zondag 22 mei 2016

16 t/m 21 mei: Van Wight naar Dartmouth

16 mei: Naar Osborne House


Met de bus naar Osborne House
Wim en Mieke besluiten vandaag door te varen naar Weymouth. Wij blijven nog een dagje hier liggen.
Er loopt een vrouw over de steiger die Jan Willem aanspreekt met: “What a big blue boat you have.” Jan Willem vat het op als een compliment. Ze munt uit in Engelse vriendelijkheid èn lelijkheid met een gebit waar een orthodontist zijn tweede huisje van zou kunnen financieren. Ze vertelt over haar uitgebreide zeilervaring, maar als Jan Willem doorvraagt blijkt ze met haar bootje niet verder te zijn gekomen dan tot ‘om de hoek’. De rest staat nog op de wishlist. Wat maakt het uit, als je er maar lol in hebt!
Majestueuze ceder in de tuin van Osborne House
Een van de topattracties van Wight is Osborne House, het zomerverblijf van Queen Victoria. Met onze English Heritage pas kunnen we er gratis in. Dus nemen we de bus via Newport naar East Cowes. We zoeken een plaatsje boven in de dubbeldekker, zodat we over de heggen in het landschap heen kunnen kijken. Het landschap is magnifiek. Reizen met de bus op Wight lijkt op een soort rollercoaster. De bussen rijden hard over de smalle, bochtige wegen. En of het aan de weg of aan de vering van de bus ligt weet ik niet, maar je wordt compleet door elkaar geschud.
Osborne House vanaf de formele tuin
De dining hall, waar gasten werden ontvangen
Instructie tafeldekken,
doet me denken aan mijn tante Hetty
Osborne house is rond 1845 gebouwd door Prins Albert, de echtgenoot van Koningin Victoria. Het verhaal vertelt dat het koninklijk gezin, - ze hadden negen (!) kinderen -, hier de gelukkigste tijd van hun leven doorbracht, uit het zicht van pers en publiek. Het huis is ingericht met prachtige meubels en kunst, veelal kerst- en verjaarscadeautjes.
De Swiss Cottage
In het park staat de Swiss Cottage, die bedoeld was om de prinsen en prinsessen kennis te laten maken met het ‘gewone’ leven. Ze konden er tuinieren, knutselen en tekenen. We lunchen op een bank op het terras met uitzicht op de Solent. Ik zou hier ook wel prima kunnen vertoeven.

De terugreis met de bus gaat langs de zuidkust








In plaats van de directe busverbinding terug naar Yarmouth kiezen we een buslijn langs de zuidkust. Dat betekent dat we in Newport bij het overstappen tijd hebben voor een wandeling en een drankje op een terras. Jan Willem bestelt er chips bij en krijgt frieten, het klassieke misverstand. Daarna hotseklotst het weer verder over de lokale wegen, door charmante dorpjes en met adembenemende uitzichten. Als we in Yarmouth uitstappen staan we onvaster op de benen dan na een stevige zeereis! Het was weer een mooie dag.
Yarmouth heeft een mooie houten pier

17 mei: Naar Weymouth


Vertrek uit Yarmouth
Gezien de onbestendigheid in de weersvoorspelling gaan we geen nacht doorvaren naar Dartmouth, dus wordt Weymouth onze bestemming. Vertrek is om negen uur. De wind  is inmiddels naar westzuidwest gedraaid en we moeten kruisen. Omdat de stroom meeloopt is dat niet zo’n probleem. Met dit soort trajecten weten we weer waarom we  een Breehorn 41 hebben: comfortabel mooi hoog aan de wind zeilen, zowel met windkracht drie in het begin van ons traject, als met een dikke vijf tijdens de laatste tien mijl.
Langs The Needles
De vuurtoren bij The Needles
Eerst de Solent uit langs The Needles, de magische plek waar iedere zeiler geweest moet zijn. We nemen natuurlijk veel te veel foto’s. De tocht gaat langs Swanage Bay en Anvil Point. We zien een 17 meter groot, donkerblauw jacht achter ons aan kruisen. Het is de HMSTC Chaser, een schip dat als opleidingschip voor legerofficieren wordt gebruikt.
HMSTC Chaser
Voorbij de kaap van St. Albans Head is een schietgebied, waar je omheen moet. Er liggen een aantal gele boeien waar ze tijdens oefeningen op mikken en daar moet je een mijl vandaan blijven. Dat doen we niet helemaal, maar gezien de manier waarop de Engelsen pochen over hun precisiebombardementen in Irak, moet dat geen probleem zijn. Het schietgebied voorbij, zetten we koers naar Weymouth. Alleen is het wachtschip SMIT Towey het daar niet mee eens. De dame vraagt ons de koers te verleggen, waardoor we overstag moeten. Zo houden we die Chaser natuurlijk nooit bij! Later vaart het schip voor ons uit de haven van Weymouth binnen.
Bij het oproepen van de havenmeester, vraagt hij ons naast de ‘Quintee’ te gaan liggen. Die naam komt ons bekent voor, de Kwinte van Wim en Mieke.

18 mei: Uitslapen en poetsen


Vistuig op de kade in Weymouth
Omdat de voorspellingen voor vandaag slechter zijn dan voor morgen, slapen we lekker uit en gebruiken we de dag om de boot schoon te maken. ’s Middags willen we gaan golven, - ik heb een baan in de buurt opgezocht -, maar de Engelse buienradar kondigt stevige buien aan. Het moet natuurlijk wel leuk blijven! Dus gaat JW een alarm inbouwen dat hij aansluit op het ankeralarm van de plotter, zodat we dat ook kunnen horen als we in bed liggen. Ik poets de buitenkantvan het schip tussen de buien door.
Uitzicht op Portland Harbour vanuit Nothe Park in Weymouth
De haven van Weymouth
Eind van de middag maken we een lekkere wandeling. De buien zijn overgewaaid en de zon zet het stadje in een gouden licht.
Dan arriveert er een Breehorn 37 in Weymouth. Het is de Kobbe, een van de schepen van Kees Kingma, die haar aan een Zwitsers stel heeft verhuurd. Zij hebben gepland in 11 weken een rondje Engeland te varen. Dat betekent behoorlijk doorwerken. Jan Willem maakt een praatje op de steiger.







In de avondzon




19 mei: Kruisen naar Dartmouth


De race van Portland Bill is met weinig wind al indrukwekkend (film)
De Kobbe is al vroeg vertrokken. De weersvoorspelling geeft west tot zuidwesten wind kracht 3 tot 5, later 6. Dat betekent dat het traject naar Dartmouth niet bezeild zal zijn.
Thee en heet water zit in de thermoskannen, de boterhammen zijn gesmeerd, de zak met Unox soep is onder handbereik. In verband met het tij varen wij om negen uur af. De dag begint zonnig, met niet al teveel wind uit het westen. Daarom varen we rustig binnendoor tussen de West Shambles, een ondiepte, en de kaap van Portland Bill door. We hebben stroom mee en de wind, die tegen de stroom in staat, trekt aan tot ongeveer 12 knopen ware wind. Dan naderen we de rand van de beruchte race van Portland Bill. We zien in de verte al de schuimkoppen. Ondanks dat het niet hard waait zitten we van het ene op het andere moment tussen de forse steile golven en brekers. Gelukkig hebben we voldoende snelheid, maar het is wel indrukwekkend! Als dit al met een beetje wind gebeurt, moet je hier niet zijn als het harder waait. We koersen pal zuid totdat het water rustiger wordt. Dan pas gaan we overstag naar het noordwesten de Lyme Bay in.
Enige tijd later horen we een oproep over de marifoon van het warship Portland, dat schietoefeningen aankondigt 15 mijl in de omtrek van een positie die volstrekt niet is te verstaan. Wat kunnen die Engelsen toch binnensmonds praten! Jan Willem roept ze op, - we willen tenslotte geen bommen om de oren -, maar het warship Portland geeft geen sjoege. Gelukkig herhalen ze hun boodschap een aantal malen en met de recorder in de hand weet JW de positie te noteren. Als we daarmee rekening moeten houden, wordt het fors omvaren. Voorlopig wijzigen we onze koers niet, omdat we zo hoog mogelijk aan de wind willen varen. Zo’n drie mijl voor ons vaart de Kobbe. En dan horen we de Portland opeens de Kobbe oproepen. Verdorie, gaat hij ons straks ook oproepen? De Kobbe reageert niet en ook wij houden koers. Even later horen we kort achter elkaar een aantal doffe dreunen. Ann bakboord voor zien we in de verte een aantal waterfonteinen. Het wordt nu toch wel serieus. Maar we worden niet opgeroepen en de oefening lijkt voorbij.
Grauw en koud weer als we Dartmouth naderen
In de middag betrekt het. Jan Willem zet een reef als de ware wind boven de 15 knopen aantrekt en een tweede als het twee uur later 19 knopen waait. De golfslag neemt flink toe. Rond vijf uur ‘s middags onder de kust bij Torquay gaan we overstag en zakt de wind in. De stroom staat inmiddels tegen. Door de forse golfslag, die nog doorstaat, komen we niet meer vooruit. Er gaat een reef uit, maar dat helpt niet genoeg. Ondertussen is het ook nog gaan miezeren. De psychologie doet zijn werk en de motor gaat erbij. We zien de Kobbe achter ons tegen de wind in boksen, waarschijnlijk zonder motor, want ze komt nauwelijks vooruit. Ondertussen trekt de wind aan, uiteindelijk tot 25 knopen ware wind. Ik rol de fok in. Omdat we nabij Dartmouth zijn, gaan we niet meer reven, maar eigenlijk voeren we teveel zeil. Om acht uur ’s avonds meren we af in Darthaven Marina in Kingswear, tegenover Dartmouth, na een vermoeiende tocht van ongeveer elf  uur hoog aan de wind zeilen. Uiteindelijk hebben we 70 mijl  gevaren in plaats van de geplande 55. Na het eten en vallen de oogjes al heel snel dicht.

20 mei: Naar Dartmouth Castle


Gezicht op de River Dart, met op de achtergrond het Royal Naval College
De stoomtrein komt aan in Kingswear (film)
Na de tocht van gisteren slapen we lekker uit en ontbijten op ons gemakje. Omdat straks er een groep van een regatta aankomt, krijgen we een ander plekje. Tegen twaalven kentert de stroom en verhuizen we. Vorig jaar ging het hier iets minder goed, omdat we de stroming niet hadden onderkend en die spanning komt weer boven. Er staat nu behoorlijk wat wind, maar alles gaat netjes.
De stoomtrein van Paignton naar Kingswear heeft zijn eindstation naast de haven. Af en toe hoor je hem fluiten en ruik je de vette kolenwalm. 
Het pondje naar Dartmouth
’s Middags steken we vanuit Kingswear met het pondje over naar Dartmouth. Via Bayards Cove wandelen we het coastal path naar Dartmouth Castle. Het kasteel is als verdedigingswerk gebouwd en nooit als woonhuis gebruikt. Van de 14e eeuw tot in de 19e eeuw is het in gebruik geweest, onder andere tegen invallen van de Noormannen en later de Fransen.
We lopen terug via het stadje om boodschappen te doen en nemen het voetgangerspondje vanuit het centrum naar Kingswear. Net voor de regen kruipen we weer in ons warme bootje.
 
Dartmouth Castle

Detail van een  regenpijp

21 mei: In de regen naar Coleton Fishacre


Vandaag worden we alweer niet al te vroeg wakker. Het lijkt wel dat we of fikse tochten maken, of behoorlijk lui zijn. Net als topsporters, hoewel we ons daar niet mee willen vergelijken. Misschien komt het doordat het vannacht behoorlijk hard heeft gewaaid, met de daarbij behorende onrust vanwege golfslag en geluiden.
Coleton Fishacre
Interieur, eetkamer in notenhout
Het is regenachtig weer, dat niet uitnodigt om naar buiten te gaan, maar van een hele dag binnen zitten wordt je ook maar chagrijnig. Dus smeren we boterhammetjes en pakken de rugzak in, trekken we wandelschoenen en regenpakken aan. Ons doel wordt een landhuis met een mooie tuin een stukje verderop, richting Brixham, Coleton Fishacre geheten.
Vlakbij de haven is een bushalte en het eerste stukje nemen we de bus. Al gauw zegt de chauffeur dat we eruit moeten. Dan is het nog een stuk verder lopen dan gedacht. We zijn gelukkig goed gekleed. Het is een huis van de National  Trust, de concurrent van English Heritage. Ook hier worden we lid.
Waarschijnlijk halen we het er wel uit en anders is het een bijdrage aan een goed doel.
De bibliotheek
Het huis is in 1926 gebouwd door Rupert d’Oyly Carte en zijn vrouw Lady Dorothy als buitenverblijf, naast hun huis in Londen. Hij was erfgenaam en magnaat van twee Londense hotels en van het Savoy Opera House, waar het componistenduo Gilbert en Sullivan furore maakten. Het huis is gebouwd in de toen gangbare Arts and Crafts stijl, die eenvoud en natuurlijkheid uitstraalt. De natuursteen komt uit een kleine groeve die speciaal is gemaakt op het terrein zelf. De inrichting is Art Deco en Art Nouveau en doet heel huiselijk aan. Heel anders dan de kastelen en paleizen die we tot nu toe hebben gezien. Als we het huis binnenkomen, speelt in de salon een oudere heer op de vleugel muziek uit de dertiger jaren. Zie het linkje
Detail van de kaart boven de haard
Tuinman Martin vertelt enthousiast
Onder begeleiding van tuinman Martin maken we een wandeling door de werkelijk adembenemende tuinen. Martin vertelt enthousiast terwijl de regen inmiddels met bakken uit de hemel komt. Er zijn acht afzonderlijke tuinen met elk een eigen seizoen en kleurenschema, mooie vijvers en een charmant stroom met watervallen.
Gesterkt door koffie en cake wandelen we via het public footpath binnendoor terug naar Kingswear. 



Tuin met stroom met niveauverschillen
Lekker wandelen in de regen ...
... over glibberige paadjes, ...
Ondanks de regen, die van geen ophouden weet, genieten we van de mooie ‘countryside’.
Weer aan boord bereiden we ons voor op de tocht van morgen. We willen naar Fowey (klinkt als boy of toy).
















.... genietend van het uitzicht

donderdag 19 mei 2016

10 t/m 15 mei: Van Dover tot aan Wight

10 mei: Op weg naar het zuiden


Vertrek uit Shotley Point

De wekker loopt om vijf uur af. Ai, dat is vroeg! We moeten anderhalf uur vóór laagwater de sluis door, want anders staat er onvoldoende water voor ons schip. Om zes uur liggen we in de sluis. Het is heel ander weer. Het is behoorlijk heiig en het miezert. Het zicht is matig en bij tijd en wijle slecht. Leve de radar en de AIS! De wind is wel nog steeds uit oostelijke richtingen.

We varen door het windmolenpark London Array
Eerst motoren we de geul uit langs Harwich naar het oosten. Omdat het nog afgaand tij is, loopt de stroom mee. Bij de kardinaal Cork Sand gaan we stuurboord uit naar het zuiden. Vanaf dat moment is het traject bezeild. Al gauw is het tij gekeerd en hebben we weer stroom mee.
Jan Willem heeft de route door het windmolenpark London Array gepland.
Langs de 'white cliffs of Dover'
Ons doel is Ramsgate. We hebben goede wind en met de stroom mee gaat het veel sneller dan voorzien. We meten snelheden tot ruim 9 knopen over de grond. Daarom besluiten we om door te gaan naar Dover. Zo’n acht mijl voor Dover keert het tij, waardoor het laatste stuk toch nog lang duurt. En dan moeten we nog even wachten op twee ferries. Tja, dat is Dover, hè?
We meren af in het Granville Dock, omdat dat ruimere openingstijden heeft dan het Wellington Dock.











11 mei: Voor het eerst naar Dover Castle


Het machtige Dover Castle boven de stad
 Vorig jaar waren we hier nog. Toen nam Rudy van de Optie, die nu ook mee naar Ipswich was, onze landvast nog aan bij het afmeren. Alles bij elkaar hebben we toch zeker al een keer of vier, vijf in Dover gelegen en toch zijn we nog nooit naar Dover Castle geweest. Gisteren speelde nog even door ons hoofd om vandaag verder te zeilen naar Eastbourne, maar er is mist op zee voorspeld. Op het land is het echter zonnig. Dover Castle en het weer is een combinatie die we niet laten lopen. We smeren boterhammen en pakken een drankje in, - je kunt tenslotte niet elke dag buiten de deur eten als je zo lang op reis bent -, en dan gaan we op weg. Het kasteel torent machtig boven de stad uit en het is een hele klim ernaartoe.
Vice Admiraal Bertram Ramsey
leidde operatie Dynamo in mei 1940



Operationele ruimte in de onderaardse gangen bij het kasteel
Op het terrein komen we als eerste bij het onderaardse gangenstelsel. Er begint net een rondleiding. Zelf op onderzoek mag niet, want de kans dat je in zeven kilometer gangenstelsel de weg kwijt raakt is niet ondenkbeeldig. De gangen bevinden zich op drie niveaus en zijn in verschillende tijden gebouwd. Vanuit het middelste gangenstelsel heeft de Engelse marine onder leiding van Admiraal Bertram Ramsey in mei en juni 1940 operatie Dynamo  gecoördineerd. Toen werden 338.000 geallieerde soldaten die bij Duinkerken ingesloten waren door het Duitse leger in een actie samen met de burgerbevolking van Frankrijk en België naar Engeland geëvacueerd. Ook in de rest van de oorlog hadden de marine en de luchtmacht hier een commandocentrum. Tot in de tachtiger jaren zat hier een militair hoofdkwartier in verband met de nucleaire dreiging in de koude oorlog.
Grote zaal in Dover Castle

Het kasteel zelf is gebouwd door Henry II, de machtigste vorst in Frankrijk in de twaalfde eeuw, die bovendien aanspraak maakte op de Engelse troon. Het is met meubelstukken in de stijl en kleuren van toen ingericht.
Een wandeling over de wallen van het kasteel geeft een fantastisch uitzicht over de omgeving.
Bij ons vertrek worden we attent gemaakt op het lidmaatschap van de English Heritage, waarmee we in de UK en Ierland vele bezienswaardigheden gratis kunnen  bezoeken. Het lijkt ons een goede investering voor de komende vier maanden.
Mooi uitzicht vanaf de wallen van het kasteel


12 mei: Van Dover naar Brighton


Vertrek uit Dover in de ochtendzon
 Omdat het een lange trip is vertrekken we al vroeg. Om kwart over zeven passeren we de havenhoofden van Dover. We beginnen te zeilen met 10 knopen halve wind uit het noordoosten. Het is behoorlijk heiig en dat zal het een groot deel van de dag blijven. Zeilen kunnen we helaas niet de hele dag. Het wisselt: als de wind wat ruimer invalt en afneemt moet de motor erbij en even later trekt de wind aan en kunnen we weer zeilen.
De kerncentrale van Dungeness











Het laatste uurtje, na Beachy Head, draait de wind eerst naar het zuiden en valt helemaal weg, draait vervolgens door naar pal noord en trekt fors aan tot zo’n 15 tot 20 knopen. Zo scheuren we met een knik in de schoot naar Brighton. Wim en Mieke, onze reisgenoten voor het rondje Engeland, verwelkomen ons op de steiger. Ze zijn een uurtje eerder aangekomen met hun schip, de ‘Kwinte’. Vermeldenswaard is dat deze tocht ons 10 mijl stroomvoordeel heeft opgeleverd: 55 zeemijlen door het water tegenover 65 zeemijlen over de grond.

Met windstilte langs de 200 meter hoge klif van Beachy Head
De vuurtoren van Beachy Head lijkt niet
zo groot, maar dan is maar schijn

























De Royal Navy waakt over ons





13 mei: The Royal Pavilion en The Lanes in Brighton


Met het treintje naar Brighton
Het onthaasten moeten we nu maar eens serieus aan gaan pakken. Ook Brighton is voor ons tot nu toe steeds een doorgangshaven geweest,waar we nooit langer dan één nacht zijn gebleven. De stad hebben we dan ook nog nooit bekeken. Volgens Wim en Mieke is dat een gemis. Op hun advies pakken we de ‘Volks Railway’ vanaf de haven naar de stad, een klein elektrisch treintje op 110 Volt met open wagonnetjes. Vlak bij de beroemde Pier stappen we uit en genieten er van het vakantiesfeertje.
Pierewaaien in Brighton
The suikertaart van The Royal Pavilion
Thee met taart op het terras























Vervolgens lopen we de stad in en komen uit bij de Royal Pavilion, een paleis in Indiase stijl gebouwd door King George IV tussen 1780 en 1815. 
De goede man was nooit in India geweest en zijn architecten ook niet, dus is het meer een interpretatie van  de Engelsen dan echte Indiase architectuur. Dat geldt ook voor het interieur, alleen is dat Chinees. Het geheel is ongelofelijk overdadig. Het paleis domineert Brighton en de stad heeft veel aan The Pavilion te danken. In 1850 werd het paleis aan de stad Brighton verkocht door Koningin Victoria. In WO I heeft het dienst gedaan als ziekenhuis, vooral voor Indische soldaten.
Zomer in het park


Muurschildering
Onder de indruk van alles wat we gezien hebben, gaan we op zoek naar The Lanes, een wijk met kleine straatjes en leuke winkeltjes, vooral veel juweliers met antieke sieraden. Het is rond sluitingstijd, maar hier en daar vangen we nog een glimp op van het moois voordat het uit de etalage wordt gehaald.

Lekker gegeten bij Donatelli
Dan maar op zoek naar een restaurantje. Na een Italiaans dinertje wandelen we over de hoge boulevard terug naar de haven en bekijken met lede ogen de vervallen staat van de ooit prachtige hekwerken.
’s Avonds drinken we koffie met Wim en Mieke om te palaveren over de tocht van de volgende dag.
De pier van Brighton in de avondzon
 
Verroeste hekken langs de boulevard

14 mei: Naar Cowes op het eiland Wight
 

Brood bakken tijdens het zeilen ...
...en het resultaat
Eerst was het idee om naar Gosport, de voorhaven van Portsmouth, te gaan. Bij nader inzien kunnen we beter doorvaren naar Cowes. Het is zonnig als we rond tienen vertrekken, maar  het winterondergoed komt op het water nog goed van pas. We varen op met de Kwinte.
We varen op met de Kwinte
We beginnen met halve wind uit het noordoosten, maar door het landeffect wordt die tegen de middag teniet gedaan en moet de motor erbij. Later op de middag gaat het landeffect overheersen en krijgen we zeewind. Omdat het rustig weer is kiezen we  de route langs de Boulder Bank bij Selsey Bill. Als het te hard waait kan het daar heel onstuimig zijn en kun je beter verder op zee blijven.
We snijden een stuk af door de route langs the Boulder te varen 
Als we de Solent naderen, komen we schepen van een regatta tegen
Een fort in de Solent
In de Solent verkijkt Jan Willem zich op een ferry die naar Portsmouth gaat, waardoor we met hem mee moeten varen, daardoor veel hoogte verliezen en een extra slag moeten maken. Dat is balen!
Als we voor Cowes de fok willen inrollen zit die muurvast. Zo kunnen we Cowes niet invaren. Dan maar eerst het grootzeil strijken. Daarna heeft JW een plan hoe dit moet worden opgelost. Ik ga voor de wind varen en hij haalt beide schoten van de fok af. Daarna moet ik rondjes gaan varen en zo de wind de fok slag voor slag laten oprollen. 
Het cruiseschip Queen Elisabeth
Het laatste stukje kan hij met de hand doen en de fok vastzetten. Klus geklaard! Als we in Cowes aankomen staat Wim al op de steiger. De verschillende akkefietjes hebben ons de nodige tijd gekost.
 
Aankomst in Cowes

15 mei: Naar Newtown of naar Yarmouth?


Drukte in de Cowes Yacht Haven
’s Ochtends ga ik eerst een van mijn goede voornemens uitvoeren en joggen. In het heuvelachtige landschap valt dat zwaar.
Hier was Sophie vorige week nog met de 'Urania',
het zeilschip van de Koninklijke Marine
Tijdens het ontbijt staat er opeens een vriendelijke Duitser naast onze boot, Franz genaamd, die een praatje komt maken in uitstekend Nederlands. Hij is de schipper van de Caramia die al sinds Dover ‘in ons kielzog’ vaart. Hij stapt aan boord voor een kop koffie en we raken uitgebreid aan de praat. Hij vaart solo zijn boot naar Noord-Spanje en vervolgens naar de Middellandse Zee. Zijn vrouw stapt later aan boord. Hij heeft duidelijk behoefte aan een praatje. Het lijkt me ook wel eenzaam, solozeilen. In Dover zijn we er ook al een tegengekomen. Een vriendelijke man met baard en lang grijs haar op een schip dat ‘Rambling Rose’ heet. Ook op weg naar het westen en met een vrouw die maar af en toe een stukje mee vaart. Dan boft Jan Willem toch maar met mij!
Het is nog steeds onduidelijk waarom die fok gisteren niet wilde oprollen. Als Jan Willem ermee aan de slag gaat, blijkt hij weer  feilloos te werken. Da’s toch vreemd! We houden het er maar op dat er ergens in de trommel een kink in de lijn zat.
We maken nog een wandeling langs de kust. Een kort filmpje vind je hier
Pas tegen tweeën vertrekken we uit Cowes en inmiddels staat de stroom al tegen, maar het is maar een klein stukje, dus dat is niet echt een probleem. Via Whatsapp vertelt Wim van de Kwinte dat Newtown erg druk is en dat ze daarom maar naar Yarmouth zijn gegaan. 
Geleidetekens bij de ingang van Newtown
We beginnen onder zeil met kruisen, maar tegen de stroom schiet dat niet op. Daarom varen we op de motor dicht onder de kust, om de tegenstroom zoveel mogelijk te ontlopen. Als we Newtown naderen kan ik de verleiding niet weerstaan om daar toch even naar binnen te gaan. Volgens JW is het diep genoeg.
Newtown is voor de Iskander niet diep genoeg
Er zijn mooie geleidetekens aangegeven. Het is spannend bij de ingang om over de ‘bar’ te varen, omdat het water aan beide zijden vreemd kleurt, maar er staat steeds minstens vijf meter. Als we binnen zijn kunnen we linksaf het natuurgebied in, of rechts naar het stadje. Ik kies voor rechts door het smalle geultje tussen de rode tonnen en de meerboeien. Net links buiten de geul zijn er donkere plekken in het water. Ik wijs Jan Willem erop en direct daarna lopen we vast. 2,30 geeft de dieptemeter aan. Gauw vol gas achteruit en gelukkig komt er snel beweging in. Newtown is niet echt voor ons geschikt. Dan maar naar Yarmouth. Het is een comfortabele haven met nette steigers en alle faciliteiten. Heel anders dan in 2007, toen we hier afgemeerd tussen de palen voor en achter lagen en met de bijboot naar de wal moesten. Daardoor is wel een deel van de charme verloren gegaan.
 
Yarmouth in het avondlicht