vrijdag 1 augustus 2014

13 t/m 20 juli 2014: Naar Denemarken en door het Lymfjord


Zondag 13 juli : Met een omweg naar Andijk


De voorbereidingen zijn zaterdag gedaan. Zondagochtend hoeven we alleen onze kleren nog te pakken. Uitgezwaaid door Matthijs, vertrekken we naar de boot. De rit gaat wel met een fikse omweg, want eerst moeten we de kaarten van Denemarken ophalen, die we hebben uitgeleend aan Peter en Barbara. Zij waren eerst van plan om daarheen te gaan, maar hebben hun boot inmiddels naar Calais gebracht, in afwachting van hun zomervakantie. Dus lunchen we in Joure met lekkere broodjes van Barbara en wisselen we allerlei wetenswaardigheden uit. Met de kaarten op zak rijden we via de Afsluitdijk naar Andijk. Noch even een praatje op de steiger met Hans en Marian van de Rosa, het mooiste schip van de haven en  naar Enkhuizen voor de laatste verse boodschappen bij de Appie. Jan Willem rekent uit dat we morgen om twaalf uur moeten vertrekken. ’s Avonds op tijd naar bed, want we zijn allebei best wel moe en de spanning van  tocht speelt ons parten.

14 t/m 16 juli: De oversteek

 
Gezicht op Medemblik
Vaartuig van Rijkswaterstaat op de Wadden
Maandagochtend bij het klaarmaken van de schoten loopt het allemaal niet soepel. Ik moet ze drie keer door de leiogen halen voordat alles goed zit. Bij het hijsen van de kotterfok draait de val om zichzelf in de top en moet hij weer omlaag. Zo komt het dat we pas om half twee vertrekken. De wind is Westzuidwest, het eerste stuk is net bezeild. Na de sluis bij Den Oever hebben we de wind op de kop en moeten we motoren. Het is drie uur na hoog water. Gelukkig hebben we nog ruim een knoop stroom mee. We melden ons bij de VC Den Helder  en via het Marsdiep gaan we het Molengat in. Al gauw kunnen we de zeilen hijsen en onze koers wordt steeds ruimer. Na het Molengat meldden we ons af bij de VC en begint voor ons gevoel de tocht pas echt: de Noordzee op naar Thyborøn.
Vissende kotter op het Wad


Jan Willem aan de oranje tompouce,
over van het Wereldkampionschap voetbal
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Wandelaars op het strand van Texel
Zeehonden op de Noorderhaaks
Strandpaviljoen op Texel, waar we met Hemelvaart
nog koffie hebben gedronken
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Net als vorig jaar is deze keer de juiste koers voor de wind. Met de forse golven op zee en het risico op klapgijpen willen we dat niet, dus zet Jan Willem een bulletalie en gaan we het traject ‘afkruisen’: een koers van 150° ten opzichte van de wind varen. We maken de zeekooi met een slingerzeiltje klaar, zodat we daar om beurten kunnen slapen. Om half tien gaat Jan Willem het eerste verkeersscheidingsstelsel haaks oversteken. Ik lig dan te kooi. 


Renée slapend in de zeekooi
Nadat ik de wacht over heb genomen, zie ik rond half een ’s nachts op de plotter een vrachtschip dat een hele tijd op dezelfde koers op ons afstevent. Ik roep de ‘Saxum’ op om te vragen of hij zijn koers wil wijzigen en ons de ruimte geven. Eerst stemt hij toe maar even later roept hij mij weer op, of het echt nodig is. Ja, het is echt nodig, wan ik vaar voor de wind en ben daarom moeilijk manoeuvreerbaar. En heb alleen al voorrang omdat ik een zeilschip ben, maar dat zeg ik er niet bij.


Vanaf een uur of twaalf op  de dinsdagmiddag kunnen we rechtstreeks op Thyborøn koersen, maar de eerste uren nog wel met ruime wind.


Olieplatform op de Noorzee
De golven van achteren geven het schip een vervelende draaiing. Daardoor gaan we ons in de loop van de dinsdag allebei behoorlijk katterig voelen. Bij mij komt daar in de loop van dinsdagmiddag nog migraine bij, waardoor Jan Willem dinsdagavond drie wachten achter elkaar draait. Als ware hij een solozeiler zet hij het wekkertje steeds op 20 minuten en als het afgaat kijkt hij uitgebreid uit en werkt eens per uur het logboek bij. Verder heeft hij de AIS en de radar aan, met de nodige alarmen erop en dan moet het goed gaan. Gelukkig voel ik me rond een uur of drie ’s nachts, hoewel nog niet geweldig, toch dusdanig opgeknapt dat ik hem naar bed kan sturen.
Jan van Gent, we naderen de Deense kust

Met een goede wind op weg naar Thyboron
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Inmiddels is de wind zo gedraaid dat we halve wind varen. In de ingang van het Lymfjord hebben we een beetje stroom mee en de golven zijn een stuk minder spectaculair dan vorig jaar. 
Thyboron in zicht!
Rond half negen ’s ochtends varen we de haven van Thyborøn binnen. Afgezien van de ongemakkelijke golven en zeeziekte was het een zeer voorspoedige tocht. We hebben vanaf het Molengat alles kunnen zeilen, grotendeels met snelheden tussen de 7,5 en 8,2 knopen. De hele tocht vanaf Andijk was 308 zeemijl en heeft 44,5 uur geduurd.

We gaan een dagje chillen en lekker bijkomen. We wandelen door het niet bijster sfeervolle plaatsje, maar het mooie strand maakt veel goed. 
In de haven van Thyboron
Dinsdagavond drinken we een wijntje bij onze buren, Karen en Hasse uit Götenborg. Ze zijn die dag uit Esbjerg gekomen en hebben de hele tocht gemotord. Ze vertellen dat ze hun schip, een Moody 44, in Engeland hebben gekocht en er sinds een jaar op wonen. We krijgen nuttige informatie over havens in het Kattegat, voor als we naar Kopenhagen willen.

Het strand van Thyboron

 

 

 Donderdag 17 juli: In het Lymfjord


Vissersboot in de haven van Thyboron
Als we ’s ochtends wakker worden is de wind gedraaid. De walmen van de visverwerkende industrie komen onze boot en onze neus binnen. Tijd om verder te gaan. Bij het afvaren blijft een stootwil achter de lijn en de paal van de box hangen. “Achteruit!”, roep nog ik tegen Jan Willem, maar het is al te laat. De stootwil is lek en de terminal van de zeereling verbogen.

Fabriekscomplex bij Thyboron
Gisteren hebben we besloten om naar het plaatsje Thisted te gaan, maar omdat we lekker hebben uitgeslapen is dat al te ambitieus. We besluiten bij Jegindø te stoppen, maar lopen al in de havenmonding vast, terwijl toch op de kaart staat dat het er 2,50 m diep zou moeten zijn. Dus maar verder, er zit niets anders op. Het wordt uiteindelijk Sillerslev. 
Nederlandse tweemaster in het Lymfjord
Ook daar loopt de Iskander vast als we een box in proberen te draaien. We leggen vervolgens op de kopse kant van de steiger aan naast een prachtig traditioneel houten schip met een aardige Deen erop. De havenmeester komt ons op de steiger tegemoet. Zonder naar de maat van het schip te vragen laat hij ons 120 kronen betalen. Ze kennen hier maar één prijs.


Lieflijk Deens landschap
Achter de haven staan een aantal grote huizen met protserige beelden in de tuinen. Van rijk geworden vissers misschien?


Avonds is er ‘Irsk musik’ in een drijvend paviljoen aan de haven. Het is een beetje oubollig en ze zingen er Deense volksliederen. Volgens onze buurman is er niets Iers aan. Niet genoeg Ierse Whiskey waarschijnlijk… Dat ondanks dat er aan de haven een stokerij van brandewijn en whisky zit, die voor de gelegenheid zijn deuren heeft geopend.


Palmenstrand bij Sillerslev
Sillerslev dus!
Naast dit mooi schip lagen we in Sillerlev
Kust bij Sillerlev

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 18 juli: Naar Fur



Voor het ontbijt gaan we even zwemmen bij het palmenstrandje, - ja heus -,  naast de haven. Vandaag een kort tochtje. Op ons dooie akkertje motoren we de 12 mijl naar het mooie eiland Fur (spreek uit: Foer). Volgens de folders het mooiste eiland van Denemarken. Als we om kwart voor twee de haven binnenvaren ligt die al behoorlijk vol. We meren af naast een viskotter. In de loop van de middag komen er nog drie andere schepen naast ons liggen. Verder doen we vandaag niet zo veel. Het wordt een leesdagje.
De Kust van Fur

Zaterdag 19 juli: Fietsen op Fur


Kerkje op Fur
Na een niet al te vroeg ontbijt pakken we de fietsjes uit. Het is een heel gedoe, want ze moeten over de viskotter getild worden. We pakken ze uit op de kotter.
Genieten van het uitzicht
Daarna maken we een fietstocht over het mooie eiland. De haven ligt aan de zuidkant. Op weg naar de kliffen aan de noordzijde passeren we eerst de oude haven, met een museumpje ernaast. Als we zo ongeveer aan koffie met iets toe zijn komen we bij een uitspanning uit met een groot terras waar het een drukte van belang is: het Bryghuset, wat zoiets als het brouwershuis betekent. Mensen drinken grote glazen bier en we zien iedereen met goed gevulde borden naar buiten komen. We veroveren een tafeltje en blijven er lunchen. Ze hebben een buffet met vis, salades, warme happen en heerlijke desserts.

De oude haven, niet meer in gebruik
Gesterkt door de lunch klimmen we weer op de fiets. Aan de noordzijde van het eiland zijn de hellingen steiler en de wegen primitiever. Soms zijn het karresporen, waar je in een van de twee sporen fietst en op andere momenten grindwegen. Wel een beetje veel gevraagd voor onze vouwfietsjes! We lopen langs het strand naar de Rode Steen. Als we verdwalen komen we door een stukje bos waar we opeens fazantenkuikens en even later de moeder fazant de weg zien oversteken.
Moeder fazant nog vaag in beeld


De Rode Steen
We fietsen naar het hoogste punt van het eiland en komen bij de groeve met de Moler uit, de aardlagen waar je fossielen kunt vinden. Je hebt er prachtige vergezichten. Rond een uur of vier hebben we er genoeg van en gaan we terug naar de boot. Er is nog genoeg moois over voor een volgend bezoek.



De gelaagdheid is duidelijk te zien
Ik foerageer in de plaatselijke supermarkt en breng pizza’s mee voor het avondeten. Na zo’n lunch mag het wel even makkelijk. ’s Avonds hangt Jan Willem het schilderijtje op dat we afgelopen juni op de kunstmarkt in Laren hebben gekocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 20 juli:  Matthijs komt aan in Aalborg



Op weg naar Aalborg
Het is nog een flink stuk naar Aalborg en daarom gooien we iets na negenen de trossen los. Eerst op de motor, maar vanaf de oostkant van Fur kunnen we een stuk zeilen. Na een uurtje moet de motor er weer bij,want het is niet meer bezeilen dat blijft helaas zo totdat we om17.15 in Aalborg in de Vesterebådehavn afmeren naast een grote Noorse Regina 43 met deckhouse. De jonge schipper begroet ons enthousiast. Vervolgens worden we afgezet door de havenmeester (500 kronen voor twee nachten!). We blijken in het havengedeelte van de werf te liggen. Nogal een rommel en met minimale faciliteiten.


Veel ondieptes al we Aalborg naderen, het is een soort waddengebied
Op de rechteroever een soort windmolenkerhof
Jan Willem heeft inmiddels vernomen dat er een Maleisisch verkeersvliegtuig, vertrokken uit Schiphol met zo’n 280 mensen waarvan 192 Nederlanders aan boord, in de Oekraïne uit de lucht is geschoten. Wat vreselijk.

 

Ik bereid het eten voor, zodat als Matthijs rond half negen binnenstapt ik snel een verse bamischotel op tafel kan zetten. Hij heeft een voorspoedige reis gehad. Fijn dat hij er weer is. We praten gezellig bij.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten