maandag 12 juli 2021

 4 t/m 10 juli 2021: Verplicht vakantie in Friesland


De accu’s zijn overleden


Wachten op accu’s in Woudsend
Maandagochtend staat Mark van Breehorn al vroeg op de stoep om het elektriciteitsprobleem te onderzoeken. Wij zitten nog aan het ontbijt, hij heeft er al twee uur opzitten. Al gauw wordt het euvel duidelijk. De pijnlijke boodschap is dat er nieuwe accu’s moeten komen en de tweede slechte boodschap is dat ze niet op voorraad zijn bij de leverancier. Waarschijnlijk zijn ze er op woensdag. Wachten dus…

Wij hebben ondertussen een auto kunnen lenen bij Breehorn (heel fijn!) en maken van de gelegenheid gebruik om op bezoek te gaan bij onze vrienden Peter en Barbara in Joure. Het wordt een hartelijk weerzien, want sinds Corona hebben we ze niet meer ontmoet. Om vier uur moeten we de auto weer inleveren.



De molen van Woudsend






Dus gaan we maandagmiddag het dorp in, wandelen de ‘elfstegentocht’ en doen wat boodschappen. Mooi plaatsje, Woudsend! Aan boord klussen en lezen we wat. ‘S Avonds een kop koffie bij Café de Watersport bij de brug. Daar kwamen we 40 jaar geleden ook al, maar toen met de Valk.


De brug met Café de Watersport








Wandelen door het Friese land naar Balk

Even een slokje water op weg naar Balk


Dinsdag is het de bedoeling om de kuip dezelfde behandeling te geven als eerder de romp heeft ondergaan, maar met 6 Beaufort uit het zuidwesten waait de kuip vol zand. Dus zoeken we een andere bezigheid: een wandeling van anderhalf uur naar Balk door het weidse Friese landschap en langs het Slotermeer. Opvallend is dat we een bordje ‘Balk 5 km’ zien, en na een half uur lopen weer een bordje ‘Balk 5km’, terwijl we toch echt in de goede richting lopen! Misschien hadden ze bordjes over.



Het grachtje in Balk




Het stadhuis van Balk



Balk blijkt een veel mooier plaatsje dan we hadden gedacht, met een mooi stadhuis en een gracht in het centrum, waar het riviertje de Luts door stroomt. Het is een streekcentrum met zelfs een Hema en een Hubo. Terug gaan we met de bus, want het regent inmiddels. In een kwartiertje zijn we weer thuis. Die avond blijft het weer stormachtig.

Kijk, zo’n vakantie in Friesland kan best leuk zijn, zeker als je al die andere toeristen ziet genieten, maar als je er zelf niet voor gekozen hebt voelt het toch anders. We maken er het beste van.





Donkere lucht boven de werf van Breehorn

Fietsen naar Heeg

De palingaak in Heeg

Woensdagochtend zijn de accu’s er nog niet, een tegenvaller. Het waait nog steeds teveel om te poetsen. We pakken de fiets en gaan lunchen in Heeg. Dat is geen straf: heerlijk weer, een prachtige fietstocht en een lekkere lunch op het terras aan het water, met uitzicht op de palingaak, een stoer nagebouwde klassieke platbodem. Net vakantie dus. Terug bij Breehorn informeert Jan Willem naar de stand van zaken. Er wordt gebeld, overlegd en dan is het bericht dat het toch een andere accuconfiguratie nodig is en die is wel beschikbaar. Tja, dat doet de wenkbrauwen even fronsen, maar de eerlijkheid waarderen we wel.


Een ongeluk komt nooit alleen


Donderdagochtend om acht uur staat Jan Willem met een auto van Breehorn in Grouw op de stoep om de accu’s op te halen. Eenmaal terug in Woudsend, werkt Mark zich uit de naad om het spul er netjes in te krijgen. Daarna nog afregelen met de laptop en dan kunnen we gaan…, denken we. Het toilet staat tot aan de rand vol met water, niet schoon natuurlijk. Wat nu weer? Vier nachten de vuilwatertank vullen is blijkbaar teveel van het goede. Nadat dit euvel is opgelost, kunnen we eindelijk vertrekken. Te laat voor een etentje met Sophie in Den Helder, dat is wel duidelijk. 
Vol goede moed varen we iets na tweeën via de Rakken naar het Heegermeer. En daar, midden in de vaargeul lopen we muurvast. Drie keer hebben we dit traject in de afgelopen weken gevaren en het is steeds goed gegaan, maar nu helpt extra gas en stuur dwars, etc. helemaal niets. Nou is het prachtig weer en hebben we eten voor minstens een week aan boord, maar toch. Gelukkig zijn er voldoende behulpzame boten op het water, maar ze zijn niet allemaal even geschikt, zullen we maar zeggen.
Dan komt er een flinke sloep gevuld met een grote familie die wel zin heeft in een verzetje. 40 PK ligt erin, zegt de trotse eigenaar en hij lijkt er ook verstand van te hebben. Maar ook 40 PK trekt ons niet los. Meer hulp erbij: een mooi zeiljacht met weinig diepgang biedt aan om te krengen. Voor de leken die dit lezen: dat is het schip aan de mast scheef trekken om de diepgang te verminderen. Dat helpt. Met vereende krachten komen we eindelijk los, om honderd meter verder weer vast te lopen. Maar gelukkig zijn onze redders nog in de buurt. Volgens ons is het peil van het Heegermeer in de afgelopen dagen zo’n 20 cm verlaagd.


Onze redders volgen ons nog even om te zien of het goed gaat, en niet voor niets!

Dan gaan we zonder verder oponthoud op weg, door de sluis bij Stavoren het IJsselmeer op en rond half tien meren we af in Den Oever, waar we lekker slapen.

Meet and greet met de Karel Doorman

De Karel Doorman voor Den Helder

Vrijdagochtend gaan we rond tien uur door de Stevinsluis bij Den Oever, op weg naar Den Helder. Voor Den Helder wachten we op de aankomst van het marineschip de Karel Doorman, waar onze schoondochter Myrthe als navigatieofficier op vaart. Het schip komt die middag terug van een oefening en het lijkt ons leuk haar welkom te heten, nu we toch in de buurt zijn. Het is by far het grootste schip van de Koninklijke Marine en heeft een bevoorradingsfunctie. Indrukwekkend!


Is dat Myrthe daar, met die verrekijker?




Genieten van het gezelschap en het uitzicht









Die avond eten we met Myrthe en Sophie bij de Marineclub met prachtig uitzicht over de Waddenzee en de haven. Een mooi begin van de vakantie.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten