zaterdag 31 augustus 2019

Zomer 2019 - 5 t/m 12 augustus: Over Bretagne en de Kanaaleilanden


5 augustus – Een dagje in Concarneau

Les Halles - de overdekte markt waar we kraakverse mosselen kopen
We hebben de stad verkend met een wandeling, maar de gesloten stad gemeden, nadat we er gisteravond een rondje hebben gelopen. Te toeristisch voor ons.
Op de markt halen we tomaten en abrikozen, die achteraf veel te rijp blijken te zijn. We hebben eerder gemerkt dat marktkooplui proberen om hun overrijpe spullen aan je te slijten. En vervolgens laten we ons afzetten bij het kopen van een stuk Beaufort kaas. Minder bijzonder maar betrouwbaarder is de Carrefour City.
Bewonderende blikken voor onze Iskander strelen onze trots
Na het vertrek van onze buurman hebben we het schip verlegd van een ongemakkelijk korte vingersteiger naar de doorlopende steiger die naar de wal gaat. Hier komt het nodige volk langs. De bewonderende blikken en complimenten voor onze Iskander zijn niet van de lucht. Als er geklopt wordt, steekt Jan Willem zijn hoofd naar buiten. Het blijkt een man die het Esthec (een soort kunststof) dek onderzoekt.
's-Avonds genieten we van verse mosselen van de markt

6 augustus – Naar Douarnenez

Ile aux Moutons 
Om zeven uur varen we af, waarbij we hulp krijgen van de bemanning van het schip achter ons, dat onze uitvaart blokkeert. Met een paar extra handjes gaat alles  goed.
In het begin hebben we de wind pal op de kop. We varen vlak langs het Ile aux Moutons met zijn mooie vuurtoren, dat niet ver van de Iles de Glénans in de baai voor Concarneau ligt. Daarna verleggen we de koers naar het westen en zetten zeil. Helaas is dat niet genoeg om de hoge deining en de golven de baas te blijven, dus blijft de motor bij staan. In de middag wordt de wind beter en kunnen we echt zeilen.

Dolfijnen rond de boot!
Ook vandaag zien we weer dolfijnen die een kwartiertje meezwemmen. Dolfijnen zij heel nieuwsgierige dieren. Het komt verschillende malen voor dat ze even poolshoogte bij de boot nemen en er vervolgens weer vandoor gaan.











We zien een prachtige klassieke boot



En er komen een aantal grote ....
...wedstrijdboten voorbij.

























Het passeren van de beruchte Raz de Sein, de doorgang tussen en kaap op de zuidwestelijke punt van Bretagne en de rotsen die daarvoor liggen is een bijzondere ervaring. Zelfs onder de vrijwel ideale omstandigheden, die we vandaag hebben, is het water zeer onrustig en loopt er een hoge deining.


Ruwe golfslag bij de kaap Raz de sein, ondanks het rustige weer
Door de hoge deining verdwijnt een ander zeiljacht vrijwel geheel uit beeld. alleen de top van het zeil is nog zichtbaar 
 Met ruime wind varen we de baai van Douarnenez door, om rond acht uur ’s-avonds aan de gastensteiger bij Tréboul te stapelen langs een schip, waarvan de schipper aankondigt dat hij de volgende ochtend om half zeven wil vertrekken. Dat is geen probleem voor ons, die de waddenhavens gewend zijn.
Prachtig avondlicht in Douarnenez, met uitzicht op het eiland Tristan
De avond is prachtig, met heel mooi licht. We maken voor het slapen gaan nog een wandelingetje door het uitgestorven Tréboul, dat toch bekend staat als een badplaats. Nu kun je er een kanon afschieten. Vrijwel alle etablissementen zijn al gesloten en in het halfdonker ziet het er allemaal een beetje onderkomen uit. Gauw terug naar de gezelligheid van onze eigen Iskander!


7 augustus – Dagje Douarnenez



De gastensteiger in Treboul, de volgende ochtend


De sluis van Port Rhu is weer gesloten
Om half zeven wordt er op de kajuit geklopt en springen we snel in de kleren, om de buurman ertussenuit te laten. Als de Iskander weer netjes aan de steiger ligt, kruipen we nog lekker even ons bed in. We willen verhuizen naar de Port Rhu, in de stad Douarnenez, maar de sluisdeur gaat pas om kwart over negen open. De havenmeester in Tréboul heeft die van Port Rhu al gewaarschuwd en als we aan komen varen, gaat de brug al voor ons open en staan er al mannen op de steiger om onze lijntjes aan te nemen. Wat een hartelijke ontvangst!
















Museumschepen in de Port Rhu

 En wat een ambiance, zo bij de stad en naast het maritiem museum met een mooie collectie oude schepen en klassieke zeiljachten, waarvan er trouwens een aantal nog wel een uitdaging vormen wat het onderhoud betreft. Helaas heeft de kwaliteit van het sanitair diezelfde uitdaging.
Over sanitair gesproken, hier in Frankrijk komen we regelmatig genderneutraal sanitair tegen. Het is even wennen als je als vrouw wordt  geconfronteerd met een man, die zich staat scheren, of als man met twee meiden van een jaar of achttien, die zich giechelend staan op te maken. Maar zoals hier een genderneutraal toilet met open en bloot urinoirs, vind ik toch echt te ver gaan. Het is niet alleen een kwestie van een andere sticker op de deur!

De kade van de oude vissershaven is nu  het toeristisch centrum van Douarnenez









Concarneau is van oudsher een stad van visconcerven
Langs de kade van de oude vissershaven zijn verschillende restaurants en dus ook de toeristen te vinden.















 Maar verder is Douarnenez een echte werkstad. In de 19e eeuw is er een grote vissersvloot ontstaan en een bloeiende conservenindustrie van sardines. De grootste van Europa claimt men op de informatieborden, die overal in de stad staan. Er zijn nog maar twee conservenbedrijven overgebleven.








De grote kerk die in de bloeiperiode van Concarneau is gebouwd
Rond 1860 is er een enorme kerk gebouwd om de groei van de stad en dus de gelovigen op te vangen.   De vissers liggen tegenwoordig in de nieuwe haven met op het haventerrein de visverwerkende bedrijven. De tegenstelling met de vakantieplaatsen die we eerder zijn tegengekomen is groot. En zijn er veel meer huizen die er slecht onderhouden uitzien. En struikelden we in La Rochelle en Concarneau over de ijstenten, hier is er in de hele stad geen enkele te vinden. Van ellende zoeken we een crèperie op, want die vind je gelukkig overal in Bretagne.



Vanaf de Iskander hebben we in Port Rhu uitzicht op de monumentale brug 




8 augustus – Opnieuw naar Camaret-sur-Mer

Slecht zicht in de baai van Douarnenez
Er komt een flinke depressie aan die alle weersvoorspellingen op vrijdag en zaterdag rood doen kleuren voor een gebied vanaf Biskaje tot aan Schotland. Het lijkt erop dat de weersverandering nu echt is ingezet en we de weergaten tussen de depressies in goed zullen moeten benutten. Over ruim twee weken moeten we immers thuis zijn. Ineen keer vanuit Douarnenez naar Roscoff, aan de Bretonse noordkust halen we niet op tijd, maar alvast een stapje naar Camaret, om daar de depressie te laten passeren, is wel mogelijk.
Voorlopig miezert het nog bij een matige wind. Om tien uur gaan we door de brug van Port Rhu. We zijn niet de enige die naar het noorden vertrekt. Een hele groep zeiljachten heeft blijkbaar hetzelfde plan. Als we uitvaren is het zicht zo slecht, dat we permanent op de radar de andere schepen en vooral ook vissersbootjes in de gaten houden. Als het weer tijdelijk opklaart zwemmen er (alweer) dolfijnen naast de boot. Een wedstrijdje met een grote Ovni winnen we glansrijk (dat zou ook moeten). We ronden Cap de Chèvre  en gaan op weg naar Camaret. Daar is nog net een mooi plekje langs de buitensteiger, waarvan we denken dat het gunstig ten opzichte van de verwachte harde wind ligt. Maar the proof  of the pudding is in the eating, We gaan het zien.

De jachthaven van Camaret, de Iskander ligt achter aan de buitenzijde
Lekkere crevettes van de Super U
’s-Middags wandelen we het hele dorp door en foerageren bij de Super U. Langs de kade heerst opwinding. Er is dolfijn in de haven gesignaleerd en dat moet natuurlijk worden vastgelegd met talloze mobieltjes. Het arme beest zwemt rondjes en is duidelijk de weg kwijt.
Die nacht slapen we goed, maar het heeft ook nog niet echt hard gewaaid.

9 en 10 augustus – Verwaaid in Camaret

Een stootwil moet het rukken van het schip aan de lijnen een beetje dempen
Op vrijdag waait het heel hard. We klokken 34 knopen in de haven. We klussen wat, ik blog en ik lees mijn boek: Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier. Dat laatste is een behoorlijke verslaving aan het worden. En dan nog voortdurend het weer in de gaten houden, wanneer we weer verder kunnen. ’s-Nachts slapen we slecht omdat de boot ligt te rukken aan de steiger en de lijnen kraken. Insmeren met wasverzachter helpt (zou mijn oud-collega Ingrid zeggen), maar die ben ik vergeten mee te nemen.

Het waait lekker door! Een hele dikke 7 Beaufort






We brengen een bezoek aan de Tour Vauban, een van de vele
verdedigingswerken die de architect Vauban heeft
gebouwd in opdracht van koning Lodewijk XIV


De menhirs van Lagatjar
Op zaterdag is het weer behoorlijk opgeknapt, dat wil zeggen het is zonnig en het waait nog steeds stevig. Een paar schepen vertrekken, maar wij nog niet. We hebben een kustwandeling gepland. Eerst gaan we langs de boulangerie om lekkere broodjes en flesjes water voor onderweg te kopen. Als we het dorp uitlopen komen we langs een groot veld met de Menhirs van Lagatjar. Altijd weer een mysterie hoe ze zo lang geleden al die stenen hier bij elkaar hebben gekregen.

De heide kleurt de kaap prachtig purper
Via wandelpaden bereiken we het strand Plage du Veryac’h, waar mensen genieten van het grootse uitzicht en de zon en picknicken. Wij sluiten ons daar graag bij aan. We vervolgen onze weg over de kliffen naar de Pointe de Pen Hir. Hier zijn we dus twee dagen geleden zelf langs gevaren. De golven spatten hoog op tegen de rotsen. We proberen onze route tussen de kardinalen terug te vinden, maar dat is nog knap lastig. De kleuren van de gevarieerde vegetatie, onder andere verschillende soorten heide, brem, varens, duindoorn en bramen zijn heel bijzonder, van groen en roodbruin via paars naar lila met hier en daar het geel van de brem. Langs de kust staat een monument voor de gevallenen van WO II. Even verderop staan een aantal bunkers die heinneren aan de Atlantic Wall. Als we doorlopen naar de Anse de Pen Hat schiet er een slang voor mijn voeten weg onder de struiken. We volgen de GR 34 langs de kust om terug naar de haven te lopen.
Bij de Super-U laden we onze rugzakken vol. Taboulé en wortelsalade behoren tot onze favorieten. Lekker voor onderweg. En wasverzachter om vannacht lekker te slapen.

11 en 12 augustus – Van Camaret naar Jersey

We varen langs het Pointe St. Matthieu het Chenal du Four in. dat is de doorgang noordwestelijk van Bretagne.



Jan Willem vaart  op een bui af
Oh, wat ruiken die lijnen lekker als ik ze bij het afvaren in de bakskist leg! En het heeft geholpen, want we hebben de afgelopen nacht geen kraak gehoord.
Onze buren zijn al om 6 uur vertrokken, maar die willen naar Cherbourg en moeten op het juiste moment door de Race van Alderney. Ons doel is St. Helier op Jersey, een van de Kanaaleilanden. Half negen afvaart is het juiste moment om met stroom mee door het Chenal du Four langs de noordwestelijke punt van Bretagne te varen. En onze planning klopt precies: stroom mee in het Chenal du four. Als we het Chenal uitkomen wordt de deining hoog en hobbelig. De golven komen dwars in. We zetten een bulletalie, schoten de fok buitenom en kruisen het traject af voorlopig nog naar het noorden. Nadat we gegijpt hebben varen we in de goede richting, naar het oosten. De golven komen nu veel prettiger binnen. In de middag zien we dolfijnen. Het is een kleine soort. Er is ook een jong bij.
Dit is het radarbeeld van de bui op de plotter
’s Avonds eten we lasagne, kant en klaar van de Super U. Ideaal, je schuift het zo in de oven. Als ik te kooi ben ziet Jan Willem vuurwerk op de wal en onweer in de verte. Hij motorsailt om het geklapper van de zeilen te voorkomen. Tijdens mijn wacht kan ik gelukkig weer zeilen. Het onweer in de verte blijft gelukkig in de verte. Het wolkendek breekt open en ik geniet van een prachtige sterrenhemel, met zowaar een vallende ster. Het is zo rustig dat ik slechts één schip op de AIS zie. En twee keer een visser in het echt.
Rond negen uur ’s-ochtends  haalt Jan Willem mij uit bed. Het aanvaren op St. Helier, waar je de juiste koerslijnen moet volgen, doet hij liever samen. Veel verraderlijke rotsen hier! Om half elf meren we af aan de wachtsteiger in St. Helier. Het dok gaat pas vanmiddag om drie uur open.

Aankomst in St. Helier op Jersey

Geen opmerkingen:

Een reactie posten