zaterdag 4 juni 2016

28 mei t/m 2 juni: Op de Scilly Eilanden en naar Ierland

28 mei: Over de ondiepten naar New Grimsby Sound


Water tanken aan de pier van Hugh Town
Jan Willem heeft uitgezocht dat we bij hoog water vanuit St. Mary’s rechtstreeks naar het eiland Tresco kunnen varen, over de ondiepten heen. Rond een  uur of tien is het hoog water en om dat te halen moeten we rond half tien vertrekken. De Kwinte gaat ook met ons mee. Eerst nog water tanken, want we weten niet wanneer dat weer mogelijk is. In Ierland zullen we veel op ankerplekken liggen. We laten de tank helemaal leeg lopen, zodat we vers water in de tank hebben. Als we om negen uur aan de kade aanleggen, ligt daar al een ander schip. Dat is gelukkig niet aan het tanken, dus we kunnen direct bij de slang. JW gooit een pond in de automaat en dan gaat het water lopen, maar niet erg hard. Als het ook nog eens stopt terwijl de wijzer niet van zijn plaats is gekomen, gaan we ons zorgen maken. Enfin, vijf pond en drie kwartier later is de tank vol en kunnen we eindelijk naar Tresco vertrekken. De Kwinte gaat met ons mee.
Op weg naar Tresco, achter ons de Kwinte
Ik sta achter het roer en maak haast met het oversteken van de Saint Mary’s Road, dat is het diepe gedeelte. De route loopt langs een groene ton, die ik aan stuurboord moet houden en een rode ton waar ik aan stuurboord langs moet. Vervolgens  moet ik midden tussen twee eilandjes door en dan zien we bij het plaatsje New Grimsby de moorings al liggen. We zoeken een mooi exemplaar uit en gaan daarna eerst maar eens ontbijten, want dat was er nog niet van gekomen.
Hier moeten we tussendoor!
Tussen deze staken
Varens en palmen in Abby Gardens
Het wordt een wandeldag. Tresco is bekend om de Abbey Gardens, botanische tuinen met subtropische planten uit de hele wereld, rond een voormalige benedictijner abdij. De tuinen zijn gesticht in 1834 door Augustus Smith, de heerser van de Scilly’s en verder ontwikkelt door zijn nazaten (vier generaties!). Er staan gigantische oude  bomen, zoals ceders, cipressen en veel soorten palmen. Ook veel varens en planten die bij ons in de huiskamer staan. In sommige delen van de tuin waan je je in een waar oerwoud. Dat kan hier allemaal groeien vanwege het zeeklimaat in combinatie met de warme golfstroom die hier langs loopt.
Uitzicht op de Abbey
Bovendien staan de tuinen op een beschutte zuidhelling.
Vervolgens maken we een wandeling door de duinen naar de oostzijde van het eiland. Er hangt een eilandsfeer zoals je die op de Waddeneilanden ook ervaart. De vergezichten zijn adembenemend met witte zandstranden en een azuurblauwe zee, die wordt veroorzaakt het witte zand dat door het heldere water schijnt. Het heeft iets Bountyachtigs.
Azuurblauwe zee en witte zandstranden
Na het eten bereidt JW de tocht voor morgen voor, terwijl ik het blog bijwerk. Morgen vertrekken we al vroeg om over te steken naar zuidwestelijk Ierland. Vanaf dinsdag wordt er harde wind uit het noordwesten verwacht en dan willen we aan de overkant zijn.

29 en 30 mei: Door de grote leegte naar Ierland


Mist bij New grimsby
Na Cromwell Castle wordt
het zicht al gauw slechter
Als we ’s ochtends vertrekken is het nog mistig in de New Grimsby Sound. Vertrouwend op AIS en radar vinden we onze weg naar buiten en dan zetten we koers naar zuidwest Ierland. De variatie (het verschil tussen magnetische koers en  ware koers) is in deze contreien 4° west. Omdat in Nederland de variatie verwaarloosbaar is, zoek ik de formule even op in de boeken om te voorkomen dat ik verkeerd om reken: WK + var = MK. Met deviatie reken je niet op een polyester schip. Het duurt een paar uur voordat er voldoende wind staat om de motor uit te doen.

Slechts drie schepen op de AIS
De hele reis zal in het teken staan van te weinig wind, van motor aan motor uit. Mits genoeg wind is de koers gelukkig wel bezeild. In de loop van de ochtend trekt de mist op en wordt het zonnig.
We varen de grote leegte in: geen pleziervaart, geen vrachtvaart, alleen een enkele visser zichtbaar op de AIS, maar niet aan de horizon.
Een ongenode, maar welkome gast
Duif aan boord (film)
Waar het lijstje van de AIS op de Noordzee vaak tientallen schepen bevat, staan er nu slechts drie op! Dat maakt het uitkijken erg saai. Gelukkig krijgen we begin van de middag afleiding van een duif die op het stuurwiel landt. Het is een mooi exemplaar en hij is geringd. Omdat de stuurautomaat aan staat, gaat het stuurwiel heen en weer. Het is een koddig gezicht hoe het beest zijn best doet om zijn evenwicht te bewaren. Hij is absoluut niet schuw. Ik geef hem te drinken uit een soepkom en dat is best lastig met zo’n onregelmatig bewegend stuur. Hij blijft uren op het stuurwiel zitten. Begin van de avond zoekt hij een plekje op het voordek. Als Jan Willem ’s nachts vanwege een windshift overstag gaat, is hij verdwenen.

Zonsondergang
De Ierse vlag in het want
Met een wekkertje, dat om het kwartier afloopt, houden we de wacht. ‘s Nachts ziet Jan Willem nog een zeiljacht in tegengestelde richting langs varen in de vorm van een slingerend groen lichtje, maar ik zie in de late nacht en vroege ochtend geen enkel schip. Het turen in de heiige leegte is vermoeiend. Wat zie ik en wat beeld ik mezelf in? Af en toe weet ik het gewoon niet.
De volgende ochtend roept JW mij uit bed vanwege een grote school dolfijnen zo’n 100 meter aan bakboord. Het zijn er tientallen en alles dartelt door elkaar. Waarschijnlijk zijn ze aan het vissen, want ze komen ons niet achterna.
Dolfijnen ....
Later denk ik dat ik in de verte een walvis zie. Het is in de buurt van Baltimore Bay dat bekend staat omdat walvissen van allerlei soort hier naartoe komen. Eind van de ochtend zien we twee dolfijnen voor de boeg van het schip. Al gauw zijn het er drie, vijf, een dozijn of meer. Wel een half uur spelen ze rond de boot in het glasheldere water. Het levert mooie foto’s op. Wat wordt een mens daar vrolijk van! Zie ook filmpje 1 en filmpje 2
... en nog veel meer dolfijnen!
Zeekoeten
De Fastnet Rock komt in zicht, beroemd om de Fastnett zeilwedstrijd die loopt van Cowes op Wight, om de rots en weer terug. Vorig jaar waren we bij de start in de Solent aanwezig.
De roemruchte Fastnet Rock
Dan worden we opgeroepen door de Alchemy, die in Crookhaven geankerd ligt. Dat doet ons besluiten om ook daar naartoe te gaan. We zijn elkaar tegengekomen in Stockholm, Enkhuizen, Falmouth en nu in Crookhaven. Eindelijk de mogelijkheid om elkaar echt te ontmoeten. Ginger en Dick zijn Amerikanen en reizen al twaalf jaar met hun schip door Europa, van Turkije tot aan Noorwegen. Als we aankomen willen ze juist gaan ‘hiken’ richting Brow Head, waar je een prachtig uitzicht over de baaien hebt. Ginger en Dick nodigen ons uit om er een gezamenlijke wandeling van te maken.
Wandelen met Dick en Ginger in Crookhaven
Helaas kunnen we niet helemaal tot het eindpunt, want het laatste stuk is afgesloten omdat hier opnamen voor de nieuwe Starwarsfilm worden gemaakt. Het is een bijzonder gezellige middag, die beklonken wordt met een glas Murphy’s Iers bier bij de lokale pub.

Uitzicht vanaf onze wandeling

31 mei: Dagje chillen in Crookhaven


Aquarelleren in Crookhaven
Zo’n nacht doorvaren is blijkbaar toch vermoeiender dan je denkt, want we slapen een gat in de dag. Het weer is stralend en we ontbijten in pyama in de kuip. De Alchemy is al weg. Later die dag krijgen we een berichtje dat ze in Bantry zijn aangekomen en vroeg zijn vertrokken om het getij rond de kaap van Mizen Head mee te hebben. Misschien gaan we elkaar nog tegenkomen, want wij gaan morgen ook die richting uit.
Wij maken er een rustig dagje van. Jan Willem duikt in de ‘South & West Coast of Ireand Sailing Directions’ en doet een aantal klusjes. Ik lees een indrukwekkend boek, - ‘Misschien Esther’ van de Duitse schrijfster Katja Petrowskaja, die de zoektocht naar haar Joodse voorzaten beschrijft -, en maak een aquarel van het uitzicht vanuit de kuip.
Het weer is werkelijk prachtig, en dan horen we dat het in Nederland en Duitsland noodweer is.
Eind van de middag gaat we met de bijboot naar het dorpje voor een half pint Murphy’s en een lekkere krabsandwich, - lokaal gevangen, niet het nepspul van Albert Heijn -, bij de pub en een wandelingetje. We varen met de bijboot nog een rondje door de baai, die veel groter is dan we dachten. De natuur is hier uitgestrekt en leeg. En dan is het alweer etenstijd. Vandaag zalm op het menu, maar nog wel van de Tesco.

1 juni: Naar Bantry Bay

Vuurtoren van Crookhaven


Bij  Brow Head maken ze filmopnames voor Starwars
We hebben een tijd getwijfeld over welke baaien we aan de Ierse westkust moeten bezoeken. Dingle Bay werd ons als absolute topper aangeraden door JP en Ingrid van de fitness, maar is in onze planning toch iets te ver. Kenmare River moet erg mooi zijn, maar misschien een volgende keer. We kiezen voor Bantry Bay, naar Nederlandse begrippen ook heel mooi en wat minder ver. Ook omdat zus Milou over een paar dagen opstapt en er een goede busverbinding met Cork is, waar ze naartoe vliegt.
Om bij het ronden van de kaap van Mizen Head stroom mee te hebben moeten we om acht uur afvaren. Rond tien uur moeten we daar voorbij zijn. Het is wederom prachtig weer, uitzonderlijk voor Ierland. Het hogedrukgebied te noorden van Schotland doet zijn werk. Helaas is een bijkomend effect dat er heel weinig wind is. Dus moeten we een groot deel van de tocht motoren.
Als we langs Brow Head varen, zien we de wagens van de filmset van Starwars op de heuvel staan.
Daarom werden we eergisteren op onze wandeling tegengehouden.
Rustig weer bij de kaap van Mizen Head
De rotsen zijn hier en bij Mizen Head bijzonder indrukwekkend, met scherpe kammen die ver in zee steken. Daar wil je wel uit de buurt blijven. Nu, met windstilte, is het rustig, maar hoe moet het hier zijn als het stevig waait, laat staan stormt? De boeken adviseren om dan een flink eind uit de kust te blijven.
Indrukwekkende kliffen bij Mizen Head
Als we in de Bantry Bay komen trekt de wind iets aan. Omdat we alle tijd hebben om in Bantry, dat achter in de baai ligt, te komen hijsen we de zeilen en laveren de baai in. Het gaat niet hard, maar we genieten van de rust.
Bantry House vanuit Bantry Harbour gezien
Voor Bantry ligt Whiddy Island,waar een aantal tanks staan voor strategische olieopslag voor Ierland. We gaan er zuidelijk langs en moeten vanwege de ondiepte en een rots die onder water ligt, de punt van South Beach, dat is een strandje, en een rots die er achter ligt op een lijn op 63° houden. Het is allemaal lastig te herkennen. Achteraf blijken we op een bruine beuk in het landschap te hebben gestuurd, die gelukkig precies boven de bewuste rots op de heuvel staat. Eind van de middag pakken we een mooring op in Bantry Harbour.
Hier nabij Bantry zit een golfclub met een 18-holes baan. We reserveren via internet tegen gereduceerd tarief. Vervolgens gaan we op zoek naar een taxi, maar dat lukt helaas niet. Dan maar op tijd naar bed, want morgen wordt een inspannende dag.
Bantry Town

2 juni: Voor het eerst 18 holes

Bantry Golf Club
Om kwart voor negen laden we de golfsets en de schoenen in de bijboot. Volgens de taxichauffeur die we gisteren aan de lijn hadden, is het 20 minuten lopen, maar wij schatten dat anders in. We leggen de bijboot aan een drijvende steiger die daar ongetwijfeld niet voor is bedoeld en gaan op weg. Na een uur lopen met bepakking, langs een drukke weg waar gelukkig het hele traject een trottoir langs ligt, komen we bij de Bantry Golf Club. We worden uiterst vriendelijk welkom geheten, en gaan na een kop koffie aan de slag. Gelukkig gaat het een stuk beter dan in Falmouth. We hebben alle wijze lessen van Abdel, onze leraar (pro voor de kenners) nog eens doorgenomen en dat helpt. Vooral dat je niet moet opkijken tijdens het slaan.

Prachtig uitzicht vanaf de golf course over Bantry Bay

Het gaat best goed en we hebben er allebei plezier in. Het is wederom een prachtige baan, prachtig gelegen met uitzicht over de hele baai, en behoorlijk uitdagend. We zien bij hole 10 zelfs in de verte onze boot liggen! Uiteindelijk duurt het van half elf tot vier voordat we 18 holes hebben afgewerkt. We hebben misschien iets teveel slagen nodig gehad, maar zijn heel trots op onszelf, voor het eerst 18 holes! In Falmouth hebben we het na de 13e hole opgegeven. Gelukkig biedt de 19e hole een hapje en een drankje om bij te komen. En dan vangen we de terugweg aan. Als we weer aan boord zijn geeft de stappenteller van JW 28000 stappen aan. We zijn goed moe, maar vooral heel trots!
Nogmaals!

22 t/m 27 mei: Van Darmouth tot aan de Scilly eilanden

22 mei: Bijna gezonken op weg naar Falmouth


Gezicht op Dartmouth bij vertrek
Dartmouth Castle vanaf het water
Gelukkig schijnt vandaag de zon. Het weer is opgeknapt na de regen van gisteren. Dat maakt een vaardag een stuk aangenamer.
In eerste instantie heeft Jan Willem gepland opgevat om naar Fowey te varen. Dat ligt een stukje westelijk van Plymouth aan de mooie River Fowey. Engelsen zijn niet erg origineel met naamgeving.
Omdat het best een eindje is, varen we om 8 uur al af, met nog een beetje stroom tegen. Zo kunnen we straks ten volle profiteren als de ebstroom mee staat. Met de voorspelde zuidwesten wind wordt het waarschijnlijk kruisen.
Na 15 sec. 3 emmers water opruimen na het schoonmaken van het log





Als we afvaren vanaf Kingswear bij Dartmouth blijft het log op nul staan. In de datagever zit waarschijnlijk vuiligheid. Jan Willem gaat het schoonmaken, terwijl hij mij vraagt door te varen op de motor. Dat is niet zo’n goed idee, want als hij de datagever eruit haalt en even onhandig is met de stop erin te zetten staat de hele bak vol water. Zo snel kan dat dus gaan! In zo’n 15 seconden zijn er drie volle emmers water ingelopen. Zo snel mogelijk leg ik de boot stil en pak de lenspomp erbij. Dan rustig aan nog eens proberen en zowaar, als hij de gever erin stopt geeft het log weer snelheid aan. Het restant water nog even opruimen en het leed is geleden.


De overgang van glad water naar de race bij Start Point
Pas na een uurtje staat er genoeg wind om te zeilen. Bij de kaap van Start Point kiezen we de route binnendoor langs de Skerries. We kunnen prachtig de overgang van glad water naar de overfalls bij de kaap zien. Omdat er weinig wind
De vuurtoren bij Start Point
staat, is het overigens niet zo spannend. Rond Start Point kruisen we hoog aan de wind. Onder de kaap zien we een schip motorsailen. Het is een mooi schip, de Leto. We verbazen ons erover dat het niet kruist. Jan Willem spreekt later de eigenaar in de haven, die vertelt dat dat een beperking is van een overigens prachtig schip.
Boven het land ontstaan prachtige cumuluswolken, die afsteken tegen de blauwe lucht. Als de wolken zich richting zee bewegen, blijven we verder uit de kust om de mogelijke effecten ervan te ontwijken.
Cumuluswolken boven het land
Bij Plymouth zijn we het kruisen inmiddels wel beu en zijn we blij dat Fowey nadert. 22 mijl is en bovendien bezeild met een knik in de schoot. Met snelheden van 8 knopen door het water en ruim 6 over de grond is de keuze gauw gemaakt. Het gaat lekker en om 21.00 uur liggen afgemeerd in de visitors harbour met 80 mijl op het log erbij.
Aalscholvers op een rots
Gelukkig hebben we een behoorlijk tempo. Als we rond vijf uur ‘s middags overstag moeten om naar de River Fowey te gaan, zien we opeens dat Falmouth nog maar
Daar zien we ook de Leto en de Kobbe weer.
Ook heel bijzonder is dat we de ‘Alchemy’ terugzien, een mooi Amerikaans schip, dat we in zomer 2013 in Kopenhagen en in september 2014 in Enkhuizen hebben ontmoet. Het echtpaar aan boord vaart al jaren in Europa rond. Ze zullen de volgende dag op tijd vertrekken, om de westkust van Ierland op te zoeken.
Mawes Castle, tegenover Falmouth
In de loop van de dag bellen Sophie en Matthijs om mij  met mijn verjaardag te feliciteren.

23 mei: Golfen in Falmouth


De Iskander in de haven van Falmouth
Gezicht op het oude centrum van Falmouth
In het bericht over de voorbereiding van deze reis heb ik vermeld dat we deze winter golfles hebben gevolgd en ons Handicap 54 hebben gehaald, mede met het oog op de vele mooie golfbanen in Engeland en Schotland. Vandaag gaan we daar voor het eerst gebruik van maken. Vlak buiten Falmouth is de golfbaan van the Falmouth Golf Club en die bellen we op om te vragen of we welkom zijn. De manager reserveert voor ons een starttijd om 12.48 uur. We maken onze golftassen klaar, pakken boterhammen, een drankje en onze schoenen in. Dan wandelen we naar de golfclub. Op de steiger oogsten we veel bekijks en navenant commentaar. Zeilers die golfen, dat kennen ze hier niet.
Op de mooie golf course in Falmouth
Het is prachtig weer. De wandeling gaat grotendeels bergop en we krijgen het behoorlijk warm. Het is verder dan gedacht, zodat we maar precies op tijd aankomen. Het thuis raken in de lokale gewoonten is ook even wennen.
Na het voldoen van de greenfee en een drankje gaan we vol goede moed naar de eerste hole. Maar, oh wat valt dat tegen! We hebben nu een maand niet op de baan gestaan en dan zakt de techniek wel weg. Regelmatig laten we achterop komende spelers voorgaan. Aan de golfbaan ligt het niet. Die is prachtig gelegen en perfect onderhouden. In de loop van het spel gaat het wat beter en krijgen we er plezier in en ook oog voor de omgeving. We komen allemaal aardige mensen tegen die verbaasd zijn dat er mensen zijn die helemaal uit Holland met een boot komen varen om in Falmouth golf te spelen. Je ziet ze denken: “Very nice people those dutchmen, but lousy golfplayers”. Maar dat zeggen ze niet, daar zijn ze te beleefd voor. Als we op het terras nog iets drinken, raken we in gesprek met twee enthousiaste heren, waarvan er een ons een lift naar de haven aanbiedt. Met de heenweg in gedachten nemen we die graag aan.

24 mei: Naar Penzance


Baken voor gevaarlijk object voor Falmouth
Met het oog op onze tocht naar de Scilly Eilanden en daarna naar Ierland vullen we voor vertrek eerst de fourage aan. Bepakt en bezakt komen we van de Tesco. Jan Willem gaat nog naar de Musto-winkel voor een paar nieuwe zeillaarzen. De neuzen van zijn oude laarzen zijn doorgesleten. Hier kan het nog. Dan nog diesel en water tanken. Bij het vastleggen aan de dieselsteiger glijd ik op mijn laarzen over het kurkdroge bolle dek. De rubberzolen zijn verhard en ik heb geen grip meer. Gauw trek ik bootschoenen aan. Moet ik nu ook nog…?  Maar het is al 13.00 uur, een uur later dan gepland, en we moeten op tijd in Penzance zijn, anders is de havendeur dicht.
Sommige mensen hebben geld, anderen veel geld. Dit schip is ruim 50 meter!
Toen moest het zeilpak nog aan!
In de haven staat al 19 knopen wind uit het oosten, dus zet JW gelijk maar een dubbel reef. Eruit kan altijd nog. Als we op open zee zijn, blijkt het niet voor niets. De wind trekt aan tot uiteindelijk 22 knopen. Met halve wind en een bootsnelheid van 8 á 9 knopen, maakt de Iskander af en toe flinke schuivers op de forse golven. Een keer spat er een golf over het achterdek en JW in zijn windstopper is kletsnat. Dan de zeilpakken maar aan.
Flinke golven bij Lizard point
Track van het ronden van Lizard Point op de plotter
Als we Lizard Point hebben gerond kunnen we min of meer voor de wind gaan varen. We strijken het grootzeil en gaan op de fok verder. Dan gaat het een stuk rustiger, ondanks dat het harder gaat waaien. We vinden het wel prima zo, maar zijn bezorgd over de aankomst bij Penzance. Het is daar immers lager wal en de gidsen voorspellen dan niet veel goeds.
In de verte zien we St. Michaels Mount opdoemen. Dat is de Engelse variant van de Franse Mont St. Michel, en eerlijk gezegd een beetje een slap aftreksel.
Saint Michaels Mount
Gelukkig neemt de wind op het eind van de tocht af, dus is de aankomst in Penzance geen probleem. De havenmeester wijst ons een plek naast een rijtje smerige, verwaarloosde boten. Bij nader inzien liggen er wel veel van die exemplaren in deze haven.
In de haven van Penzance
Ook de Kobbe is hier aangekomen en David en Eveline komen ’s avonds koffie drinken en ervaringen uitwisselen. Zij varen de volgende dag door, want zij hebben maar elf weken om het rondje Engeland te varen. Wij zullen hen daarom waarschijnlijk niet meer zien. Dat is jammer, want het is erg ge
zellig.
De haven van Penzance sluit met een liggende sluisdeur
David vertelt ons het verhaal van waarom de Nederlanders de tulpen hebben en de Zwitsers de bergen. Heel vroeger waren er bergen in Nederland. Zwitserland was daarentegen een totaal vlak land. De Nederlanders hadden tulpen, maar wisten niet waar ze die moesten kweken, want overal waren bergen. Dan was knap lastig. De Zwitsers hadden skipistes en skiliften, maar daar hadden ze niet zoveel aan in hun vlakke land. Toen gingen de Nederlanders en de Zwitsers, die beide heel gelovige volkeren waren, allemaal naar de kerk. Daar gingen ze allemaal heel hard bidden of die bergen konden verhuizen. Het resultaat is bekend. De Nederlanders kunnen hun tulpen verbouwen en de Zwitsers hebben hun bergen. Het geloof kan immers bergen verzetten.

De getijdehaven van Penzance valt droog

25 mei: Met de trein terug naar Falmouth


We zijn een beetje in dubio wat we vandaag zullen doen. Een dagje luieren zou kunnen, maar ook een bezoekje aan St. Micheals Mount of aan Trengwainton Garden.
Typisch station in Cornwall
We kiezen voor iets anders. Al de hele week liggen onze vrienden Paul en Marion met hun zeiljacht ‘Flegma’ steeds één haven achter op ons. Toen wij in Weymouth lagen, lagen zij in Yarmouth. Toen zij in Weymouth lagen, lagen wij inmiddels in Dartmouth. En nu ligt de Flegma dus in Falmouth en wij in Penzance. Vanuit Falmouth gaan zij de Golf van Biskaje oversteken naar Noord-Spanje en wij willen de andere kant uit. Het zou toch zonde zijn als we steeds achter elkaar aan  hebben gevaren en elkaar tijdens deze reis niet zien. Nu is onze laatste kans! Daarom nemen we de trein naar Falmouth.
Lekker eten met Paul en Marion
De Engelse treinen zijn best OK. Ze zijn schoon en redelijk comfortabel ingericht. De trein vanuit Penzance gaat overigens helemaal naar Paddington Station in Londen. Wij stappen in Truro over op het boemeltje naar Falmouth. Ze hebben hier nog echte treinkaartjes, perronwachters met een spiegelei en de stationsgebouwen en perronoverkappingen zijn opvallend ouderwets en slecht onderhouden. En natuurlijk het prachtige landschap van Cornwall.
Samen met Paul en Marion hebben we een gezellige middag, praten bij en gaan lekker eten bij de Thai om de hoek bij de haven. Ze brengen ons naar het station en we beloven om elkaar via Marine Traffic te volgen. Zo gaat dat in de moderne zeilerswereld.
Prettige bijkomstigheid is dat ik ook nog even naar de Musto-winkel kan voor een paar nieuwe laarzen. Glijpartijen over het dek zijn immers geen prettig vooruitzicht.
Terug in Penzance maken we nog een wandeling. Anders vertrekken we morgen zonder iets van het stadje gezien te hebben. Er is meer dan we hadden verwacht. Vanuit de haven gezien is het maar een troosteloze bedoening. In de wijk direct achter de haven bevindt zich een veilinghuis van kunst en enkele galerietjes, die aanmerkelijk beter werk in de etalage hebben dan we in Dartmouth of Falmouth hebben gezien.
Pub in Penzance
Egyptian House

Er zijn een paar kroegen, die Bill Bryson in zijn boek ‘De weg naar little Dribling’ noemt evenals een Indiaas restaurant, Ganges geheten, dat al een tijd dicht is en er triest uit ziet. Volgens Bill Bryson missen we daar niets aan. Er is ook nog een Egyptian House met een uiterst opmerkelijke gevel. En enkele winkelstraten die passen in een middelgroot provinciestadje, met in het midden een pompeus bankgebouw van Loyds Bank. Maar alles is uitgestorven rond half tien ’s avonds, dus gaan wij ook maar naar ons bootje. Morgen is het immers weer vroeg dag.

26 mei: Eindelijk naar the Isles of Scilly


Wolf Rock
Ik meen dat het 2008 was dat we met een Toerzeilers vakantietocht de eerste keer hebben geprobeerd om op de Scilly eilanden te komen, maar die kan nauwelijks serieus worden genomen. De schepen waren te klein en de vakantie te kort. Vorig jaar was de tweede poging, ditmaal serieus. Teveel verwaaidagen speelden ons toen parten. Nu gaat het dan toch echt gebeuren. Met de voorspelde oostenwind gaan we de Scilly eilanden zeker bereiken. Voordat we los kunnen gooien, moeten we wachten tot  de havenmeester het schip dat buiten aan ons ligt afgemeerd verlegt en dan kunnen we vertrekken. Het waait niet hard en met voltuig gaan we halve wind naar het zuiden, Mount Bay uit. We komen langs een plaatsje met de vreemde naam Mousehole en een mooi baaitje Lamorna geheten. Daarna gaan we naar het westen langs Wolf Rock, een eenzame rots midden in zee waarop een grote paal is geplaatst, en in de verte ligt Lands End.
'Melkmeisje' varen (film)
De koers is inmiddels min of meer voor de wind. De bulletalie en de fokkeboom zijn gezet. Ondanks dat kost het de grootste moeite om de zeilen niet te laten klapperen op de forse golven en deining. Met de stuurautomaat lukt het niet goed, dus gaan we zelf om beurten sturen. Dat helpt zolang er genoeg wind is, zodat er voldoende druk in het zeil staat. Als een uurtje voor de Scilly’s de wind wegzakt strijken we de zeilen en gaan we motoren. Dan kan tegelijk de accu bijladen. In Penzance hebben we niet aan de stroom gelegen en op St. Mary’s zijn alleen moorings, dus geen elektriciteit.
Voor anker in Saint Mary's Pool
Dan komt de Scilly’s in zicht. Het is heel bijzonder om al die eilanden met rotsen en witte stranden te zien opdoemen. Het voelt alsof je in een andere wereld terecht komt.
Brutale meeuw op de bijboot
We moeten, geleid door twee kardinalen en een rode ton tussen de eilanden Gugh en St. Mary’s doorvaren. Daarna volgen we een geleidelijn,waar de zijkant van een eilandje in lijn met een toren op een volgend eiland moet liggen op 40°. Om onze bestemming St. Mary’s Pool in te varen is er een geleidelijn door middel van een hoog geplaatst andreaskruis en een driehoek, lager op het land. Als we rond half vier aan de mooring hebben aangelegd, dompelen we onder in het zalig nietsdoen. Met de oostenwind ligt de
Iskander zo dat de zon in de kuip schijnt en uit de wind en in de zon met een goed boek blijft er niets meer te wensen over.

27 mei: Wandelen in Hugh Town


Het strand aan de andere kant van Hugh Town
Als je mijn verhalen wilt volgen, zul je af en toe Google Maps erbij moet halen. Zeker het in vervolg van deze reis bezoeken we oorden die voor veel Nederlandse zeilers onbekend zijn.
Vandaag zijn we in HughTown, waar ik voor gisteren ook nog nooit van had gehoord. Het is de ‘hoofdplaats’ van de Scilly eilanden en gelegen op het grootste eiland, Saint Mary’s. ’s Ochtends is het eerst tijd voor de af en toe onvermijdelijke huishoudelijke zaken, zoals de was doen en schoonmaken. En dan zijn wij verwend met de luxe van een wasmachine en een stofzuiger aan boord.
Veel bloemen in de bermen
Ondertussen pompt Jan Willem de bijboot op. Als alles aan kant is gaan we de wal opzoeken. Het varen in zo’n dinghy blijft altijd een attractie. We lopen het dorp in en vinden dat we maar eens aan onze integratie in Engeland moeten werken. In een winkel verkopen ze Tilly Hats. Dat zijn hoeden die uitstekend geschikt zijn voor het Engelse weer. Ze zijn waterafstotend, hebben een brede rand tegen de zon, blijven drijven (erg handig voor op het water!), hebben een verstelbare kinband tegen het afwaaien en kunnen in de wasmachine gewassen worden. Dat is een prima investering voor deze reis.
Uitzicht vanaf de heuvel bij Star Castle (film)
Eten met Wim en Mieke van de Kwinte
Daarna halen we Cornish Pasties en iets te drinken. Aan de andere kant van het dorp is een prachtig zandstrand, waar we lekker gaan picknicken. Na de lunch wandelen langs de verdedigingwerken, de Garrison Wall en naar het kasteel, Star Castle, waar een restaurant is gevestigd. Boven bij het kasteel hebben we prctig uitzicht over de archipel. Overal komen de geuren en kleuren van de vele bloemen en het gefluit van vogels ons tegemoet. Opvallend is dat de vogels helemaal niet schuw zijn.
Eind van de middag komt de Kwinte van Wim en Mieke de baai binnenvaren. We praten gezellig bij terwijl we een hapje eten in het dorp.