Zondag 13 juli : Met een omweg naar Andijk
De voorbereidingen zijn zaterdag gedaan. Zondagochtend
hoeven we alleen onze kleren nog te pakken. Uitgezwaaid door Matthijs,
vertrekken we naar de boot. De rit gaat wel met een fikse omweg, want eerst
moeten we de kaarten van Denemarken ophalen, die we hebben uitgeleend aan Peter
en Barbara. Zij waren eerst van plan om daarheen te gaan, maar hebben hun boot
inmiddels naar Calais gebracht, in afwachting van hun zomervakantie. Dus
lunchen we in Joure met lekkere broodjes van Barbara en wisselen we allerlei
wetenswaardigheden uit. Met de kaarten op zak rijden we via de Afsluitdijk naar
Andijk. Noch even een praatje op de steiger met Hans en Marian van de Rosa, het
mooiste schip van de haven en naar
Enkhuizen voor de laatste verse boodschappen bij de Appie. Jan Willem rekent
uit dat we morgen om twaalf uur moeten vertrekken. ’s Avonds op tijd naar bed, want
we zijn allebei best wel moe en de spanning van
tocht speelt ons parten.
14 t/m 16 juli: De oversteek
 |
| Gezicht op Medemblik |
 |
| Vaartuig van Rijkswaterstaat op de Wadden |
Maandagochtend bij het klaarmaken van de schoten loopt het
allemaal niet soepel. Ik moet ze drie keer door de leiogen halen voordat alles
goed zit. Bij het hijsen van de kotterfok draait de val om zichzelf in de top
en moet hij weer omlaag. Zo komt het dat we pas om half twee vertrekken. De
wind is Westzuidwest, het eerste stuk is net bezeild. Na de sluis bij Den Oever
hebben we de wind op de kop en moeten we motoren. Het is drie uur na hoog
water. Gelukkig hebben we nog ruim een knoop stroom mee. We melden ons bij de
VC Den Helder en via het Marsdiep gaan
we het Molengat in. Al gauw kunnen we de zeilen hijsen en onze koers wordt
steeds ruimer. Na het Molengat meldden we ons af bij de VC en begint voor ons
gevoel de tocht pas echt: de Noordzee op naar Thyborøn.
 |
| Vissende kotter op het Wad |
 |
Jan Willem aan de oranje tompouce,
over van het Wereldkampionschap voetbal |
 |
| Wandelaars op het strand van Texel |
 |
| Zeehonden op de Noorderhaaks |
 |
Strandpaviljoen op Texel, waar we met Hemelvaart
nog koffie hebben gedronken |
Net als vorig jaar is deze keer de juiste koers voor de
wind. Met de forse golven op zee en het risico op klapgijpen willen we dat
niet, dus zet Jan Willem een bulletalie en gaan we het traject ‘afkruisen’: een
koers van 150° ten opzichte van de wind varen. We maken de zeekooi met een
slingerzeiltje klaar, zodat we daar om beurten kunnen slapen. Om half tien gaat
Jan Willem het eerste verkeersscheidingsstelsel haaks oversteken. Ik lig dan te
kooi.
 |
| Renée slapend in de zeekooi |
Nadat ik de wacht over heb genomen, zie ik rond half een ’s
nachts op de plotter een vrachtschip dat een hele tijd op dezelfde koers op ons
afstevent. Ik roep de ‘Saxum’ op om te vragen of hij zijn koers wil wijzigen en
ons de ruimte geven. Eerst stemt hij toe maar even later roept hij mij weer op,
of het echt nodig is. Ja, het is echt nodig, wan ik vaar voor de wind en ben
daarom moeilijk manoeuvreerbaar. En heb alleen al voorrang omdat ik een
zeilschip ben, maar dat zeg ik er niet bij.
Vanaf een uur of twaalf op
de dinsdagmiddag kunnen we rechtstreeks op Thyborøn koersen, maar de
eerste uren nog wel met ruime wind.
 |
| Olieplatform op de Noorzee |
De golven van achteren geven het schip een vervelende
draaiing. Daardoor gaan we ons in de loop van de dinsdag allebei behoorlijk katterig
voelen. Bij mij komt daar in de loop van dinsdagmiddag nog migraine bij,
waardoor Jan Willem dinsdagavond drie wachten achter elkaar draait. Als ware
hij een solozeiler zet hij het wekkertje steeds op 20 minuten en als het afgaat
kijkt hij uitgebreid uit en werkt eens per uur het logboek bij. Verder heeft
hij de AIS en de radar aan, met de nodige alarmen erop en dan moet het goed
gaan. Gelukkig voel ik me rond een uur of drie ’s nachts, hoewel nog niet
geweldig, toch dusdanig opgeknapt dat ik hem naar bed kan sturen.
 |
| Jan van Gent, we naderen de Deense kust |
 |
| Met een goede wind op weg naar Thyboron |
Inmiddels is de wind zo gedraaid dat we halve wind varen. In
de ingang van het Lymfjord hebben we een beetje stroom mee en de golven zijn
een stuk minder spectaculair dan vorig jaar.
 |
| Thyboron in zicht! |
Rond half negen ’s ochtends varen
we de haven van Thyborøn binnen. Afgezien van de ongemakkelijke golven en
zeeziekte was het een zeer voorspoedige tocht. We hebben vanaf het Molengat
alles kunnen zeilen, grotendeels met snelheden tussen de 7,5 en 8,2 knopen. De
hele tocht vanaf Andijk was 308 zeemijl en heeft 44,5 uur geduurd.
We gaan een dagje chillen en lekker bijkomen. We wandelen
door het niet bijster sfeervolle plaatsje, maar het mooie strand maakt veel
goed.
 |
| In de haven van Thyboron |
Dinsdagavond drinken we een wijntje bij onze buren, Karen en Hasse uit
Götenborg. Ze zijn die dag uit Esbjerg gekomen en hebben de hele tocht
gemotord. Ze vertellen dat ze hun schip, een Moody 44, in Engeland hebben
gekocht en er sinds een jaar op wonen. We krijgen nuttige informatie over
havens in het Kattegat, voor als we naar Kopenhagen willen.
 |
| Het strand van Thyboron |
Donderdag 17 juli: In het Lymfjord
 |
| Vissersboot in de haven van Thyboron |
Als we ’s ochtends wakker worden is de wind gedraaid. De
walmen van de visverwerkende industrie komen onze boot en onze neus binnen.
Tijd om verder te gaan. Bij het afvaren blijft een stootwil achter de lijn en
de paal van de box hangen. “Achteruit!”, roep nog ik tegen Jan Willem, maar het
is al te laat. De stootwil is lek en de terminal van de
zeereling verbogen.
 |
| Fabriekscomplex bij Thyboron |
Gisteren hebben we besloten om naar het plaatsje Thisted te
gaan, maar omdat we lekker hebben uitgeslapen is dat al te ambitieus. We
besluiten bij Jegindø te stoppen, maar lopen al in de havenmonding vast,
terwijl toch op de kaart staat dat het er 2,50 m diep zou moeten zijn.
Dus maar verder, er zit niets anders op. Het wordt uiteindelijk Sillerslev.
 |
| Nederlandse tweemaster in het Lymfjord |
Ook
daar loopt de Iskander vast als we een box in proberen te draaien. We leggen
vervolgens op de kopse kant van de steiger aan naast een prachtig traditioneel
houten schip met een aardige Deen erop. De havenmeester komt ons op de steiger
tegemoet. Zonder naar de maat van het schip te vragen laat hij ons 120 kronen
betalen. Ze kennen hier maar één prijs.
 |
| Lieflijk Deens landschap |
Achter de haven staan een aantal grote huizen met protserige
beelden in de tuinen. Van rijk geworden vissers misschien?
Avonds is er ‘Irsk musik’ in een drijvend paviljoen aan de
haven. Het is een beetje oubollig en ze zingen er Deense volksliederen. Volgens
onze buurman is er niets Iers aan. Niet genoeg Ierse Whiskey waarschijnlijk…
Dat ondanks dat er aan de haven een stokerij van brandewijn en whisky zit, die
voor de gelegenheid zijn deuren heeft geopend.
 |
| Palmenstrand bij Sillerslev |
 |
| Sillerslev dus! |
 |
| Naast dit mooi schip lagen we in Sillerlev |
 |
| Kust bij Sillerlev |
Vrijdag 18 juli: Naar Fur
Voor het ontbijt gaan we even zwemmen bij het palmenstrandje,
- ja heus -, naast de haven. Vandaag een
kort tochtje. Op ons dooie akkertje motoren we de 12 mijl naar het mooie
eiland Fur (spreek uit: Foer). Volgens de folders het mooiste eiland van
Denemarken. Als we om kwart voor twee de haven binnenvaren ligt die al
behoorlijk vol. We meren af naast een viskotter. In de loop van de middag komen
er nog drie andere schepen naast ons liggen. Verder doen we vandaag niet zo
veel. Het wordt een leesdagje.
 |
| De Kust van Fur |
Zaterdag 19 juli: Fietsen op Fur
 |
| Kerkje op Fur |
Na een niet al te vroeg ontbijt pakken we de fietsjes uit.
Het is een heel gedoe, want ze moeten over de viskotter getild worden. We
pakken ze uit op de kotter.
 |
| Genieten van het uitzicht |
Daarna maken we een fietstocht over het mooie eiland.
De haven ligt aan de zuidkant. Op weg naar de kliffen aan de noordzijde
passeren we eerst de oude haven, met een museumpje ernaast. Als we zo ongeveer
aan koffie met iets toe zijn komen we bij een uitspanning uit met een groot
terras waar het een drukte van belang is: het Bryghuset, wat
zoiets als het brouwershuis betekent. Mensen drinken grote glazen bier en we
zien iedereen met goed gevulde borden naar buiten komen. We veroveren een
tafeltje en blijven er lunchen. Ze hebben een buffet met vis, salades, warme
happen en heerlijke desserts.
 |
| De oude haven, niet meer in gebruik |
Gesterkt door de lunch klimmen we weer op de fiets. Aan de
noordzijde van het eiland zijn de hellingen steiler en de wegen primitiever.
Soms zijn het karresporen, waar je in een van de twee sporen fietst en op
andere momenten grindwegen. Wel een beetje veel gevraagd voor onze
vouwfietsjes! We lopen langs het strand naar de Rode Steen. Als we verdwalen
komen we door een stukje bos waar we opeens fazantenkuikens en even later de
moeder fazant de weg zien oversteken.
 |
| Moeder fazant nog vaag in beeld |
 |
| De Rode Steen |
We fietsen naar het hoogste punt van het
eiland en komen bij de groeve met de Moler uit, de aardlagen waar je fossielen
kunt vinden. Je hebt er prachtige vergezichten. Rond een uur of vier hebben we
er genoeg van en gaan we terug naar de boot. Er is nog genoeg moois over voor
een volgend bezoek.
 |
| De gelaagdheid is duidelijk te zien |
Ik foerageer in de plaatselijke supermarkt en breng pizza’s
mee voor het avondeten. Na zo’n lunch mag het wel even makkelijk. ’s Avonds
hangt Jan Willem het schilderijtje op dat we afgelopen juni op de kunstmarkt in
Laren hebben gekocht.
Zondag 20 juli:
Matthijs komt aan in Aalborg
 |
| Op weg naar Aalborg |
Het is nog een flink stuk naar Aalborg en daarom gooien we
iets na negenen de trossen los. Eerst op de motor, maar vanaf de oostkant van
Fur kunnen we een stuk zeilen. Na een uurtje moet de motor er weer bij,want het
is niet meer bezeilen dat blijft helaas zo totdat we om17.15 in Aalborg in de Vesterebådehavn
afmeren naast een grote Noorse Regina 43 met deckhouse. De jonge schipper
begroet ons enthousiast. Vervolgens worden we afgezet door de havenmeester (500
kronen voor twee nachten!). We blijken in het havengedeelte van de werf te
liggen. Nogal een rommel en met minimale faciliteiten.
 |
| Veel ondieptes al we Aalborg naderen, het is een soort waddengebied |
 |
| Op de rechteroever een soort windmolenkerhof |
Jan Willem heeft inmiddels vernomen dat er een Maleisisch verkeersvliegtuig,
vertrokken uit Schiphol met zo’n 280 mensen waarvan 192 Nederlanders aan boord,
in de Oekraïne uit de lucht is geschoten. Wat vreselijk.
Ik bereid het eten voor, zodat als Matthijs rond half negen
binnenstapt ik snel een verse bamischotel op tafel kan zetten. Hij heeft een
voorspoedige reis gehad. Fijn dat hij er weer is. We praten gezellig bij.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten