In Carlingford hebben we internet en dat breng mij er toe om
vanochtend het blog bij te werken en een nieuw bericht te publiceren. We
vertrekken pas als de ebstroom gaat lopen en dat is rond het middaguur.
Om één uur varen we af met bestemming Ardglass, een klein
plaatsje in Noord-Ierland, zo’n
naar het noordoosten. Op het zeil varen we met
ruime wind het Carlingford Lough uit. Opnieuw komen we het Nederlandse
baggerschip tegen. Dat de wind vooral door het Lough trekt wordt later
duidelijk, als op zee de wind afneemt en we vanwege de golfslag de motor
bijzetten en na een tijdje de irritant klapperde zeilen strijken. In de loop
van de middag doen we nog een poging om te zeilen, maar dat blijkt slechts de
wind van een bui te zijn. Het houdt niet over vandaag.
Bij aankomst in Ardglass is het laag water. Er is een
vissershaven en daarachter is een jachthaventje gelegen. De toegang loopt langs
een oostkardinaal door een betond geultje. Het is allemaal niet heel duidelijk
en heel krap. Links en rechts staren de rotsen ons vervaarlijk aan. We zijn dan
ook blij als we iets na zessen veilig en zonder iets geraakt te hebben aan de
steiger liggen. Als het een paar uur later hoog water is,zijn al die enge
rotsen onder water verdwenen. Of dat nou zo’n geruststellende gedachte is?
Ook hier komen we weer een oude bekende tegen: de Rambling Rose, die we deze reis al eerder in Dover hadden gezien. Nu maken we echt kennis met de schipper, een Nederlands sprekende Ier, Patrick geheten, hoe kan het ook anders, ze heten bijna allemaal Paddy. Er ligt nog een andere boot met twee gezellige Ieren, Brian en Kevin. Ze voorzien Jan Willem van advies over allerlei mooie plekjes in Schotland.
Het eind van het liedje is dat we met zijn allen gaan eten bij de lokale chinees, de manier om de Ieren beter te leren kennen.
 |
| De krappe jachthaven van Ardglass, met op de achtergrond de vissershaven |
21 juni: Naar Bangor
 |
| Een puttertje tijdens onze wandeling |
Volgens het advies van onze Ieren moeten we om half elf
vertrekken richting Bangor. Maar eerst maken we nog een rondje door het
plaatsje, want daar zijn we gisteravond niet aan toegekomen. Er is een
middeleeuwse toren en een heus kasteel, King’s Castle, dat met niet al te veel
gevoel voor historie tot verzorgingshuis is verbouwd. De meeste huizen zien er
maar armetierig uit, op een paar Georgian huizen na in de buurt van de haven.
Maar de mensen groeten allemaal vriendelijk, met een ‘how are you’ of een
praatje over het weer. Een oude baas stopt zelfs om uitgebreid gemeenplaatsen
uit te wisselen.
 |
| De golfclub van Ardglass |
Vrijwel naast de haven ligt de golfbaan van de Ardglass Golf
Club, die dateert uit 1894! Hoewel het natuurlijk heel verleidelijk is om een
dagje te golfen, trekt Schotland en willen we verder, dus varen we rond half
twaalf af. Er staat aanmerkelijk meer water dan toen we aankwamen, maar we
weten gelukkig waar we wel en niet moeten zijn.
 |
| De vissershaven van Ardglass |
De wind is zuidelijk. Voor de haven hijsen we en dan gaat
het met ruime wind richting Belfast. In de verte kunnen we het eiland Man en
later ook Schotland zien. Het zicht is zo’n 30 mijl! Als de wind krimpt
en daardoor ruimer invalt gaan we melkmeisje varen. Hoewel de wind afneemt
houden we net genoeg druk in het zeil. De snelheid door het water is niet hoog,
maar de stroom helpt mee. Daardoor komen we op tijd bij de Donaghadee Sound, -
dat is waar je de linksaf het Belfast Lough ingaat. Je vaart tussen Copeland
Island en het vasteland in, er is een smalle betonde geul en het stroomt fors, bijna
drie knopen stroom mee. Juist daar dreigen buien met donkere luchten en neemt
de wind toe tot 20 knopen, terwijl we met volle tuigage varen. Niet fijn, snel
rollen we de fok in en zetten uit voorzorg de motor bij. Na de sound keert de
stroom en hoewel ons eerste plan was om naar Belfast te varen, hebben we geen
zin in tegenstroom en stoppen we in Bangor. Met iets teveel wind racen we
ongereefd naar de haven. Door de havenmeester worden we naar de gastensteiger
gedirigeerd, waar we afmeren naast de Polyander, die we eerder in Dun Laoghaire
zagen.
 |
| In buien bij de Donaghadee Sound neemt de wind toe |
22 juni: Met de trein naar Belfast
 |
| Unionistische muurschildering in een voorstadje van Belfast, vanuit de trein gezien |
 |
| Donegal Square met de Town Hall van Belfast |
Alweer mooi weer. We beginnen de dag met koffie aan boord van de Polyander. Omdat het een zeiljacht met een hefkiel is, heeft het een heel andere indeling dan het onze. Die kiel zit immers midden in het schip. Leuk om te zien hoe het ook kan. Daarna nemen we de trein van Bangor naar Belfast. Hij stopt
bij elk gehucht en we hebben mooi uitzicht over de Belfast Lough. Vanaf Belfast
Central Station, dat niet in het centrum ligt, nemen we de bus naar Donegal
Square. Hier staat het indrukwekkende stadhuis met rondom een park waar mensen
op de bankjes en het gras zitten.
 |
| Grand Opera House |
We lunchen bij een café met goede koffie en lekkere
taartjes, maar een ò zo trage bediening. Als we navraag doen waar onze quiche
blijft, blijkt dat ze ons vergeten zijn. Met smoezen, excuses en een doosje met
gratis taartjes komt de lunch alsnog. Het is al tegen tweeën als we aan onze
wandeling naar het Ulster Museum beginnen.
 |
| De Crown Liquor Saloon is nu een monument |
De weg gaat via de Great Victoria
Street, langs een aantal verrassende gebouwen, zoals het Grand Opera House en
de Crown Liquor Saloon, een bijzondere pub met een betegelde gevel die tegenwoordig
eigendom is van de National Trust.
 |
| Queens University |
Dan komen we bij de Queen’s University, met
een hoofdgebouw uit 1849, dat een en al historie uitademt. Nog iets verder is
het Ulster Museum gelegen. Het heeft een aantal zeer verschillende collecties,
zoals toegepaste kunst (kristal, zilver en aardewerk), schilderijen en natuur
met de ontwikkeling van Ierland vanaf de ijstijd. Wij vonden vooral de
tentoonstelling over de Ierse en Noord-Ierse geschiedenis erg interessant. Van
de inhoud van het Armada-schip Girona, dat voor de kust in 1588 zonk, de Battle
of the Boyne, waar onze Willem III de katholieke James II versloeg, tot aan de
verhalen over The Troubles, dat zijn de onlusten uit de 70-er tot 90-er jaren
van de vorige eeuw.
 |
| Kristal in het Ulster Museum |
 |
| Schilderij van William Turner |
 |
| The Troubles |
 |
| Fossiel van de natuurhistorische afdeling |
Na het museum zoeken we een bankje in de botanische tuin ernaast om onze taartjes te eten. Die zijn erg lekker! We wandelen verder door het park, genieten van de rozentuin en lopen langs de Lagan rivier terug naar het Centraal Station. Op de rivier wordt geroeid.
 |
| Rozentuin in de botanische tuin, naast het Ulster Museum |
 |
| Rosa Abraham Darby |
 |
| Rosa Peace |
 |
| Vlag van de Unionisten |
We komen in een buurtje terecht waar veel Unionistische vlaggen hangen. Het ziet er allemaal niet zo fijn uit er ik durf geen foto’s te maken als ik mensen buiten voor hun huis zie zitten. Ook niet van de getraliede politieauto die langs de weg geparkeerd staat waar twee agenten in zitten. Later horen we dat er in de Unionistische buurten van maart tot september wekelijks marsen worden gehouden, met als hoogtepunt de Oranjemars op 12 juli. Goed dat we tegen die tijd in Schotland zijn.
23 juni: Naar Glenarm
 |
| Mooie scheepjes worden getuigd voor een regatta in Bangor |
 |
| De vuurtoren van Blackhead |
De stroom loopt pas in de middag mee, dus ’s ochtends is er nog volop tijd om de was te drogen en boodschappen te doen. Bij ons vertrek gooien we de tank vol, want dit is een haven met druk verkeer en veel motorboten, dus ‘verse’ diesel.
Het is een kort tochtje met achterlijke wind. We varen ‘melkmeisje’ en met 13 knopen wind houden we genoeg druk in het zeil. De kust is mooi en dat is genieten en levert mooie fotos'.
 |
| Britse Royal Navy komt ons tegemoet |
 |
| De vuurtorens van Highlandman (links) en West Maiden (rechts), markeren een paar eilandjes voor de kust |
 |
| Afgemeerd in de haven van Glenarm |
Tegen vijven meren we af in Glenarm. De
haven is vier jaar geleden helemaal uitgebaggerd en vernieuwd met nette
steigers. Vroeger viel hij droog, maar nu kunnen zelfs wij, met een schip dat 2,10 meter steekt hier terecht.
De havenmeester klaagt dat veel mensen dat nog niet weten. ’s Avonds maken we een wandeling door het mooie en goed verzorgde plaatsje met overal opvallend veel bloemen.
 |
| We zijn welkom! |
24 juni: Zwarte zeekoeten, Glenarm Castle en Ballycastle
 |
| Een kolonie zeldzame zwarte zeekoeten heeft zich gevestigd in de kademuren van de haven van Glenarm |
 |
| Zwarte zeekoeten hebben rode pootjes |
In de oude kalkstenen muren rond de haven zijn gaten
gemaakt. Hierin huizen zwarte zeekoeten. Die zijn betrekkelijk zeldzaam, maar
hier in Glenarm zit een hele kolonie. Als ik ‘s ochtends het luik van de
Iskander open doe, is het een drukte van belang. Overal hoor ik gepiep en de vogels
vliegen af en aan. Ze maken oefenrondjes, vertonen baltsgedrag of spetteren en
duiken onder water. Het zijn hele sociale dieren, je ziet ze steeds samen bezig. In alle gaten zitten er wel een of twee, liefst met een
tuintje in de vorm van een graspol voor de deur. We ontbijten in de kuip
terwijl we genieten van het schouwspel.
 |
| Mooie borders in de ommuurde tuin van Glenarm Castle |
 |
| Jan Willem aan de wandel in de tuin |
Ook vandaag vertrekken we pas in de middag, dus staat eerst een bezoek aan Glenarm Castle op ons programma. Het kasteel zelf is niet te bezoeken, maar wel de ommuurde tuin en het park. In de tuin vinden we veel inspiratie voor prachtige borders en een trotse tuinman die laurierboompjes staat te snoeien. In het park worden tenten voor een groot festival opgezet, dat komend weekend wordt gehouden. De kasteelheer weet wel hoe hij zijn bezit moet exploiteren. We houden het droog tot we onder het afdak van de tearoom aan de cappuccino zitten. De timing is perfect.
 |
| Glenarm Castle |
 |
| Unionistische vlaggen aan de lantaarnpalen |
 |
| Geen wind bij vertrek uit Glenarm |
In verband met de stroming vertrekken we pas om drie uur
naar Ballycastle. Het is inmiddels weer opgeklaard en er staat hoegenaamd geen
wind. We hebben direct al behoorlijk stroom mee en die loopt gedurende de tocht
op tot vier knopen.
We vergapen ons aan de kust,die is indrukwekkend en prachtig. Maar wat je ziet komt slechts beperkt over op foto's.
In de verte kunnen we de contouren van de Schotse Mull of Kintyre zien.
 |
| Meer dan 4 knopen stroom mee! |
 |
| De stroomhelpt ons om om de kaap te zeiln |
 |
| Glenarm vanaf het water |
 |
| Cumulus wolken boven de Mull of Kintyre |
Na een uur varen staat er toch genoeg wind uit het noordwesten om
te zeilen, hoewel het niet bezeild is. Kruisen is geen probleem met zoveel
stroom mee.
Op het eind van de tocht zakt de wind in en is de snelheid door het
water niet hoog meer, maar de stroom trekt de Iskander om de kaap richting
Ballycastle. Het allerlaatste stukje komen we in een neer terecht, krijgen
stroom tegen en gaat daarom de motor aan. Een allervriendelijkste havenmeester
wacht ons op de steiger op als we rond half zeven afmeren in Ballycastle.
 |
Fair Head, de kaap op de meest noordoostelijke punt van het Ierse eiland.
De naam is afgeleid van een legende over een prinses van het eiland Rathlin |
 |
| Zonsondergang in Ballycastle |
25 juni: Een bijzondere touwbrug en de Giant’s Causeway
 |
| Zo'n mooie tuin verdient toch een compliment! |
Als ik ‘s ochtends naar de Tourist Information ga voor een staatje van de busdiensten, zit in een voortuin van een huis aan de haven een vrouw vol overgave te wieden. Ik complimenteer haar met haar mooie bloemperken en we raken aan de praat. Deze dame is het zoveelste voorbeeld van de bijzonder vriendelijke Ieren. Zodra ik haar vertel dat we vandaag naar de touwbrug van Carrick-a-Rede willen, nodigt ze me mee haar huis in. In haar hal hangen prachtige foto’s van haar man en zonen, die vissers zijn geweest. Haar man heeft tot 2002 bij Carrick-a-Rede op zalm gevist. Daarna is de visserij gestopt, omdat de zalm een bedreigde vissoort is geworden. De touwbrug werd door de vissers gebruikt om gemakkelijk van het vasteland naar de vissershut op het eiland te komen. Elk voorjaar werd de brug opgebouwd en voor de winter werd hij weer afgebroken. Is het water werd een net gespannen, waarin men de zalmen die van de oceanen naar de paaigronden trekken ving.
 |
| De rotsen van Carrick-a-Rede, met op de achtergrond Rathlin Island |
 |
| De touwbrug over de Carrick-a-Rede |
Helaas zijn de bussen dun gezaaid, maar de taxi brengt
uitkomst om naar Carrick-a-Rede te gaan. De taxichauffeur lucht zijn hart over
de uitkomst van het Brexitreferendum. Nu de meerderheid van de Britten voor
vertrek uit de EU heeft gestemd, is onduidelijk tot welke sentimenten dit in
Noord-Ierland kan leiden. De meerderheid is hier voor ‘blijven’, alleen de
Unionisten zijn tegen. En het toerisme zal er zeker onder lijden als de
grenscontroles opnieuw worden ingesteld. En hij maakt zich zorgen over de
reactie van de IRA op Britse controles. Hij vertelt ons ook over de Oranjemarsen
op 12 juli in Ballycastle. Er marcheren dan tienduizenden loyalisten door het
stadje en de inwoners kunnen maar beter binnen blijven.
Bij Carrick-A-Rede aangekomen, zijn we de toegangspas van de
National Trust, waarmee we gratis naar binnen kunnen, vergeten. Jan Willem
brengt zijn overtuigingskracht met succes in stelling.
 |
| Alken op de kliffen |
De touwbrug is nu grotendeels van staaldraad gemaakt en
hangt zo’n
30 meter boven het water. Bij mij slaat de hoogtevrees
toe, dus ik kijk recht voor me uit en zie op de brug niets van het uitzicht.
Eenmaal op het eiland genieten we van de kolonies van meeuwen, alken en
zeekoeten die tegen de kliffen met honderden hun nesten hebben gebouwd. En nu
wel van het uitzicht natuurlijk.
Naast Carrick-a-Rede is de groeve van Larrybane. Hier zijn
filmopnamen voor de Games of Thrones gemaakt. Nu wordt het gebruikt als
parkeerplaats.
Dan gaan we met de bus naar de Giant’s Causeway, vrij vertaald 'de dijkweg van
de reus'. Ook dit is een site van de National Trust en past JW zijn
overtuigingskracht wederom met succes toe. Het is een Unesco werelderfgoedlocatie en
supertoeristisch. Er is hier een zeer mooi en modern, volledig
milieuvriendelijk bezoekerscentrum
neergezet.
 |
| De hexagonale kolommen van de Giant Causeway .... |
 |
| ... zijn op sommige plaatsen ook heel hoog |
We krijgen een rondleiding van James met een sappige Ierse tongval.
De Giant’s Causeway is een natuurverschijnsel waarbij magma
60 miljoen jaar geleden is gestold tot hexagonale basaltkolommen die prachtig
in elkaar passen. Dit zou te maken hebben met het verschuiven van de
tektonische platen. Zo’n 40.000 kolommen staan hier. Very, very impressive! Helaas
is het daardoor wel erg druk. Overal op de stenen krioelen de mensen en wij
maken daar deel van uit. Als je 500 meter verder loopt is er niemand meer. Wat
dat betreft is het net het Zandvoortse strand op een zonnige dag.
 |
| De kameel van Fin McCool |
Ierland zou Ierland niet zijn, als rond deze plek niet
allerlei legenden zijn ontstaan. De reus Finn McCool, die 46 meter lang was, heeft
hier gewoond. Zijn kameel is achtergebleven.
Gelukkig kunnen we met de laatste bus terug naar
Ballycastle, een van de twee die op zaterdag rijden.
26 juni: Met de veerboot naar Rathlin Island
 |
| Rathlin Island, met forse stroomrafels in de sound |
 |
De ferry komt aan in Rathlin;
Jan Willem wil weten wat de stuurman doet |
Tegenover Ballycastle ligt Rathlin island. Dat is ons doel
voor vandaag. Jan Willem regelt ’s ochtends voor het ontbijt tickets voor de
ferry. Dus ontbijten, boterhammen smeren, regenpakken inpakken en gauw naar de
boot. Het miezert en nog voor de boot vertrekt hebben wij onze regenpakken al
aangetrokken en die gaan helaas de hele dag niet meer uit. We hebben de snelle
boot, waar alleen voetgangers mee kunnen. De tocht duurt zo’n 25 minuten. Je
kunt zien dat de Engelsen dit soort weer gewend zijn. De meeste mensen dragen
regenpakken en wandelschoenen. De nattigheid lijkt ze niet te deren.
 |
| De vogelrots bij de westelijke vuurtoren |
Er wonen op Rathlin zo’n 140 mensen die voornamelijk leven van veeteelt en visserij. Het
schooltje heeft negen leerlingen. Het eiland staat het bekend om zijn natuur,
als broedplaats voor zeevogels aan de westkant en vanwege de zeehonden die
oostelijk van de haven op de plaat liggen.
Als we op het eiland aankomen staat de bus klaar die ons naar
de westelijke vuurtoren brengt. Lopen kan ook, maar het miezert nog steeds, van
die drizzle waar je zonder regenpak doornat van wordt.
Daar, boven de vuurtoren
is een bezoekerscentrum ingericht. Via een trap daal je af naar het gebouw van
de vuurtoren, waar je vanaf een terras de zeevogels op de kliffen kunt
bekijken.
 |
| Dit is de top van de rots hierboven. Het is er maar een beetje druk |
 |
| Papegaaiduikers |
Het lawaai en de stank
komt je tijdens de afdaling al tegemoet. De verrekijkers liggen klaar voor gebruik. Zeevogels komen alleen aan land om te
broeden en doen dat in deze omgeving voornamelijk op op het westen gelegen
kliffen. Er zijn alken, zeekoeten, papegaaiduikers en meeuwen, waaronder
drieteenmeeuwen. Het zijn er vele tienduizenden, vooral zeekoeten. De populatie
papegaaiduikers is maar een paar honderd en de afgelopen 15 jaar sterk
afgenomen. Het is een fantastisch gezicht, al die vogels die daar hutje mutje
op de rotsen zitten. Wie denkt dat Nederland dichtbevolkt is, moet hier maar
eens komen kijken. Beneden in het water
zie je ze vissen. Er is genoeg voor iedereen.
 |
| Het vuurtorenhuis vanaf boven gezien |
 |
| Het licht aan de voet van de toren |
De vuurtoren is ook een bezoek waard. Hij is gebouwd tussen
1910 en 1916. Er waren al twee vuurtorens aan de zuid- en de oostzijde, maar de
Rathlin Sound is met zijn sterke stromingen zo gevaarlijk, dat men een
vuurtoren aan de westzijde nodig achtte. Met miljoenen tonnen gewapend beton is
een wand en een plateau tegen de klif aan geplakt. Daarop is de vuurtoren
gebouwd. Heel indrukwekkend als je weet dat al het beton met de hand is
gemengd. Het vuur zit op 62
meter hoogte, wat berekend is als de ideale hoogte om
voldoende ver te schijnen en vrij te
blijven van bewolking of mist. De woonverblijven zijn daarboven. Het is
dus een soort up-side-down vuurtoren.
 |
| De lampen en de lenzen |
Indertijd brandde het vuur op paraffine en het draaimechanisme van de lens werkte met een gewicht aan een touw, dat elke drie kwartier opgewonden moest worden. Sinds de zestiger jaren is alles elektrisch en inmiddels is er ook geen vuurtorenwachter meer. Er is nu een kleine tentoonstelling ingericht en je kunt de woonverblijven bekijken.
 |
| De haven van Rathlin vanuit de bus |
Het regent nog steeds en hoewel het oorspronkelijke plan was
om terug te lopen, nemen we de bus. Met de boot van drie uur steken we weer over.
In Ballycastle zoeken we ons warme, droge bootje op om een
goed boek te lezen en aan het blog te werken.
 |
| Terug met de boot naar Ballycastle |
hoi Renee en Jan Willem, dank voor het verslag, veel plezier nog! Kobbe is volgens Marine Traffic nog steeds in het Noord-Westen van Schotland, wie weet komen jullie David en Eveline nog tegen. hartelijke groeten Elly
BeantwoordenVerwijderen