dinsdag 27 september 2016

6 t/m 12 augustus 2016: Door het Caledonisch kanaal en langs de Schotse noordkust

6 augustus: Naar Fort Augustus

Koeien langs de oever
Alweer een Schotse regenboog, ditmaal in het kanaal



















’s Ochtends vroeg zijn Jan Willem en Myrthe nog even taart gaan halen. Vandaag passeren we de mijlpaal van 10.000 mijl gevaren met de Iskander en dat moet gevierd worden.
Vertrek om kwart voor negen. Vanaf de top van de Neptunes Staircase varen we door het Caledonian Canal naar het noordoosten. Aan de zuidzijde meandert de River Lochy min of meer parallel aan het kanaal.


Ganzen boven Loch Oich
De swing bridges lopen op rolletjes! 


De volgende sluis is bij Gairlochy, waar we na de sluis in Loch Lochy uitkomen. Met zuidwestenwind varen we op het fokje over het loch. Na het loch ligt de sluis van Lagan, gevolgd door een stukje kanaal dat uitkomt in het volgende meer, Loch Oich. Noordwestelijk van Loch Oich moeten we wachten tot na lunchtijd om de Aberchalder swing bridge te passeren. Even verderop komen we bij Cullochy Lock, het hoogste punt in het kanaal. En laat nu precies als we de sluis zijn ingevaren het log op 10.000 mijl springen.
We kunnen er een kwartier lang van genieten en foto’s maken. Het is dubbel feest, want we krijgen vier sterren van de sluiswachter voor het dragen van onze zwemvesten. Weer in het kanaal varend genieten we van onze taart.
Sluiswachtershuis bij Cullochy Lock
De 10.000 mijlpaal
Taart!
Dan komen we aan bij het plaatsje Fort Augustus, dat wordt gezien als het middelpunt van het Caledonian Canal. Hier is een staircase met vijf sluizen en het is super toeristisch. Het wemelt van de Chinezen en je hoort werkelijk alle talen spreken. Morgen blijven we een dagje hier. Er wordt harde wind voorspeld. Volgens de sluiswachters kan dan het onderaan, bij de ingang van Loch Ness, behoorlijk onrustig zijn. Wij blijven daarom boven aan de staircase liggen.
We meren af bovenaan de staircase van Fort Augustus.


7 augustus: Chillen in Fort Augustus

De oude houten brug in Fort Augustus staat op instorten
Het wordt een rustdagje. We verkennen het zeer toeristische Fort Augustus, dat vooral een grote verzameling van eettentjes is. Er is een grote parkeerplaats voor bussen aan de noordzijde van het kanaal bij de benzinepomp. Daar is ook de supermarkt. Het geen bijzonder plaatsje, behalve dan dat aan de zuidoostzijde, grenzend aan het Loch Ness een voormalige Benedictijner abdij met kloosterschool ligt, die omgebouwd is tot luxe appartementencomplex. Het is niet toegankelijk, maar er langs lopend krijg je er goed zicht op.
Sophie en Myrthe maken nog een paar staaltjes van de onbegrijpelijke Britse gewoonten mee, namelijk een snackbar die van twaalf tot twee lunchpauze houdt.  En een snackbar die in vis, vlees en gebak naast elkaar in dezelfde vitrine uitstalt.
’s Avonds zijn we uitgenodigd door Sophie en Myrthe om te gaan eten in een restaurant met uitzicht over Loch Ness. Het is heel gezellig met ons vieren, maar de bediening laat helaas te wensen over. We komen er de eerste onvriendelijke Schot tegen, die bij nader inzien geen Schot blijkt te zijn.
De voormalige Benedictijner abdij is verbouwd tot appartementencomplex


8 augustus: Van Fort Augustus naar de Staircase bij Inverness

Sophie en Myrthe vertrekken
Het is vanochtend prachtig weer. Sophie en Myrthe hebben kun rugzakken gepakt en stappen na het ontbijt af om hun vakantie backpakkend voort te zetten. We nemen hartroerend afscheid, want we hebben erg genoten van hun gezelschap.
Wij maken ons klaar om de staircase van Fort Augustus met ons tweeën in te gaan. Ik ga met de lijnen lopen en Jan Willem stuurt het schip rustig door de sluizen. Het loopt allemaal erg soepel.


Vlak achter de Iskander stroomt het water met bakken over de sluisdeur
In de staircase van Fort Augustus, op weg naar Loch Ness,
Jan Willem staat beneden en ik bovenop



















Eenmaal door de sluizen komen we op Loch Ness, 22 mijl lang en met een diepte van 250 meter. Onze dieptemeter meet op het diepste punt 230 meter.
In verband met valwinden hijsen we alleen de fok. De wind varieert in sterkte tussen de 4 en de 22 knopen. Het is alles of niets en we rollen de fok afwisselend in en uit. Naarmate we verder op het loch komen neemt de windsterkte in de vlagen verder toe.



Op Loch Ness meten we 230 meter diepte!






Het beroemde Urquhart Castle ligt halverwege Loch Ness op de noordoever. Het is een groot complex en in bezit van de National Trust. Toeristen komen met een ferry van een plek verderop aangevaren. Wij maken een kleine omweg om langs het kasteel te varen, maar we gaan er niet aan land.





Urquhart Castle, aan de noordzijde van Loch Ness

Oppassen dat we niet op de dam met de River Ness worden gezet!
Vervolgens komen we weer op het kanaal. Aan stuurboord loopt de rivier de Ness over een dam verder. Je moet er niet in de buurt komen want anders wordt je er op gezet.

Toscane? Nee, Schotland!
















Langs het kanaal liggen enkele grote landhuizen. Door de architectuur van een huis waan je je in Toscane.  We meren af in Inverness aan de bovenzijde van de staircase. Hoewel het pas vier uur is, mogen we niet verder omdat de verkeersbrug in verband met spitsuur tot zes uur gesloten blijft. En daarna zijn de sluiswachters naar huis. 
’s Avonds wandelen we naar het centrum en eten bij een Italiaans restaurant bij de brug. 










9 aug. Door staircase en wandelen Inverness


Waterstraaltjes uit de sluismuren als het waterpeil zakt

Door de staircase bij Inverness

Voordat we de stad in gaan, passeren we eerst de staircase en leggen we aan bij de marina. Er is nog wat gedoe met de steigers. De havenmeester wil dat we aan een veel te korte steiger gaan liggen. De langere kopse steigers moeten vrij blijven voor langere boten.
We zeggen ja, maar doen nee. Er zijn nog genoeg steigers vrij vinden we en als we ‘s middags terug komen, blijkt dat dat ook zo is.
Inverness Castle










We wandelen langs een lange doorgaande weg Inverness in. Het centrum ligt rond de River Ness en wordt gedomineerd door het kasteel.
Sophie en Myrthe zijn ook in de stad en we spreken nog even samen af.
We bezoeken het museum, een streekmuseum met een kleine collectie en een eenvoudig café. Daarna lopen we naar het kasteel, maar dat is helaas niet toegankelijk.
Uitzicht over de Rives Ness en de stad vanaf het kasteel
Visser in de River Ness
Verder stroomopwaarts liggen mooie huizen en een paar eilanden in de rivier die met bruggen zijn verbonden en waar een wandelpad overheen loopt. Langs de oever staan sportvissers. We drinken thee met scones in een aardig hotel. aan de rivier. En zo kun je Inverness ook beschrijven, een aardige stad aan de rivier, maar niet hel bijzonder. Misschien zijn we wel een beetje verwend geworden. Morgen gaan we weer verder.










10 augustus: Van Inverness naar MacDuff

Nog één sluis en dan komen we op de Inverness Firth ....
.... en verlaten het Caledonion Canal
’s Ochtends om acht uur liggen we klaar voor de laatste twee sluizen. Met onze ervaring en de hulp van de sluiswachters gaat het gesmeerd en varen we voor negenen al de Inverness Firth op. Er staat een stevige stroming, maar gelukkig hebben we hem mee.
Weinig wind en veel stroom
Het prachtige clubhuis van de Castle Stuart Golf Links  aan de Inverness Firth
Vuurtoren bij de ingang van de Inverness Firth
We varen langs het opmerkelijke gebouw van de Castle Stuart Golf Links, die in de glossy ‘Golf in Scotland’ wordt beschreven als een van de mooiste golf courses van Schotland.
Vervolgens passeren we de vuurtoren aan de ingang van Inverness Firth en komen op de Moray Firth.
Veel zeehonden op de zandbanken bij laag water













De Inverness Firth en de Moray Firth, die oostelijk daarvan ligt en overgaat in de Noordzee, staan bekend om de aanwezigheid van veel dolfijnen en walvissen. Wij zien er geen, maar wel een grote groep zeehonden op de zandbanken. Het wordt een saaie tocht met niet veel wind en ik bak uit verveling en omdat de appels op moeten maar een appeltaart.
Eind van de middag kunnen we eindelijk zeilen, maar als we rond een uur of zeven de plaatsjes Banff en MacDuff naderen hebben we er genoeg van. De haven van Banff is voor ons niet diep genoeg, maar MacDuff wel, hoewel het een vissershaven is zonder faciliteiten voor plezierjachten. We worden door een vriendelijke havenmeester langs een vissersschip gedirigeerd. Hij tikt twintig pond af en als we vragen waar de toiletten zijn, zegt hij dat die aan de andere kant van de haven zijn, maar ongeschikt voor de ladies. En een douche hebben we toch zeker wel aan boord? 

De haven van MacDuff


11 augustus: Motoren in de regen

De rotsen van Troop Head met Jan van Genten
Als we om kwart voor zeven ’s ochtends MacDuff uitvaren richting Peterhead valt er van die drizzle, waar je doornat van wordt en die slecht is voor het humeur. Waaien doet het helaas niet. We hebben er spijt van dat we gisteravond niet doorgezeild zijn. Alweer moet de motor aan en die gaat niet meer uit vandaag.
Maar elk nadeel heb z’n voordeel. Een paar maal zien we kleine dolfijnen. Op het water verschijnen steeds meer stormvogels en Jan van Genten, zelfs in grote groepen. Even later wordt duidelijk waarom. De rotsen van Troop Head zien wit van de vogels. Op de motor kunnen we gemakkelijk dichterbij komen, hoewel we vanwege de rotsen voldoende afstand moeten bewaren. De vislucht van de poep is in elk geval evident.
Veel Jan van Genten en Drieteenmeeuwen
Het eerste stuk gaat in oostelijke richting. De stroom loopt mee tot we de hoek om gaan bij Rattray Head. Voor dat we Peterhead binnenlopen zien we nog een Minke Whale, de kleinste walvissoort, en natuurlijk de nodige zeehonden.
De vuurtoren bij Rattray Head
Minke Whale voor de kust van Peterhead


Jan Willem bestudeert de aanloop naar Peterhead


Peterhead Harbour roept ons op om te informeren naar onze bedoelingen en waarschuwt ons om toch alsjeblieft heel voorzichtig te zijn bij het invaren van de jachthaven in verband met verzanding, als ik zeg dat we 2.10 diep steken (of de kiel ophaalbaar is, niet dus). Het wordt niet ondieper dan 3.40 m.





12 augustus: Peterhead revisited

De jachthaven van Peterhead
Schepen voor de offshore industrie in de haven
De hagelslag is op!
We houden een rustdag, mede vanwege de harde wind uit de verkeerde richting. Lekker uitslapen, rustig ontbijten met een eitje en de allerlaatste hagelslag.
Jan Willem informeert bij golfclub of we een rondje kunnen spelen, maar ze accepteren alleen spelers met handicap 28 of minder.
Grauwe huizen en veel schotels, Polen misschien?


