Op 31 mei 2022 naar Texel
![]() |
| Schapen op de dijk bij Oudeschild |
Rond half elf ‘s ochtends vertrekken we uit Oudeschild, na eerst nog even vers brood en croissantjes te hebben gehaald. Het weer is zonnig, maar wel koud. Het ski-ondergoed komt goed van pas! We passeren de Lange Jan bij Den Helder, een mooie vuurtoren, die beschamend slecht is onderhouden, zodat die nu op instorten staat. 
JW hijst de Britse gastenvlag
en de Q-vlag voor inklaring
in het stuurboordswant
In het begin is er weinig wind en motoren we af en toe bij. Daarom zetten we de Code Zero erop, een lichtweerzeil, waarmee je aan de wind kunt zeilen. Vorig jaar gekregen voor een fles whisky en toen veel plezier van gehad. Er wordt gekookt, gegeten en afgewassen. Als we rond acht uur ‘s avonds de Code Zero eraf willen halen, krijgen we het zeil niet naar beneden, omdat de lijn bovenin gedraaid zit. Nou ja, dat lossen we in de haven wel op.
Inmiddels is de koers ruimer en de wind trekt aan. Rond drie uur ‘s nachts haal ik Jan Willem uit zijn bed om twee reven te zetten en ondertussen moet ik verschillende schepen ontwijken die uit het verkeersscheidingsstelsel komen, of er juist in gaan. Het is druk! Rond vijf uur ‘s ochtends wisselen we de wacht en mag ik te kooi. Ik word ‘s ochtends wakker met hoofdpijn en misselijkheid. Zeeziekte of migraine, wie zal het zeggen. In elk geval houd ik nog geen glas water binnen en een hap van een banaan beland ook in het gangboord. Gevolg is dat ik plat ga en Jan Willem mijn wachten overneemt. Hij gebruikt de tijd om de nieuwe windvaanstuurinrichting (Hydrovane) uit te proberen. We dopen hem Frits. Het gaat behoorlijk goed, maar hij durft er nog niet mee voor de wind te sturen, dus kruisen we het traject met ruime wind af. Als we de Engelse wateren binnenvaren hijst JW de Engelse gastenvlag met de gele Q-vlag eronder in het stuurboordswant. Voor de aanloop van Ramsgate haalt hij mij uit bed en om kwart over elf ‘s avonds meren we af in Ramsgate aan de langssteiger. We ruimen het hoogstnoodzakelijke op en duiken ons bed in. JW vermoeid, want inmiddels een lange dag in touw en ik nog steeds zo ziek als een hond.
4 juni: Een behulpzame Engelsman
Rond half vier ‘s nachts schrikken we opeens wakker van een immense herrie en de boot staat angstwekkend te schudden. De code zero! Het is harder gaan waaien en het zeil is bovenin opengegaan. Met groot geweld staat het nu te klapperen en de hele haven zal inmiddels wel wakker zijn. Er zit niets anders op dan dat er iemand (JW dus) de mast in moet om het zeil naar beneden te krijgen en eventueel de lijn te kappen. En ik met mijn slappe armen (vanwege te weinig eten en drinken) moet hem omhoog lieren. En dit alles moet voorzichtig gebeuren, want je wilt geen klap van het zeil oplopen. Het zeil is ondertussen bovenin al aan flarden. Als ik JW halverwege de mast heb gehesen, staat daar om vier uur ‘s nachts opeens een vriendelijke Engelsman die vraagt of hij kan helpen, hij was toch wakker. Zo fijn dat er zulke mensen bestaan! Samen draaien we JW naar de top. Ondertussen stelt de man zich voor als Mark. Bovenin lukt het JW de lijn te ontwarren, zodat wij hem kunnen vieren en het zeil naar beneden komt. De communicatie is trouwens ook nog wel een ding. Door het lawaai kunnen we beneden met geen mogelijkheid verstaan wat Jan Willem van ons wil. Het zeil waait over de steiger in het water, we bergen de boel en halen JW weer uit de mast. Many thanks voor Mark. We kunnen nu echt rustig gaan slapen. Wel jammer van onze Code Zero, die nu ter ziele is. De les die hieruit te leren valt is dat je (potentiële) problemen zo snel mogelijk moet oplossen en niet uitstellen. Hoe vervelend ook, we hadden voor het slapen nog de mast in gemoeten.
Wandeling in Ramsgate: The Queens Jubilee en the Little Ships of Dunkirk
‘S Ochtends rond 8 uur komt er een telefoontje dat we ‘cleared’ zijn door de douane. De Q-vlag kan worden gestreken en wij mogen van boord.
Als we die zaterdagmiddag Ramsgate in in lopen, heerst daar een feestelijke stemming. Overal vlaggetjes, muziek en flanerende mensen. En het weer zit ook mee, hoewel het nog steeds hard waait. Mijn constitutie is een stuk verbeterd, en zelf zo dat we lunchen op een terras terwijl we ons amuseren met mensen kijken.
Supporting the Queen
In de haven ligt een vloot van klassieke motorboten. Het zijn schepen die in 1940 meegedaan hebben aan operatie Dynamo, toen 300.000 geallieerde troepen uit België en Noord-Frankrijk zijn teruggehaald naar Engeland, door alles wat maar kon varen. De schepen die hier liggen zijn lid van de ALSD, de Association Little Ships of Dunkirk. Verschillende schepen zijn gezonken geweest, hebben tientallen jaren in schuren gestaan en allemaal zijn ze prachtig gerestaureerd. Eens per jaar verzamelen ze rond deze tijd in een haven rond het Kanaal en elke vijf jaar gaan ze naar Duinkerken voor een grote herdenking.
In de haven komt Mark nog even langs. Hij wil zijn schip in Zeeland leggen om deze zomer met vrouw en kinderen vakantie te vieren. Of we nog tips hebben. Hij blijkt zelf er veel meer van te weten dan wij, maar gezellig is het wel. Mark blijk overigens ook over een Amerikaans en Australisch paspoort te beschikken, We bespreken de onzin van Brexit voor het bedrijfsleven en de controle van jachten, waar de Britse douane zich zwaar op heeft verkeken. Later komen er nog douanebeambten aan boord, die op JW’s vraag of ze nu meer boeven vangen, antwoorden “ Time will tell.”
Later die middag komen de kinderen van Mark, Charley van vier, Emily van negen en hun neefje, aan boord, die ons schip van binnen willen zien. Ze willen alles zien en weten: “What a big bed!” en “Where do you put your shoes?” Vooral Charley is een adorable stuiterbal.
5 juni: Naar Sovereign Marina Eastbourne
Half negen vertrek, hartelijk uitgezwaaid door Charly en Emily, de kinderen van Mark. Het eerste stuk loopt de stroom lekker mee. Bij Dover wijkt de ferry Dover Seaways voor ons uit. Vanaf Dungeness moeten we kruisen en dat duurt altijd langer dan gedacht. Ook is het opletten om de balletjes van de kreeftenpotten te ontwijken. En als de duisternis invalt wordt dat extra lastig. We varen op de plotter op geul van Sovereign Harbour in Eastbourne af. De veilig vaarwaterton, die ons baken zou moeten zijn ligt er niet. Daarna heel voorzichtig het geultje door. In de sluis worden we verwelkomd door een vriendelijke havenmeester. Om half twaalf ‘s avonds meren we af. We slapen als rozen.

Ferry bij Dover wijkt voor ons uit
6 juni: Wandelen naar Eastbourne op tweede pinksterdag

Bowlingclub in Eastbourne
We slapen een gat in de dag. Blijkbaar hadden we het nodig. Het is lekker weer en wandelen die middag naar het centrum van Eastbourne, een gezellige badplaats met kiezelstranden, veel mooie hotels aan de boulevard, een pier en verschillende parkjes. Jan Willem verslikt zich een een veel te grote schepijs en we schrikken ons een ongeluk als vlak naast ons een kettingbotsing gebeurt. Gelukkig zijn er genoeg Engelsen die zich over het ongeluk ontfermen. De pier er behoorlijk onderhouden uit. De stad ademt de sfeer uit van een mooie en gezellige badplaats. Achter het museum, dat zijn de tennisbanen waar men de tribunes aan het opbouwen is voor het Eastbourne tennistoernooi, een van de toernooien in de aanloop van Wimbledon.
Op de pier
![]() |
| Op de boulevard |

De strandhuisjes verkeren nog in diepe rust 
Bootjes op het strand in kennelijke staat 
Rode pimpernel langs het strand
![]() |
| Ook in Eastbourne wordt de Queens Jubilee gevierd |
Op de terugweg is de weg nog steeds geblokkeerd vanwege het ongeluk. De politie is druk met het onderzoek. Op de kiezelstranden wat verder van het centrum vandaag liggen diverse bootjes in kennelijke staat. Ook dat hoort bij het strand.
We doen boodschappen, eten aan boord en ik maak een pan nasi voor de volgende dag, want morgen gaan we naar Cherbourg. In de Azoren-app lees ik dat de Spazio van Bob en Hilde de haven is binnengekomen. Niets van gemerkt, maar daar ligggen ze zomaar achter ons.
Jan Willem heeft nog eens naar het weer gekeken en we besluiten vanavond nog te vertrekken, om voor de harde wind eraan komt in Cherbourg te zijn. Dus ga ik even hallo en goodbye zeggen bij de Spazio. Bob ligt al uitgeput op een oor en Hilde staat op het punt haar bed in te duiken. Ze hebben het zwaar gehad.
Wij maken de Iskander klaar voor de nachttocht en om 22 uur Engelse tijd liggen we in de sluis, klaar om de nacht in te varen. We stellen ons in op een tocht met veel kruisen, want onze bestemming ligt zuidwest, pal in de wind. Onder een mooie sterrenhemel zeilen we de baai van Eastbourne uit, richting het verkeersscheidingsstelsel (TSS).
6/7/8 juni: Naar Cherbourg
‘s Nachts valt de wind weg en zetten we de motor bij, met als voordeel dat we langs het TSS in de gewenste richting varen. Het wordt een gevarieerde tocht met heldere luchten, bewolking en miezerregen waar je heel nat van kunt worden. Ook het zicht wordt slechter. En wisselende windsterktes, maar helaas wel grotendeels zuidwest. Dat leidt tot tactisch overleg over hoe je het beste Cherbourg kunt benaderen, want afhankelijk van het getij er kan een sterkte oostelijke of westelijke dwarsstroom voor de Normandische kust staan. Het is dus een kwestie van rekenen wanneer je daar aankomt en hoe je daarvoor moet compenseren. Onze ETA (estimated time of arrival) loopt uiteen van 11 uur ‘s avonds tot 4 uur ‘s nachts. Als je met slecht zicht de donkerte in kijkt duurt de nacht lang. Bovendien valt de radar steeds uit. We hebben dan wel AIS, maar schepen die dat niet hebben zijn zonder radar heel slecht te detecteren. Mmm…, niet zo’n fijn idee.
Prima nasi onderweg
Als we nog zo’n 15 zeemijlen voor Cherbourg zijn valt de snelheid terug naar een schamele twee knopen vanwege de combinatie van weinig wind en fikse golfslag van eerdere harde wind. En inderdaad, de dwarsstroom is fors. Hoewel we niet eens zo slecht uitkomen, meren we pas om half vier nachts af aan de aankomststeiger van de Port Chantereyne in Cherbourg, die geen verbinding met de wal heeft. Tot onze verbazing ligt de ‘Ora pro Nobis’ van Robert ook al in de haven. We krijgen een uitnodiging voor een biertje via Whatsapp. We hebben de ‘Ora’ en de ‘Optie’ van Rudy, na een whatsappberichtje dat zij uit Boulogne waren vertrokken, verschillende keren op de plotter opgezocht, maar niet gevonden.
Na een check of alles veilig is opgeruimd, wacht ons een ‘aanlandertje (Beerenburg) met lekkere kaasjes, een cadeautje van nicht Birgit en een heerlijk bed.










































