29 en 30 juli – Verwaaid in La Rochelle
 |
Ook La Rochelle krijgt een staartje mee van
de depressie die veel zeilers in de havens houdt... |
Eigenlijk willen we de maandag terug naar het Noorden, maar
voor Bretagne ligt een depressie die steeds verder uitdiept. Een andere optie
is om naar Ile d’Oleron te gaan, alleen moeten we daar stapelen, en mocht de
harde wind ook naar het zuiden trekken, dan vinden we dat geen goed idee.
Bovendien kunnen we ons in La Rochelle nog wel vermaken.
Het App-verkeer tussen Breehornzeilers wordt beheerst door
de harde wind. De Kobbe meet 35 knopen in Brest, de Grote Mees blijft nog maar
even op de Kanaaleilanden liggen en ook de Chiara aan de Bretonse noordkust en de Zeerob in Noord-Spanje houden zich
gedeisd.
 |
| ...maar er zijn altijd durfallen die juist dit weer opzoeken. |
 |
| We wandelen langs de kust, met uitzicht op de oude stad |
Het Musée du Nouveau Monde is helaas op dinsdag dicht, dus
wordt het toch maar weer een wandeling. En aan het blog werken natuurlijk. De
Wifi van de haven laat het afweten en dat veroorzaakt veel ergernis (dure haven
en waardeloze Wifi!), dus koopt Jan Willem wat extra datategoed. En om het toch even over havengeld te hebben. Wij zijn heel tevreden als we hier langs de Atlantische kust minder dan 40 euro voor een nacht betalen. 55 euro hebben we ook meegemaakt.
 |
Dit huis komen we tegen tijdens onze wandeling.
Het roept nostalgische gevoelens op. Als klein meisje
heb ik in Fontainebleau in een huis dat hierop lijkt gewoond. |
31 juli en 1 augustus – Eerst nog naar het aquarium, en dan naar Belle Ile
 |
| Een bezoek aan het aquarium van La Rochelle is de moeite waard! |
 |
Prachtige kwallen tijdens ons bezoek
aan het aquarium van La Rochelle |
Nu we zo lang in La Rochelle zijn gebleven wordt het tijd om
een flinke slag naar het noorden te maken. Le Palais op Belle Ile voor de kust
van Bretagne wordt onze volgende bestemming. In verband met het getij gaat
’s middags pas de sluis van het bassin open. De ochtend gebruiken we voor een
bezoek aan het aquarium. Mocht je ooit in La Rochelle komen: doen! Het is
werkelijk prachtig. Ik wist niet dat er zo’n enorme variëteit aan zeedieren is in
de zeeën die ons omringen.
 |
| Mooie Franse kippen op de overdekte markt, ... |
Vervolgens is er nog tijd voor de laatste boodschappen op de
overdekte markt. Wat een genot om daar rond te kijken.
 |
| .... allerlei soorten en maten oesters, ... |
 |
| ... en allerlei soorten tomaten de op de groentemarkt buiten |
Dan wordt het tijd om echt te vertrekken. Om kwart over twee opent de sluis en de brug en verschillende schepen gaan alvast klaarliggen.
 |
| Samen met ons vertrekken een aantal klassieke schepen uit het Bassin des Chalutiers |
 |
| Vertrek uit La Rochelle |
 |
De ton Richelieu ligt voor de toegangsgeul naar
La Rochelle en heet zo omdat kardinaal Richelieu
in de 17e eeuw hier een dam heeft gebouwd,
tijdens het beleg van de stad La Rochelle |
De tocht naar Belle Ile is eigenlijk heel saai. De eerste
middag kunnen we nog een paar uur zeilen. Het is alweer kruisen,- we lijken
deze hele vakantie alleen maar tegenwind te hebben -, dus is het fijn dat we
een Breehorn hebben. ’s Avonds zakt de wind in en komen we niet meer tegen de
golfslag in, dus gaat de motor aan en op een enkel uurtje na gaat die ook niet
meer uit.