Met onze Schotse buurman Nigel van de Rassy Lass, die op zijn opstapper wacht, drinken we koffie,- Nigel is more of a tea person -, met zelfgebakken appelcake. We hebben nog wat over van eergisteren. Hij attendeert ons op een paar leuke havens en een mooie ankerplek bij Holy Island. En natuurlijk komt de Britse politiek en Brexit ter sprake. Hij heeft een duidelijke mening: de Britse politici maken deel uit van de elite en zijn vooral uit op hun eigen gewin. De pers is alleen uit op sensatie.
19e eeuws droogdok nog steeds in gebruik








Daarna lopen we naar het stadscentrum. We lopen een stukje van een heritage trail met borden met aardige wetenswaardigheden over de stad, zoals over een droogdok dat met paardenkracht werd leeggepompt en over een politieman die een smokkelnetwerk runde.
Peterhead heeft een grote haven met veel grote vistrawlers en offshoreschepen. Door de overwegend natuurstenen huizen, die vaak slecht onderhouden zijn, maakt het centrum een grauwe indruk. In de stad zijn een paar winkelstraten, met de nodige charity shops. Een aantrekkelijk café of restaurant, waar je een sandwich kunt eten, is er niet te vinden. Wel take away pizza, indiaas of chinees, maar daar hebben we geen trek in, dus gaan we weer bootwaarts.
Onze planning is om in de avond uit te varen naar Arbroath, zo’n 65 zeemijl verder, om er rond negenen morgenochtend te arriveren. De wind draait in de loop van de avond de gunstige kant op en de sluisdeur voor de haven is in verband met het getij alleen morgenochtend open. Van Nigel horen we dat daar morgen een Sea Festival begint met 30.000 bezoekers. Erg gezellig natuurlijk, hopelijk is er voor ons een plekje in de haven.
Kraan in de haven van Peterhead
Rond 10 uur ’s avonds varen we af. We hijsen de zeilen in de voorhaven en zetten meteen een reef. Via de marifoon horen we dat niet iedereen onze manoeuvre op prijs stelt. Zeker geen zeilers. Als we op zee komen, zijn we blij dat we het gedaan hebben, want er staan hoge golven. Is dit sea state moderate of rough volgens de Met(eorological) Office? De wind is bijna zes Beaufort en pal tegen, maar die gaat volgens de voorspelling al gauw naar het westen draaien. We beginnen met een slag naar buiten, weg van de verraderlijke kreeftenpotten die in het donker niet te zien zijn.
De nacht is helder en de sterrenhemel is prachtig. Het is de tijd van de Perseïden en we zien verschillende vallende sterren.
De golfslag is ruig, het begint steeds harder te waaien en de windhoek blijft verkeerd. Jan Willem houdt de wacht en ik lig in de achterhut me steeds beroerder te voelen. Voor het eerst sinds ik me kan heugen ben ik zeeziek. Dan vraagt hij me om te helpen een tweede reef te zetten. Het duurt even voor ik mijn zeilpak aan heb, maar eenmaal buiten in de frisse lucht knap ik weer wat op. We maken een slag terug naar de kust, in de hoop dat daar de zeegang minder hoog wordt. Als we na drie uur varen nog geen negen mijl zijn opgeschoten, besluiten we terug te gaan. Op deze manier komen we toch niet op tijd om in Arbroath over de drempel te kunnen. Met ruime wind racen we in nog geen anderhalf uur terug naar Peterhead. Het is nog een hele kunst om de Iskander met die wind netjes aan te leggen. En dan gaan we lekker slapen. Inmiddels loopt het tegen drieën. De schepen om ons heen zullen wel opkijken als ze ons morgenochtend weer in dezelfde box zien liggen. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten