vrijdag 18 november 2016

13 t/m 20 augustus: Van Peterhead naar Hartlepool

13 augustus: Opnieuw vertrekken we uit Peterhead


Vertrek uit Peterhead
Boddam Lighthouse bij Peterhead
We worden wakker als de schipper van de boot naast ons op ons kajuitdak klopt omdat hij hulp bij het afvaren nodig heeft. De andere jachten om ons heen zijn al weg. Jan Willem komt met het plan om ook te vertrekken, niet naar Arbroath maar naar Eyemouth, 110 mijl verder, een nachtje doorvaren dus. De voorspelling is gunstig en de wind is inmiddels wat afgenomen en het weer is zonnig. Het is even schakelen, maar een uurtje later gaan we weer ‘naar buiten’. Het eerste uur zeilen we redelijk, maar dan zakt de wind weg en wordt veranderlijk en dat met een golfslag die nog ‘van gisteren’ is. De motor gaat afwisselend aan en uit. Het is allemaal niet goed voor mijn humeur.
Tanker voor anker bij Aberdeen
Het logboek meldt dat we pas om zeven uur ’s avonds westenwind hebben om te zeilen, maar nog wel vervelende deining. Met een knik in de schoot gaat het hard, met snelheden van meer dan acht knopen door het water en ook nog in de juiste richting!
Tegen de schemering zetten we een tweede reef en de kotterfok, om rustig de nacht in te gaan en niet in het donker aan te komen. Maar de wind neemt toe en de snelheid blijft hoog. Weer is er een mooie sterrenhemel met nog een vallende ster! Het is zo jammer dat je dat nooit goed op de foto krijgt.
De zon tussen de wolken door


14 augustus: Aankomst in Eyemouth

Vanwege de hoge snelheid komen we in het donker aan, waar een onbekende haven met smalle en bochtige vaargeul op ons wacht. Omdat we met daglicht de haven van Eyemouth willen binnen varen kunnen we gaan bijliggen om de tijd door te komen. Helaas is op deze plek net een vaarroute van tankers die uit Edinburgh komen. Dus keren we om en gaan een paar mijl noordelijker bijliggen. Rond half vijf hervatten we onze tocht naar Eyemouth, waar we rond zevenen aankomen. We worden verwelkomd door een zeehondenfamilie die langs de havengeul ligt. Wij duiken na het afmeren, ondanks het zonnige weer, eerst nog een paar uur ons bed in. Twee nachten op zee heeft behoorlijk uitputtend gewerkt.
Zeehonden op een rots nabij Eyemouth
Het gaat hard!



















Vuurtoren en wachtershuizen bij St. Abbs, ten noorden van Eyemouth
Vissers voeren hun overschotten aan de zeehonden
‘s Middags maken we een wandeling eerst langs de golfbaan om een rondje golf voor de volgende ochtend te boeken. En daarna door het plaatsje, een drukke vissershaven en een vakantieplaatsje met een leuk strand. Ook zijn er de nodige fish-en-chipstenten, en veel mensen op de boulevard die onaantrekkelijke smurrie met smaak uit een kartonnen doosje verorberen. Het aantal obesitasgevallen is hier behoorlijk groot. Dat geldt ook voor de zeehonden. Aan de kade staat een zeer populaire viskar waar je vis kunt kopen om de zeehonden te voeren. Die beesten liggen de hele middag lui te wachten op hun fastfood. Vandaar dat hier in de haven zo’n grote groep zit.
En voor de mensen
Fastfood voor de zeehonden ...

De haven van Eyemouth

15 augustus: Genieten op de golfbaan in Eyemouth


De meest spectaculaire hole is nummer 6 ....
...die over de klif gaat.
Eyemouth heeft een golfclub uit 1897 met een prachtige 18-holesbaan die vrijwel naast de haven boven op de kliffen ligt. We hebben er een ‘early bird’-rondje geboekt tegen gereduceerd tarief. Het weer is warm en zonnig en we hebben er zin in.
Er is een behoorlijke tijd overheen gegaan sinds we voor het laatst gespeeld hebben en het valt het niet mee. Maar we genieten van het prachtige uitzicht, de leuke holes, en af en toe een hele mooie slag. Bij de meest spectaculaire hole gaat de afslag over de kliffen. Als dat niet lukt mag je een eindje verderop je bal droppen. Dat doe ik dus ook.
Genieten op de golfbaan
Na de 18e hole volgt de 19e:  we lunchen in het restaurant van de club met uitzicht over het stadje en over zee. En dan wordt het tijd om lekker op de boot te chillen, maar niet nadat we nog een rondje voor de volgende ochtend hebben afgesproken.





















16 augustus: Golf, het museum en community rowing

Uitzicht vanaf de golfbaan over de kliffen bij Eyemouth
Roeiboot in het museum
Omdat het golfen gisteren bij tijd en wijle best aardig ging en we dit willen bestendigen, spelen we vanochtend nog een ronde. Maar zo gemakkelijk gaat dat allemaal niet. Golf speel je vooral tegen jezelf. De eerste twee holes worden een strijdtoneel, maar daarna gaat het gelukkig beter en lukt het om wat meer ontspannen te spelen.
’s Middags gaan we het Maritime Museum bekijken. Het vertelt verhalen over de walvisvaart en de haringvisserij. Vrouwen en kinderen waren betrokken door het repareren van netten en het voorzien van de haken van de vislijnen met aas, meestal mosselen. De oudere ongehuwde meisjes reisden achter de vloot aan om de haring te kaken, zo’n 70 stuks per minuut! Nog steeds wordt er jaarlijks een Herring Queen gekozen. Aan de lantaarnpalen in het stadje hangen foto’s van de Herring Queens door de jaren heen.

De Herring Queen ...






... wordt jaarlijks in het dorpshuis gekozen


Memorial van de scheepsramp uit 1881




















In het stadsmuseum wordt aandacht besteed aan de scheepsramp die Eyemouth in 1881 trof. In een verschrikkelijke storm kwamen 129 vissers om. In een klap werden 78 vrouwen weduwe en verloren 182 kinderen hun vader.

Community rowing 
De boten worden naar het botenhuis gerold
Een ‘local’, die met zijn zeilboot aan onze steiger ligt, nodigt ons uit om ’s avonds naar de community rowing te komen, dus gaan we na het eten naar het strand waar het boothuis is. Ze roeien met twee overnaadse sloepen (zelf gebouwd volgens traditioneel model) op zee. Als we komen is er juist een bemanningwissel en we worden uitgenodigd om mee te roeien. We houden het bij kijken en foto’s maken.




17 augustus: Naar Amble

Eyemouth in de ochtendzon
Jachtje bij Holy Island, met Lindisfarne Castle
De volgende bestemming is Amble of Blyth, afhankelijk van hoe het vordert. We vertrekken om zes uur ‘s ochtends om met voldoende water de haven van Eyemouth uit te kunnen varen. We kunnen hier niet  langer blijven, omdat we bij laag water te weinig water onder de kiel hebben (in Eyemouth is het drie dagen rond springtij voor de Iskander niet diep genoeg aan het visitorspontoon).
Tot onze verbazing horen we Patrick van de 'Rambling Rose' over de marifoon overleggen met de havenmeester. Hij ligt voor anker in de baai met een lijn in de schroef, omdat hij op een kreeftenpot is gevaren en kan niet naar binnen. We wensen hem succes met het oplossen van zijn probleem.
Het is prachtig weer en na een uurtje staat er genoeg wind om de rest van de dag lekker te zeilen. De wind komt uit het zuidoosten. Kruisend worden we door de golfslag over bakboord veel meer geremd dan over stuurboord. Dat is tot nu toe steeds zo sinds we langs de Noordzeekust varen. Het is onduidelijk of dit door het schip komt of door de manier waarop de golven inkomen.
We mikken onze slagen zo uit dat we langs Holy Island, met  zijn indrukwekkende kasteel, en tussen de Farne Islands en het vasteland doorvaren. De Farne Islands zijn echte vogeleilanden en op de zee rondom zitten grote groepen vissende zeevogels, zoals zeekoeten, jan van genten en stormvogels.
De Farne Isles zien wit van de vogelpoep

