dinsdag 28 juni 2016

20 t/m 26 juni: Van Carlingford naar Ballycastle

20 juni: Bestemming Ardglass

De breakwater rond de jachthaven van Carlingford is in staat van ontbinding
Het Nederlandse baggerschip groet ons
In Carlingford hebben we internet en dat breng mij er toe om vanochtend het blog bij te werken en een nieuw bericht te publiceren. We vertrekken pas als de ebstroom gaat lopen en dat is rond het middaguur.
Vuurtoren voor Carlingford Lough









We komen nu in Noord-ierland

Om één uur varen we af met bestemming Ardglass, een klein plaatsje in Noord-Ierland, zo’n 25 mijl naar het noordoosten. Op het zeil varen we met ruime wind het Carlingford Lough uit. Opnieuw komen we het Nederlandse baggerschip tegen. Dat de wind vooral door het Lough trekt wordt later duidelijk, als op zee de wind afneemt en we vanwege de golfslag de motor bijzetten en na een tijdje de irritant klapperde zeilen strijken. In de loop van de middag doen we nog een poging om te zeilen, maar dat blijkt slechts de wind van een bui te zijn. Het houdt niet over vandaag.
Gezicht op de Mourne Mountains, in het zuiden van Noord-Ierland
De vuurtoren van St. John's Point
Bij aankomst in Ardglass is het laag water. Er is een vissershaven en daarachter is een jachthaventje gelegen. De toegang loopt langs een oostkardinaal door een betond geultje. Het is allemaal niet heel duidelijk en heel krap. Links en rechts staren de rotsen ons vervaarlijk aan. We zijn dan ook blij als we iets na zessen veilig en zonder iets geraakt te hebben aan de steiger liggen. Als het een paar uur later hoog water is,zijn al die enge rotsen onder water verdwenen. Of dat nou zo’n geruststellende gedachte is?
In de verte ligt het eiland Man
Een zeehond verwelkomt ons bij het invaren van Ardglass
Ook hier komen we weer een oude bekende tegen: de Rambling Rose, die we deze reis al eerder in Dover hadden gezien. Nu maken we echt kennis met de schipper, een Nederlands sprekende Ier, Patrick geheten, hoe kan het ook anders, ze heten bijna allemaal Paddy. Er ligt nog een andere boot met twee gezellige Ieren, Brian en Kevin. Ze voorzien Jan Willem van advies over allerlei mooie plekjes in Schotland.
Het eind van het liedje is dat we met zijn allen gaan eten bij de lokale chinees, de manier om de Ieren beter  te leren kennen.
De krappe jachthaven van Ardglass, met op de achtergrond de vissershaven


21 juni: Naar Bangor

Een puttertje tijdens onze wandeling
Volgens het advies van onze Ieren moeten we om half elf vertrekken richting Bangor. Maar eerst maken we nog een rondje door het plaatsje, want daar zijn we gisteravond niet aan toegekomen. Er is een middeleeuwse toren en een heus kasteel, King’s Castle, dat met niet al te veel gevoel voor historie tot verzorgingshuis is verbouwd. De meeste huizen zien er maar armetierig uit, op een paar Georgian huizen na in de buurt van de haven. Maar de mensen groeten allemaal vriendelijk, met een ‘how are you’ of een praatje over het weer. Een oude baas stopt zelfs om uitgebreid gemeenplaatsen uit te wisselen.
De golfclub van Ardglass
Vrijwel naast de haven ligt de golfbaan van de Ardglass Golf Club, die dateert uit 1894! Hoewel het natuurlijk heel verleidelijk is om een dagje te golfen, trekt Schotland en willen we verder, dus varen we rond half twaalf af. Er staat aanmerkelijk meer water dan toen we aankwamen, maar we weten gelukkig waar we wel en niet moeten zijn.
De vissershaven van Ardglass
De wind is zuidelijk. Voor de haven hijsen we en dan gaat het met ruime wind richting Belfast. In de verte kunnen we het eiland Man en later ook Schotland zien. Het zicht is zo’n 30 mijl! Als de wind krimpt en daardoor ruimer invalt gaan we melkmeisje varen. Hoewel de wind afneemt houden we net genoeg druk in het zeil. De snelheid door het water is niet hoog, maar de stroom helpt mee. Daardoor komen we op tijd bij de Donaghadee Sound, - dat is waar je de linksaf het Belfast Lough ingaat. Je vaart tussen Copeland Island en het vasteland in, er is een smalle betonde geul en het stroomt fors, bijna drie knopen stroom mee. Juist daar dreigen buien met donkere luchten en neemt de wind toe tot 20 knopen, terwijl we met volle tuigage varen. Niet fijn, snel rollen we de fok in en zetten uit voorzorg de motor bij. Na de sound keert de stroom en hoewel ons eerste plan was om naar Belfast te varen, hebben we geen zin in tegenstroom en stoppen we in Bangor. Met iets teveel wind racen we ongereefd naar de haven. Door de havenmeester worden we naar de gastensteiger gedirigeerd, waar we afmeren naast de Polyander, die we eerder in Dun Laoghaire zagen.
In buien bij de Donaghadee Sound neemt de wind toe

22 juni:  Met de trein naar Belfast

Unionistische muurschildering in een voorstadje van Belfast, vanuit de trein gezien

Donegal Square met de Town Hall  van Belfast
Alweer mooi weer. We beginnen de dag met koffie aan boord van de Polyander. Omdat het een zeiljacht met een hefkiel is, heeft het een heel andere indeling dan het onze. Die kiel zit immers midden in het schip. Leuk om te zien hoe het ook kan. Daarna nemen we de trein van Bangor naar Belfast. Hij stopt bij elk gehucht en we hebben mooi uitzicht over de Belfast Lough. Vanaf Belfast Central Station, dat niet in het centrum ligt, nemen we de bus naar Donegal Square. Hier staat het indrukwekkende stadhuis met rondom een park waar mensen op de bankjes en het gras zitten.    




Grand Opera House























We lunchen bij een café met goede koffie en lekkere taartjes, maar een ò zo trage bediening. Als we navraag doen waar onze quiche blijft, blijkt dat ze ons vergeten zijn. Met smoezen, excuses en een doosje met gratis taartjes komt de lunch alsnog. Het is al tegen tweeën als we aan onze wandeling naar het Ulster Museum beginnen.
De Crown Liquor Saloon is nu een monument
De weg gaat via de Great Victoria Street, langs een aantal verrassende gebouwen, zoals het Grand Opera House en de Crown Liquor Saloon, een bijzondere pub met een betegelde gevel die tegenwoordig eigendom is van de National Trust.

Queens University
Dan komen we bij de Queen’s University, met een hoofdgebouw uit 1849, dat een en al historie uitademt. Nog iets verder is het Ulster Museum gelegen. Het heeft een aantal zeer verschillende collecties, zoals toegepaste kunst (kristal, zilver en aardewerk), schilderijen en natuur met de ontwikkeling van Ierland vanaf de ijstijd. Wij vonden vooral de tentoonstelling over de Ierse en Noord-Ierse geschiedenis erg interessant. Van de inhoud van het Armada-schip Girona, dat voor de kust in 1588 zonk, de Battle of the Boyne, waar onze Willem III de katholieke James II versloeg, tot aan de verhalen over The Troubles, dat zijn de onlusten uit de 70-er tot 90-er jaren van de vorige eeuw.


Kristal in het Ulster Museum

Schilderij van William Turner







The Troubles

Fossiel van de natuurhistorische afdeling


Na het museum zoeken we een bankje in de botanische tuin ernaast om onze taartjes te eten. Die zijn erg lekker! We wandelen verder door het park, genieten van de rozentuin en lopen langs de Lagan rivier terug naar het Centraal Station. Op de rivier wordt geroeid. 

Rozentuin in de botanische tuin, naast het Ulster Museum

Rosa Abraham Darby
Rosa Peace

Vlag van de Unionisten
We komen in een buurtje terecht waar veel Unionistische vlaggen hangen. Het ziet er allemaal niet zo fijn uit er ik durf geen foto’s te maken als ik mensen buiten voor hun huis zie zitten. Ook niet van de getraliede politieauto die langs de weg geparkeerd staat waar twee agenten in zitten. Later horen we dat er in de Unionistische buurten van maart tot september wekelijks marsen worden gehouden, met als hoogtepunt de Oranjemars op 12 juli. Goed dat we tegen die tijd in Schotland zijn.



23 juni: Naar Glenarm

Mooie scheepjes worden getuigd voor een regatta in Bangor

De vuurtoren van Blackhead
De stroom loopt pas in de middag mee, dus ’s ochtends is er nog volop tijd om de was te drogen en boodschappen te doen. Bij ons vertrek gooien we de tank vol, want dit is een haven met druk verkeer en veel motorboten, dus ‘verse’ diesel. 
















Het is een kort tochtje met achterlijke wind. We varen ‘melkmeisje’ en met 13 knopen wind houden we genoeg druk in het zeil. De kust is mooi en dat is genieten en levert mooie fotos'.


Britse Royal Navy komt ons tegemoet















De vuurtorens van Highlandman (links) en West Maiden (rechts), markeren een paar eilandjes voor de kust
Afgemeerd in de haven van Glenarm
Tegen vijven meren we af in Glenarm.  De haven is vier jaar geleden helemaal uitgebaggerd en vernieuwd met nette steigers. Vroeger viel hij droog, maar nu kunnen zelfs wij, met een schip dat 2,10 meter steekt hier terecht.
De havenmeester klaagt dat veel mensen dat nog niet weten. ’s Avonds maken we een wandeling door het mooie en goed verzorgde plaatsje met overal opvallend veel bloemen.
We zijn welkom!




















24 juni: Zwarte zeekoeten, Glenarm Castle en Ballycastle

Een kolonie zeldzame zwarte zeekoeten heeft zich gevestigd in de kademuren van de haven van Glenarm
Zwarte zeekoeten hebben rode pootjes
In de oude kalkstenen muren rond de haven zijn gaten gemaakt. Hierin huizen zwarte zeekoeten. Die zijn betrekkelijk zeldzaam, maar hier in Glenarm zit een hele kolonie. Als ik ‘s ochtends het luik van de Iskander open doe, is het een drukte van belang. Overal hoor ik gepiep en de vogels vliegen af en aan. Ze maken oefenrondjes, vertonen baltsgedrag of spetteren en duiken onder water. Het zijn hele sociale dieren, je ziet ze steeds samen bezig. In alle gaten zitten er wel een of twee, liefst met een tuintje in de vorm van een graspol voor de deur. We ontbijten in de kuip terwijl we genieten van het schouwspel.
Het schouwspel van de zwarte zeekoeten is een prima tijdverdrijf (filmpje)

Mooie borders in de ommuurde tuin van Glenarm Castle
Jan Willem aan de wandel in de tuin

Ook vandaag vertrekken we pas in de middag, dus staat eerst een bezoek aan Glenarm Castle op ons programma. Het kasteel zelf is niet te bezoeken, maar wel de ommuurde tuin en het park. In de tuin vinden we veel inspiratie voor prachtige borders en een trotse tuinman die laurierboompjes staat te snoeien. In het park worden tenten voor een groot festival opgezet, dat komend weekend wordt gehouden. De kasteelheer weet wel hoe hij zijn bezit moet exploiteren. We houden het droog tot we onder het afdak van de tearoom aan de cappuccino zitten. De timing is perfect.

Glenarm Castle






Unionistische vlaggen aan de lantaarnpalen












Geen wind bij vertrek uit Glenarm







In verband met de stroming vertrekken we pas om drie uur naar Ballycastle. Het is inmiddels weer opgeklaard en er staat hoegenaamd geen wind. We hebben direct al behoorlijk stroom mee en die loopt gedurende de tocht op tot vier knopen.
We vergapen ons aan de kust,die is indrukwekkend en prachtig. Maar wat je ziet komt slechts beperkt over op foto's.

In de verte kunnen we de contouren van de Schotse Mull of Kintyre zien.
Meer dan 4 knopen stroom mee!
De stroomhelpt ons om om de kaap te zeiln
Glenarm vanaf het water
Cumulus wolken boven de Mull of Kintyre
Na een uur varen staat er toch genoeg wind uit het noordwesten om te zeilen, hoewel het niet bezeild is. Kruisen is geen probleem met zoveel stroom mee.
Op het eind van de tocht zakt de wind in en is de snelheid door het water niet hoog meer, maar de stroom trekt de Iskander om de kaap richting Ballycastle. Het allerlaatste stukje komen we in een neer terecht, krijgen stroom tegen en gaat daarom de motor aan. Een allervriendelijkste havenmeester wacht ons op de steiger op als we rond half zeven afmeren in Ballycastle.
Fair Head, de kaap op de meest noordoostelijke punt van het Ierse eiland.
De naam is afgeleid van een legende over een prinses van het eiland Rathlin

Zonsondergang in Ballycastle

25 juni: Een bijzondere touwbrug en de Giant’s Causeway

Zo'n mooie tuin verdient toch een compliment!
Als ik ‘s ochtends naar de Tourist Information ga voor een staatje van de busdiensten, zit in een voortuin van een huis aan de haven een vrouw vol overgave te wieden. Ik complimenteer haar met haar mooie bloemperken en we raken aan de praat. Deze dame is het zoveelste voorbeeld van de bijzonder vriendelijke Ieren. Zodra ik haar vertel dat we vandaag naar de touwbrug van Carrick-a-Rede willen, nodigt ze me mee haar huis in. In haar hal hangen prachtige foto’s van haar man en zonen, die vissers zijn geweest. Haar man heeft tot 2002 bij Carrick-a-Rede op zalm gevist. Daarna is de visserij gestopt, omdat de zalm een bedreigde vissoort is geworden. De touwbrug werd door de vissers gebruikt om gemakkelijk van het vasteland naar de vissershut op het eiland te komen. Elk voorjaar werd de brug opgebouwd en voor de winter werd hij weer afgebroken. Is het water werd een net gespannen, waarin men de zalmen die van de oceanen naar de paaigronden trekken ving.
De rotsen van Carrick-a-Rede, met op de achtergrond Rathlin Island
De touwbrug over de Carrick-a-Rede

Helaas zijn de bussen dun gezaaid, maar de taxi brengt uitkomst om naar Carrick-a-Rede te gaan. De taxichauffeur lucht zijn hart over de uitkomst van het Brexitreferendum. Nu de meerderheid van de Britten voor vertrek uit de EU heeft gestemd, is onduidelijk tot welke sentimenten dit in Noord-Ierland kan leiden. De meerderheid is hier voor ‘blijven’, alleen de Unionisten zijn tegen. En het toerisme zal er zeker onder lijden als de grenscontroles opnieuw worden ingesteld. En hij maakt zich zorgen over de reactie van de IRA op Britse controles. Hij vertelt ons ook over de Oranjemarsen op 12 juli in Ballycastle. Er marcheren dan tienduizenden loyalisten door het stadje en de inwoners kunnen maar beter binnen blijven.
Bij Carrick-A-Rede aangekomen, zijn we de toegangspas van de National Trust, waarmee we gratis naar binnen kunnen, vergeten. Jan Willem brengt zijn overtuigingskracht met succes in stelling.
Alken op de kliffen

De touwbrug is nu grotendeels van staaldraad gemaakt en hangt zo’n 30 meter  boven het water. Bij mij slaat de hoogtevrees toe, dus ik kijk recht voor me uit en zie op de brug niets van het uitzicht. Eenmaal op het eiland genieten we van de kolonies van meeuwen, alken en zeekoeten die tegen de kliffen met honderden hun nesten hebben gebouwd. En nu wel van het uitzicht natuurlijk.
Naast Carrick-a-Rede is de groeve van Larrybane. Hier zijn filmopnamen voor de Games of Thrones gemaakt. Nu wordt het gebruikt als parkeerplaats.












Dan gaan we met de bus naar de Giant’s Causeway, vrij vertaald 'de dijkweg van de reus'. Ook dit is een site van de National Trust en past JW zijn overtuigingskracht wederom met succes toe. Het is een Unesco werelderfgoedlocatie en supertoeristisch. Er is hier een zeer mooi en modern, volledig milieuvriendelijk  bezoekerscentrum neergezet.
De hexagonale kolommen van de Giant Causeway ....
...  zijn op sommige plaatsen ook heel hoog
We krijgen een rondleiding van James met een sappige Ierse tongval.
De Giant’s Causeway is een natuurverschijnsel waarbij magma 60 miljoen jaar geleden is gestold tot hexagonale basaltkolommen die prachtig in elkaar passen. Dit zou te maken hebben met het verschuiven van de tektonische platen. Zo’n 40.000 kolommen staan hier. Very, very impressive! Helaas is het daardoor wel erg druk. Overal op de stenen krioelen de mensen en wij maken daar deel van uit. Als je 500 meter verder loopt is er niemand meer. Wat dat betreft is het net het Zandvoortse strand op een zonnige dag.
De kameel van Fin McCool


Ierland zou Ierland niet zijn, als rond deze plek niet allerlei legenden zijn ontstaan. De reus Finn McCool, die 46 meter lang was, heeft hier gewoond. Zijn kameel is achtergebleven.

Gelukkig kunnen we met de laatste bus terug naar Ballycastle, een van de twee die op zaterdag rijden.

26 juni: Met de veerboot naar Rathlin Island

Rathlin Island, met forse stroomrafels in de sound
De ferry komt aan in Rathlin;
Jan Willem wil weten wat de stuurman doet
Tegenover Ballycastle ligt Rathlin island. Dat is ons doel voor vandaag. Jan Willem regelt ’s ochtends voor het ontbijt tickets voor de ferry. Dus ontbijten, boterhammen smeren, regenpakken inpakken en gauw naar de boot. Het miezert en nog voor de boot vertrekt hebben wij onze regenpakken al aangetrokken en die gaan helaas de hele dag niet meer uit. We hebben de snelle boot, waar alleen voetgangers mee kunnen. De tocht duurt zo’n 25 minuten. Je kunt zien dat de Engelsen dit soort weer gewend zijn. De meeste mensen dragen regenpakken en wandelschoenen. De nattigheid lijkt ze niet te deren.
De vogelrots bij de westelijke vuurtoren
Er wonen op Rathlin zo’n 140 mensen die  voornamelijk leven van veeteelt en visserij. Het schooltje heeft negen leerlingen. Het eiland staat het bekend om zijn natuur, als broedplaats voor zeevogels aan de westkant en vanwege de zeehonden die oostelijk van de haven op de plaat liggen.
Als we op het eiland aankomen staat de bus klaar die ons naar de westelijke vuurtoren brengt. Lopen kan ook, maar het miezert nog steeds, van die drizzle waar je zonder regenpak doornat van wordt. 
Daar, boven de vuurtoren is een bezoekerscentrum ingericht. Via een trap daal je af naar het gebouw van de vuurtoren, waar je vanaf een terras de zeevogels op de kliffen kunt bekijken.
Dit is de top van de rots hierboven. Het is er maar een beetje druk
Papegaaiduikers
Het lawaai en de stank komt je tijdens de afdaling al tegemoet. De verrekijkers liggen klaar voor gebruik. Zeevogels komen alleen aan land om te broeden en doen dat in deze omgeving voornamelijk op op het westen gelegen kliffen. Er zijn alken, zeekoeten, papegaaiduikers en meeuwen, waaronder drieteenmeeuwen. Het zijn er vele tienduizenden, vooral zeekoeten. De populatie papegaaiduikers is maar een paar honderd en de afgelopen 15 jaar sterk afgenomen. Het is een fantastisch gezicht, al die vogels die daar hutje mutje op de rotsen zitten. Wie denkt dat Nederland dichtbevolkt is, moet hier maar eens komen kijken. Beneden in het water  zie je ze vissen. Er is genoeg voor iedereen.
Het vuurtorenhuis vanaf boven gezien
Het licht aan de voet van de toren
De vuurtoren is ook een bezoek waard. Hij is gebouwd tussen 1910 en 1916. Er waren al twee vuurtorens aan de zuid- en de oostzijde, maar de Rathlin Sound is met zijn sterke stromingen zo gevaarlijk, dat men een vuurtoren aan de westzijde nodig achtte. Met miljoenen tonnen gewapend beton is een wand en een plateau tegen de klif aan geplakt. Daarop is de vuurtoren gebouwd. Heel indrukwekkend als je weet dat al het beton met de hand is gemengd. Het vuur zit op 62 meter hoogte, wat berekend is als de ideale hoogte om voldoende ver te schijnen en vrij te  blijven van bewolking of mist. De woonverblijven zijn daarboven. Het is dus een soort up-side-down vuurtoren.
De lampen en de lenzen

Indertijd brandde het vuur op paraffine en het draaimechanisme van de lens werkte met een gewicht aan een touw, dat elke drie kwartier opgewonden moest worden. Sinds de zestiger jaren is alles elektrisch en inmiddels is er ook geen vuurtorenwachter meer. Er is nu een kleine tentoonstelling ingericht en je kunt de woonverblijven bekijken.

De haven van Rathlin vanuit de bus
Het regent nog steeds en hoewel het oorspronkelijke plan was om terug te lopen, nemen we de bus. Met de boot van drie uur steken we weer over.

In Ballycastle zoeken we ons warme, droge bootje op om een goed boek te lezen en aan het blog te werken.
Terug met de boot naar Ballycastle

1 opmerking:

  1. hoi Renee en Jan Willem, dank voor het verslag, veel plezier nog! Kobbe is volgens Marine Traffic nog steeds in het Noord-Westen van Schotland, wie weet komen jullie David en Eveline nog tegen. hartelijke groeten Elly

    BeantwoordenVerwijderen