dinsdag 12 augustus 2014

21 t/m 26 juli 2014: Van Aalborg naar Kopenhagen

Maandag 21 juli: Een dagje Aalborg

Matthijs 'in town'!
We besteden de dag met een uitgebreide wandeling door Aalborg. We lopen langs het water tot aan het centrum en vanaf daar via de ‘Boulevarden’ de stad in.  In tegenstelling tot wat Vleut in zijn Vaarwijzer schrijft, vinden we het een leuke, gezellige stad met mooie gebouwen en leuke winkels. Nu werkt het weer ook wel erg mee.
Het mooie centrum van Aalborg
Het is sinds we in Denemarken zijn aangekomen alleen maar warm en zonnig geweest. Vandaag ook weer.
Picknicken in het Karolinelundperk
Dus besluiten om bij een Italiaanse deli een broodje te kopen en die in het Karolinelundpark op te eten. Overal zitten mensen op het gras te picknicken of te zonnen. Het park doet een beetje alternatief aan. Er is een skatebaan en op de muren staan kindertekeningen. Na deze late lunch wandelen we door de stad terug naar de haven. Jan Willem en ik doen nog even boodschappen in een supermark tin de buurt van de haven. Matthijs doet ondertussen een poging om zijn haar te laten knippen, maar de kapper heeft pas de volgende dag tijd. Dat is te laat, want we gaan die avond nog naar Hals varen, waar het Lymfjord uitkomt in het Kattegat. Zo zijn we morgen eerder in Anholt, want dat is best nog een fiks eind. Het wordt een tochtje op de motor. Tijdens de tocht koken en eten we. Om kwart voor acht meren we in de vissershaven van Hals af naast een grote motorkruiser van het type ‘strijkijzer’. De eigenaar vertelt vroeger bij Maersk te hebben gewerkt op iets grotere schepen. Er ligt ook een Nederlands motorboot met een bordje ‘gereserveerd’ op de flank. Voor wie wordt niet duidelijk, want er komt niemand naast liggen.
Jan Willem en ik  maken ‘s avonds voor het slapen gaan nog een wandeling rond de haven. Er heerst een gezellig vakantiesfeertje. De vissershaven ligt ver van de jachthaven, er zijn vrijwel geen faciliteiten en er is geen havenmeester te bekennen, dus besluiten we het havengeld maar over te slaan.
Aankomst bij Hals in de avondzon


Dinsdag 22 juli: Naar Anholt… oh nee, toch Læsø!

Als we Hals uitvaren... een echt wrak of
een waarschuwing om op de navigatie te letten?
Vroeg op vandaag. ’s Ochtends om acht uur tanken we eerst water en varen daarna af op weg naar Anholt. Eenmaal op open water blijkt Anholt, in zuidoostelijke richting, niet bezeild en Læsø, in het noordoosten, wel. Dus passen we ons plan aan. Zeil gezet en op weg naar Læsø.
Het water is heel helder maar ziet af en toe wit van de honderden kwallen.
Typische sectorlichten voor de ondiepte voor Hals

Matthijs geniet van het zonnetje ...
...en Jan Willem ook




















Helaas draait later de wind naar het noordoosten, zodat we vanaf half twaalf toch moeten motoren. Rond een uur ’s middags is de wind naar pal noord gedraaid en moeten wij om de ondiepte heen naar het oosten dus kunnen we het laatste stuk nog even lekker zeilen. Dat voelt toch altijd een stuk beter. Om kwart voor drie meren we af in de bomvolle haven van Læsø.
De overvolle haven van Læsø
We worden door de havenmeester naast een ander schip als vierde in een rij gedirigeerd. Het schip voor ons wordt erg nerveus van ons anker dat steeds dichterbij komt als de rij verwaaid, daarom brengen we een hekanker uit en maken een skippybal vast op ons anker. Verder laat de dame op het schip omstandig weten dat er schepen zijn die morgen vroeg weg willen. Nu, daar zitten wij niet mee. Als we even later langs de steiger lopen blijkt de hele havenkom vol gestapeld zijn. Veel succes als je aan de wal ligt en vroeg weg wil!

Daarna gaan we lekker zwemmen en zonnen op het mooie strandje naast de haven. De watertemperatuur is 23°C! Ook hier veel mensen die genieten van het mooie weer in een ontspannen sfeer.
's Avonds zetten we de broodmachine klaar,
morgen wakker worden met vers brood
En ze hebben hier heel lekker ijs! Zomer in Denemarken! De havenmeester komt vanaf zes uur langs, staat er op het bordje bij het havenkantoor. Maar niet bij ons en ook als we op zoek gaan is er geen havenmeester te bekennen. Dat is dus weer een goedkoop nachtje.











Woensdag 23 juli: Toch(t) naar Anholt.

Het eiland Anholt met heel veel mastjes in de haven, als je goed kijkt
Ankeren naast de haven
Omdat het zo’n 50 mijl naar Anholt is vertrekken we al om kwart over zeven uit Læsø. Helaas waait het nauwelijks en bovendien op de kop, dus gaat de motor aan. Bovendien hebben we stevig stroom tegen. Die tegenstroom loopt soms wel op tot twee knopen!
We hebben genoeg van het zware Deense brood en ik ben gisteravond vergeten om op startknop van de broodbakmachine te drukken, dus bakken we ons broodje nu maar. Rond half twaalf draait de wind, eerst naar het noordoosten en later naar het noorden, maar hij is niet sterk genoeg om te zeilen. Om ongeveer drie uur zijn we bij Anholt.
Samen in de dinghy
We waren er al voor gewaarschuwd: de haven van Anholt is erg vol, dus ankeren we in de baai ernaast. En we zijn niet de enigen. ’s Avonds liggen er zo’n 40 schepen. Matthijs blaast de bijboot op en toert wat tussen de geankerde bootjes door. Samen gaan we naar het strand om te zwemmen en te zonnen. Het water is ontzettend helder en heerlijk van temperatuur.
Jan Willem houdt de wacht aan boord.
’s Avonds kijkt Matthijs films op zijn laptop (hij heeft er meer dan twintig meegenomen), Jan Willem bestudeert de handleiding van de plotter voor de fijne kneepjes en ik lees inmiddels mijn derde boek.
Ik zet de broodbakmachine weer klaar. Ditmaal vergeet ik de startknop niet! Morgenochtend vers brood.

Heel veel ankerende schepen bij Anholt



Donderdag 24 juli: Naar Gilleleje

Lekker weer op weg naar Gilleleje
Typisch wit huis in Gilleleje
Onze volgende haven is Gilleleje, gelegen op de het noordelijke puntje van Sjælland. Ook vandaag zo’n 45 mijl voor de boeg, maar met het stroomnadeel zal dat wel weer iets meer worden. Iets na achten gaat het anker op. Jan Willem en Matthijs regelen het en ik mag nog even blijven liggen. Na drie kwartier kan er zeil gezet worden en het wordt geweldig zeilweer:  acht tot tien knopen wind met een knik in de schoot en snelheden door het water van boven de zeven knopen. Rond twee uur is de pret over, want de wind krimpt, valt dus ruimer in, en zakt in.Om vier uur meren we af in Gilleleje, aan een steiger vlak achter de ingang van de haven. Aan de andere kant van de steiger ligt een gigantisch motorjacht van wel 50 voet, de ‘Titan’.  Het is een grote haven voor Deense begrippen..
Kerkje omringd door een mooi verzorgde begraafplaats
Het plaatsje zelf is erg druk en toeristisch met veel eettentjes langs de kade en een winkelstaat met veel goedkope kledingwinkels. Naast de haven staat een kermis opgebouwd, maar die werkt niet.








We maken een wandeling tussen de oude witte huisjes met rieten daken, waar het plaatsje bekend om is. ’s Avonds wordt er in de haven druk geoefend met roeisloepen, in wisselende bezettingen: stoere kerels, dikke mannen, huisvrouwen. De jongeman die mag sturen bij een ploeg met jonge Deense schonen heeft het volgens ons het best getroffen. Jan Willem en ik maken onze avondwandeling per bijboot: we varen alle “straatjes” tussen de steigers in om bootjes te kijken.

Sloeproeien is het avondvermaak in de haven van Gilleleje

Vrijdag 25 juli: Even naar Zweden

De noordkust van Sjaelland met de vuurtoren bij Nakkehoved
Vikingschip
Voordat we naar Kopenhagen varen willen we nog het Zweedse eilandje Hven (in het Deens Ven) bezoeken, want het is ons door verschillende andere zeilers aangeraden. Nog even de watertank vullen en de kuip uitspoelen en dan vertrekken we rond half een richting Hven.







Moderne architectuur van de 

Als we wegvaren is het bijna windstil. We hebben de huik er niet eens af gehaald. In de verte zien we het zeer indrukwekkende kasteel Krohnborg bij Helsingør. De Sond is hier op zijn smalst. In de Hanzetijd werd hier uit naam van de Deense koning van de passerende schepen tol geheven. Dat leverde goud geld op, want het
was hier druk. Als je niet betaalde werd je overhoop geschoten. Een paar keer een voorbeeld stellen was genoeg. In die tijd was het eiland Hven en Skåne, het zuiden van Zweden, ook Deens. Dus er was geen ontkomen aan.

Het indrukwekkende kasteel Krohnborg
Lekker zeilen op weg naar Hven
Het kasteel gerond.
Iets voor Helsingør is er voldoende wind en hijsen we de zeilen. Met enkele slagen ronden we de hoek van het land met het kasteel. Daarna kunnen we in één streek op Hven af, waar we om vijf uur afmeren in de kleine idyllische havenkom van Kyrkbacken. We leggen aan naast twee motorboten. Een tijdje later komt er een Nederlands schip naast ons liggen en de eigenaar van de binnenste motorboot begint te protesteren. Wat overdreven, wat het is super rustig weer, maar een lijn naar de wal doet wonderen. Dat hadden wijzelf ook al gedaan. Langzaam loop de haven vol en ligt het overal vier of vijf schepen dik, afgezien van de schepen die in boxen liggen.















De haven van Hven met het middeleeuwse kerkje op de heuvel

Een haas die volstrekt niet schuw is,
wie kijkt naar wie?

We maken een wandeling naar het witte middeleeuwse kerkje op de heuvel boven de haven, waar Kyrkbacken zijn naam aan ontleent. Op de wal staan veel opvallende gele huurfietsen. Dat inspireert ons om morgenochtend op het eiland te gaan fietsen en pas eind van de middag naar Kopenhagen te vertrekken. Uit eten gaan lukt niet, want de restaurants zijn vol, dus duiken Matthijs en Jan Willem in de voorraad en daar komt altijd weer iets lekkers uit. Ditmaal worstjes met aardappeltjes uit de oven en een grote kom sla met tomaten en komkommer.

Zaterdag 26 juli: Fietsen op Hven.

Afgemeerd in de haven van Hven
Tijdens ons ontbijt zien we steeds meer schepen vertrekken, dus verkassen we gauw naar een box, dan kunnen we vanmiddag gemakkelijk weg zonder dat we andere schepen naast ons hebben liggen. Eenmaal aan de steiger brengen we de fietsen aan de wal en huren we er nog een grote gele voor Jan Willem bij. Dan fietsen we de heuvel op. Matthijs heeft een kaartje en wijst ons de weg. Het is vandaag alweer zonnig en warm.
De haven vanaf het witte kerkje gezien
Tycho Brahe museum
In het dorpje komen we bij het andere kerkje waarin het Tycho Brahe museum gevestigd. Tycho Brahe was een edelman uit Skåne, toen nog Deens, die zich met astronomie bezig hield en van de Deense koning Frederik II als landheer de beschikking kreeg over het eiland Ven waar hij op het hoogste punt een kasteeltje met een planetarium bouwde. 21 jaar heeft hij er onderzoek gedaan geholpen door een grote groep wetenschappers, die vanuit heel Europa toestroomden. Johannes Keppler en ook verschillende Nederlanders hebben er gewerkt. Koning Christian, die Frederik II opvolgde, was minder gecharmeerd van Tycho Brahe en ontnam hem zij rechten. Tycho vertrok toen naar Wenen en Praag.
Langs de kust









Gesterkt door een lunch in het cafeetje naast het museum vervolgen we onze fietstocht via een pad op dat langs de kust loopt. Omdat de groenten vrijwel op zijn, fietsen we nog even langs het supermarktje dat direct na ons de deur sluit,’s middags om twee uur. Het is zaterdag en dat hadden we ons niet gerealiseerd. We boffen dus. 
Matthijs 






Dan terug naar de boot en op weg naar Kopenhagen. Er is vrijwel geen wind, dus is het motoren. Later trekt de wind aan door een dreigende onweersbui zo’n drie mijl achter ons (zien we op de radar). Gelukkig trekt die voorbij. Om vijf uur leggen we aan in de haven Svanenmølen bij Kopenhagen. Een Belg, die we ook al in Hven hadden gezien, neemt ons lijntje aan. Later maakt JW een praatje met hem. Hij neemt deel aan een toertocht die vier landen rond de Baltische Zee aandoet, Duitsland, Polen, Zweden en Denemarken. Morgen vertrekken ze.
Mooie lucht bij het vertrek uit Hven

Even de gastenvlag wisselen
Svanenmølen is een zeer grote haven, maar we hebben nog nooit zo’n dooie boel gezien. De verbinding met het centrum van Kopenhagen van hier uit is goed en dat is ook wat waard.
Dreigende bui op weg naar Kopenhagen

vrijdag 1 augustus 2014

13 t/m 20 juli 2014: Naar Denemarken en door het Lymfjord


Zondag 13 juli : Met een omweg naar Andijk


De voorbereidingen zijn zaterdag gedaan. Zondagochtend hoeven we alleen onze kleren nog te pakken. Uitgezwaaid door Matthijs, vertrekken we naar de boot. De rit gaat wel met een fikse omweg, want eerst moeten we de kaarten van Denemarken ophalen, die we hebben uitgeleend aan Peter en Barbara. Zij waren eerst van plan om daarheen te gaan, maar hebben hun boot inmiddels naar Calais gebracht, in afwachting van hun zomervakantie. Dus lunchen we in Joure met lekkere broodjes van Barbara en wisselen we allerlei wetenswaardigheden uit. Met de kaarten op zak rijden we via de Afsluitdijk naar Andijk. Noch even een praatje op de steiger met Hans en Marian van de Rosa, het mooiste schip van de haven en  naar Enkhuizen voor de laatste verse boodschappen bij de Appie. Jan Willem rekent uit dat we morgen om twaalf uur moeten vertrekken. ’s Avonds op tijd naar bed, want we zijn allebei best wel moe en de spanning van  tocht speelt ons parten.

14 t/m 16 juli: De oversteek

 
Gezicht op Medemblik
Vaartuig van Rijkswaterstaat op de Wadden
Maandagochtend bij het klaarmaken van de schoten loopt het allemaal niet soepel. Ik moet ze drie keer door de leiogen halen voordat alles goed zit. Bij het hijsen van de kotterfok draait de val om zichzelf in de top en moet hij weer omlaag. Zo komt het dat we pas om half twee vertrekken. De wind is Westzuidwest, het eerste stuk is net bezeild. Na de sluis bij Den Oever hebben we de wind op de kop en moeten we motoren. Het is drie uur na hoog water. Gelukkig hebben we nog ruim een knoop stroom mee. We melden ons bij de VC Den Helder  en via het Marsdiep gaan we het Molengat in. Al gauw kunnen we de zeilen hijsen en onze koers wordt steeds ruimer. Na het Molengat meldden we ons af bij de VC en begint voor ons gevoel de tocht pas echt: de Noordzee op naar Thyborøn.
Vissende kotter op het Wad


Jan Willem aan de oranje tompouce,
over van het Wereldkampionschap voetbal
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Wandelaars op het strand van Texel
Zeehonden op de Noorderhaaks
Strandpaviljoen op Texel, waar we met Hemelvaart
nog koffie hebben gedronken
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Net als vorig jaar is deze keer de juiste koers voor de wind. Met de forse golven op zee en het risico op klapgijpen willen we dat niet, dus zet Jan Willem een bulletalie en gaan we het traject ‘afkruisen’: een koers van 150° ten opzichte van de wind varen. We maken de zeekooi met een slingerzeiltje klaar, zodat we daar om beurten kunnen slapen. Om half tien gaat Jan Willem het eerste verkeersscheidingsstelsel haaks oversteken. Ik lig dan te kooi. 


Renée slapend in de zeekooi
Nadat ik de wacht over heb genomen, zie ik rond half een ’s nachts op de plotter een vrachtschip dat een hele tijd op dezelfde koers op ons afstevent. Ik roep de ‘Saxum’ op om te vragen of hij zijn koers wil wijzigen en ons de ruimte geven. Eerst stemt hij toe maar even later roept hij mij weer op, of het echt nodig is. Ja, het is echt nodig, wan ik vaar voor de wind en ben daarom moeilijk manoeuvreerbaar. En heb alleen al voorrang omdat ik een zeilschip ben, maar dat zeg ik er niet bij.


Vanaf een uur of twaalf op  de dinsdagmiddag kunnen we rechtstreeks op Thyborøn koersen, maar de eerste uren nog wel met ruime wind.


Olieplatform op de Noorzee
De golven van achteren geven het schip een vervelende draaiing. Daardoor gaan we ons in de loop van de dinsdag allebei behoorlijk katterig voelen. Bij mij komt daar in de loop van dinsdagmiddag nog migraine bij, waardoor Jan Willem dinsdagavond drie wachten achter elkaar draait. Als ware hij een solozeiler zet hij het wekkertje steeds op 20 minuten en als het afgaat kijkt hij uitgebreid uit en werkt eens per uur het logboek bij. Verder heeft hij de AIS en de radar aan, met de nodige alarmen erop en dan moet het goed gaan. Gelukkig voel ik me rond een uur of drie ’s nachts, hoewel nog niet geweldig, toch dusdanig opgeknapt dat ik hem naar bed kan sturen.
Jan van Gent, we naderen de Deense kust

Met een goede wind op weg naar Thyboron
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Inmiddels is de wind zo gedraaid dat we halve wind varen. In de ingang van het Lymfjord hebben we een beetje stroom mee en de golven zijn een stuk minder spectaculair dan vorig jaar. 
Thyboron in zicht!
Rond half negen ’s ochtends varen we de haven van Thyborøn binnen. Afgezien van de ongemakkelijke golven en zeeziekte was het een zeer voorspoedige tocht. We hebben vanaf het Molengat alles kunnen zeilen, grotendeels met snelheden tussen de 7,5 en 8,2 knopen. De hele tocht vanaf Andijk was 308 zeemijl en heeft 44,5 uur geduurd.

We gaan een dagje chillen en lekker bijkomen. We wandelen door het niet bijster sfeervolle plaatsje, maar het mooie strand maakt veel goed. 
In de haven van Thyboron
Dinsdagavond drinken we een wijntje bij onze buren, Karen en Hasse uit Götenborg. Ze zijn die dag uit Esbjerg gekomen en hebben de hele tocht gemotord. Ze vertellen dat ze hun schip, een Moody 44, in Engeland hebben gekocht en er sinds een jaar op wonen. We krijgen nuttige informatie over havens in het Kattegat, voor als we naar Kopenhagen willen.

Het strand van Thyboron

 

 

 Donderdag 17 juli: In het Lymfjord


Vissersboot in de haven van Thyboron
Als we ’s ochtends wakker worden is de wind gedraaid. De walmen van de visverwerkende industrie komen onze boot en onze neus binnen. Tijd om verder te gaan. Bij het afvaren blijft een stootwil achter de lijn en de paal van de box hangen. “Achteruit!”, roep nog ik tegen Jan Willem, maar het is al te laat. De stootwil is lek en de terminal van de zeereling verbogen.

Fabriekscomplex bij Thyboron
Gisteren hebben we besloten om naar het plaatsje Thisted te gaan, maar omdat we lekker hebben uitgeslapen is dat al te ambitieus. We besluiten bij Jegindø te stoppen, maar lopen al in de havenmonding vast, terwijl toch op de kaart staat dat het er 2,50 m diep zou moeten zijn. Dus maar verder, er zit niets anders op. Het wordt uiteindelijk Sillerslev. 
Nederlandse tweemaster in het Lymfjord
Ook daar loopt de Iskander vast als we een box in proberen te draaien. We leggen vervolgens op de kopse kant van de steiger aan naast een prachtig traditioneel houten schip met een aardige Deen erop. De havenmeester komt ons op de steiger tegemoet. Zonder naar de maat van het schip te vragen laat hij ons 120 kronen betalen. Ze kennen hier maar één prijs.


Lieflijk Deens landschap
Achter de haven staan een aantal grote huizen met protserige beelden in de tuinen. Van rijk geworden vissers misschien?


Avonds is er ‘Irsk musik’ in een drijvend paviljoen aan de haven. Het is een beetje oubollig en ze zingen er Deense volksliederen. Volgens onze buurman is er niets Iers aan. Niet genoeg Ierse Whiskey waarschijnlijk… Dat ondanks dat er aan de haven een stokerij van brandewijn en whisky zit, die voor de gelegenheid zijn deuren heeft geopend.


Palmenstrand bij Sillerslev
Sillerslev dus!
Naast dit mooi schip lagen we in Sillerlev
Kust bij Sillerlev

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 18 juli: Naar Fur



Voor het ontbijt gaan we even zwemmen bij het palmenstrandje, - ja heus -,  naast de haven. Vandaag een kort tochtje. Op ons dooie akkertje motoren we de 12 mijl naar het mooie eiland Fur (spreek uit: Foer). Volgens de folders het mooiste eiland van Denemarken. Als we om kwart voor twee de haven binnenvaren ligt die al behoorlijk vol. We meren af naast een viskotter. In de loop van de middag komen er nog drie andere schepen naast ons liggen. Verder doen we vandaag niet zo veel. Het wordt een leesdagje.
De Kust van Fur

Zaterdag 19 juli: Fietsen op Fur


Kerkje op Fur
Na een niet al te vroeg ontbijt pakken we de fietsjes uit. Het is een heel gedoe, want ze moeten over de viskotter getild worden. We pakken ze uit op de kotter.
Genieten van het uitzicht
Daarna maken we een fietstocht over het mooie eiland. De haven ligt aan de zuidkant. Op weg naar de kliffen aan de noordzijde passeren we eerst de oude haven, met een museumpje ernaast. Als we zo ongeveer aan koffie met iets toe zijn komen we bij een uitspanning uit met een groot terras waar het een drukte van belang is: het Bryghuset, wat zoiets als het brouwershuis betekent. Mensen drinken grote glazen bier en we zien iedereen met goed gevulde borden naar buiten komen. We veroveren een tafeltje en blijven er lunchen. Ze hebben een buffet met vis, salades, warme happen en heerlijke desserts.

De oude haven, niet meer in gebruik
Gesterkt door de lunch klimmen we weer op de fiets. Aan de noordzijde van het eiland zijn de hellingen steiler en de wegen primitiever. Soms zijn het karresporen, waar je in een van de twee sporen fietst en op andere momenten grindwegen. Wel een beetje veel gevraagd voor onze vouwfietsjes! We lopen langs het strand naar de Rode Steen. Als we verdwalen komen we door een stukje bos waar we opeens fazantenkuikens en even later de moeder fazant de weg zien oversteken.
Moeder fazant nog vaag in beeld


De Rode Steen
We fietsen naar het hoogste punt van het eiland en komen bij de groeve met de Moler uit, de aardlagen waar je fossielen kunt vinden. Je hebt er prachtige vergezichten. Rond een uur of vier hebben we er genoeg van en gaan we terug naar de boot. Er is nog genoeg moois over voor een volgend bezoek.



De gelaagdheid is duidelijk te zien
Ik foerageer in de plaatselijke supermarkt en breng pizza’s mee voor het avondeten. Na zo’n lunch mag het wel even makkelijk. ’s Avonds hangt Jan Willem het schilderijtje op dat we afgelopen juni op de kunstmarkt in Laren hebben gekocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 20 juli:  Matthijs komt aan in Aalborg



Op weg naar Aalborg
Het is nog een flink stuk naar Aalborg en daarom gooien we iets na negenen de trossen los. Eerst op de motor, maar vanaf de oostkant van Fur kunnen we een stuk zeilen. Na een uurtje moet de motor er weer bij,want het is niet meer bezeilen dat blijft helaas zo totdat we om17.15 in Aalborg in de Vesterebådehavn afmeren naast een grote Noorse Regina 43 met deckhouse. De jonge schipper begroet ons enthousiast. Vervolgens worden we afgezet door de havenmeester (500 kronen voor twee nachten!). We blijken in het havengedeelte van de werf te liggen. Nogal een rommel en met minimale faciliteiten.


Veel ondieptes al we Aalborg naderen, het is een soort waddengebied
Op de rechteroever een soort windmolenkerhof
Jan Willem heeft inmiddels vernomen dat er een Maleisisch verkeersvliegtuig, vertrokken uit Schiphol met zo’n 280 mensen waarvan 192 Nederlanders aan boord, in de Oekraïne uit de lucht is geschoten. Wat vreselijk.

 

Ik bereid het eten voor, zodat als Matthijs rond half negen binnenstapt ik snel een verse bamischotel op tafel kan zetten. Hij heeft een voorspoedige reis gehad. Fijn dat hij er weer is. We praten gezellig bij.