Super zeilweer!
Eind van de middag hebben we er genoeg van en varen we kort na hoog water Amble binnen, waar het we in de marina afmeren.
’s Avonds maken we een wandeling langs de kade en de mooie pier waarop het havenhoofd staat. Voor de kust ligt Coquet Island, een vogeleiland met een vuurtoren erop.
Met laag water vallen grote delen van de haven droog en blijft er een smalle geul over. Dan blijkt dat we in de marina lang niet overal hadden kunnen liggen.
Coquet River, bij Amble, in de avondzon, met Warkworth Castle aan de horizon

18 augustus: Warkworth Castle en naar Blyth

Wandelend langs de rivier naar Warkworth Castle
Vistrap in de rivier
Amble ligt aan de River Coquet. Stroomopwaarts ligt het mooie plaatsje Warkworth met het gelijknamige kasteel dat al vanuit Amble zichtbaar ligt te lonken. Dus wandelen na het ontbijt langs de rivier naar het kasteel om nog eenmaal onze English Heritagekaart te benutten. Alweer is het een zonnige dag. Langs de rivier zitten watervogels. 
Het kasteel is indrukwekkend. Er is een grote ommuurde binnenplaats met de restanten van een kapel, een grote kerk en de stallen. Hoewel het dak ontbreekt, zijn de muren van het kasteel zelf goed bewaard gebleven. Het ingenieuze ontwerp is opvallend. Het kasteel was het (tweede) huis van de Dukes of Northumberland, die zeer invloedrijk in Engeland waren.
Warkworth Castle

De houten pier van Amble

Het is een heerlijke middag en veel mensen picknicken op het gras binnen de kasteelmuren.
Het plaatsje zelf is ook 17e eeuws en ligt in een bocht van de rivier. De meeste huizen worden verhuurd als vakantiehuis door een organisatie. Dat is blijkbaar de manier om een dergelijk plaatsje te kunnen bewaren.
Opslagtank in de avondzon bij Blyth










Rond een uur of vier zijn we weer terug op de boot en we maken ons klaar om nog een stukje te varen.
Tijdens een mooie avondzeiltocht kruisen we naar Blyth. Daar meren we voor het donker af naast een Westerly, de Muirgen van Peter en Donna Carris, die vertellen dat ze op het schip willen gaan wonen.
Blyth is een verenigingshaven, met een oud lichtschip als clubhuis, waar een gezellig sfeertje heerst als we er later op de avond een Engels biertje, een Bombarbier, drinken.
Naast de vereniging is een kade waar grote kustvaarders afgemeerd zijn.
Grote kustvaarders in de haven van Blyth


19 augustus: Van Blyth naar Hartlepool

Havenhoofd bij Blyth, op de achtergrond de oranje opslagtanks
10  uur vertrek. Helaas schijnt vandaag de zon niet meer. Er lijkt eerst te weinig wind te staan, maar al gauw neemt de wind toe en kunnen we zeilen. Ook vandaag komt de wind weer uit het zuidoosten en moeten we kruisen. Weer dezelfde ervaring: over stuurboord loopt de Iskander veel sneller en soepeler dan over bakboord. De omstandigheden zijn de afgelopen dagen natuurlijk wel steeds gelijk.
We passeren de monding van de River Tyne, waar je op moet als je naar Newcastle gaat. In de verte ligt de priorij van Tynemouth. Met de telelens haal ik hem dichterbij.
Ten noorden van Tynemouth ligt de ruïne van de Priory.
In het najaar zullen we deze op TV zien in een aflevering van de Engelse detective 'Vera'.

We moeten opletten voor de grote aantallen kreeftenpotten die hier liggen. Dat is langs de hele Engelse Noordzeekust zo, maar hier is het wel heel erg.’s Nachts varen kan hier niet, want je kunt ze echt niet zien in het donker! Bij Newcastle varen we door een ankergebied waar verschillende schepen liggen. ’s Middags gaat het regenen en harder waaien. Inmiddels hebben we twee reven gezet, waarvan er op het eind van de middag weer een uit kan.
Souter Point Lighthouse, ten zuiden van Newcastle


Het is aanlandige wind en voor Hartlepool staan stevige golven. We maken ons zorgen over de aanloop. Gelukkig doven de golven snel uit als we naderbij komen. De aanloopgeul is heel smal met een geleidelicht dat je op 308 graden moet aanvaren en geen bebakening. Best spannend. Dan komen we in een sluis waar we hartelijk welkom worden geheten. Dat is hartverwarmend in de stromende regen.
Eenmaal afgemeerd, kruipen we lekker in de kajuit, hangen de natte zeilpakken te drogen en zetten de verwarming aan.
’s Avonds zien we op TV de superspannende Olympische hockeyfinale Nederland - Groot Brittannië, met Engels commentaar. Helaas winnen de Britten met shoot-outs. Ach, zilver is ook mooi.


20 augustus: Hartlepool verkennen

De Coastgard oefent in de sluiskom
Er is veel wind vandaag en morgen lijkt het beter te worden. Laten we onszelf niet pesten! Hartlepool moet een aardig plaatsje zijn en dus gaan we dat maar eens verkennen. We gaan op weg naar het museum. Als we langs de sluis lopen, is de Coastguard  in de sluiskom demonstraties aan het geven met het binnenhalen van drenkelingen. In Nederland heeft de Kustwacht geen mensen in dienst die zelf reddingen uitvoeren, dat doet de KNRM. Hier dus wel. Ze hebben aardige technieken om een gewonde op een stretcher binnen te halen. Opvallend is dat alle gewonden erg vrolijk kijken.
Gezicht op de museumwerf vanaf de Iskander

Het museum ligt aan de havenkom en bestaat uit twee delen, het Hartlepool Museum (gratis) en het Royal Navy Museum, met een kade met oude huizen en een tall ship. Wij bezoeken alleen het eerste, omdat we ook het plaatsje nog willen zien. Indrukwekkend is de tentoonstelling over de Duitse aanval op Hartlepool in december 1914, aan het begin van the Great War, waarbij 115 burgers omkwamen, en het gedeelte over de slag bij Jutland in mei-juni 1916, waar zowel de Britten als de Duitsers verrast werden door de grote tegenstand, waardoor het een gigantische zeeslag werd met zo’n 8500 doden, waarvan meer dan 6000 aan Britse kant. In de buurt van Jutland liggen nog verschillende wrakken.
Als we naar de historische kaap willen lopen, blijkt de afstand groter dan voorzien, dus halen we de fietsen op. Inmiddels regent het. Ik merk dat ik daar wel tamelijk genoeg van krijg!

De Sint Hildakerk torent boven de huizen van Hartlepool uit

Op de fiets verkennen we Hartlepool
De fietstocht gaat eerst door het uitgebreide havengebied en dan door troosteloze jaren 60-wijken. Is dat het historische stadje dat zo wordt aangeprezen? Gelukkig wordt het beter als we op de kaap zelf komen. De St. Hildakerk torent boven de huizen uit en valt op door de lengte van het schip. Op een pleintje zijn groepjes jongeren en zelfs een hele familie Pokemons aan het zoeken.
Met een omweg via het nieuwe West Hartlepool gaan we terug naar de Iskander. Best een aardig stadje, maar dan moet het wel beter weer zijn.
De oude kade van Hartlepool

dinsdag 27 september 2016

6 t/m 12 augustus 2016: Door het Caledonisch kanaal en langs de Schotse noordkust

6 augustus: Naar Fort Augustus

Koeien langs de oever
Alweer een Schotse regenboog, ditmaal in het kanaal



















’s Ochtends vroeg zijn Jan Willem en Myrthe nog even taart gaan halen. Vandaag passeren we de mijlpaal van 10.000 mijl gevaren met de Iskander en dat moet gevierd worden.
Vertrek om kwart voor negen. Vanaf de top van de Neptunes Staircase varen we door het Caledonian Canal naar het noordoosten. Aan de zuidzijde meandert de River Lochy min of meer parallel aan het kanaal.


Ganzen boven Loch Oich
De swing bridges lopen op rolletjes! 


De volgende sluis is bij Gairlochy, waar we na de sluis in Loch Lochy uitkomen. Met zuidwestenwind varen we op het fokje over het loch. Na het loch ligt de sluis van Lagan, gevolgd door een stukje kanaal dat uitkomt in het volgende meer, Loch Oich. Noordwestelijk van Loch Oich moeten we wachten tot na lunchtijd om de Aberchalder swing bridge te passeren. Even verderop komen we bij Cullochy Lock, het hoogste punt in het kanaal. En laat nu precies als we de sluis zijn ingevaren het log op 10.000 mijl springen.
We kunnen er een kwartier lang van genieten en foto’s maken. Het is dubbel feest, want we krijgen vier sterren van de sluiswachter voor het dragen van onze zwemvesten. Weer in het kanaal varend genieten we van onze taart.
Sluiswachtershuis bij Cullochy Lock
De 10.000 mijlpaal
Taart!
Dan komen we aan bij het plaatsje Fort Augustus, dat wordt gezien als het middelpunt van het Caledonian Canal. Hier is een staircase met vijf sluizen en het is super toeristisch. Het wemelt van de Chinezen en je hoort werkelijk alle talen spreken. Morgen blijven we een dagje hier. Er wordt harde wind voorspeld. Volgens de sluiswachters kan dan het onderaan, bij de ingang van Loch Ness, behoorlijk onrustig zijn. Wij blijven daarom boven aan de staircase liggen.
We meren af bovenaan de staircase van Fort Augustus.


7 augustus: Chillen in Fort Augustus

De oude houten brug in Fort Augustus staat op instorten
Het wordt een rustdagje. We verkennen het zeer toeristische Fort Augustus, dat vooral een grote verzameling van eettentjes is. Er is een grote parkeerplaats voor bussen aan de noordzijde van het kanaal bij de benzinepomp. Daar is ook de supermarkt. Het geen bijzonder plaatsje, behalve dan dat aan de zuidoostzijde, grenzend aan het Loch Ness een voormalige Benedictijner abdij met kloosterschool ligt, die omgebouwd is tot luxe appartementencomplex. Het is niet toegankelijk, maar er langs lopend krijg je er goed zicht op.
Sophie en Myrthe maken nog een paar staaltjes van de onbegrijpelijke Britse gewoonten mee, namelijk een snackbar die van twaalf tot twee lunchpauze houdt.  En een snackbar die in vis, vlees en gebak naast elkaar in dezelfde vitrine uitstalt.
’s Avonds zijn we uitgenodigd door Sophie en Myrthe om te gaan eten in een restaurant met uitzicht over Loch Ness. Het is heel gezellig met ons vieren, maar de bediening laat helaas te wensen over. We komen er de eerste onvriendelijke Schot tegen, die bij nader inzien geen Schot blijkt te zijn.
De voormalige Benedictijner abdij is verbouwd tot appartementencomplex


8 augustus: Van Fort Augustus naar de Staircase bij Inverness

Sophie en Myrthe vertrekken
Het is vanochtend prachtig weer. Sophie en Myrthe hebben kun rugzakken gepakt en stappen na het ontbijt af om hun vakantie backpakkend voort te zetten. We nemen hartroerend afscheid, want we hebben erg genoten van hun gezelschap.
Wij maken ons klaar om de staircase van Fort Augustus met ons tweeën in te gaan. Ik ga met de lijnen lopen en Jan Willem stuurt het schip rustig door de sluizen. Het loopt allemaal erg soepel.


Vlak achter de Iskander stroomt het water met bakken over de sluisdeur
In de staircase van Fort Augustus, op weg naar Loch Ness,
Jan Willem staat beneden en ik bovenop



















Eenmaal door de sluizen komen we op Loch Ness, 22 mijl lang en met een diepte van 250 meter. Onze dieptemeter meet op het diepste punt 230 meter.
In verband met valwinden hijsen we alleen de fok. De wind varieert in sterkte tussen de 4 en de 22 knopen. Het is alles of niets en we rollen de fok afwisselend in en uit. Naarmate we verder op het loch komen neemt de windsterkte in de vlagen verder toe.



Op Loch Ness meten we 230 meter diepte!






Het beroemde Urquhart Castle ligt halverwege Loch Ness op de noordoever. Het is een groot complex en in bezit van de National Trust. Toeristen komen met een ferry van een plek verderop aangevaren. Wij maken een kleine omweg om langs het kasteel te varen, maar we gaan er niet aan land.





Urquhart Castle, aan de noordzijde van Loch Ness

Oppassen dat we niet op de dam met de River Ness worden gezet!
Vervolgens komen we weer op het kanaal. Aan stuurboord loopt de rivier de Ness over een dam verder. Je moet er niet in de buurt komen want anders wordt je er op gezet.

Toscane? Nee, Schotland!
















Langs het kanaal liggen enkele grote landhuizen. Door de architectuur van een huis waan je je in Toscane.  We meren af in Inverness aan de bovenzijde van de staircase. Hoewel het pas vier uur is, mogen we niet verder omdat de verkeersbrug in verband met spitsuur tot zes uur gesloten blijft. En daarna zijn de sluiswachters naar huis. 
’s Avonds wandelen we naar het centrum en eten bij een Italiaans restaurant bij de brug. 










9 aug. Door staircase en wandelen Inverness


Waterstraaltjes uit de sluismuren als het waterpeil zakt

Door de staircase bij Inverness

Voordat we de stad in gaan, passeren we eerst de staircase en leggen we aan bij de marina. Er is nog wat gedoe met de steigers. De havenmeester wil dat we aan een veel te korte steiger gaan liggen. De langere kopse steigers moeten vrij blijven voor langere boten.
We zeggen ja, maar doen nee. Er zijn nog genoeg steigers vrij vinden we en als we ‘s middags terug komen, blijkt dat dat ook zo is.
Inverness Castle










We wandelen langs een lange doorgaande weg Inverness in. Het centrum ligt rond de River Ness en wordt gedomineerd door het kasteel.
Sophie en Myrthe zijn ook in de stad en we spreken nog even samen af.
We bezoeken het museum, een streekmuseum met een kleine collectie en een eenvoudig café. Daarna lopen we naar het kasteel, maar dat is helaas niet toegankelijk.
Uitzicht over de Rives Ness en de stad vanaf het kasteel
Visser in de River Ness
Verder stroomopwaarts liggen mooie huizen en een paar eilanden in de rivier die met bruggen zijn verbonden en waar een wandelpad overheen loopt. Langs de oever staan sportvissers. We drinken thee met scones in een aardig hotel. aan de rivier. En zo kun je Inverness ook beschrijven, een aardige stad aan de rivier, maar niet hel bijzonder. Misschien zijn we wel een beetje verwend geworden. Morgen gaan we weer verder.










10 augustus: Van Inverness naar MacDuff

Nog één sluis en dan komen we op de Inverness Firth ....
.... en verlaten het Caledonion Canal
’s Ochtends om acht uur liggen we klaar voor de laatste twee sluizen. Met onze ervaring en de hulp van de sluiswachters gaat het gesmeerd en varen we voor negenen al de Inverness Firth op. Er staat een stevige stroming, maar gelukkig hebben we hem mee.
Weinig wind en veel stroom
Het prachtige clubhuis van de Castle Stuart Golf Links  aan de Inverness Firth
Vuurtoren bij de ingang van de Inverness Firth
We varen langs het opmerkelijke gebouw van de Castle Stuart Golf Links, die in de glossy ‘Golf in Scotland’ wordt beschreven als een van de mooiste golf courses van Schotland.
Vervolgens passeren we de vuurtoren aan de ingang van Inverness Firth en komen op de Moray Firth.
Veel zeehonden op de zandbanken bij laag water













De Inverness Firth en de Moray Firth, die oostelijk daarvan ligt en overgaat in de Noordzee, staan bekend om de aanwezigheid van veel dolfijnen en walvissen. Wij zien er geen, maar wel een grote groep zeehonden op de zandbanken. Het wordt een saaie tocht met niet veel wind en ik bak uit verveling en omdat de appels op moeten maar een appeltaart.
Eind van de middag kunnen we eindelijk zeilen, maar als we rond een uur of zeven de plaatsjes Banff en MacDuff naderen hebben we er genoeg van. De haven van Banff is voor ons niet diep genoeg, maar MacDuff wel, hoewel het een vissershaven is zonder faciliteiten voor plezierjachten. We worden door een vriendelijke havenmeester langs een vissersschip gedirigeerd. Hij tikt twintig pond af en als we vragen waar de toiletten zijn, zegt hij dat die aan de andere kant van de haven zijn, maar ongeschikt voor de ladies. En een douche hebben we toch zeker wel aan boord? 

De haven van MacDuff


11 augustus: Motoren in de regen

De rotsen van Troop Head met Jan van Genten
Als we om kwart voor zeven ’s ochtends MacDuff uitvaren richting Peterhead valt er van die drizzle, waar je doornat van wordt en die slecht is voor het humeur. Waaien doet het helaas niet. We hebben er spijt van dat we gisteravond niet doorgezeild zijn. Alweer moet de motor aan en die gaat niet meer uit vandaag.
Maar elk nadeel heb z’n voordeel. Een paar maal zien we kleine dolfijnen. Op het water verschijnen steeds meer stormvogels en Jan van Genten, zelfs in grote groepen. Even later wordt duidelijk waarom. De rotsen van Troop Head zien wit van de vogels. Op de motor kunnen we gemakkelijk dichterbij komen, hoewel we vanwege de rotsen voldoende afstand moeten bewaren. De vislucht van de poep is in elk geval evident.
Veel Jan van Genten en Drieteenmeeuwen
Het eerste stuk gaat in oostelijke richting. De stroom loopt mee tot we de hoek om gaan bij Rattray Head. Voor dat we Peterhead binnenlopen zien we nog een Minke Whale, de kleinste walvissoort, en natuurlijk de nodige zeehonden.
De vuurtoren bij Rattray Head
Minke Whale voor de kust van Peterhead


Jan Willem bestudeert de aanloop naar Peterhead


Peterhead Harbour roept ons op om te informeren naar onze bedoelingen en waarschuwt ons om toch alsjeblieft heel voorzichtig te zijn bij het invaren van de jachthaven in verband met verzanding, als ik zeg dat we 2.10 diep steken (of de kiel ophaalbaar is, niet dus). Het wordt niet ondieper dan 3.40 m.





12 augustus: Peterhead revisited

De jachthaven van Peterhead
Schepen voor de offshore industrie in de haven
De hagelslag is op!
We houden een rustdag, mede vanwege de harde wind uit de verkeerde richting. Lekker uitslapen, rustig ontbijten met een eitje en de allerlaatste hagelslag.
Jan Willem informeert bij golfclub of we een rondje kunnen spelen, maar ze accepteren alleen spelers met handicap 28 of minder.
Grauwe huizen en veel schotels, Polen misschien?


Met onze Schotse buurman Nigel van de Rassy Lass, die op zijn opstapper wacht, drinken we koffie,- Nigel is more of a tea person -, met zelfgebakken appelcake. We hebben nog wat over van eergisteren. Hij attendeert ons op een paar leuke havens en een mooie ankerplek bij Holy Island. En natuurlijk komt de Britse politiek en Brexit ter sprake. Hij heeft een duidelijke mening: de Britse politici maken deel uit van de elite en zijn vooral uit op hun eigen gewin. De pers is alleen uit op sensatie.
19e eeuws droogdok nog steeds in gebruik








Daarna lopen we naar het stadscentrum. We lopen een stukje van een heritage trail met borden met aardige wetenswaardigheden over de stad, zoals over een droogdok dat met paardenkracht werd leeggepompt en over een politieman die een smokkelnetwerk runde.
Peterhead heeft een grote haven met veel grote vistrawlers en offshoreschepen. Door de overwegend natuurstenen huizen, die vaak slecht onderhouden zijn, maakt het centrum een grauwe indruk. In de stad zijn een paar winkelstraten, met de nodige charity shops. Een aantrekkelijk café of restaurant, waar je een sandwich kunt eten, is er niet te vinden. Wel take away pizza, indiaas of chinees, maar daar hebben we geen trek in, dus gaan we weer bootwaarts.
Onze planning is om in de avond uit te varen naar Arbroath, zo’n 65 zeemijl verder, om er rond negenen morgenochtend te arriveren. De wind draait in de loop van de avond de gunstige kant op en de sluisdeur voor de haven is in verband met het getij alleen morgenochtend open. Van Nigel horen we dat daar morgen een Sea Festival begint met 30.000 bezoekers. Erg gezellig natuurlijk, hopelijk is er voor ons een plekje in de haven.
Kraan in de haven van Peterhead
Rond 10 uur ’s avonds varen we af. We hijsen de zeilen in de voorhaven en zetten meteen een reef. Via de marifoon horen we dat niet iedereen onze manoeuvre op prijs stelt. Zeker geen zeilers. Als we op zee komen, zijn we blij dat we het gedaan hebben, want er staan hoge golven. Is dit sea state moderate of rough volgens de Met(eorological) Office? De wind is bijna zes Beaufort en pal tegen, maar die gaat volgens de voorspelling al gauw naar het westen draaien. We beginnen met een slag naar buiten, weg van de verraderlijke kreeftenpotten die in het donker niet te zien zijn.
De nacht is helder en de sterrenhemel is prachtig. Het is de tijd van de Perseïden en we zien verschillende vallende sterren.
De golfslag is ruig, het begint steeds harder te waaien en de windhoek blijft verkeerd. Jan Willem houdt de wacht en ik lig in de achterhut me steeds beroerder te voelen. Voor het eerst sinds ik me kan heugen ben ik zeeziek. Dan vraagt hij me om te helpen een tweede reef te zetten. Het duurt even voor ik mijn zeilpak aan heb, maar eenmaal buiten in de frisse lucht knap ik weer wat op. We maken een slag terug naar de kust, in de hoop dat daar de zeegang minder hoog wordt. Als we na drie uur varen nog geen negen mijl zijn opgeschoten, besluiten we terug te gaan. Op deze manier komen we toch niet op tijd om in Arbroath over de drempel te kunnen. Met ruime wind racen we in nog geen anderhalf uur terug naar Peterhead. Het is nog een hele kunst om de Iskander met die wind netjes aan te leggen. En dan gaan we lekker slapen. Inmiddels loopt het tegen drieën. De schepen om ons heen zullen wel opkijken als ze ons morgenochtend weer in dezelfde box zien liggen.