18 juli: Golfen de mist in
 |
| Slecht zicht in Eriskay |
Het waait niet meer zo hard en een aantal schepen
vertrekken. Wel regent het pijpenstelen, maar dat is naar verwachting rond de
middag voorbij.
Wij hebben geen haast en drinken eerst gezellig koffie met
onze buren Freda en Mike. We wachten het droge weer af en vullen de tijd met
bloggen en de was doen.
 |
| Golfen in de mist |
Ons plan is om als het droog is met de fiets naar de
golfbaan in Eriskay te gaan. Als het in de loop van de middag droog wordt, vult het loch
zich met mist. We kunnen de bergen aan de overkant van het water niet eens meer
zien en zo breed is het niet.
Fietsen is nog wel te doen, maar de holes zie je echt niet
liggen in deze omstandigheden. We besluiten om dan maar zonder golfclubs naar
de golfbaan te fietsen om er toch even uit te zijn. Eerst nog even bij de
garage de banden oppompen en dan erop uit. Op de golfbaan zijn er toch een paar mensen aan het spelen hoewel het
behoorlijk heiig is en hebben we spijt dat we onze spullen thuis hebben
gelaten.
19 juli: Eindelijk naar Canna
 |
| De marina van Loch Boisdale is bijna leeg |
 |
| Gisteren konden we deze bergen niet zien! |
In het weerbericht wordt gesproken over ‘fog patches at
first’. Als we ’s ochtends losgooien in de haven van Lochboisdale is het
gelukkig stralend weer. Heerlijk, daar zijn we na al die regen wel aan toe.
Maar zodra we de uitgang van het Loch naar zee naderen is daar een muur van
mist. Het is heel vreemd om daar in te varen. AIS en Radar vormen een extra
paar ogen en maken dat we ons veilig voelen.
 |
| Een muur van mist hangt over de ingang van het loch |
 |
Een kustvaarder vaart voor ons langs
en verdwijnt in de mist |
Zo plotseling als we de mist invoeren, komen we er ook weer
uit en de rest van de dag blijft het stralend weer. Met een zacht windje en een
knik in de schoot trimmen we de Iskander en zetten het roer vast in plaats van
de stuurautomaat te gebruiken. Dat gaat uitstekend, maar later zakt de wind weg
en moet de motor aan.
 |
| Canna in zicht |
 |
| Zeekoet met jong |
Onderweg zien we nog dolfijnen langskomen. Ze spelen
verstoppertje met ons en we krijgen ze niet op de foto. Als we Canna naderen
komen aan alle kanten de watervogels langs vliegen: zeekoeten, jan van genten, alken, stormvogels en papegaaiduikers.
 |
| Alk |
 |
| Papegaaiduikers |
 |
| En dan varen we eindelijk de baai van Canna binnen |
 |
| We zijn niet de enige die hier ankert |
En dan varen we eindelijk de baai binnen. Eindelijk, want na
een uitzending van ‘Floortje (Dessing) naar het einde van de wereld’ was Canna
de plek in Schotland die we in elk geval wilden zien. Nou, we zijn niet de
enige! Er liggen al 16 schepen en alle moorings zijn bezet. Op de bodem van de
baai groeit veel kelp. Pas na de vijfde poging houdt het anker. Tijd om in het
zonnetje te gaan zitten. Het is zo warm dat de korte broek aan gaat. Dat is in
Schotland nog niet voorgekomen.
 |
| Het anker houdt slecht vanwege de kelp op de bodem |
We liggen vlak bij de uitgang van de baai en niet zo
beschut. Als de golfrichting en de windrichting dwars op elkaar staan klotst
dat heel ongemakkelijk. Met een rotsige wand achter het schip voelt dat onplezierig
en Jan Willem stelt het ankeralarm in.
 |
| We ankeren dicht bij de kust op een tamelijk onbeschutte plaats, in de loop van de nacht draait de wind |
’s Avonds gaat het onweren en komt de regen met bakken uit
de hemel, maar er zit gelukkig geen wind in de buien. Laat ik zeggen dat we weleens beter hebben
geslapen.
20 juli: Wandelen op Canna
Onze eerste actie, nog voor het ontbijt, is om een mooring te bemachtigen, zodra er een is vrijgekomen. Met al het kelp op de bodem voelt het ankeren toch niet safe.
 |
| Uitzicht op het kerkje en de baai van Canna |
 |
| Ze hebben hier een schooltje met maar een paar leerlingen |
Het einde van de wereld, zoals Floortje Dessing ons wil doen geloven is Canna zeker niet. Van Pasen tot eind oktober is het café en het winkeltje open, er is een bed and breakfast en de veerpont komt in de zomer dagelijks langs. Wat dat betreft voel ik me een beetje bekocht. Maar het eiland is niet voor niets zo populair. Het heeft het ware eilandgevoel. Er zijn veel zeehonden in de baai en er broeden heel veel vogelsoorten op de kliffen. Het weer is niet meer zo stralend als de dag ervoor, maar het is overwegend droog en de temperatuur is goed. We maken een prachtige wandeling, als je een stukje loopt zie je vrijwel niemand meer. En bij het Canna Café kun je fantastisch kreeft eten, ‘cach of the day’, en dat gaan wij dan ook vanavond doen. Tijdens het eten horen we van andere Nederlanders dat morgen in Tobermory de Highland Games plaatsvinden. Laat dat nu net onze bestemming zijn! Dat wordt vroeg op om daar bij te kunnen zijn. Maar aan de mooring slapen we heerlijk.
 |
| Canna Café |
 |
| Bijzondere basaltformatie op Canna |
21 juli: Highland Games in Tobermory
 |
| We laten Canna achter ons ... |
 |
| ... en varen langs Rhum en Egg |
Het zelfgebakken broodje is al om half zes klaar en om zes uur varen we af, want de
tocht is zo’n 35 zeemijl, 5 à 6 uur varen. Met lichte tegenwind motoren we tussen de eilanden Canna en Rhum door. Heel veel vogels zijn, net als wij, druk
met hun ontbijt. Dat geldt ook voor een
groep dolfijnen die voor onze boeg langs springt, duidelijk op weg naar een
plek waar veel vis zit. Even later zien we ze in de verte plenzen. Dan komt er meer
wind en gaan we zeilen. Het is niet helemaal bezeild, maar dat moet dan maar
zo. We nemen daarmee tegelijk wat meer afstand van Rhum, waar vervelende kruiszeeën
kunnen staan. Helaas zakt de wind in, zodat met de golven die er staan er niet
meer te zeilen valt.
 |
| Dansen tijdens de Highland Games |
 |
| ..... waar sterke mannen met palen gooien |
In Tobermory afgemeerd zoeken we direct de Highland Games
op. Die worden gehouden op de golfbaan. Het laat zich raden hoe die er morgen
uit ziet. Het is een fraai spektakel, allerlei krachtmetingen van
stoere mannen in kilts, zoals gewichten gooien en paalwerpen. Daar tussendoor
lokale wedstrijden voor hardlopen, hoog- en verspringen, traditionele dansen en
doedelzak spelen. Een gevarieerd publiek, met hier en daar mensen serieus in kilt, kijkt enthousiast toe. Het is allemaal erg grappig. Wij amuseren ons er in elk
geval prima.
 |
| Familie in kilt kijk naar het schouwspel |
 |
| De havenmeester van Tobermory is altijd actief |
22 juli: Naar Dunstaffnage
 |
| Kasteel aan de Sound of Mull |
Opnieuw varen we door de Sound of Mull. We gaan ons hier al
bijna
thuis voelen. Het weer is mooi en
het wordt een relaxt tochtje. Vroeg in de middag bereiken we onze bestemming.
Dunstaffnage is een grote jachthaven, tenminste voor Noord-Schotse begrippen. Er liggen hier een aantal behoorlijk grote schepen. De Iskander kan hier veilig blijven liggen als we terug naar Nederland gaan. Van daaruit kunnen we met een taxi naar Oban, waar het station is om de trein naar Edinburgh te nemen.
De middag gebruiken we om schoon schip te maken, zodat we als we over een week terugkomen onze gasten goed kunnen ontvangen.
23 juli: Met de trein naar Edinburgh
 |
| Met de trein gaan we langs pitoreske stationnetjes ... |
Om acht uur staat de taxi klaar bij de poort van de
jachthaven. Met een vriendelijke taxichauffeur die Jan Willem uitlacht als hij aan de
linkerkant van de auto in wil stappen: “Would you like to drive?” Nee, toch
maar niet. Met alleen een rugzakje als bagage vertrekken we.
Op het station in Oban is het al druk met reizigers voor de
trein naar Glasgow. Nog even een kop koffie en dan een plekje zoeken. Het
traject gaat door een prachtig landschap langs verschillende mooie glens
(dalen) en lochs, waaronder het beroemde Loch Lomond.
Het traject is grotendeels enkelspoor en dat betekent dat de trein op sommige
stations moet wachten op de trein in de tegengestelde richting om elkaar te
kunnen passeren.
 |
| ... en mooie landschappen |
 |
| Drukte op Princess Street in Edinburgh |
Op Glasgow Queen Street Station stappen we over op de trein
naar Edinburgh. Dat traject is een stuk minder interessant. In Edinburgh aangekomen
gaan we eerst naar de Tourist Information om een hotel te boeken. De service is
beperkt. Als het bij het eerste hotel niet lukt, verwijst de dame achter de
balie ons naar een internethoek met PC’s. Allebei verschansen we ons achter een
PC en het kost ons behoorlijk wat inspanning, maar dan heb je ook wat. In de
buurt van Haymarket Station vinden we een typisch Brits hotelletje, behalve dan
dat de eigenaresse een Chinese is, die honderd uit kletst. Blij verrast zijn we
met onze kamer waar we neerploffen op een hemelbed, hoe romantisch!
Na de bagage gedropt te hebben gaan we terug naar het
centrum, wandelend door de Princess Street Gardens om een restaurantje te
zoeken. In de New Town vinden we luxe winkelstraten à la
PC Hooft. Op St. Andrew Square zijn
allemaal tenten met bars en terrasjes en een heuse Hollandse spiegeltent
opgebouwd vanwege het Jazzfestival. Het is er gezellig en iedereen kan
meegenieten van de muziek uit de tent.
 |
| Het kasteel van Edinburgh torent hoog boven de stad uit |
24 juli: De mooie stad Edinburgh
 |
Het National Museum of Scotland biedt
een grote variatie aan collecties |
Bij het ontbijt wordt duidelijk dat we in een familiehotel
zijn beland. De zoon van de Chinese verzorgt de bediening. Het is een uiterst
vriendelijke, hele dikke jongen, die zich probeert ‘onzichtbaar te maken’. Dat
is niet eenvoudig met zo’n postuur.
We hebben het plan opgevat om het National Museum of Scotland te bezoeken. Bij aankomst kunnen we
direct bij een rondleiding aansluiten. De collecties zijn zeer divers en
indrukwekkend: geologie, biologie, industriële archeologie en nog veel meer. Het museum is gelieerd aan de universiteit van Edinburgh. Je
kunt je hier zonder problemen een week amuseren.
 |
| Heerlijke afternoon tea in het Tower restaurant |
Op de bovenste verdieping is
het chique Tower Restaurant met uitzicht over de stad, waar we genieten van
een afternoon tea die zo uitbundig is dat we het avondeten maar overslaan. Dan
wordt het tijd om weer in beweging te komen door middel van een wandeling door
de Old Town. Dit deel van de stad is op verschillende niveaus gebouwd. Je denkt
dat je je op grondniveau beweegt, maar daar loopt een compleet stratenplan onderdoor.
Dat is heel apart. Boven de stad torent Edinburgh Castle uit. Op de Royal Mile, de straat die naar het koninklijk paleis loopt, staan allerlei artiesten hun kunsten te vertonen. Het is hier net zo
toeristisch als op de Rambla in Barcelona.
 |
| Brug over het Waverley Station |
In Tobermory hebben we een aankondiging gezien
van de opera Dido en Aeneas van Henri Purcell door conservatoriumstudenten in
een kerk in Edinburgh vanavond. We gaan op zoek en zijn een van de weinige niet
vrienden of familieleden die het concert bijwonen. Jammer, want deze
voorstelling had beslist meer publiek verdient.
25 juli: Vanuit Edinburgh terug naar Nederland
De volgende ochtends wandelen we naar de Scottish National Gallery of Modern Art. Er is onder andere een mooie beeldentuin en een (tijdelijke) tentoonstelling van
surrealisten, waaronder Dali en Magritte. En een heel goed museumcafé met uitstekende cakes en salades.
 |
| De prachtige vijver is een landschapsculptuur van Charles Jencks |
 |
| Bij de ingang van het museum |
 |
| Schilderij van Bridget Riley |
 |
| Indrukwekkende tentoonstelling |
 |
| Langs de Water of Leith en Dean Village .... |
Van
het museum wandelen we langs de rivier Water of Leith via Dean Village naar de
botanische tuinen, waar een Victoriaanse kas te bewonderen is. We hebben
onvoldoende tijd om de tuinen goed te bekijken, want het is al weer tijd om in
het hotel onze bagage op te halen.
 |
| ... naar de botanische tuin |
 |
| Vixtoriaanse kas in de botanische tuin |
Begin van de avond vliegen we naar Nederland. Op donderdag
28 juli krijgt onze dochter Sophie haar bachelordiploma Militaire Systemen en Technologie
van de Nederlandse Defensie Academie. Het de afsluiting van haar opleiding als marineofficier aan het KIM. Als trotse ouders willen we daar
natuurlijk bij zijn! Het is wel een vreemd idee om naar huis te gaan en de boot
in Schotland achter te laten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten