dinsdag 25 juni 2013

16 t/m 22 juni Kuressaare tot Tallin

16 en 17 juni – Sightseeing op Saaremaa

Kurassaare, waar we momenteel zijn,ligt op het Estse eiland Saaremaa. Saaremaa betekent zoveel als ‘land dat opgestegen is uit de zee’. De eerste dag verkennen we het plaatsje Kuressaare met een wandeling. 

... de haven van Kurassaare is nog lang niet vol
Het havengebouw en ...












We hebben het schip langs de steiger gelegd in plaats van
aan een hekboei, i.v.m.de harde wind









We beginnen met het kasteel en willen daarna naar de haven ‘Roomassaare’ lopen, die aan de andere kant van het plaatsje ligt. Helaas hebben we de plattegrond die we van de havenmeester hebben gekregen vergeten en verwalen we hopeloos. 
Na een goed uur lopen komen we uit bij zee en besluiten we naar huis terug te keren. Leuk om te ervaren dat de Iskander inmiddels thuis is geworden.
Mooie houten huizen in Kurassaare
Eik, gepland door Koningin Beatrix
in 2008 in het park bij het kasteel
Inscriptie op de steen



























Het Episcopaal  kasteel van Kurassaare

De mooie zaal van de 'Kursaal', het restaurant naast
 het kasteel waar we de eerste dag lunchen
We blijven nog een dagje en huren een auto om het eiland Saaremaa te verkennen. Aan de hand van een boekje met bezienswaardigheden, ook van de havenmeester,  zetten we een route uit.
Maar eerst even een berichtje naar dochter Sophie die vandaag 22 wordt. We kunnen haar niet zelf bereiken omdat ze op de ZMs Evertsen vaart en waarschijnlijk nu op zee zit.
Hier in Estland is de mentaliteit duidelijk anders dan in Polen en de andere  Baltische staten. De mensen zijn zeer behulpzaam en de jonge mensen spreken allemaal uitstekend Engels. Alles is hier tiptop geregeld. Dat blijkt ook bij onze rondrit.
Een dagje toeren met een huurauto
Om 12 uur ‘s middags staat een keurige Mercedes A-serie voor ons klaar. Onderweg zijn er wegwijzers naar de verschillende bezienswaardigheden en ter plekke nette parkeerplaatsen, paden en voorlichtingsborden.
Het eiland is groen, met veel bossen en weilanden. Erg mooi en vriendelijk.  Af en toe zie je koeien in het weiland. Veel minder dan bij ons. De veeteelt is hier duidelijk (nog?) niet intensief. Dat ziet er wel gezonder uit. Het eiland is vrij plat, hier en daar een beetje heuvelachtig. Het hoogste punt is 54 meter hoog. 

Begraafplaats in Kaarma
Tijdens onze rondrit zien we vrijwel alleen gehuchten. Kurassaare is de grootste plaats.
We belanden in Kaarma bij een prachtige begraafplaats is het bos. Zo wil ik ook ooit wel liggen! Later op onze rit zien we er nog meer. 

De kerk van Kaarma









Opschrift boven de deur van de kerk











Een klein eindje verderop staat een mooie robuuste kerk uit de 15e eeuw midden in de natuur.



Meertje door meteorietinslag bij Kaali
We rijden door naar Kaali waar zo’n 7500 jaar geleden een meteoriet is ingeslagen. Daardoor is een perfect rond meertje ontstaan met een wal eromheen, ongeveer als een druppel die in het water valt.  In de omgeving zijn nog een aantal inslagen van brokstukken geweest.
Zo geeft men hier mannen en vrouwen
aan bij de toiletten








Vijf houten molens op de heuvel bij Angla



In het noorden van het eiland staan bij Angla op een hoge heuvel vijf molens bij elkaar. Eerst dacht ik nog dat ze er omwille van de toeristen zo zijn neergezet, maar dat blijkt niet het geval. Ze zijn uit de 19e eeuw en helemaal van hout. De afgelopen vijf jaar hebben een paar enthousiastelingen het initiatief genomen ze te restaureren. En nu zijn ze dus opengesteld met een klein museum erbij.
Overstekende koeien onderweg
Uitzicht bij Panga, in het noorden van Saaremaa
Dan rijden we langs de noordkust door naar  de Panga klif. dit is de hoogste klif van het eiland. We genieten er van het mooie uitzicht over zee. Vervolgens gaat de route huiswaarts, naar de boot dus.
De klif van Panga






De langste middeleeuwse brug van Estland ligt bij Kuressaare















In Kuressaare zet Jan Willem mij af bij de supermarkt. Ik ga op zoek naar brood en groenten. De groentevoorraad van de winkel  bestaat uit wat aardappels, een kool en enkele verkreukelde appels. Minder dan ik thuis normaal in voorraad heb.
In de haven aangekomen, zie ik dat daar een ware invasie van Nederlandse schepen heeft plaatsgevonden. De Shearwater, de Stormvogel, de Lyra en de Zwerk liggen aan de steiger. De eerste twee behoren bij de groep die met ons naar Sint Petersburg vaart. Al gauw zitten we op de Stormvogel aan de borrel. Heel gezellig! Grappig is om te ontdekken dat de schipper van de Lyra een collega van Jan Willem was toen hij zo’n 30 jaar geleden bij Fokker werkte en bedrijfskunde heeft gestudeerd in Eindhoven, net als wij. Jaren niet gezien en dan kom je elkaar tegen in Estland.
Kinderen krijgen hier zeilles in Optimisten in de haven

18 juni – Van Kurassaare naar Kuivastu


Mooie cumuluswolken bouwen op boven het land
De eerste foto's van een zeilende Iskander ,
met dank aan de Zee = MC2
Het is zonnig en er staat een lekkere zuidwestenwind. De andere schepen blijven nog een dagje, maar wij gaan verder. Alleen de Zwerk vertrekt ook. Bij vertrek gaat er even iets niet helemaal goed en verwaait  de punt over een aantal meerboeien heen. Foutje bedankt. Eerst nog even tanken en dan de haven uit en door het smalle toegangsgeultje naar open water. Daar aangekomen hijsen we de zeilen. Het lijkt hier wel de Waddenzee, want we gaat van ton naar ton tussen de ondieptes door. Even trekt de wind flink aan en varen we op een traject met halve wind met zo’n acht knopen. Het gaat even heel hard! 


Net dan komen we een Nederlands schip tegen, de Zee = MC2. We hebben even contact over de marifoon. Ze zijn al in St. Petersburg geweest en hebben ons blog gelezen. Zij hebben foto’s van ons gemaakt en zullen ons die mailen. Het zijn de eerste foto’s van de Iskander onder zeil en daar zijn we heel blij mee.
De koers wordt steeds ruimer en we gaan weer melkmeisje varen. Dat doen we tot een paar mijl voor Kuivastu de wind op is.
Kuivastu ligt op het eiland Muhu, dat met een brug aan de oostzijde van het eiland Saaremaa is verbonden.
Gezicht op de vuurtoren van  Viirelaid, een eilandje ten zuidoosten van Kuivastu

In de jachthaven, ook weer helemaal nieuw, meren we af langs een veel te kort steigertje, geholpen door Olav, de uitermate vriendelijke havenmeester. Hier is het de eerste keer dat we een sauna tegenkomen in het toiletgebouw bij de douches, keurig dames en heren gescheiden. All inclusive in het havengeld.
De haven van Kuisvastu
De havenmeester hang de vlaggen op van de
nationaliteiten van de schepen in de haven.
Toen de Duitsers vertrokken was binnen
tien minuten de Duitse vlag verdwenen
De Zwerk van Kees en Mieke










’s Avonds drinken we koffie met Kees en Mieke van de ‘Zwerk’, een Ovni 38.5. Zij hebben hier al verschillende jaren rondgevaren en hebben tips voor mooie havens. Van hun horen we ook dat groenten en ook brood hier soms beperkt of niet te koop zijn.





19 juni – Klussen in Kuivastu


Jan Willem monteert een beugel boven de zwemtrap
Het was gisteravond een beetje laat, dus slapen we uit. We blijven lekker liggen om het blog weer eens op internet te kunnen zetten, te wassen en te klussen.
Jan Willem monteert een beugel boven de zwemtrap, waaraan je je vast kunt houden als je uit het water klimt. Verder stelt hij de lijntjes van het dutchmansysteem af. Op achterste lijntje komt steeds speling en dat is lastig met het strijken van de zeilen.
En ik ben een groot deel van de dag bezig om weer een verhaal het blog te zetten. Dat doe zoveel mogelijk per week en dan in één keer goed, ervan  uit gaand dat belangstellenden geen twee keer hetzelfde verhaal lezen.
Bij alle huizen zie je enorme houtvoorraden voor de kachel
Een vink fluit dat het een lieve lust is
tijdens de avondwandeling














Zwaluwen zie je in alle
havens hier





De avondwandeling gaat over een
pad verhard met keien, 

Sophie belt weer even. Dat doet ze elke paar dagen. Ditmaal is de lijn slecht en de verbinding valt steeds weg. De ZMs Evertsen is nog steeds in de Oostzee aan het oefenen en gaat pas eind van de week naar de Kieler Woche.
We maken een korte avondwandeling in het bos,over een met keien verhard pad, dat aangelegd is door de Russen in de tijd dat Muhu en Saaremaa nog strategisch gebied was. In die tijd konden Esten alleen met een speciale vergunning nar deze eilanden reizen. We worden opgegeten door de muggen maar we worden beloond met de aanblik van een uil die over onze hoofden wegvliegt. We zijn zo onder de indruk dat we vergeten een foto te maken.

Naast de haven van Kuivastu leggen de ferries
naar het vasteland aan

20 juni – Van Kuivastu naar Dirhami


Er staat een heerlijk wind en het is vandaag bewolkt. We maken ons klaar om te zeilen.
Gisteren kregen  we opeens last van een springende muis op het beeldscherm van de computer. Omdat Philip van de Lyra nogal een klusser is, haalt Jan Willem hem er eerst nog even bij om  het probleem op te lossen. Gelukkig lukt het hem. Op de computer zijn nog een aantal andere apparaten aangesloten en het lijkt erop dat een van die apparaten met de muis wordt verward.  De truc is via apparaatbeheer het betreffende apparaat loskoppelen. Het werkt en we kunnen vertrekken. Inmiddels is het wel twaalf uur.
Een van de vele eilanden op onze route
Jan Willem heeft  het goed voorbereid, dus we nemen de kortste weg, oostelijk van het eiland Vormsi tussen de ondiepten door kleine geultjes en met aan weerszijden eilanden en veel stenen. Kort na ons vertrekt de Stormvogel, van Henk en Ina. Die slaat na een tijdje linksaf en vaart ten westen Vormsi langs.
We varen langs Haapsalu

Melkmeisje varen: met de
fok te loevert uitgeboomd













Hier passeren we het smalle geultje bij Rohuküla
net daarvoor trekt de wind aan tot 6 Beaufort
Het is een prachtige route, grotendeels ruime wind of voor de wind. Op het smalste stuk ligt een klein geultje dat betond is, maar niet meer dan 30 meter breed. Juist daarvoor begint het 22 knopen te waaien. Dat is windkracht zes. Het geultje ligt halve wind en we hebben vol tuig. Dus moet eerst de fok eraf, om de boel een beetje onder controle te houden. Het is vooral de angst van het onbekende, want de dieptemeter komt niet onder de 3.80. Op het IJsselmeer zou je je nergens druk om maken. 
Stenen voor de aanloop van Dirhami









Lekker wandelen over het strand bij Dirhami
Daarna komt een voordewinds rak, dat we ‘melkmeisje’ varen, tussen de eilanden door en af en toe een stukje binnen de wind om een ondiepte te mijden zonder te hoeven gijpen. En het gaat hard: door het water een gemiddelde van 6,7 knopen, inclusief hijsen en strijken. Om half zeven ’s avonds liggen we afgemeerd en hebben we ruim 42 zeemijl op het log erbij. Naast ons ligt de Zwerk. Die zijn hier al een dagje.
We eten op het terras bij de haven, dat uitkijkt over de zee. Zo’n anderhalf uur na onze aankomst zien we de Stormvogel binnenlopen. Ze hebben ruim tien mijl meer gevaren. Na het eten maken we een avondwandeling over het strand.

21 juni – Dagje in Dirhami


Op een rijtje in de haven van Dirhami, v.l.n.r. de Stormvogel, de Iskander, de Lyra, de Lena uit Höganäs
en de Shearwater. Daarnaast nog en aantal lokale schepen
Omdat de wind uit de verkeerde hoek komt en de voorspelling is dat het morgen beter wordt, blijven we een dagje liggen.
Na uitslapen en brunch gaan we aan het poetsen. Ik binnenshuis en Jan Willem zet de opbouw eens goed in de was. Als ik binnen klaar ben ga ik buiten verder met de scepters. Alles glanst weer. Zo heb je wel eer van je werk.
Het is heerlijk zonnig en warm. Gestaag komen er allerlei boten binnen, waaronder de Nederlanders die we al eerder gezien hebben. Iedereen vaart min of meer dezelfde trajecten. Ook is er nog een Zweeds schip, de Lena uit Högenäs, dat we al eerder gezien hebben. De vakantie is hier duidelijk begonnen. Eind van de middag ligt de jachtensteiger helemaal vol.

22 juni – Van Dirhami naar Tallin


Eindelijk een keer gennakeren!
We zijn niet van die vroege vogels, maar dat hebben onze trouwe volgers inmiddels wel begrepen. Dus als we rond een uur of tien opstaan, zien we de Stormvogel de haven al verlaten op weg naar Tallin. Na een rustig ontbijt en de boot klaarmaken vertrekken wij iets na elven. Veel wind staat er niet, - een knoop of acht -, maar wel uit de goede hoek, zodat we met een rustig gangetje van zo’n 4,5 knoop zeilen.
De Shearwater vaart een eindje voor ons uit en we halen haar langzaam in. Het is zonnig en zo warm dat voor het eerst bij Jan Willem het T-shirt uit gaat en bij mij de bikini aan kan. Alleen neemt de wind wat af. We proberen het nog en tijdje met de gennaker en omdat de wind steeds meer van achteren komt zetten we de boom aan de loefschoot. Zo komen we ter hoogte van de Shearwater. Als de wind onder de zeven knopen komt valt zelfs de gennaker in. Rond één uur gaat die er daarom af en het ijzeren zeil erbij. Jammer maar helaas, de rest van de tocht moeten we bijna helemaal motoren. Ondertussen zijn we lekker aan het lezen en genieten we van de mooie beboste kust.
De Shearwater passeert het eiland Krassi
Kruidentuintje onder de buiskap
We eten in de avondzon: goulash met rijst, kommersla met dille en tomaten met basilicum, de kruiden uit ons tuintje onder de buiskap.

De vuurtoren van Pakri valt bijna van de rotsen. Onder de toren ernaast
is de grond al verdwenen. het gesteente is prachtig gelaagd.
Rond half acht varen we de baai van Tallin binnen. Eerst op de AIS en later in het echt zien we veel grote cruiseschepen die in en uit varen, waaronder de Eurodam, die we eerder in Warnemünde zijn tegengekomen. Het uitzicht vanaf het water op de stad in het licht van de avondzon is veelbelovend.
Klassieke schoener  (?)  in de baai van Tallin
We gaan naar de Piritahaven, die een eindje buiten de stad ligt. Dat is de oude Olympische haven, die gebruikt is bij de Spelen van Moskou in 1980. De haven in hetcentrum van Tallin is namelijk gruwelijk duur. Van het verschil kun je bijna uit eten.
Er liggen in Pirita een aantal jachthavens achter elkaar. Eerst varen we naar de Kalev jachthaven, omdat we hebben gezien dat de Sirius daar ligt. Helaas lopen we daar vast en moeten we afmeren in de voorste jachthaven, die een stuk minder aantrekkelijk is. Het ziet er allemaal wat onderkomen uit. Onderhoud was duidelijk niet de sterkste kant van de Sovjets. Ook is de haven te ruim opgezet voor de huidige Estse watersport, maar dat wordt de komende jaren vast beter.


Gezicht op de oude stad van Tallin vanaf het water in de avondzon

woensdag 19 juni 2013

9 t/m 15 juni - Klaipéda, Ventspils en Riga

9 en 10 juni – Met de motorboot naar Klaipéda in Litouwen

Vertrek uit Gdansk
Een laatste blik op de Krantor
Direct na het ontbijt ga ik aan het bloggen, want hier hebben we internet en je weet niet wat een volgende haven biedt. Het afmaken van een nieuw bericht kost altijd meer tijd dan je denkt. Vooral het goed krijgen van de lay-out is lastig. Het ziet er in de weergave op internet net iets anders uit en dat betekent dat ik steeds weer het resultaat van aanpassingen moet controleren. Ook komt en nog een Nederlands stel langs, Frans en Jet, die ons schip wel eens van binnen willen zien. Zij hebben hun schip, de Markant, afgelopen winter in Zweden laten liggen en zijn nu op weg naar Nederland. Zo komt het dat we pas om vier  uur ’s middags uit Gdansk vertrekken.
De werf waar  de opstand van Solidarnosc begon


Het eerste stuk varen we de rivieren Motlawa en Wisla af. Bijna aan het eind zien we hoe een enorm vrachtschip, waarschijnlijk een autoschip, met vijf (!) sleepboten de rivier op gemanoeuvreerd wordt.
Eenmaal op open water hijsen we de zeilen. Er staat niet veel wind en bovendien precies uit de verkeerde hoek, maar we zeilen. In de stralende zon maken we de eerste slag richting Gdynia. Het begint met een gangetje van zo’n 6 knopen, maar ik heb moeite om de vaart erin te houden, want de golfslag is kort en bokkig. Ik heb ergens gelezen dan dat kenmerkend is voor de golf van Gdansk.
Een vrachtschip gaat met sleepboten naar de haven 
Na nog geen uur gaan we overstag richting open zee. Vervolgens zakt de wind compleet in en moet de motor aan. Helaas gaat die tot aan Klaipéda niet meer uit, want de wind komt de rest van de tocht niet meer boven de zes knopen uit. Wat begon met het idealisme van een echte zeildag, smoort dus al gauw in windstilte.
Na het avondeten, - pasta met kaassaus, knakworst en wilde spinazie -, gaan we zoals gebruikelijk wachten lopen.
Zonsondergang
Omvaren om uit de Russische wateren te blijven

De Iskander doet het best aardig als motorboot. Een deel van de tijd is het water een spiegel, maar er staat een lange deining, waardoor het schip behoorlijk rolt. Dat slaapt niet zo lekker en na  mijn rustperiode heb ik last van mijn rechter knieband.
Binnen een straal van vier mijl geen schip te bekennen
Van Polen naar Litouwen, moet je om territoriale wateren van de Russische enclave Kalinigrad varen. Er gaan verhalen dat de Russen bijzonder vervelend kunnen zijn, als je je daar niet aan houdt. Dat betekent dat we een waypoint zetten zo’n 15 mijl uit de kust bij Taran, waar het land het verst naar buiten steekt.
Langs de territoriale grens varen we ‘s nachts langs een hele rij verlichte tonnen. Als we rond half vier ‘s ochtends het verste punt passeren, ligt in de buurt een schip, waarschijnlijk een Russisch marineschip dat indringers moet weren.
Het ochtendgloren
De tocht wordt gekenmerkt door leegte. Is er bij Gdansk nog scheepvaart, na uur of twee houdt dat op. Een uur later zien we ook geen joontjes van vissers meer. Tot voor Klaipéda zien we één cruiseschip en in het donker een paar lichtjes van vissers, die waarschijnlijk heel ver weg zijn. Verder is er helemaal niets.
Het wordt hier ’s nachts niet meer echt donker. Aan de horizon blijft er een lichtschijnsel zichtbaar, dat van het noordwesten via het noorden naar het noordoosten schuift, totdat rond vieren de zon op komt.
De vlag van Litouwen gaat omhoog
Achter de ferry aan de haven in
Aalscholvers op de strekdam achter de havenhoofden




















In de ochtend komen er mistflarden opzetten. In de buurt van Klaipéda horen we een misthoorn met regelmatige tussenpozen. Op de AIS kunnen we zien dat die bij een grote tanker hoort, die vanuit het noordwesten op weg is naar Klaipéda, maar we zien niets. Pas op minder dan een halve mijl zien we de tanker uit de mist tevoorschijn komen. Gelukkig klaart het op als we bij Klaipéda aankomen.
Gezicht op Klaipéda vanaf hetwater
Achter een ferry varen we havenmonding in. Opeens horen we getoeter. Op de wal aan stuurboord staan een paar mannen te toeteren en te zwaaien dat we moeten komen. Ze zijn van de kustwacht en vragen onze gegevens als we langs varen. Het ziet er allemaal nogal knullig uit. Een heel verschil met de Duitsers.
Na even gewacht te hebben op de brugopening, meren we om half vier af in de mooie kasteelhaven, dicht bij de stad. Het schip ligt in de box vast in de blubber.  Het lijkt wel Woudsend! De haven is krap, maar met nette steigers die er nieuw uit zien. In de vaarwijzer staat nog een ‘under construction’-foto. Ook hier weer Europees geld.

De klok gaat een uur vooruit, want we gaan naar een andere tijdzone: UTC + 3.
Voor het eten maken een korte avondwandeling door de stad.

