5 augustus – Een dagje in Concarneau
 |
| Les Halles - de overdekte markt waar we kraakverse mosselen kopen |
We hebben de stad verkend met een wandeling, maar de gesloten
stad gemeden, nadat we er gisteravond een rondje hebben gelopen. Te toeristisch
voor ons.
Op de markt halen we tomaten en abrikozen, die achteraf veel
te rijp blijken te zijn. We hebben eerder gemerkt dat marktkooplui proberen om
hun overrijpe spullen aan je te slijten. En vervolgens laten we ons afzetten bij
het kopen van een stuk Beaufort kaas. Minder bijzonder maar betrouwbaarder is
de Carrefour City.
 |
| Bewonderende blikken voor onze Iskander strelen onze trots |
Na het vertrek van onze buurman hebben we het schip
verlegd van een ongemakkelijk korte vingersteiger naar de doorlopende steiger die naar de
wal gaat. Hier komt het nodige volk langs. De bewonderende blikken en
complimenten voor onze Iskander zijn niet van de lucht. Als er geklopt wordt, steekt
Jan Willem zijn hoofd naar buiten. Het blijkt een man die het Esthec (een soort kunststof) dek
onderzoekt.
 |
| 's-Avonds genieten we van verse mosselen van de markt |
6 augustus – Naar Douarnenez
 |
| Ile aux Moutons |
Om zeven uur varen we af, waarbij we hulp krijgen van de
bemanning van het schip achter ons, dat onze uitvaart blokkeert. Met een paar
extra handjes gaat alles
goed.
In het begin hebben we de wind pal op de kop. We varen vlak
langs het Ile aux Moutons met zijn mooie vuurtoren, dat niet ver van de Iles de
Glénans in de baai voor Concarneau ligt. Daarna verleggen we de koers naar het
westen en zetten zeil. Helaas is dat niet genoeg om de hoge deining en de
golven de baas te blijven, dus blijft de motor bij staan. In de middag wordt de
wind beter en kunnen we echt zeilen.
 |
| Door de hoge deining verdwijnt een ander zeiljacht vrijwel geheel uit beeld. alleen de top van het zeil is nog zichtbaar |
Met
ruime wind varen we de baai van Douarnenez door, om rond acht uur ’s-avonds aan
de gastensteiger bij Tréboul te stapelen langs een schip, waarvan de schipper aankondigt
dat hij de volgende ochtend om half zeven wil vertrekken. Dat is geen probleem
voor ons, die de waddenhavens gewend zijn.
 |
| Prachtig avondlicht in Douarnenez, met uitzicht op het eiland Tristan |
De avond is prachtig, met heel mooi licht. We maken voor het
slapen gaan nog een wandelingetje door het uitgestorven Tréboul, dat toch
bekend staat als een badplaats. Nu kun je er een kanon afschieten. Vrijwel alle
etablissementen zijn al gesloten en in het halfdonker ziet het er allemaal een
beetje onderkomen uit. Gauw terug naar de gezelligheid van onze eigen Iskander!
7 augustus – Dagje Douarnenez
 |
| De gastensteiger in Treboul, de volgende ochtend |
 |
| De sluis van Port Rhu is weer gesloten |
Om half zeven wordt er op de kajuit geklopt en springen we
snel in de kleren, om de buurman ertussenuit te laten. Als de Iskander weer
netjes aan de steiger ligt, kruipen we nog lekker even ons bed in. We willen
verhuizen naar de Port Rhu, in de stad Douarnenez, maar de sluisdeur gaat pas
om kwart over negen open. De havenmeester in Tréboul heeft die van Port Rhu al
gewaarschuwd en als we aan komen varen, gaat de brug al voor ons open en staan
er al mannen op de steiger om onze lijntjes aan te nemen. Wat een hartelijke
ontvangst!
 |
| Museumschepen in de Port Rhu |
En wat een ambiance, zo bij de stad en naast het maritiem museum met
een mooie collectie oude schepen en klassieke zeiljachten, waarvan er trouwens een
aantal nog wel een uitdaging vormen wat het onderhoud betreft. Helaas heeft de
kwaliteit van het sanitair diezelfde uitdaging.
Over sanitair gesproken, hier in Frankrijk komen we
regelmatig genderneutraal sanitair tegen. Het is even wennen als je als vrouw wordt
geconfronteerd met een man, die zich staat
scheren, of als man met twee meiden van een jaar of achttien, die zich
giechelend staan op te maken. Maar zoals hier een genderneutraal toilet met open
en bloot urinoirs, vind ik toch echt te ver gaan. Het is niet alleen een
kwestie van een andere sticker op de deur!
 |
| De kade van de oude vissershaven is nu het toeristisch centrum van Douarnenez |
 |
| Concarneau is van oudsher een stad van visconcerven |
Langs de kade van de oude vissershaven zijn verschillende
restaurants en dus ook de toeristen te vinden.
Maar verder is Douarnenez een
echte werkstad. In de 19
e eeuw is er een grote vissersvloot ontstaan
en een bloeiende conservenindustrie van sardines. De grootste van Europa claimt
men op de informatieborden, die overal in de stad staan. Er zijn nog maar twee conservenbedrijven overgebleven.
 |
| De grote kerk die in de bloeiperiode van Concarneau is gebouwd |
Rond 1860 is er een
enorme kerk gebouwd om de groei van de stad en dus de gelovigen op te vangen.
De vissers liggen tegenwoordig in de nieuwe
haven met op het haventerrein de visverwerkende bedrijven. De tegenstelling met
de vakantieplaatsen die we eerder zijn tegengekomen is groot. En zijn er veel
meer huizen die er slecht onderhouden uitzien. En struikelden we in La Rochelle
en Concarneau over de ijstenten, hier is er in de hele stad geen enkele te
vinden. Van ellende zoeken we een crèperie op, want die vind je gelukkig overal
in Bretagne.
 |
| Vanaf de Iskander hebben we in Port Rhu uitzicht op de monumentale brug |
8 augustus – Opnieuw naar Camaret-sur-Mer
 |
| Slecht zicht in de baai van Douarnenez |
Er komt een flinke depressie aan die alle
weersvoorspellingen op vrijdag en zaterdag rood doen kleuren voor een gebied
vanaf Biskaje tot aan Schotland. Het lijkt erop dat de weersverandering nu echt
is ingezet en we de weergaten tussen de depressies in goed zullen moeten
benutten. Over ruim twee weken moeten we immers thuis zijn. Ineen keer vanuit
Douarnenez naar Roscoff, aan de Bretonse noordkust halen we niet op tijd, maar
alvast een stapje naar Camaret, om daar de depressie te laten passeren, is wel
mogelijk.
Voorlopig miezert het nog bij een matige wind. Om tien uur
gaan we door de brug van Port Rhu. We zijn niet de enige die naar het noorden
vertrekt. Een hele groep zeiljachten heeft blijkbaar hetzelfde plan. Als we
uitvaren is het zicht zo slecht, dat we permanent op de radar de andere schepen
en vooral ook vissersbootjes in de gaten houden. Als het weer tijdelijk
opklaart zwemmen er (alweer) dolfijnen naast de boot. Een wedstrijdje met een
grote Ovni winnen we glansrijk (dat zou ook moeten). We ronden Cap de
Chèvre en gaan op weg naar Camaret. Daar
is nog net een mooi plekje langs de buitensteiger, waarvan we denken dat het
gunstig ten opzichte van de verwachte harde wind ligt. Maar the proof of the pudding is in the eating, We gaan het
zien.
 |
| De jachthaven van Camaret, de Iskander ligt achter aan de buitenzijde |
 |
| Lekkere crevettes van de Super U |
’s-Middags wandelen we het hele dorp door en foerageren bij de Super U. Langs de kade heerst opwinding. Er is dolfijn in de haven gesignaleerd en dat moet natuurlijk worden vastgelegd met talloze mobieltjes. Het arme beest zwemt rondjes en is duidelijk de weg kwijt.
Die nacht slapen we goed, maar het heeft ook nog niet echt hard gewaaid.
9 en 10 augustus – Verwaaid in Camaret
 |
| Een stootwil moet het rukken van het schip aan de lijnen een beetje dempen |
Op vrijdag waait het heel hard. We klokken 34 knopen in de
haven. We klussen wat, ik blog en ik lees mijn boek: Nachttrein naar Lissabon
van Pascal Mercier. Dat laatste is een behoorlijke verslaving aan het worden.
En dan nog voortdurend het weer in de gaten houden, wanneer we weer verder
kunnen. ’s-Nachts slapen we slecht omdat de boot ligt te rukken aan de steiger
en de lijnen kraken. Insmeren met wasverzachter helpt (zou mijn oud-collega Ingrid zeggen), maar
die ben ik vergeten mee te nemen.
 |
| Het waait lekker door! Een hele dikke 7 Beaufort |
 |
We brengen een bezoek aan de Tour Vauban, een van de vele verdedigingswerken die de architect Vauban heeft gebouwd in opdracht van koning Lodewijk XIV |
 |
| De menhirs van Lagatjar |
Op zaterdag is het weer behoorlijk opgeknapt, dat wil zeggen het is zonnig en het waait nog steeds stevig. Een paar schepen vertrekken, maar wij nog niet. We hebben een kustwandeling gepland. Eerst gaan we langs de boulangerie om lekkere broodjes en flesjes water voor onderweg te kopen. Als we het dorp uitlopen komen we langs een groot veld met de Menhirs van Lagatjar. Altijd weer een mysterie hoe ze zo lang geleden al die stenen hier bij elkaar hebben gekregen.
 |
| De heide kleurt de kaap prachtig purper |
Via wandelpaden bereiken we het strand Plage du Veryac’h, waar
mensen genieten van het grootse uitzicht en de zon en picknicken. Wij sluiten
ons daar graag bij aan. We vervolgen onze weg over de kliffen naar de Pointe de
Pen Hir. Hier zijn we dus twee dagen geleden zelf langs gevaren. De golven
spatten hoog op tegen de rotsen. We proberen onze route tussen de kardinalen
terug te vinden, maar dat is nog knap lastig. De kleuren van de gevarieerde
vegetatie, onder andere verschillende soorten heide, brem, varens, duindoorn en
bramen zijn heel bijzonder, van groen en roodbruin via paars naar lila met hier
en daar het geel van de brem. Langs de kust staat een monument voor de
gevallenen van WO II. Even verderop staan een aantal bunkers die heinneren aan
de Atlantic Wall. Als we doorlopen naar de Anse de Pen Hat schiet er een slang
voor mijn voeten weg onder de struiken. We volgen de GR 34 langs de kust om
terug naar de haven te lopen.
Bij de Super-U laden we onze rugzakken vol. Taboulé en
wortelsalade behoren tot onze favorieten. Lekker voor onderweg. En
wasverzachter om vannacht lekker te slapen.
11 en 12 augustus – Van Camaret naar Jersey
 |
| We varen langs het Pointe St. Matthieu het Chenal du Four in. dat is de doorgang noordwestelijk van Bretagne. |
 |
| Jan Willem vaart op een bui af |
Oh, wat ruiken die lijnen lekker als ik ze bij het afvaren
in de bakskist leg! En het heeft geholpen, want we hebben de afgelopen nacht
geen kraak gehoord.
Onze buren zijn al om 6 uur vertrokken, maar die willen naar
Cherbourg en moeten op het juiste moment door de Race van Alderney. Ons doel is
St. Helier op Jersey, een van de Kanaaleilanden. Half negen afvaart is het juiste moment om met stroom mee
door het Chenal du Four langs de noordwestelijke punt van Bretagne te varen. En
onze planning klopt precies: stroom mee in het Chenal du four. Als we het
Chenal uitkomen wordt de deining hoog en hobbelig. De golven komen dwars in. We
zetten een bulletalie, schoten de fok buitenom en kruisen het traject af voorlopig
nog naar het noorden. Nadat we gegijpt hebben varen we in de goede richting,
naar het oosten. De golven komen nu veel prettiger binnen. In de middag zien we
dolfijnen. Het is een kleine soort. Er is ook een jong bij.
 |
| Dit is het radarbeeld van de bui op de plotter |
’s Avonds eten we lasagne, kant en klaar van de Super U.
Ideaal, je schuift het zo in de oven. Als ik te kooi ben ziet Jan Willem
vuurwerk op de wal en onweer in de verte. Hij motorsailt om het geklapper van
de zeilen te voorkomen. Tijdens mijn wacht kan ik gelukkig weer zeilen. Het
onweer in de verte blijft gelukkig in de verte. Het wolkendek breekt open en ik
geniet van een prachtige sterrenhemel, met zowaar een vallende ster. Het is zo
rustig dat ik slechts één schip op de AIS zie. En twee keer een visser in het
echt.
Rond negen uur ’s-ochtends
haalt Jan Willem mij uit bed. Het aanvaren op St. Helier, waar je de
juiste koerslijnen moet volgen, doet hij liever samen. Veel verraderlijke
rotsen hier! Om half elf meren we af aan de wachtsteiger in St. Helier. Het dok
gaat pas vanmiddag om drie uur open.
 |
| Aankomst in St. Helier op Jersey |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten