zondag 24 augustus 2014

3 t/m 8 augustus 2014: Van Laboe naar Andijk

Zondag 3 augustus: Door het Nord-Ostsee kanaal naar Brünsbüttel


Afscheid van Laboe, met op de achtergrond het Marinemonument
's Ochtends een broodje gebakken
voor onderweg
De tocht door het Kieler kanaal hebben we al een aantal keren meegemaakt en het is daarom een beetje een verplicht nummer. We vertrekken rond half negen ’s ochtends uit Laboe.
In de sluis bij Holtenau









Als we bij de sluis bij Holtenau, aan de Kieler Förde, aankomen varen de jachten al naar binnen en kunnen we aansluiten. De regen komt ondertussen met bakken uit de hemel. De weersomslag lijkt nu echt te hebben plaatsgevonden.
Stromende regen in de sluis

De drijvende steigers zijn spekglad, lastig afstappen dus. Ik klim met enige hoogtevrees het gladde sluistrapje op om te betalen. Jan Willem slaat mijn escapade gade met enige verbazing. Er ligt een groot containerschip in de sluis en na het schutten mogen de jachten eerst uitvaren.
Het containerschip uit de sluis haalt ons in















Verder is het gewoon motoren… saai dus.
Semafoor
Om half twaalf stopt de regen gelukkig en komt de zon door. En rond de middag meren we af bij een jachthaven in een zijtak bij Rendsburg om diesel te tanken. Er liggen verschillende Nederlandse schepen. Van de havenmeester krijgen we een foldertje toegestopt over de mogelijkheid om hier je schip in de winterstalling te zetten. Dat is best een goede optie, omdat Rendsburg met openbaar vervoer prima te bereiken is. Veel Nederlandse zeilers zeilen jaar op jaar in de Oostzee en vinden de oversteek over de Noordzee een heel gedoe, maar wij hebben liever ons schip dicht bij huis, zodat we ook in de weekenden kunnen varen.
Het hangende pondje




Dan gaat het weer verder en het weer wordt zelfs zo warm dat ik later op de middag in een bikini kan zonnen op het voordek. Ondertussen moeten we nog wachten als er een aantal grote schepen die voor ons varen, inhouden totdat er een sleep is gepasseerd. Ondanks dat het zondag is, is het behoorlijk druk. Het gaat hier altijd door.Plezierjachten mogen na zonsondergang niet meer varen, maar de beroepsvaart heeft loodsen aan boord en varen ook ’s nachts.
Prachtig Pools schip op het kanaal

Links op de foto de sleep waar de grote schepen voor ons een tijd op moesten wachten
We eten onderweg en iets na half zeven ’s avonds meren we af in Brünsbüttel naast een aluminium Engels schip, dat een Koopmansontwerp blijkt te zijn. De eigenaar is er trots op. Er liggen ook de nodige Nederlandse schepen, waaronder de ‘Pintail’ van Frits en Ineke. Met hen zijn we vorig jaar in St. Petersburg geweest. Het wordt een hartelijk weerzien en we praten gezellig bij onder het genot van een glaasje.
De grote zeeschepen passeren vlak langs de haven van Brünsbüttel, een indrukwekkend gezicht!

Maandag 4 augustus: Verkassen naar Cuxhaven


In de sluis van Brünsbüttel, aan de westzijde van het Kieler kanaal.

Grote pilaren langs de Elbe, waarschijnlijk voor windmolens.
De voorspellingen geven zuidwesten wind aan.
Dinsdag draait de wind naar het noordwesten. Daarom schuiven we vandaag alleen op naar Cuxhaven, dat verder stroomafwaarts aan de Elbe ligt. Gelukkig kunnen we lekker zeilen.
De marina van de Seglerverrein in Cuxhaven
Op aanraden van Willem en Marrie gaan we naar de Americahaven, de eerste haven gezien vanaf Brünsbüttel. Er is in de haven niet veel te doen. We meren af aan de enige vrije steiger.  Daar blijkt zich een hoop viezigheid te verzamelen, dat door wind en stroom daar naartoe wordt verplaatst. Bah, bah!


We hakken de knoop door en gaan naar de marina van de Seglerverrein, waar we later op de middag Frits en Ineke weer tegen komen. We spreken af om ‘s avonds een aperitief  te drinken en samen te eten in de Seglermesse, het restaurant van de zeilvereniging.
Met de fietsen maken we ‘s middags nog een rondje en doen boodschappen in de grote supermarkt aan de zuidkant van het stadje, maar zijn vergeten de camera mee te nemen. Dus nu even geen foto’s.



Het etentje met Frits en Ineke is supergezellig. Ze zijn van plan om morgen naar Borkum te gaan, terwijl wij in één keer naar Vlieland willen. Morgen willen we om half negen weg om optimaal van het afgaand tij gebruik te maken. Dus gaan we op tijd lekker slapen.

Dinsdag 5  en woensdag 6 augustus: Over de Noordzee


De Grote Mees in Cuxhaven
Als we iets na half negen over de steiger lopen, zijn Frits en Ineke al vertrokken. Zij zijn duidelijk punctueler dan wij. Nog even wat foto’s makend voor ons vertrek, zien we aan de andere steiger opeens de ‘Grote Mees’ liggen, de Breehorn 48 van Rob en Nynke. Natuurlijk gaan we even langs voor een babbeltje. Nee, geen koffie, want we moeten zo weg vanwege het tij. Maar het is heel gezellig en zo komt het dat we pas om kwart over tien vertrekken,- meer dan een uur later dan gepland -, met als gevolg dat we het laatste stuk op de Elbe alweer stroom tegen hebben.
Der Alte Liebe, beroemd baken aan de Elbe
Wandelaars op een zandplaat ten zuiden van Cuxhaven aan de Elbe
Eerst staat de wind nog op kop en motoren we, maar vanaf paal 8 kunnen we zeil zetten.
Er gaat meteen een reef in. Zodra we de Elbe verlaten hebben vallen we af naar halve wind en gaat het hard met ruim 8 knopen door het water en nog steeds een reef.
Drukke scheepvaart op de Elbe

De eilanden Neuwerk en Scharhörn
In de middag krimpt de wind en neemt hij af tot 7 knopen. De Iskander ligt te bokken op de golven en rond drie uur we zetten de motor erbij. Omdat het oversteken van de vaargeul naar de Jade het erg druk met beroepsvaart is, moeten we puzzelen om niet in het nauw te komen tussen het in- en uitvarend verkeer.
Vervolgens zetten we de stuurautomaat op 245°, de koers naar de Borkum windfarm. Helaas blijft het motorsailen.
Mooie klipper met vol tuig
Voor het eerst sinds weken hebben we weer een lange broek aan en in het logboek staat dat we ballen met erwtjes, worteltjes en puree hebben gegeten. Hier is duidelijk de blikvoorraad geplunderd!
Lekker slapen op de bank
















Gezicht op Norderney in de avondschemering
Fluorescerende boeggolf op een spiegelgladde zee 
Rond elf uur ’s avonds is het donker, windstil en is de zee zo glad als een spiegel. Dat geeft een heel bijzonder natuurverschijnsel. De boeggolf is een dunne streep, maar die is wel hel lichtblauw fluorescerend door de algen! Het is werkelijk fantastisch! Ik haal Jan Willem ervoor uit zijn bed en dat is maar goed ook, want even later komt er een beetje wind en een rimpeling op het water en is het voorbij. Wel is er een prachtige maan.
Volle maan op de Noordzee
Een tijdje nadat ik in mijn bed lig, merk ik dat de motor uit is. Blijkbaar kunnen we zeilen. Het windmolenpark voor Borkum is erg indrukwekkend. Zeker twee uur van tevoren zie je de knipperende rode en witte lichten al. Jan Willem komt midden in de nacht nog twee zeilboten tegen, waarvoor hij uit moet wijken.
Vissers bij zonsopgang
De wind trekt weer aan en iets na drieën haalt Jan Willem mij uit bed om de wacht over te nemen en gelijk maar twee reven te zetten. De Iskander loopt dan rond de acht knopen en dat vinden we voor ‘s nachts teveel. Afspraak is dat we bij het wijzigen van de zeilvoering altijd samen aan dek zijn. Inmiddels is de maan ondergegaan en dat geeft een indrukwekkende sterrenhemel. Dit zijn toch de dingen die het nachtzeilen zo mooi maken!
De zonsopgang nadert. Boven Ameland stikt het van de vissersschepen, die gelukkig allemaal hun AIS aan hebben en zijn daardoor op de plotter zichtbaar zijn. Af en toe moet ik er een ontwijken.
Bij de ingang van het Stortemelk zien we een lichtblauw schip naar buiten zeilen. En ja hoor, het is de ‘Laaxum’ van Lars en Aukje. Even contact over de marifoon: ze zijn op weg naar Norderney. Lars vertelt dat er voor de haven van Vlieland nog een aantal schepen voor anker liggen, dus gaan wij maar naar Terschelling. Hij wenst ons een mooi kruisrak toe. En dat krijgen we! Ondanks de ebstroom kunnen we vrijwel op het hele stuk naar Terschelling de bochten benutten om te laveren. Om kwart voor twaalf liggen we afgemeerd in een erg volle haven. Maar er kunnen veel makke schapen in een hok. De tocht was 179,5 zeemijlen en duurde 25, 5 uur.
West-Terschelling is in zicht
’s Middags wandelen we West-Terschelling in. Er is een braderie en je kunt over de hoofden lopen. Bij het standje van de KNRM treffen we een enthousiaste vrijwilligster die mooie verhalen vertelt en ons een handdoekje met een randje met door haar moeder geborduurde Brandarisjes verkoopt. Zij is opstapper en haar man is ook schipper. Het zit in de familie.

Donderdag 7 augustus: Fietsen op Terschelling

Gezicht op het Schuitegat en de Waddenzee vanaf  West-Terschelling
Prachtig strand bij West aan Zee
Zoals altijd na een lange tocht slapen we eerst uit. Daarna op ons gemakje ontbijten met broodjes uit de oven en dan wordt het tijd om de fietsjes uit te pakken. We moeten ze wel over drie schepen tillen, maar dat mag de pret niet drukken.
Het is prachtig weer. De fietstocht gaat met een boog om West-Terschelling richting West-aan-Zee. Daar lunchen we in een leuke strandtent. Het strand is hier enorm breed, het zand mooi fijn en wit en het water lekker warm.
West aan Zee
In de Duinen
De tocht gaat verder naar het oosten door de duinen en later door de bossen naar Lies. Door de weilanden fietsen we naar de dijk aan de zuidzijde van het eiland. Het is laag water en allerlei vogels foerageren op het wad. In het kader van het Oeral-festival heeft een kunstenaar hier op de zeedijk enkele jaren geleden een aantal beelden neergezet, gemaakt van prachtig Noors graniet dat met een schipbreuk voor de kust van Terschelling terecht is gekomen. Het is echt zo’n rustplekje voor veel fietsers. Tegen de wind in fietsen we over de dijk terug naar de haven. Wat is het toch heerlijk (fietsen) op de Waddeneilanden!
Lepelaars foerageren op het Wad
Beelden op de Waddenzeedijk

Vrijdag 8 augustus: Terug naar Andijk

Vertrek van Terschelling
We kunnen lekker zeilen,
en wij niet alleen
We kunnen rustig aan doen, want de vloedstroom komt vandaag laat op gang. Toch vertrekken we al  rond half twaalf, dat is voor die tijd. We zullen het hele traject stroom tegen hebben. Het wordt vandaag vast erg druk bij de sluis van Kornwerderzand, want vanaf morgen is er windkracht 6 voorspeld en iedereen wil op tijd thuis zijn. We zijn inderdaad niet de enigen die al vertrekken.
De wind is oost en we kunnen het traject lekker zeilen. In de Westmeep gaan we voor de wind. Het is een klein stukje en het water is vlak. Hoewel het best stevig waait zetten we geen bulletalie, maar het sturen vraagt daardoor wel extra concentratie. Dat dat niet iedereen gegeven is blijkt als we achter ons een klapgijp horen, gevolgd door luid gescheld van de schipper op zijn vrouw, die aan het roer staat. Van de weeromstuit volgt er opnieuw een klapgijp en nu heeft de arme vrouw het helemaal gedaan. Even later zien we het schip de zeilen strijken, terwijl het het mooiste zeilweer van de wereld is.
Bootje met een Jonk tuigage
Vlak voor de Pollendam raakt de Iskander in de nevengeul eventjes de grond. Niet goed opgelet, want op de kaart was er wel degelijk een ondiepte aangegeven. Harlingen voorbij, bij de Boontjes strijken we het grootzeil om snelheid te minderen. Jan Willem meent te weten dat het hier door verzanding op een stukje 2.20 meter diep is en nog onder de indruk van onze ervaring bij de Pollendam doen we rustig aan. Ondertussen kachelt iedereen die we eerder ingehaald hadden ons met een vaartje voorbij. Het wordt niet minder diep dan 2.60!
Eenzame zeehond bij de Boontjes



De vrouwelijke sluiswachter van Lorentzsluizen bij Kornwerderzand geeft secuur aanwijzingen als iedereen erin vaart: “Het donkerblauwe schip aan bakboord nog een stukje naar voren opschuiven…  Het schip met de groene buiskap aan het begin van de sluis, tussen de schepen doorvaren”. Zo gaat het relatief ontspannen en als er een Bavaria dwars in de sluis dreigt te komen vangt de omgeving het rustig op. De schipper vertrouwt mij toe dat hij ook altijd rustig blijft. “U was het toch van die klapgijp?”, vraag ik. “Ja”, zegt de man, “toen had ik het even helemaal gehad!”. Ik ben een en al begrip.
De regen komt met bakken uit de hemel


Na de sluis slaat bijna iedereen linksaf naar Makkum. Wij zetten koers op Andijk. Onderweg zien we opeens een hele donkere lucht. De zeilpakken gaan aan en we leggen twee reven en rollen de fok in. Het water komt met bakken uit de hemel, maar de verwachte harde wind blijft uit. Harder dan 20 knopen waait het niet. Lui als we zijn, laten we de reven lekker zitten, rollen de fok uit en zo hoog mogelijk aan de wind zeilend lukt het ons om in één streek naar Andijk te zeilen, waar we ’s avonds om negen uur afmeren.
De volgende  ochtend worden we wakker met een gierende wind om het schip. Goed dat we gisteren doorgevaren zijn. Opruimen en naar huis! Maandag begint het gewone leven weer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten