 |
| Brug bij Farø |
Via internet checken we het weer nog even voor vertrek. Er
is een stormwaarschuwing voor de zuidelijke Oostzee. Daar zitten we niet, maar
wel dicht erbij. We willen weer een stukje naar het westen opschuiven door naar
Vejrø te gaan. Afvaart om half tien, staat in het logboek. En opnieuw is het
zonnig.
 |
| De Deense marine patrouilleert |
 |
Stevige buien kenmerken de tocht. Dit is een prachtexemplaar! |
Het eerste rak is over stuurboord. De brug bij Farø is nauwelijks
bezeild. En weer krimpt de wind en is het stuk na de brug niet meer bezeild. We
steken een tweede reef en zetten de kotter erop als de wind tot 23 knopen uit
het zuidwesten oploopt. Het gaat er stevig tegenaan. Bij een flinke golf
krijgen we massief water over tot tegen de buiskap. Dat hebben we nog niet
eerder meegemaakt!
 |
| Het eiland Vejrø |
We gaan rond half een ‘s middags overstag, over bakboord
richting Lolland om de hogerwal op te zoeken. Een uurtje later volgt een bui
met 26 knopen wind, bijna 7 Beaufort. En als ik dat schrijf bedoel ik niet een
vlaag en ook niet over het dek (schijnbare wind), maar ware knopen! In de bui
ruimt de wind met zo’n 40° en daarna draait hij weer terug.
 |
| Vuurtoren op Vejrø |
Inmiddels is het drie uur en zitten we vlak voor Vejrø. We zien
de haven al liggen. De wind zakt in tot 15 knopen en klaart het op. Het ziet er
prachtig uit. Dus besluiten we om toch door te varen naar Spodsbjerg op
Langeland, zo’n
20 mijl
verder. We zetten de genua weer erop en halen een reef eruit. Maar dat blijkt
voorbarig, want een kwartier later krijgen we de volgende bui over ons heen en
moet het reef en weer in en de genua ingerold. De buien bouwen uit het niets
razendsnel op tot grote zwarte wolken. Maar teruggaan doen we niet.
 |
Het Duitse opleidingsschip Gorch Fock passeert in de verte |
Kruisend
varen we naar Spodsbjerg. Het laatste stukje onder de hoger wal van Langeland
zetten we de motor erbij om niet te laat aan te komen. Om half acht meren we
af naast de ‘Marilena’ die er ook blijkt te liggen en trakteren onszelf op
appelpannenkoeken, lekker en snel klaar. De afstand is
45 mijl, maar we hebben
58 mijl door het water
afgelegd.
 |
Prachtige regenboog, gezien vanuit de haven van Spodsbjerg |
Pieter en Aafke van de ‘Marilena’ komen ’s avond een borrel drinken en het wordt reuze gezellig! Pieter vertelt over hoe hij chartert en gasten mee opreis neemt. Hij heeft een mooie website:
www.ychorizon.nl.
 |
| Vertrek uit Spodsbjerg |
 |
| De mooie kust van Langeland |
Jan Willem heeft nog een kaart op de bus gedaan en de
laatste Deense kronen opgemaakt in de supermarkt. Iets voor elven varen we af
uit Spodsbjerg. Onder de hoge wal van Langeland is het water vlak en gaat het,
zoals verwacht, als een tierelier. Wel zijn er de nodige buien met 20 tot 25
knopen, waardoor we veel met de zeilvoering bezig zijn.
 |
| Volop buien, met in de verte een zeiltje |
De kunst is niet teveel
zeil te hebben voor de snel opkomende buien, maar wel genoeg om door de golven
te komen. Wat we doen is de kotter laten staan en als de wind het toelaat de
genua erbij zetten.
Als we de zuidelijke kaap naderen nemen we wat afstand. We
zitten niet te wachten op kaapeffecten zoals een fors aantrekkende wind. Maar
ook iets verder uit de kust staat er een hoge, steile golfslag als we uit de
luwte komen.
 |
| Vuurtoren op het zuidelijke puntje van Langeland |
We zetten koers naar Laboe, een plaats aan het begin van de Kieler
Förde.
We proberen tussen de buien door te laveren, maar krijgen
toch nog een flinke bak wind mee. 20 tot 25 ware knopen aan de wind betekent 25
tot 30 knopen schijnbare wind en dat is veel. Onderweg maken we filmpjes, op
verzoek van broertje Joep.
 |
| Fikse buien, waarin we verzeild raken |
 |
De koers op de plotter: eerst met een scherpe knik overstag en daarna de winddraai tijdens de bui |
Als we te dicht bij de diepvaarwaterroute, waar het druk is
met beroepsvaart, komen gaan we overstag van bakboord naar stuurboord, recht op
een bui af. We hopen dat hij achter ons langs gaat, maar strijken de genua uit
voorzorg en ik zet de motor bij. En dat is maar goed ook want meteen zitten we er
middenin. Het waait opeens 32 knopen ware wind, een hele dikke 7 Beaufort, de regen
en hagel komt met bakken uit de hemel en slaat het water helemaal plat. Over de
zee ligt een waas van water. Het onweert hevig, maar we zien geen
bliksemflitsen. Ik heb dit nog nooit meegemaakt.
 |
| Er staat een stevige zee |
Ik sta achter het roer. Jan
Willem roept: “Ga een ruime koers varen!”. Dat lukt natuurlijk pas als we ook
het zeil vieren, maar ik heb alle kracht nodig om het roer te houden. Bovendien
draait de wind meer dan 120 graden. Op de plotter zie je dat we weer terug
varen. Als de bui afneemt kan ik weer oploeven en kunnen we onze koers
hervatten.
 |
| Monument voor "Hen die op zee gebleven zijn" bij Laboe en heel veel parasailers |
Helaas hebben we geen tijd om hiervan een filmpje te maken. Het is overigens
geweldig om te zien hoe betrouwbaar het schip zich gedraagt. Op dit soort
momenten weet je waarom je een Breehorn hebt gekozen.
Op weg naar Kiel maken we nog enkele slagen om het
verkeerscheidingsstelsel te ontwijken en we besluiten om in Kiel Düsternbrook,
de oude Olympiahaven uit 1936, te gaan liggen en niet in Laboe, omdat die haven
aan lagerwal ligt. Iets na half acht meren we af.
 |
| Engelse klassiekers in de miljonairshaven van Kiel Düsterbrook |
 |
| Vaart er zomaar een onderzeeër langs! |
Na de enerverende dag van gisteren vandaag een dagje rustig
aan. Jan Willem is naar de havenmeester geweest. Daar heeft hij gehoord
dat de sluiswachters van het Kielerkanaal staken. Het is dus onzeker wanneer we
erdoor kunnen. Ook vertelde de havenmeester dat er bij de sluis naar het
Noord-Oostzeekanaal een goede winkel voor zeekaarten is. Hij heeft het plan
opgevat om daar naartoe te lopen om nieuwe waddenzeekaarten te kopen. Dus gaan
we vol goede moed aan de wandel. Het is een verder dan gedacht en helaas heb ik
spierpijn in mijn benen van het afzetten
onder helling van de zeiltocht van gisteren, zodat de wandeling geen succes is.
 |
| We komen langs de marinehaven |
Bij de winkel aangekomen hebben ze de gewenste kaart ook nog eens niet op voorraad.
De stemming is inmiddels tot ver onder het nulpunt gedaald. Op de terugweg
komen we een busstation tegen. De bus brengt ons gelukkig een stuk dichter bij
de boot. We wandelen terug door een aardige stadswijk met lokale winkels en
grote huizen.
 |
| Mooie huizen in de stad |
’s Middags gaat Jan Willem naar het centrum van Kiel. Ik ga
niet mee, want mijn benen hebben nu echt rust nodig.
’s Avonds nemen we samen de bus naar het centrum om een
hapje in de stad te gaan eten. Het eten laat nogal op zich wachten en zo komt
het dat we pas laat weer op de boot zijn.
 |
| Versiering boven het hoekraam |
 |
| Voor het eerst zien we deze vakantie kwallen ... |
 |
| ..... in de haven van Kiel - Düsterbrook |
 |
| Oude vuurtoren bij Holtenau |
 |
| Het wapen van Kaiser Wilhelm in de gevel |
 |
| De fraai versierde deur van de vuurtoren |
Iets na negenen verlaten we de haven op weg naar de sluis
bij Holtenau, die toegang tot het Kielerkanaal geeft. Daar aangekomen horen we
dat we moeten wachten op de Eems Skye, een vrachtschip dat eerst in de sluis
mag. Daarna kunnen de jachten aansluiten. Op de AIS volgen we hoe het schip
eraan komt. Later komt daar nog een ander vrachtschip bij en zo komt het dat we
ruim een uur moeten wachten eer we de sluis in kunnen. Eenmaal in de sluis
horen we dat de kassa niet open is en dat we daarom niet hoeven te betalen.
Publieksvriendelijke actie noemen we dat in Nederland. Om elf uur komen we
eindelijk de sluis uit.
 |
Grote zeeschepen varen dicht langs de jachthaven van Brünsbüttel |
Jan Willem zit ’s-avonds druk te studeren op de
weersverwachting en de kaarten. We willen verder maar het is balanceren wat
haalbaar is en wat niet. Doorzeilen naar Borkum of Vlieland in plaats van naar
Norderney zou kunnen. Vanwege het getij in de geulen naar de eilanden is de tijdsplanning
belangrijk. Onduidelijkheid over het wel of niet bezeild zijn kunnen we dan
niet hebben. Bovendien komt er over 2 dagen slecht weer aan. We besluiten om
morgen alleen de
13 mijl
naar Cuxhaven te varen en dan verder te zien. Vanuit Cuxhaven zijn er goede
verbindingen met Nederland en je kunt je schip daar veilig achterlaten voor het
geval we in tijdnood komen.
 |
| Jan Willem bestudeert de kaart van de Duitse Bocht |
16 augustus – Van Brünsbüttel naar Cuxhaven
 |
| 11 knopen over de grond op de Elbe |
Erg vroeg hoeven we niet weg, want de stroom gaat pas na
tienen meelopen, dus doen we het vanochtend rustig aan. Naast ons ligt een
grote Jeanneau 43 decksaloon, de ‘Everjoy’ uit Drimmelen. We raken aan de
babbel met de bemanning, gezellige Brabanders die al tien jaar hier elke zomer
drie maanden rondvaren, zoals zo velen die we op onze reis tegen zijn gekomen.
En aan de oostkant van Zweden is mooi weer ’s zomers verzekerd, zegt iedereen.
Daarvoor hoef je niet naar Zuid-Europa.
 |
| Zeehonden op een zandplaat voor Cuxhaven |
Rond 11 uur varen we af en zoeken we de sluis op. We krijgen
van de sluiswachter te horen dat we nog een half uur moeten wachten. De sluis
is dicht en moet eerst openen naar de kant van de Elbe. Als de sluis voor ons
open gaat, gaat er alleen nog een motorjachtje mee. Ongekend!
Buiten gekomen staat er al stroom de Elbe af, die gedurende
de tocht alleen nog maar doorzet, uiteindelijk hebben we zo’n vier knopen
stroom mee en raken we af en toe een snelheid van elf knopen over de grond. We kruisen
met een lange en een korte slag tegen een vlagerige wind in. Het is maar een
klein stukje en iets na half drie meren we af in Cuxhaven, nadat we nog even
getankt hebben, want dat is sinds Finland niet meer gebeurd.
’s Avonds kijk ik een film. Dat is ook al heel lang niet meer
gebeurd.
 |
| De jachthaven van CSV Cuxhaven |
17 en 18 augustus – Verwaaid in Cuxhaven
 |
| De vuurtoren van Cuxhaven |
Het is zaterdag 17 augustus. De voorspellingen geven zuidwestenwind
aan,de verkeerde richting dus. Bovendien wordt er harde wind verwacht vanaf
zaterdagavond. Zondagavond neemt de wind af en draait hij naar het noordwesten.
Dan zouden we maandag met halve wind in één keer naar Vlieland kunnen. Hoewel we graag naar Nederland willen, hebben we nog de
tijd. En tegen harde wind in kruisen hebben we al genoeg gedaan. Dus blijven we tot maandag hier. We slapen uit, lezen, werken het blog bij en doen
boodschappen in een veel te dure biologische supermarkt.
 |
| Mooie BMW |
Later komen we er
achter dat een eindje verder een hele grote gewone supermarkt ligt.
’s Middags fietsen we nog een rondje door het stadje en maken
wat foto’s.