22 mei: Bijna gezonken op weg naar Falmouth
 |
| Gezicht op Dartmouth bij vertrek |
 |
| Dartmouth Castle vanaf het water |
Gelukkig schijnt vandaag de zon. Het weer is opgeknapt na de
regen van gisteren. Dat maakt een vaardag een stuk aangenamer.
In eerste instantie heeft Jan Willem gepland opgevat om naar
Fowey te varen. Dat ligt een stukje westelijk van Plymouth aan de mooie River
Fowey. Engelsen zijn niet erg origineel met naamgeving.
Omdat het best een eindje is, varen we om 8 uur al af, met
nog een beetje stroom tegen. Zo kunnen we straks ten volle profiteren als de
ebstroom mee staat. Met de voorspelde zuidwesten wind wordt het waarschijnlijk kruisen.
 |
| Na 15 sec. 3 emmers water opruimen na het schoonmaken van het log |
Als we afvaren vanaf Kingswear bij Dartmouth blijft het log op nul staan. In de datagever
zit waarschijnlijk vuiligheid. Jan Willem gaat het schoonmaken, terwijl hij mij
vraagt door te varen op de motor. Dat is niet zo’n goed idee, want als hij de datagever
eruit haalt en even onhandig is met de stop erin te zetten staat de hele bak
vol water. Zo snel kan dat dus gaan! In zo’n 15 seconden zijn er drie volle
emmers water ingelopen. Zo snel mogelijk leg ik de boot stil en pak de lenspomp
erbij. Dan rustig aan nog eens proberen en zowaar, als hij de gever erin stopt
geeft het log weer snelheid aan. Het restant water nog even opruimen en het
leed is geleden.
 |
| De overgang van glad water naar de race bij Start Point |
Pas na een uurtje staat er genoeg wind om te zeilen. Bij de kaap van Start Point kiezen we de route binnendoor langs de Skerries. We kunnen prachtig de overgang van glad water naar de overfalls bij de kaap zien. Omdat er weinig wind
 |
| De vuurtoren bij Start Point |
staat, is het overigens niet zo spannend. Rond Start Point kruisen we hoog aan de wind. Onder de kaap zien we een schip motorsailen. Het
is een mooi schip, de Leto. We verbazen ons erover dat het niet kruist. Jan
Willem spreekt later de eigenaar in de haven, die vertelt dat dat een beperking
is van een overigens prachtig schip.
Boven het land ontstaan prachtige cumuluswolken, die
afsteken tegen de blauwe lucht. Als de wolken zich richting zee bewegen,
blijven we verder uit de kust om de mogelijke effecten ervan te ontwijken.
 |
| Cumuluswolken boven het land |
Bij Plymouth zijn we het kruisen inmiddels wel beu en zijn
we blij dat Fowey nadert.
22
mijl is en bovendien bezeild met een knik in de schoot. Met
snelheden van 8 knopen door het water en ruim 6 over de grond is de keuze gauw
gemaakt. Het gaat lekker en om 21.00 uur liggen afgemeerd in de visitors
harbour met
80 mijl
op het log erbij.
 |
| Aalscholvers op een rots |
Gelukkig hebben we een behoorlijk tempo. Als we rond
vijf uur ‘s middags overstag moeten om naar de River Fowey te gaan, zien we
opeens dat Falmouth nog maar
Daar zien we ook de Leto en de Kobbe weer.
Ook heel bijzonder is dat we de ‘Alchemy’ terugzien, een
mooi Amerikaans schip, dat we in zomer
2013 in Kopenhagen en in september
2014 in Enkhuizen hebben
ontmoet. Het echtpaar aan boord vaart al jaren in Europa rond. Ze zullen de
volgende dag op tijd vertrekken, om de westkust van Ierland op te zoeken.
 |
| Mawes Castle, tegenover Falmouth |
In de loop van de dag bellen Sophie en Matthijs om mij met mijn verjaardag te feliciteren.
23 mei: Golfen in Falmouth
 |
| De Iskander in de haven van Falmouth |
 |
| Gezicht op het oude centrum van Falmouth |
In het bericht over de voorbereiding van deze reis heb ik
vermeld dat we deze winter golfles hebben gevolgd en ons Handicap 54 hebben
gehaald, mede met het oog op de vele mooie golfbanen in Engeland en Schotland.
Vandaag gaan we daar voor het eerst gebruik van maken. Vlak buiten Falmouth is
de golfbaan van the Falmouth Golf Club en die bellen we op om te vragen of we
welkom zijn. De manager reserveert voor ons een starttijd om 12.48 uur. We
maken onze golftassen klaar, pakken boterhammen, een drankje en onze schoenen
in. Dan wandelen we naar de golfclub. Op de steiger oogsten we veel bekijks en
navenant commentaar. Zeilers die golfen, dat kennen ze hier niet.
 |
| Op de mooie golf course in Falmouth |
Het is prachtig weer. De wandeling gaat grotendeels bergop
en we krijgen het behoorlijk warm. Het is verder dan gedacht, zodat we maar
precies op tijd aankomen. Het thuis raken in de lokale gewoonten is ook even
wennen.
Na het voldoen van de greenfee en een drankje gaan we vol
goede moed naar de eerste hole. Maar, oh wat valt dat tegen! We hebben nu een
maand niet op de baan gestaan en dan zakt de techniek wel weg. Regelmatig laten
we achterop komende spelers voorgaan. Aan de golfbaan ligt het niet. Die is prachtig
gelegen en perfect onderhouden. In de loop van het spel gaat het wat beter en
krijgen we er plezier in en ook oog voor de omgeving. We komen allemaal aardige
mensen tegen die verbaasd zijn dat er mensen zijn die helemaal uit Holland met
een boot komen varen om in Falmouth golf te spelen. Je ziet ze denken: “Very
nice people those dutchmen, but lousy golfplayers”. Maar dat zeggen ze niet,
daar zijn ze te beleefd voor. Als we op het terras nog iets drinken, raken we
in gesprek met twee enthousiaste heren, waarvan er een ons een lift naar de
haven aanbiedt. Met de heenweg in gedachten nemen we die graag aan.
24 mei: Naar Penzance
 |
| Baken voor gevaarlijk object voor Falmouth |
Met het oog op onze tocht naar de Scilly Eilanden en daarna
naar Ierland vullen we voor vertrek eerst de fourage aan. Bepakt en bezakt
komen we van de Tesco. Jan Willem gaat nog naar de Musto-winkel voor een paar
nieuwe zeillaarzen. De neuzen van zijn oude laarzen zijn doorgesleten. Hier kan
het nog. Dan nog diesel en water tanken. Bij het vastleggen aan de
dieselsteiger glijd ik op mijn laarzen over het kurkdroge bolle dek. De
rubberzolen zijn verhard en ik heb geen grip meer. Gauw trek ik bootschoenen
aan. Moet ik nu ook nog…? Maar het is al
13.00 uur, een uur later dan gepland, en we moeten op tijd in Penzance zijn,
anders is de havendeur dicht.
 |
| Sommige mensen hebben geld, anderen veel geld. Dit schip is ruim 50 meter! |
 |
| Toen moest het zeilpak nog aan! |
In de haven staat al 19 knopen wind uit het oosten, dus zet
JW gelijk maar een dubbel reef. Eruit kan altijd nog. Als we op open zee zijn,
blijkt het niet voor niets. De wind trekt aan tot uiteindelijk 22 knopen. Met
halve wind en een bootsnelheid van 8 á 9 knopen, maakt de Iskander af en toe
flinke schuivers op de forse golven. Een keer spat er een golf over het
achterdek en JW in zijn windstopper is kletsnat. Dan de zeilpakken maar aan.
 |
| Flinke golven bij Lizard point |
 |
| Track van het ronden van Lizard Point op de plotter |
Als we Lizard Point hebben gerond kunnen we min of meer voor de wind gaan
varen. We strijken het grootzeil en gaan op de fok verder. Dan gaat het een
stuk rustiger, ondanks dat het harder gaat waaien. We vinden het wel prima zo,
maar zijn bezorgd over de aankomst bij Penzance. Het is daar immers lager wal
en de gidsen voorspellen dan niet veel goeds.
In de verte zien we St. Michaels Mount opdoemen. Dat is de
Engelse variant van de Franse Mont St. Michel, en eerlijk gezegd een beetje een slap
aftreksel.
 |
| Saint Michaels Mount |
Gelukkig neemt de wind op het eind van de tocht af, dus is
de aankomst in Penzance geen probleem. De havenmeester wijst ons een plek naast
een rijtje smerige, verwaarloosde boten. Bij nader inzien liggen er wel veel
van die exemplaren in deze haven.
 |
| In de haven van Penzance |
Ook de Kobbe is hier aangekomen en David en Eveline komen ’s
avonds koffie drinken en ervaringen uitwisselen. Zij varen de volgende dag
door, want zij hebben maar elf weken om het rondje Engeland te varen. Wij
zullen hen daarom waarschijnlijk niet meer zien. Dat is jammer, want het is erg
ge
zellig.
 |
| De haven van Penzance sluit met een liggende sluisdeur |
David vertelt ons het verhaal van waarom de Nederlanders de tulpen
hebben en de Zwitsers de bergen. Heel vroeger waren er bergen in Nederland.
Zwitserland was daarentegen een totaal vlak land. De Nederlanders hadden
tulpen, maar wisten niet waar ze die moesten kweken, want overal waren bergen.
Dan was knap lastig. De Zwitsers hadden skipistes en skiliften, maar daar
hadden ze niet zoveel aan in hun vlakke land. Toen gingen de Nederlanders en de
Zwitsers, die beide heel gelovige volkeren waren, allemaal naar de kerk. Daar gingen
ze allemaal heel hard bidden of die bergen konden verhuizen. Het resultaat is
bekend. De Nederlanders kunnen hun tulpen verbouwen en de Zwitsers hebben hun
bergen. Het geloof kan immers bergen verzetten.
 |
| De getijdehaven van Penzance valt droog |
25 mei: Met de trein terug naar Falmouth
We zijn een beetje in dubio wat we vandaag zullen doen. Een
dagje luieren zou kunnen, maar ook een bezoekje aan St. Micheals Mount of aan Trengwainton
Garden.
 |
| Typisch station in Cornwall |
We kiezen voor iets anders. Al de hele week liggen onze
vrienden Paul en Marion met hun zeiljacht ‘Flegma’ steeds één haven achter op
ons. Toen wij in Weymouth lagen, lagen zij in Yarmouth. Toen zij in Weymouth
lagen, lagen wij inmiddels in Dartmouth. En nu ligt de Flegma dus in Falmouth
en wij in Penzance. Vanuit Falmouth gaan zij de Golf van Biskaje oversteken naar
Noord-Spanje en wij willen de andere kant uit. Het zou toch zonde zijn als we steeds
achter elkaar aan hebben gevaren en
elkaar tijdens deze reis niet zien. Nu is onze laatste kans! Daarom nemen we de
trein naar Falmouth.
 |
| Lekker eten met Paul en Marion |
De Engelse treinen zijn best OK. Ze zijn schoon en redelijk
comfortabel ingericht. De trein vanuit Penzance gaat overigens helemaal naar
Paddington Station in Londen. Wij stappen in Truro over op het boemeltje naar
Falmouth. Ze hebben hier nog echte treinkaartjes, perronwachters met een
spiegelei en de stationsgebouwen en perronoverkappingen zijn opvallend ouderwets
en slecht onderhouden. En natuurlijk het prachtige landschap van Cornwall.
Samen met Paul en Marion hebben we een gezellige middag,
praten bij en gaan lekker eten bij de Thai om de hoek bij de haven. Ze brengen
ons naar het station en we beloven om elkaar via Marine Traffic te volgen. Zo
gaat dat in de moderne zeilerswereld.
Prettige bijkomstigheid is dat ik ook nog even naar de
Musto-winkel kan voor een paar nieuwe laarzen. Glijpartijen over het dek zijn
immers geen prettig vooruitzicht.
Terug in Penzance maken we nog een wandeling. Anders
vertrekken we morgen zonder iets van het stadje gezien te hebben. Er is meer
dan we hadden verwacht. Vanuit de haven gezien is het maar een troosteloze
bedoening. In de wijk direct achter de haven bevindt zich een veilinghuis van
kunst en enkele galerietjes, die aanmerkelijk beter werk in de etalage hebben
dan we in Dartmouth of Falmouth hebben gezien.
 |
| Pub in Penzance |
 |
| Egyptian House |
Er zijn een paar kroegen, die
Bill Bryson in zijn boek ‘De weg naar little Dribling’ noemt evenals een
Indiaas restaurant, Ganges geheten, dat al een tijd dicht is en er triest uit
ziet. Volgens Bill Bryson missen we daar niets aan. Er is ook nog een Egyptian
House met een uiterst opmerkelijke gevel. En enkele winkelstraten die passen in
een middelgroot provinciestadje, met in het midden een pompeus bankgebouw van
Loyds Bank. Maar alles is uitgestorven rond half tien ’s avonds, dus gaan wij
ook maar naar ons bootje. Morgen is het immers weer vroeg dag.
26 mei: Eindelijk naar the Isles of Scilly
 |
| Wolf Rock |
Ik meen dat het 2008 was dat we met een Toerzeilers
vakantietocht de eerste keer hebben geprobeerd om op de Scilly eilanden te
komen, maar die kan nauwelijks serieus worden genomen. De schepen waren te
klein en de vakantie te kort. Vorig jaar was de tweede poging, ditmaal serieus.
Teveel verwaaidagen speelden ons toen parten. Nu gaat het dan toch echt
gebeuren. Met de voorspelde oostenwind gaan we de Scilly eilanden zeker
bereiken. Voordat we los kunnen gooien, moeten we wachten tot de havenmeester het schip dat buiten aan ons
ligt afgemeerd verlegt en dan kunnen we vertrekken. Het waait niet hard en met
voltuig gaan we halve wind naar het zuiden, Mount Bay uit. We komen langs een
plaatsje met de vreemde naam Mousehole en een mooi baaitje Lamorna geheten.
Daarna gaan we naar het westen langs Wolf Rock, een eenzame rots midden in zee
waarop een grote paal is geplaatst, en in de verte ligt Lands End.
De koers is inmiddels min of meer voor de wind. De
bulletalie en de fokkeboom zijn gezet. Ondanks dat kost het de grootste moeite
om de zeilen niet te laten klapperen op de forse golven en deining. Met de
stuurautomaat lukt het niet goed, dus gaan we zelf om beurten sturen. Dat helpt
zolang er genoeg wind is, zodat er voldoende druk in het zeil staat. Als een
uurtje voor de Scilly’s de wind wegzakt strijken we de zeilen en gaan we
motoren. Dan kan tegelijk de accu bijladen. In Penzance hebben we niet aan de
stroom gelegen en op St. Mary’s zijn alleen moorings, dus geen elektriciteit.
 |
| Voor anker in Saint Mary's Pool |
Dan komt de Scilly’s in zicht. Het is heel bijzonder om al die
eilanden met rotsen en witte stranden te zien opdoemen. Het voelt alsof je in
een andere wereld terecht komt.
 |
| Brutale meeuw op de bijboot |
We moeten, geleid door twee kardinalen en een rode ton tussen
de eilanden Gugh en St. Mary’s doorvaren. Daarna volgen we een geleidelijn,waar
de zijkant van een eilandje in lijn met een toren op een volgend eiland moet
liggen op 40°. Om onze bestemming St. Mary’s Pool in te varen is er een
geleidelijn door middel van een hoog geplaatst andreaskruis en een driehoek,
lager op het land. Als we rond half vier aan de mooring hebben aangelegd,
dompelen we onder in het zalig nietsdoen. Met de oostenwind ligt de
Iskander zo
dat de zon in de kuip schijnt en uit de wind en in de zon met een goed boek
blijft er niets meer te wensen over.
27 mei: Wandelen in Hugh Town
 |
| Het strand aan de andere kant van Hugh Town |
Als je mijn verhalen wilt volgen, zul je af en toe Google
Maps erbij moet halen. Zeker het in vervolg van deze reis bezoeken we oorden
die voor veel Nederlandse zeilers onbekend zijn.
Vandaag zijn we in HughTown, waar ik voor gisteren ook nog
nooit van had gehoord. Het is de ‘hoofdplaats’ van de Scilly eilanden en
gelegen op het grootste eiland, Saint Mary’s. ’s Ochtends is het eerst tijd
voor de af en toe onvermijdelijke huishoudelijke zaken, zoals de was doen en
schoonmaken. En dan zijn wij verwend met de luxe van een wasmachine en een
stofzuiger aan boord.
 |
| Veel bloemen in de bermen |
Ondertussen pompt Jan Willem de bijboot op. Als alles aan
kant is gaan we de wal opzoeken. Het varen in zo’n dinghy blijft altijd een
attractie. We lopen het dorp in en vinden dat we maar eens aan onze integratie
in Engeland moeten werken. In een winkel verkopen ze Tilly Hats. Dat zijn
hoeden die uitstekend geschikt zijn voor het Engelse weer. Ze zijn
waterafstotend, hebben een brede rand tegen de zon, blijven drijven (erg handig
voor op het water!), hebben een verstelbare kinband tegen het afwaaien en
kunnen in de wasmachine gewassen worden. Dat is een prima investering voor deze
reis.
 |
| Eten met Wim en Mieke van de Kwinte |
Daarna halen we Cornish Pasties en iets te drinken. Aan de
andere kant van het dorp is een prachtig zandstrand, waar we lekker gaan
picknicken. Na de lunch wandelen langs de verdedigingwerken, de Garrison Wall
en naar het kasteel, Star Castle, waar een restaurant is gevestigd. Boven bij
het kasteel hebben we prctig uitzicht over de archipel. Overal komen de geuren
en kleuren van de vele bloemen en het gefluit van vogels ons tegemoet.
Opvallend is dat de vogels helemaal niet schuw zijn.
Eind van de middag komt de Kwinte van Wim en Mieke de baai
binnenvaren. We praten gezellig bij terwijl we een hapje eten in het dorp.