zaterdag 17 september 2016

30 juli t/m 5 augustus 2016: Terug in Schotland door het Caledonian Canal

De route van deze periode

Van Dunstaffnage naar Fort William

30 juli: Terug in Schotland!

Een geslaagde diploma-uitreiking
Lopend langs de file naar Schiphol
Na een week vol huiselijke besognes en een geslaagde diploma-uitreiking vliegen we terug naar Edinburgh. Matthijs en Martine brengen ons weg met de auto. Sophie en Myrthe die met ons meegaan zullen we op Schiphol ontmoeten. Alles loopt op rolletjes, totdat we vlak voor de afslag naar het vliegveld in een file belanden. Na een kwartier zonder voortgang en zicht op de oorzaak van de ellende stappen we uit, zeggen de uitzwaaiers gedag en gaan te voet verder. Ons voorbeeld wordt al snel gevolgd.
Toch op tijd in het vliegtuig
Dan wordt duidelijk wat de file heeft veroorzaakt: een controle van Marechaussee, waar de auto’s een voor  een doorgelaten worden. En dat op een van de drukste dagen van het jaar! Er staan een paar auto’s aan de kant met Arabisch uitziende jongens ernaast. Omdat we niet op de snelweg mogen lopen, mogen we er niet door, maar we krijgen in elk geval geen bon. Gelukkig zijn er vriendelijke mensen die de lopers een lift geven en zo komt alles toch nog goed. Sophie vertelt later dat zij zijn aangehouden, maar toen ze herkend werden als militairen door mochten. Voor het vliegtuig zijn we ruim op tijd, want dat vertrekt een bijna uur te laat.
Hop on hop off in Edinburgh
In Edinburgh aangekomen stallen we de bagage en gaan een rondrit met een Hop on Hop off-bus maken. Zo krijgen Sophie en Myrthe een beeld van de stad waar ze op het eind van hun vakantie nog een paar dagen zullen zijn.
Eind van de middag vertrekt onze trein richting Oban, waar we om half tien arriveren. Terwijl Jan Willem en ik foerageren bij de Tesco in Oban, nemen de meiden alvast de taxi naar de boot in Dunstaffnage. Wij komen er met volle tassen achteraan.

Gezicht op de oude stad van Edinburgh

31 juli: Van Dunstaffnage naar Loch Spelve

Regenboog bij Dunstaffnage
We doen rustig aan, het is tenslotte voor de meiden ook vakantie. Freda van de Micky Fin IV heeft in Loch Boisdale Jan Willem een heleboel leuke ankerplekjes en moorings aangewezen. Daarmee plannen we nu nog een paar leuke tochten voordat we het Caledonian Canal in gaan, zodat Sophie en Myrthe een indruk krijgen van de westkant van Schotland. De eerste tocht gaat naar een baai aan de oostkant van Mull, Loch Spelve.
Zonsondergang in Loch Spelve











We vertrekken aan het begin van de middag uit Dunstaffnage. Direct na afvaart steken we twee reven vanwege bui, maar die kunnen er al snel weer uit. We steken langs de westelijke kant van Kerrera de Firth of Lorne over en verbazen ons opnieuw over de stromingen die in het noordelijke deel van de firth staan. Vanwege rotsen en ondiepten manoeuvreren we voorzichtig door de ingang van Loch Spelve. Het is een mooi loch, waar behalve een paar fishfarms niet veel is: wijds en verlaten. We ankeren in de noordelijke tak. Voor we de mooring oppikken varen we er eerst een rondje omheen om de diepte in de zwaai te checken. Als de wind draait willen we immers niet met laag water aan de grond lopen. Het wordt een rustige avond met spelletjes: Bevers en Regenwormen zijn onze favorieten! Sophie, Myrthe en ik spelen fanatiek, terwijl Jan Willem de tocht van de volgende dag voorbereidt.
De avondzon zet Loch Spelve in een prachtig licht
Bijna met het mes op tafel

1 augustus: Van Loch Spelve naar Tobermory

De volgende ochtend is het windstil en genieten we van de weidsheid en de rust. 
Windstilte bij Loch Spelve, het water is als een spiegel


Ganzen in de zon







Fishfarm op Loch Spelve










Omdat het mooie Tobermory toch een van de toeristische trekpleisters is van de Inner Hebrides, willen we dit Sophie en Myrthe niet onthouden. Het is een tochtje van 25 mijl dus kunnen we alles op ons gemak doen. Bij de overgang van Firth of Lorne naar de Sound of Mull staan overfalls(staande golven) en eddies (kolken). Met veel wind uit de verkeerde hoek moet je hier niet zijn!

Myrthe staat aan het roer als we het loch uitvaren














Vreemde stromingen bij de overgang
van de Firth of Lorne naar de Sound of Mull





Helaas staat er weinig wind en is die ook nog achterlijk, dus motoren we de hele tocht. De stroom loopt het grootste deel van de tocht mee en dat is fijn, want het kan hier fors stromen. Het levert ons vijf mijl stroomvoordeel op.
De noordoostkust van Mull

Afmeren in Tobermory


Rond half drie meren we, voor de derde keer deze vakantie, af aan de steiger van Torbermory Marina. Het is zonnig weer en de meiden gaan het plaatsje ontdekken. Jan Willem en ik wandelen naar een winkeltje aan de rand van het dorp waar ze uitstekende lokale producten verkopen, waaronder gerookte zalm en hertenbiefstuk. Het is ons aangeraden door Mike en Freda.
Gezicht op Tobermory


2 augustus: Van Tobermory naar Shuna Island

Trainingschip van de Royal Navy 'TS Royalist'

Vertrek uit Tobermory
Sea cadets op de ra's van de 'TS Royalist'
Lekker kruisen op de Sound of Mull
Langzaam maar zeker moeten we ons richting Caledonian Canal begeven. Ons doel voor vandaag is Shuna Island. We vertrekken om kwart over negen. Het is nog steeds oostenwind. Omdat we stroom mee hebben, kruisen we lekker door de Sound of Mull. Met een mooie 4 tot 5 beaufort zeilt het fantastisch en met twee paar extra handen loopt het overstag gaan soepeler dan ooit. ’s Ochtends hebben we nog volop zon, maar rond de middag betrekt het. Dat is typisch Schots weer.
Zeehonden op Eilean Glas
Ze zijn niet schuw, maar vooral nieuwsgierig
We buigen af naar het noorden, door de Lynn of Morvern, langs de westelijke kant van het eiland Lismore. De wind zakt in en dan is het gedaan met zeilen.
Ten noorden van Lismore liggen tal van kleine eilandjes. We varen zo dicht mogelijk langs Eilean Gainihm en Eilean Glas waar een grote groep zeehonden ligt te chillen. Aan stuurboord zien we het indrukwekkende Castle Stalker, vaak afgebeeld op prentbriefkaarten.
Castle Stalker








Dan naderen we onze bestemming. Tussen het vasteland en Shuna Island door komen we in Shuna Bay waar we een mooring oppikken. Bij Shuna ligt de Bristol cutter met een Nederlandse vlag, die we een paar weken eerder in Tobermory hebben gezien. Hij zei toen dat hij hier een eiland had gekocht. Blijkbaar is Shuna Island eigendom van de eigenaar van het schip. Dat wordt later door de  havenmeester bevestigd. In het boek “the Schottish Isles’ staat dat het eiland in 2012 is verkocht aan een ‘European investor’.
Bristol cutter gelegen bij Shuna Island
Plastic zak in de schroef



Jan Willem gaat kijken of er iets in de schroef zit, omdat we bij het afmeren problemen hebben met achteruit slaan. En ja hoor, er zit een grote blauwe plastic zak in. Omgeven door kwallen door probeert hij hem eruit te halen. Als het hem niet lukt, gaat Sophie het klusje klaren. Zij past de flippers die we aan boord hebben wel en kan daarom gemakkelijker onder het schip komen. Met het wetsuit van Jan Willem aan, een ‘beetje’ groot, maar met een goede bescherming tegen de kwallen.





3 augustus: Van Shuna Island naar het Caledonian Canal bij Fort William

Corran Narrows, met vuurtoren
Het pondje bij Corran Narrows
Eind van de ochtend vertrekken we. Afwisselend motregent het of is het net aan droog en er is niet zo veel wind. De route loopt door Loch Linnhe, ten noorden van Shuna, langs de Corran Narrows, een smalle doorgang tussen het schiereiland Morvern en het Schotse vasteland. In het begin kunnen we nog zeilen, maar voor de narrows gaan we motoren, mede vanwege de forse stroming.
Fort William in de regen
Als we ankeren bij Corpach komt de stoomtrein langs
We varen langs Fort William, op zich geen bijzondere plaats, maar bekend als ingang van het kanaal en startpunt voor wandelaars die Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland, willen beklimmen.
Tegen drieën gaan we aan een mooring liggen bij het plaatsje Corpach om te wachten tot we de eerste sluis van het kanaal in kunnen. Dat duurt nog even want er is een tijdslot in verband met het getij. Rond laag water blijft de sluis dicht. Tegen vijf uur mogen we de eerste sluis in. We overnachten in Corpach Basin.

Zeilboten bij Corpach











4 augustus: Door Neptunes Staircase 

Neptunes Staircase bestaat uit een swing bridge en acht opeenvolgende sluizen
Het hoogteverschil is fors!
Neptunes Staircase is de grootste van de drie beroemde staircases in het Caledonian Canal met acht opeenvolgende sluizen. Het is een belevenis op zichzelf en we zijn bovendien bezienswaardigheid voor de vele toeristen.
We horen bij de eerste groep schepen die deze ochtend geschut worden. Jan Willem heeft speciaal voor het kanaal extra lange en dunne landvasten aangeschaft, die we gemakkelijk omhoog kunnen werpen. De boeken hebben ons bang gemaakt met de grote hoogteverschillen en watermassa’s die met bulderend geweld de sluis in stromen. Het valt in de praktijk allemaal hard mee. We zijn blij dat we in de vorm van Myrthe en Sophie extra handjes aan boord hebben, maar zonder zou het ook lukken. De stewards op de wal begeleiden de schepen prima.
Myrthe reikt een helpende hand



















Een Engels zeilschip met een wat bangelijk echtpaar erop heeft er moeite mee. De vrouw staat achter het roer en geeft steeds te veel gas, terwijl de man het schip strak tegen de wal aan trekt. Stress alom! Myrthe gaat helpen en er komt wat meer rust in de tent.
Als we rond half twaalf de sluizen zijn gepasseerd, meren we af bij Banavie en gaan we een boek lezen en maken een wandeling langs het kanaal. Sophie en Myrthe zoeken uit hoe we de volgende dag bij Ben Nevis kunnen komen om een mooie wandeling te maken.


5 augustus: Wandelen bij Ben Nevis

Prachtig uitzicht vanaf Nevis Range
Dopheide en korstmos
De boterhammen zijn gesmeerd, de waterflesjes gevuld en de regenkleding ingepakt. Myrthe heeft een taxi besteld bij het hotel naast de staircase, die ons vieren naar Nevis Range brengt. Het is dan wel niet Ben Nevis zelf, de hoogste berg van Schotland, maar wel een van de hooggelegen uitlopers en ’s winters hèt skigebied van Schotland. Daar kopen we een kaartje om met de gondel naar boven te gaan. We willen een enkeltje, maar ze verkopen alleen retourtjes. De caissière zegt dat we niet naar beneden kunnen lopen. Er zijn enkel mountainbikepaden en het is te gevaarlijk om daar overheen te gaan.
Wandelend naar beneden

Wel opletten voor de mountainbikers!
Boven aangekomen wandelen we de twee voorgeschreven paden, samen met nog een paar honderd andere mensen. De paden zijn nogal suf, maar we genieten wel van het prachtige uitzicht over Loch Linnhe en Loch Eil. Enfin, als we klaar zijn, zijn we nog lang niet uitgewandeld en besluiten we om toch via een mountainbikepad af te dalen. Het is een prachtige wandeling met af en toe lastige steile stukjes. Het is er immers nat en glad. Steeds als het onoverzichtelijk wordt gaat er een van ons op de uitkijk staan en zo komen we voldaan en met veel plezier beneden.


zondag 4 september 2016

18 t/m 25 juli: De Hebriden, Edinburgh en eventjes naar huis

18 juli: Golfen de mist in

Slecht zicht in Eriskay

Het waait niet meer zo hard en een aantal schepen vertrekken. Wel regent het pijpenstelen, maar dat is naar verwachting rond de middag voorbij.
Wij hebben geen haast en drinken eerst gezellig koffie met onze buren Freda en Mike. We wachten het droge weer af en vullen de tijd met bloggen en de was doen.
Golfen in de mist









Ons plan is om als het droog is met de fiets naar de golfbaan in Eriskay te gaan. Als het in de loop van de middag droog wordt, vult het loch zich met mist. We kunnen de bergen aan de overkant van het water niet eens meer zien en zo breed is het niet.
Fietsen is nog wel te doen, maar de holes zie je echt niet liggen in deze omstandigheden. We besluiten om dan maar zonder golfclubs naar de golfbaan te fietsen om er toch even uit te zijn. Eerst nog even bij de garage de banden oppompen en dan erop uit. Op de golfbaan zijn er toch een paar mensen aan het spelen hoewel het behoorlijk heiig is en hebben we spijt dat we onze spullen thuis hebben gelaten.


19 juli: Eindelijk naar Canna

De marina van Loch Boisdale is bijna leeg

Gisteren konden we deze bergen niet zien!
In het weerbericht wordt gesproken over ‘fog patches at first’. Als we ’s ochtends losgooien in de haven van Lochboisdale is het gelukkig stralend weer. Heerlijk, daar zijn we na al die regen wel aan toe. Maar zodra we de uitgang van het Loch naar zee naderen is daar een muur van mist. Het is heel vreemd om daar in te varen. AIS en Radar vormen een extra paar ogen en maken dat we ons veilig voelen.

Een muur van mist hangt over de ingang van het loch


Een kustvaarder vaart voor ons langs
en verdwijnt in de mist
Zo plotseling als we de mist invoeren, komen we er ook weer uit en de rest van de dag blijft het stralend weer. Met een zacht windje en een knik in de schoot trimmen we de Iskander en zetten het roer vast in plaats van de stuurautomaat te gebruiken. Dat gaat uitstekend, maar later zakt de wind weg en moet de motor aan.
Canna in zicht

Zeekoet met jong
Onderweg zien we nog dolfijnen langskomen. Ze spelen verstoppertje met ons en we krijgen ze niet op de foto. Als we Canna naderen komen aan alle kanten de watervogels langs vliegen: zeekoeten, jan van genten, alken, stormvogels en papegaaiduikers.
Alk




















Papegaaiduikers



En dan varen we eindelijk de baai van Canna binnen
We zijn niet de enige die hier ankert
En  dan varen we eindelijk de baai binnen. Eindelijk, want na een uitzending van ‘Floortje (Dessing) naar het einde van de wereld’ was Canna de plek in Schotland die we in elk geval wilden zien. Nou, we zijn niet de enige! Er liggen al 16 schepen en alle moorings zijn bezet. Op de bodem van de baai groeit veel kelp. Pas na de vijfde poging houdt het anker. Tijd om in het zonnetje te gaan zitten. Het is zo warm dat de korte broek aan gaat. Dat is in Schotland nog niet voorgekomen.
Het anker houdt slecht vanwege de kelp op de bodem
We liggen vlak bij de uitgang van de baai en niet zo beschut. Als de golfrichting en de windrichting dwars op elkaar staan klotst dat heel ongemakkelijk. Met een rotsige wand achter het schip voelt dat onplezierig en Jan Willem stelt het ankeralarm in.
We ankeren dicht bij de kust op een tamelijk onbeschutte plaats, in de loop van de nacht draait de wind
’s Avonds gaat het onweren en komt de regen met bakken uit de hemel, maar er zit gelukkig geen wind in de buien. Laat ik zeggen dat we weleens beter hebben geslapen.
































20 juli: Wandelen op Canna

Onze eerste actie, nog voor het ontbijt, is om een mooring te bemachtigen, zodra er een is vrijgekomen. Met al het kelp op de bodem voelt het ankeren toch niet safe.

Uitzicht op het kerkje en de baai van Canna

Ze hebben hier een schooltje met maar een paar leerlingen
Het einde van de wereld, zoals Floortje Dessing ons wil doen geloven is Canna zeker niet. Van Pasen tot eind oktober is het café en het winkeltje open, er is een bed and breakfast en de veerpont komt in de zomer dagelijks langs. Wat dat betreft voel ik me een beetje bekocht. Maar het eiland is niet voor niets zo populair. Het heeft het ware eilandgevoel. Er zijn veel zeehonden in de baai en er broeden heel veel vogelsoorten op de kliffen. Het weer is niet meer zo stralend als de dag ervoor, maar het is overwegend droog en de temperatuur is goed. We maken een prachtige wandeling, als je een stukje loopt zie je vrijwel niemand meer. En bij het Canna Café kun je fantastisch kreeft eten, ‘cach of the day’, en dat gaan wij dan ook vanavond doen. Tijdens het eten horen we van andere Nederlanders dat morgen in Tobermory de Highland Games plaatsvinden. Laat dat nu net onze bestemming zijn! Dat wordt vroeg op om daar bij te kunnen zijn. Maar aan de mooring slapen we heerlijk.

Canna Café 

Bijzondere basaltformatie op Canna

 21 juli: Highland Games in Tobermory

We laten Canna achter ons ...
... en varen langs Rhum en Egg
Het zelfgebakken broodje is al om half zes  klaar en om zes uur varen we af, want de tocht is zo’n 35 zeemijl, 5 à 6 uur varen. Met lichte tegenwind motoren we tussen de eilanden Canna en Rhum door. Heel veel vogels zijn, net als wij, druk met hun ontbijt. Dat geldt ook voor een groep dolfijnen die voor onze boeg langs springt, duidelijk op weg naar een plek waar veel vis zit. Even later zien we ze in de verte plenzen. Dan komt er meer wind en gaan we zeilen. Het is niet helemaal bezeild, maar dat moet dan maar zo. We nemen daarmee tegelijk wat meer afstand van Rhum, waar vervelende kruiszeeën kunnen staan. Helaas zakt de wind in, zodat met de golven die er staan er niet meer te zeilen valt.
Dansen tijdens de Highland Games
..... waar sterke mannen met palen gooien
In Tobermory afgemeerd zoeken we direct de Highland Games op. Die worden gehouden op de golfbaan. Het laat zich raden hoe die er morgen uit ziet. Het is een fraai spektakel, allerlei krachtmetingen van stoere mannen in kilts, zoals gewichten gooien en paalwerpen. Daar tussendoor lokale wedstrijden voor hardlopen, hoog- en verspringen, traditionele dansen en doedelzak spelen. Een gevarieerd publiek, met hier en daar mensen serieus in kilt, kijkt enthousiast toe. Het is allemaal erg grappig. Wij amuseren ons er in elk geval prima.
Familie in kilt  kijk naar het schouwspel









De havenmeester van Tobermory is altijd actief










 






























22 juli: Naar Dunstaffnage

Kasteel aan de Sound of Mull
Opnieuw varen we door de Sound of Mull. We gaan ons hier al bijna
thuis voelen. Het weer is mooi en het wordt een relaxt tochtje. Vroeg in de middag bereiken we onze bestemming.
Dunstaffnage is een grote jachthaven, tenminste voor Noord-Schotse begrippen. Er liggen hier een aantal behoorlijk grote schepen. De Iskander kan hier veilig blijven liggen als we terug naar Nederland gaan. Van daaruit kunnen we met een taxi naar Oban, waar het station is om de trein naar Edinburgh te nemen.
De middag gebruiken we om schoon schip te maken, zodat we als we over een week terugkomen onze gasten goed kunnen ontvangen.


23 juli: Met de trein naar Edinburgh


Met de trein gaan we langs pitoreske stationnetjes ...
Om acht uur staat de taxi klaar bij de poort van de jachthaven. Met een vriendelijke taxichauffeur die Jan Willem uitlacht als hij aan de linkerkant van de auto in wil stappen: “Would you like to drive?” Nee, toch maar niet. Met alleen een rugzakje als bagage vertrekken we.
Op het station in Oban is het al druk met reizigers voor de trein naar Glasgow. Nog even een kop koffie en dan een plekje zoeken. Het traject gaat door een prachtig landschap langs verschillende mooie glens (dalen)  en lochs, waaronder het beroemde Loch Lomond. Het traject is grotendeels enkelspoor en dat betekent dat de trein op sommige stations moet wachten op de trein in de tegengestelde richting om elkaar te kunnen passeren.
... en mooie landschappen
Drukte op Princess Street in Edinburgh
Op Glasgow Queen Street Station stappen we over op de trein naar Edinburgh. Dat traject is een stuk minder interessant. In Edinburgh aangekomen gaan we eerst naar de Tourist Information om een hotel te boeken. De service is beperkt. Als het bij het eerste hotel niet lukt, verwijst de dame achter de balie ons naar een internethoek met PC’s. Allebei verschansen we ons achter een PC en het kost ons behoorlijk wat inspanning, maar dan heb je ook wat. In de buurt van Haymarket Station vinden we een typisch Brits hotelletje, behalve dan dat de eigenaresse een Chinese is, die honderd uit kletst. Blij verrast zijn we met onze kamer waar we neerploffen op een hemelbed, hoe romantisch!
Na de bagage gedropt te hebben gaan we terug naar het centrum, wandelend door de Princess Street Gardens om een restaurantje te zoeken. In de New Town vinden we luxe winkelstraten à la PC Hooft. Op St. Andrew Square zijn allemaal tenten met bars en terrasjes en een heuse Hollandse spiegeltent opgebouwd vanwege het Jazzfestival. Het is er gezellig en iedereen kan meegenieten van de muziek uit de tent.
Het kasteel van Edinburgh torent hoog boven de stad uit

24 juli: De mooie stad Edinburgh

 Het National Museum of Scotland biedt
een grote variatie aan collecties
Bij het ontbijt wordt duidelijk dat we in een familiehotel zijn beland. De zoon van de Chinese verzorgt de bediening. Het is een uiterst vriendelijke, hele dikke jongen, die zich probeert ‘onzichtbaar te maken’. Dat is niet eenvoudig met zo’n postuur.
We hebben het plan opgevat om het National Museum of  Scotland te bezoeken. Bij aankomst kunnen we direct bij een rondleiding aansluiten. De collecties zijn zeer divers en indrukwekkend: geologie, biologie, industriële archeologie en nog veel meer. Het museum is gelieerd aan de universiteit van Edinburgh. Je kunt je hier zonder problemen een week amuseren.
Heerlijke afternoon tea in het Tower restaurant
Op de bovenste verdieping is het chique Tower Restaurant met uitzicht over de stad, waar we genieten van een afternoon tea die zo uitbundig is dat we het avondeten maar overslaan. Dan wordt het tijd om weer in beweging te komen door middel van een wandeling door de Old Town. Dit deel van de stad is op verschillende niveaus gebouwd. Je denkt dat je je op grondniveau beweegt, maar daar loopt een compleet stratenplan onderdoor. Dat is heel apart. Boven de stad torent Edinburgh Castle uit. Op de Royal Mile, de straat die naar het koninklijk paleis loopt, staan allerlei artiesten hun kunsten te vertonen. Het is hier net zo toeristisch als op de Rambla in Barcelona.
Op de Royal Mile staan we stil bij een muzikant die de zingende zaag bespeelt (filmpje)
Brug over het Waverley Station
In Tobermory hebben we een aankondiging gezien van de opera Dido en Aeneas van Henri Purcell door conservatoriumstudenten in een kerk in Edinburgh vanavond. We gaan op zoek en zijn een van de weinige niet vrienden of familieleden die het concert bijwonen. Jammer, want deze voorstelling had beslist meer publiek verdient.

















25 juli: Vanuit Edinburgh terug naar Nederland


 
De volgende ochtends wandelen we naar de Scottish National Gallery of Modern Art. Er is onder andere een mooie beeldentuin en een (tijdelijke) tentoonstelling van surrealisten, waaronder Dali en Magritte. En een heel goed museumcafé met uitstekende cakes en salades.








De prachtige vijver is een landschapsculptuur van Charles Jencks












Bij de ingang van het museum








Schilderij van Bridget Riley
































Indrukwekkende tentoonstelling 
Langs de Water of Leith en Dean Village ....


Van het museum wandelen we langs de rivier Water of Leith via Dean Village naar de botanische tuinen, waar een Victoriaanse kas te bewonderen is. We hebben onvoldoende tijd om de tuinen goed te bekijken, want het is al weer tijd om in het hotel onze bagage op te halen.






... naar de botanische tuin

Vixtoriaanse kas in de botanische tuin

Begin van de avond vliegen we naar Nederland. Op donderdag 28 juli krijgt onze dochter Sophie haar bachelordiploma Militaire Systemen en Technologie van de Nederlandse Defensie Academie. Het de afsluiting van haar opleiding als marineofficier aan het KIM. Als trotse ouders willen we daar natuurlijk bij zijn! Het is wel een vreemd idee om naar huis te gaan en de boot in Schotland achter te laten.