 |
| Zonsondergang..... |
De sterrennacht is prachtig (maar niet te fotograferen). Hoewel er bijna niets te doen is, is het
wel opletten. Er zijn maar weinig schepen met AIS. Jan Willem ziet ’s tijdens
zijn wacht nog een paar dolfijnen op afstand (goed voor de statistiek)
 |
| ...en zonsopgang de volgende ochtend |
 |
| Voor anker bij Belle Ile |
Bij Belle Ile aangekomen gaan we voor anker in een baaitje in
afwachting van het moment dat we de haven van Le Palais in kunnen. Ook hier is
er een sluisdeur voor de haven. Le Palais
wordt gedomineerd door een gigantische citadel. Ook hier heeft de
architect Vauban zijn stempel op gedrukt. Een actief baasje moet dat zijn
geweest.
 |
Als je Belle Ile- Le Palais binnenvaart,
zie je rechts de enorme muren van de Citadelle Vauban |
 |
| We varen door de sluis in het Bassin Aflot |
Tegen de verwachting in is het niet erg druk in het Bassin Aflot. Als we goed en wel in de haven liggen en Jan Willem zich meldt bij de
capitainerie om het havengeld te betalen, krijgt hij te horen dat we de
volgende ochtend, bij de ochtendopening van de sluis om half zeven, weer moeten
vertrekken. Die middag worden er 150 schepen verwacht voor een wedstrijd. En
dan wel het volle pond voor het havengeld vragen. Dat vinden wij kwalitatief
uitermate teleurstellend. Jammer, we hadden Bell Ile graag verder verkend. Voordat
we gaan slapen is het nog een heel gepuzzel waar we morgen dan heen zullen
gaan.
 |
| Beauty's van schepen in het bassin |
 |
| Wandelen langs de voorhaven |
2 augustus – Naar La-Trinité-sur-Mer
 |
| Om half zeven 's-ochtends vertrekken we uit Belle Ile - Le Palais |
Als we ’s-ochtends opstaan, is er op de schepen om ons heen
nog geen leven te bekennen. Klopt het wel? Of zouden ze half zeven ’s-avonds
bedoeld hebben? Jan Willem informeert bij de capitainerie en het blijkt toch
het geval te zijn. Alleen is half zeven de eerste opening. We hadden dus nog
een uurtje kunnen blijven liggen.
Nu we
toch op zijn vertrekken we toch maar.
 |
| De mooiste zonsopgang ooit! Met in de verte Ile de Houat |
 |
| Een 'rivier' van mist boven Belle Ile |
Cruijff zei ooit: “Elk nadeel heb z’n voordeel” en zo is het
ook bij ons. We genieten van de mooiste zonsopgang sinds lange tijd. En even
later zien we een grote troep kleine dolfijnen (bruinvissen?) die aan het
vissen zijn. Het is bekend dat ze de vissen door in cirkels te zwemmen bij
elkaar drijven en zo met open bek hun maaltje verorberen. En zij niet alleen,
want de meeuwen en jan-van-genten eten gezellig mee. Wat een schouwspel!
 |
| Twee foto's van jagende dolfijnen en vissende meeuwen en jan-van-genten |
 |
| Flinke tegenstroom bij de Passage de Teignouse |
Een tijdje zeilen we heel rustig, maar dan gaan we door de
stroom bijna harder achteruit dan vooruit en moet de motor er weer bij. Bij de
Passage de Teignouse, de overgang naar de Baye de Quiberon
zien we allerlei stroomrafelingen. De diepte
loopt in de relatief smalle doorgang terug van 40 naar 8 meter! Rond half een
meren we af in La-Trinité-sur-Mer, een grote haven op de rivier in een aardig
plaatsje.
 |
| Oesterbanken bij LaTrinité sur Mer |
 |
| Deze trimaran heeft wel zeer indrukwekkende afmetingen! |
Het is ook een plek waar veel zeilwedstrijden starten en
er liggen een aantal indrukwekkende boten aan de steiger.
3 augustus – Wandelen en ankeren
 |
| Prachtige huizen langs onze wandelroute, .... |
We hebben een foldertje bij de capitainerie gescoord met
wandel- en fietsroutes rond La Trinité-sur-Mer. Vanochtend gaan we een stuk(je)
van de grand randonnee-route lopen langs de kust ten zuiden van het stadje. De
wandelschoenen gaan aan, want op de kliffen kunnen de paden behoorlijk ruig
zijn, weten we uit ervaring. Alleen niet hier, het grootste deel van de route
is keurig geplaveid. Het is een leuke wandeling met mooie vergezichten. We bewonderen
de vele luxe huizen met grote tuinen en uitzicht op zee. Halverwege drinken we
koffie op een terras bij het strand. En later op de wandeling komen we langs
Salines, zoutpannen. Die zijn aangelegd om het erfgoed in Bretagne,
waar de zoutwinning traditioneel een bron van
inkomsten was, te bewaren.
 |
| .... kusten met veel rotsen, .... |
 |
| ...en zoutpannen, voor de winning van sel gris en fleur de sel |
’s-Middags varen we terug naar Belle Ile, waar we aan de
zuidkant een mooie beschutte ankerplek opzoeken. Weer verbazen we ons over het
water bij de Passage de Teignouse. Onderweg horen we op kanaal 16 omroepen dat
de haven van Le Palais vol is. Als we langs het eiland varen zien we in de
eerste baaien al
grote aantallen schepen
voor anker liggen.
 |
| Voor anker in de baai Port Kerel bij Belle Ile |
We varen nog een stukje door en komen rond acht uur ’s-avonds
aan in de baai Port Kerel, die aanbevolen wordt in de boeken en inderdaad
prachtig beschut ligt.
Zo’n twintig schepen liggen er al voor anker en wij
zoeken een goed plekje er tussenin. Ik ben een beetje bezorgd dat we te dicht bij de rotswand liggen voor de zwaai bij het keren van het getij. Dat blijkt niet nodig. ’s Nachts gaat het ankeralarm een aantal keren af. Jan Willem hoort niets zonder zijn ‘extra oren’ (gehoorapparaten), dus ga ik kijken en alles is gelukkig steeds goed. Volgens mij moeten we wat meer ankerervaring opdoen!
 |
| Zo ziet het draaien rond het anker er op de plotter uit |
4 augustus – Naar Concarneau
 |
| We weten deze bui, die deel uitmaakt van een front, te ontlopen |
We moeten de planning voor de terugweg een beetje in de
gaten houden, anders zijn we niet op tijd in Nederland. Van Port Kerel naar
Concarneau is 50 zeemijl, zo’n 10 uur varen. We vertrekken al rond half acht.
Eerst nog met de motor erbij, maar het gaat steeds harder waaien en vanaf elf
uur kunnen we echt zeilen. Het wordt een topdag. Met niet al te veel wind, maar
supervlak water kunnen we een snelheid van zo’n vijf knopen halen. Prima zo!
 |
| Alweer dolfijnen die makrelen vissen! |
 |
| Let op de dolfijn rechts op de foto! |
Ditmaal zien we onderweg zelfs verschillende malen dolfijnen. Een keer wordt de
aandacht erop gevestigd doorat een grote groep meeuwen en jan-van-genten op één
plek aan het vissen is. Als je dat ziet, zijn er bijna altijd ook dolfijnen in
de buurt, die een school makrelen bij elkaar jagen.
Het schiet lekker op en rond half vijf meren we af in
Concarneau.
 |
| De ommuurde oude stad van Concarneau |
Natuurlijk strekken we na het eten even de benen. Concarneau is bekend om zijn ‘gesloten stad’ met versterkingen uit de 15
e eeuw.
Vauban heeft, weliswaar later, ook hier huisgehouden. Het een prachtige oude
vesting met slechts één toegangspoort. Door die poort drommen horden toeristen
om de enige winkelstraat vol ijstenten, restaurantjes, souvenir- en
kledingwinkels te bevolken. Voor de eigen inwoners moet deze
plek onleefbaar zijn geworden. Het doet me
denken aan het boek ‘Grand Hotel Europa’ van Ilja Leonard Pfeiffer, die
beschrijft hoe ons erfgoed aan haar eigen succes ten onder gaat. Maar naast
deze bezienswaardigheid is er ook nog een vissershaven en een mooi strand.
 |
| Drukte in de gesloten stad van Concarneau |
Het blog van Renee boeit mij erg, ik heb al tegen Jan gezegd dat we eens in Bretagne moeten fietsen. De plaatsen langs de kust kunnen we op de fiets ook aan doen. Zo zie je maar weer, ook op de fiets de wind door de haren, zon in het gezicht en leuke kustplaatsen aandoen. Lieve groet van mij voor jullie
BeantwoordenVerwijderen