit Loch Nevis komt en is snel weer voorbij. Het zeil kan naar beneden en van zeilen komt het vandaag niet meer. Het is de hele tijd druilerig en dat is jammer want de kusten zijn ook hier erg mooi en dat komt met dit weer niet uit de verf. Onderweg zien we veel zeehonden. Ze willen alleen niet op de foto.
Geen wind bij Kyle Rhea, maar het stroomt er wel zo'n 4 knopen
Zeehonden op een rots vlak voor Loachalsh
In eerste instantie was onze bestemming KyleAkin op het eiland Skye, aan de  zuidzijde van de Skyebrug, maar Wim (van de Kwinte), die voor ons vaart heeft de indruk dat daar alleen visssers liggen en aan de noordzijde zijn wel plezierjachten afgemeerd, dus stelt hij voor om daarheen te gaan. Ook goed, we volgen wel naar Kyle Lochalsh. Deze haven is niet erg beschut. De steiger van Kyle of Lochalsh ligt open naar het noordwesten en dat zullen we weten.
Er zijn heel veel kwallen






Op de steiger staan heel veel behulpzame lieden, en dat geeft de nodige verwarring, maar uiteindelijk liggen we zonder kleerscheuren afgemeerd. Britten hebben de neiging om de lijn die ze van je aannemen direct op de bolder op de steiger te beleggen. Wij houden daar niet van. We willen liever de lijn om de bolder en direct terug, zodat je controle houdt, omdat je de lijn kan vieren of aanhalen.
Wandelen op Skye, aan de overkant van de 29 meter hoge Skye Bridge

Prachtig bos met veel mos onder de bomen
‘s Middags maken we een wandeling aan de andere kant van de Skye bridge, die het vasteland van Schotland met het eiland Skye verbindt. Het wordt een wandeling in de regen. Daarbij is het tamelijk warm en moeten we behoorlijk wat klimmen. Het is kiezen tussen nat van het zweet met regenpakken aan of nat van de regen zonder.
Rotsplantje dat feloranje bloeit met hele kleine bloemetjes 














Na het eten begint het opeens hard te waaien, eerst een knoop of 20 tot 25, later zelfs ruim boven de dertig knopen. Het jachthaventje krijgt de volle laag (zie filmpje). De steigers dansen op de golven en de boten steigeren mee. Schippers en bemanningen zijn druk in de weer om schade te voorkomen. Bij een aantal schepen die aan de lager wal liggen worden met vereende krachten autobanden tussen de boot en de steiger geperst. Jan Willem brengt overal dubbele lijnen aan. De rukken op de bolders zijn enorm. Blij dat we een Breehorn hebben. Nadat we ons ervan verzekerd hebben dat alles goed zit, kruipen we in bed, maar of er iets van slapen komt?
Om middernacht gaat de wind net zo plotseling liggen als hij is opgestoken en een kwartier later is ook de golfslag weg. We slapen heerlijk. 

10 juli: Hertenvlees op Rona

We vertrekken uit de tochtige haven van Kyle Lochalsh
Wim en Mieke blijven liever nog een dagje maar wij willen weg uit dit tochtgat waar verder niet veel te beleven is. Daarom scheiden onze wegen opnieuw. Ons doel is de beschutte, idyllische baai Acarseid Mhor bij het kleine eiland Rona.
Prachtige kleuren op de kust van het eiland Raasay
De doorgang tussen de eilanden Raasay en Rona

Een witte pijl op de rotsen wijst de weg
Bij vertrek waait het in de haven 15 knopen en het is wat druilerig. Voordat we de brug onderdoor gaan hijsen we de zeilen in de luwte van Skye met gelijk een reef erin, om voorbereid te zijn op wat komen gaat. De brug voorbij komt de wind echter niet boven de tien knopen uit, dus reef eruit. Het bevestigt ons vermoeden dan Lochalsh een tochtgat is.  Het wordt een heel rustig tochtje, naar het noordwesten, langs het eiland Raasay, richting Rona. We passeren de smalle doorgang tussen Raasay en Rona, en varen langs de westkust omhoog tot aan een witte pijl op de rotsen. Het lijkt Zweden wel!
Op het allerlaatste moment opent zich de doorgang naar de baai. Dat is altijd weer spannend om in te varen.

Op het laatste moment opent zich de doorgang naar de baai
De rotsen zijn behoorlijk dichtbij
Het is half vijf en er liggen een stuk of vijf zeiljachten verspreid over de baai. We zoeken een geschikte ankerplek op veilige afstand van de andere schepen, maar op de ene plek houdt het anker niet en op de andere zwaaien we te dicht langs de ondiepte. Dat ontdekken we door aan de achterzijde van het schip met een loodlijn de diepte te bepalen. Wat een gedoe! Er moet ook nog ergens een mooring zijn. Die blijkt gemarkeerd door een onopvallend klein boeitje, daaraan meren we nu af. 
Met de bijboot naar de wal








Met de bijboot gaan we naar de wal om bij Rona Lodge te betalen en te vragen hoeveel gewicht de mooring kan hebben.
Whiskey uit Edradour, speciaal voor Rona gemaakt
De eilandbeheerder Bill Cowie ontvangt ons allerhartelijkst: “40 ton kan eraan, dus jullie schip zeker!”  En of we nog behoefte hebben aan overheerlijk hertenvlees van het eiland. Hij opent zijn winkeltje voor ons en schenkt ons een Rona Whisky  in. Die komt niet van Rona, maar uit Edredour, een kleine distilleerderij uit de Highlands, maar hij is erg lekker en daar gaat het om. Zijn maat Hugh voegt zich bij ons en de glazen worden nog eens volgeschonken. Uiteindelijk vertrekken we met hertenbiefstuk, hertenburgers en een fles whisky op de pof, omdat we niet genoeg geld bij ons hebben. En met de belofte dat Bill de volgende dag prawns voor ons gaat vangen.
Helaas kunnen we morgen niet aan de mooring blijven liggen, want die is aan een ander beloofd, maar als de andere schepen weg zijn, is er genoeg plek om te ankeren.
Op de steiger ontmoeten we Maria en Hans, die hun boot net als wij in Andijk hebben liggen en nu hier in de baai geankerd zijn. Hoe klein kan de wereld zijn. Zij komen ’s avonds gezellig een kop koffie drinken. Hans is de zeiler van het stel. Maria houdt eigenlijk niet van zeilen, maar gaat toch altijd mee. Als dat geen echte liefde is…?