11 en 12 juni – Klaipéda en de tocht naar Ventspils in Estland

Je ligt beschut in de kasteelhaven van Klaipéda
We besluiten om aan het einde van de middag te vertrekken naar Ventspils in Letland en de dag te gebruiken om de oude stad van Klaipéda te zien. Het is lekker weer, warm en zonnig.
Het theater aan het theaterplein wordt gerenoveerd
Klaipéda behoort ook tot het Hanzeverband en daar zijn hier en daar nog wel sporen van te vinden in de vorm van oude pakhuizen. Verder zien we dat de stad tussen 1880 en 1920 een bloeiperiode heeft gekend. Maar veel van het moois ziet er behoorlijk onderkomen uit. Her en der zijn de huizen uitgebroken, - als je door de ramen naar binnen kijkt, kijk je op de kale muren -, maar lijkt het werk daarna te zijn gestopt.
Gelukkig wordt er ook aan herstel gewerkt. Het monumentale theater staat in de steigers voor renovatie.
Op het theaterplein staan allemaal stalletjes waar barnsteen wordt verkocht. Barnsteen vindt je hier langs de hele kust, van Gdansk tot Ventspils.
Stalletje met barnsteen








Rusland is dichtbij: koude bietensoep
De straten zijn bestraat met kinderkoppen of grote keien. Om toch nog fatsoenlijk te kunnen lopen zijn er in de trottoirs stroken met betonplaten gelegd. Iedereen fietst hier op de stoep. Dat is even wennen.



Stoep met kinderkoppen en betonstroken
Oude glorie
En als je moet oversteken kom je toch weer die keien tegen.  Ik moet denken aan mijn zus, die in een e-mail schrijf dat ze met mijn moeder een wandeling in een rolstoel heeft gemaakt. Niet te doen hier!
En leuk element is dat er in de stad veel beelden zijn geplaatst, vaak in kleine  parkjes die je overal tegenkomt.
Kleine kunstwerkjes : kat en ....
..... muis 

Dan is er nog de nieuwe stad met veel verkeersdrukte. Hoog boven de stad torenen twee flats uit met wel
een heel bijzondere architectuur. Het leuke is dat als je ze uit een andere hoek bekijkt het effect heel anders is.
De jonge mensen zien er goed verzorgd de volgens de laatste mode uit. De ouderen veelal wat traditioneler. Tot zover Klaipéda.



Bijzondere architectuur, maar nu vanuit land
Zeilend langs de Litouwse kust
’s Middags om vijf uur gaan we door de brug voor de tocht naar Ventspils. Het is een afstand van 110 zeemijl, waar we volgens planning zo’n 20 uur over gaan doen. We merken dat we steeds meer ingespeeld raken op zulke lange tochten en het zelf prettig vinden. We besluiten dicht bij de kust te gaan kruisen om van het zeewindeffect gebruik te kunnen maken. Het zeilt rustig en heerlijk ontspannen, alleen misschien niet zo snel, maar dat nemen we voor lief. Het gaat goed tot een uur of tien.
Zo ziet kustzeilen er op de plotter uit
Daarna is de wind teveel weggezakt en moet toch de motor aan. Verder gebeurt er weinig die nacht. Het wordt hier op zee steeds leger.
Pas de volgende middag rond 12 uur staat er genoeg wind om ‘melkmeisje’ te gaan zeilen met de boom en de bulletalie. Voor de leken: dat is voor de wind, dus wind in de rug met grootzeil naar de ene kant en de fok met de boom erin naar de andere kant. Kunnen we de laatste twee uurtjes toch nog even lekker zeilen!
De Letse gastenvlag gaat in het want
Het licht aan de horizon rond middernacht
Havenhoofd van Ventspils
Voor Ventspils roepen we traffic control op en we worden verwezen naar de nieuwe vissershaven. Om kwart over twee meren we daar af. Nu is nieuw een relatief begrip. Het is een smerige haven met aan de haven staat een visfabriek met een rokerij die een vreselijke stank over de haven verspreidt. Gelukkig staat de wind de goede kant uit. We liggen aan een hoge betonnen kade ligt, met een lijn aan een meerboei, die achter op het schip is vastgezet. We moeten va de boeg afstappen met de wind op de kop. Voor mij is dat lastig, want ik kan niet goed zelfstandig van boord. Als ik het schip naar de wal trek, dan is het schip weer net teveel teruggewaaid als ik vervolgens wil afstappen.
Verder is het toiletgebouw heel eenvoudig en zo schoon dat Jan Willem, geheel tegen zijn principes in, aan boord besluit te douchen. Ik deed dat altijd al, dus voor mij maakt dat niet uit. Maar internet is hier wel!
Het is een dure haven. Ze zeggen dat de haven eigendom van de Russische maffia is, die vooral int en weinig investeert.

Houten huizen in het straatbeeld van Ventspils
We besluiten om die middag Ventspils te gaan verkennen. De stad heeft veel houten huizen, veelal in slechte staat van onderhoud, maar ook een paar mooie. Verder vallen de mooie, verzorgde parken op met her en er kunstwerken. De straten zijn erg schoon. Dat is overigens in alle drie de Baltische staten het geval. En er staat een prachtige orthodoxe kerk.
Orthodoxe kerk Ventspils
Oude glorie in verval

Stadhuis
Gevelsteen op stad huis
De stad is niet heel bijzonder. Wel is er ten zuiden van de haven een mooi strand en zijn allerlei recreatieve activiteiten, maar die slaan we omwille van de tijd over. Overal is de stad opgeleukt met koeien.

IJdele koe
Bereisde koe
Ventspils is vooral een werkstad. Het is een belangrijke havenstad voor Letland. Het heeft een groot spoorwegemplacement, dat louter voor goederenvervoer wordt gebruikt. Alle personen vervoer gaat per bus. Er is dan ook een uitgebreid busstation met goede verbindingen naar alle windstreken. We zoeken uit waar de bus naar Riga gaat. Daar willen we de komende twee dagen naar toe.
Vergietkoe

Scheepswerf, nabij de haven

13 en 14 juni – Bezoek aan Riga

Landschap onderweg naar Riga
Al voor half acht ’s ochtends lopen we met elk een weekendtas over de schouder op weg naar het busstation. Om vijf over acht gaat onze bus naar Riga. Het is een rit van 180 km in ruim drie uur. Daarom willen we twee dagen blijven en hebben we de avond ervoor via internet een hotel geboekt. Dat gaat prima. Omdat we niet kunnen printen, heeft JW de bevestiging op zijn telefoon gedownload.
Lunch in Riga met Solyanka:
Tomatensoep met niertjes





De bus vertrekt stipt op tijd. De reis gaat over de A10, eenzelfde bordje als bij ons. Daar houdt de vergelijking dan ook mee op, want het overgrote deel van het traject is tweebaans. Grote stukken weg zijn vol hobbels en kuilen en hier en daar splinternieuw en spiegelglad. Alleen het allerlaatste stukje is vierbaans. Op veel plaatsen wordt aan de weg gewerkt. Met Europees geld.
Het landschap is eerst vrij vlak en wordt na een tijdje heuvelachtig. Bos, weilanden en akkers wisselen elkaar af. We zien ond
erweg veel ooievaars. Een keer zelfs twee zwarte ooievaars. Een keer ook een ree, maar geen roofvogels. Sommige stukken gaan door uitgestrekte bossen. Er is weinig bebouwing en we komen langs geen enkele andere grotere stad. Onderweg zijn er nog een aantal stopplaatsen.
Interieur Petruskerk
De Bremerstraatmuzikanten,
beeldje naast de Petruskerk
Rond half twaalf komen we in Riga aan en we brengen onze bagage naar het hotel, dat gelukkig dicht bij het busstation is. Eerst wat eten op een terras, waarvan Riga er heel veel heeft,  en dan aan de wandel, om te beginnen met de oude stad met gebouwen en kerken uit de middeleeuwen en 16e en 17e eeuw.
We bezoeken de Petruskerk. Er moet entree worden betaald. Als we nog een tweede ronde willen lopen, maakt een wat verzuurde dame duidelijk dat dat niet de bedoeling is. Dan moet er opnieuw betaald worden.
Interieur Domkerk
Riga is grotendeels pas na de Russische bezetting, - want zo zien ze dat hier -, gerestaureerd. De Duitse en Sovjetbezetting hebben diepe wonden geslagen.
De Domkerk
Het is een stad die bruist, met mooie winkels en goedgeklede mensen. Op straat zie je veel mensen op weg naar hun werk. Verder veel toeristen en muziek op straat.
Wapenschild in de Domkerk
Eind van de middag zoeken we het Old Riga Palace hotel op voor een rustmomentje en om te verkleden voor het diner. Het is een viersterren hotel en onze kamer kost via een last minute boeking 40 euro, inclusief ontbijt,dus we zijn benieuwd. En inderdaad, het is schoon en netjes, met prima bed en sanitair, maar de allerkleinste kamer die je je kunt voorstellen.
House of the Blackheads,
verwoest in WO II en past hersteld in de 90-er jaren
Het vrijheidsmonument






'De Drie Gebroeders' heten deze middeleeuwse panden
32 jaar getrouwd vieren we samen
met een diner op een terras
In Letland kun je blijkbaar
nummerborden kopen
















Dan gaan we op zoek naar een restaurant. Het is onze trouwdag en dat gaan we vieren! Het is een warme avond en de terrassen stromen vol. Bij veel terrassen zijn bands en zo hebben we een gezellige avond met lekker eten in een prima sfeer.

Overal bandjes bij de terrassen
De volgende dag beginnen we met een bezoek aan de centrale markt. Dat is een complex van grote markthallen waaronder een met vis, een andere met groenten, een met vlees, etcetera. Ook buiten is er markt.
Vervolgens gaan we op weg naar de Jugendstilwijk waar Riga beroemd om is. We lopen via het warenhuis Stockmann, een soort Bijenkorf, en via de ‘Berg’-gallerij. Dat is een wijkje met winkels en een hotel, begin 1900 gebouwd door een mijnheer Berg.


De vishal op de centrale markt in Riga
Gedroogde vis in overvloed










Allerlei zuren, zo voor het opscheppen




De groentehal





..... en kruiden









Een verkoper in de vleeshal


Ze verkopen hier nog orgaanvlees













Vervolgens gaat onze route langs de orthodoxe kerk, door het park, naar het museum voor moderne kunst, waar veel impressionisten hangen. Helaas is het museum afgelopen februari gesloten voor een grootscheepse renovatie. Hopelijk gaat dat minder lang duren dan in Amsterdam. Als het klaar is wil ik graag terug komen. Dan maar direct door naar de jugendstilwijk. En wat we daar zien… kan ik alleen met een fotoverslag toelichten.


Detail
Detail

Detail


Detail
Aan veel huizen en gebouwen wordt gevlagd. Als we beter kijken zien we dat er zwarte rouwlinten aan de vlaggenstokken hangen. Op 14 juni 1941 werden vanuit Estland 10.000 burgers naar Siberië en andere uithoeken van de Sovjet-Unie gedeporteerd. Na de Duitse invasie in de Sovjet-Unie werden 32.000 Estse mannen gedwongen in 'arbeidsbataljons' in de Sovjet-Unie te werken. Van hen kwam in het eerste jaar 40 % om het leven door de ontberingen.
14 juni 1945: inval van de Duitsers
We hebben nog een uurtje en besluiten het museum voor de historie van de stad en nautische historie op te zoeken. Niet zo’n goede keus, want het is een stoffig ouderwets geheel.
Inmiddels is het tijd geworden om het hotel op te zoeken om de bagage op te halen en naar het busstation te gaan voor de terugreis. Het waren twee geweldige dagen.
Salonboot voor de markthallen, gezien vanaf het busstation

15 juni – Van Ventspils naar Kuressaare (Estland)

Stevig weer op weg naar Kuressaare
Na lekker uitslapen kijken we ‘s ochtend nog eens naar de weersverwachting. Afgelopen nacht heeft het hard gewaaid en gisteravond leek het dat er vandaag een weergat zou zijn,waarin we precies onze volgende bestemming kunnen bereiken. Hoewel de verwachting twijfelachtig is, vertrekken we, omdat er morgen nog meer wind is voorspeld. En het is zonnig, dat scheelt.

Als we rond 12 uur de havenhoofden uitvaren gaat het er direct stevig tegen aan. Flinke golven en 19 knopen wind. Het eerste stukje is het nog aan de wind, maar al gauw buigen we af langs de kust en kunnen we een ruimere koers aanhouden.
Het tempo zit er goed in!
Het schip ligt rustiger, maar de golven blijven hoog. Hoe hoog is altijd moeilijk in te schatten, echter de voorspelling geeft 2,5 meter aan. Inmiddels komt de wind recht van achteren, maar in verband met de golven besluiten we om het traject af te kruisen. Dat zijn misschien iets meer mijlen, maar het gaat toch al erg hard met 7,5 knoop over de grond met uitschieters naar 10 en 11 knopen! Jan Willem speculeert al op een recordtocht. Zo varen we de Golf van Riga binnen. Dan zakt tegen de avond de wind in en kunnen we fluiten naar het record. Tot 10 mijl voor Kurasaarre gaan we met een gangetje va 4,5 knoop,maar dan moet de motor aan. Het laatste stuk gaat tussen de ondieptes en de rotsen door en vergt concentratie om nauwkeurig te navigeren. Gelukkig is het hier lang licht.
Baken op het Vahase, vlak voor Kuressaare
Om kwart over tien ’s avonds meren we af in Kurasaarre op het eiland Saarema. We zijn in Estland.
De smalle toegangsgeul naar Kuressaare