vrijdag 10 juni 2022

31 mei t/m 8 juni: Van Andijk naar Cherbourg

 Op 31 mei 2022 naar Texel

Op weg naar Texel bij laag water


Schapen op de dijk bij Oudeschild
Het is maandagavond laat dat we bepakt en bezakt bij de Iskander aankomen Er moest thuis nog zoveel gedaan en opgeruimd worden. Tenslotte zijn we er drie maanden niet. Best een behoorlijke tijd. De verse waar wordt in de koeling gestopt en we duiken ons bedje in. De volgende dag ruimen we alle andere spullen in - altijd meer dan je denkt -, rijden we een aantal malen met de jerrycans naar de dieselpomp aan de weg - goedkoper dan de pomp aan de waterkant -, die vervolgens in de tank moeten worden geleegd en dat alles maakt dat we pas rond de middag afvaren. Oorspronkelijk was het plan om naar Den Helder te gaan en de volgende dag de Noordzee op, maar onthaasten is ook belangrijk. Dus gaan we naar Oudeschild op Texel en blijven we in elk geval de volgende dag nog daar. Er zijn nog een aantal klussen te doen en hier hebben ze een paar uitstekende watersportwinkels, waar we alles van onze gading kunnen vinden. Dat besluit bevalt uitstekend. We bekijken de weersverwachting en het getij en maken ons gereed om op de ochtend van 2 juni te vertrekken naar Ramsgate. Dat betekent een uitgebreid Excel-document completeren - Jan Willem had het al eerder grotendeels ingevuld - en opsturen naar een e-mailadres van de Britse douane. Leve de Brexit!


2 en 3 juni:  Inslingeren naar Ramsgate


JW hijst de Britse gastenvlag
en de Q-vlag voor inklaring
in het stuurboordswant
Rond half elf ‘s ochtends vertrekken we uit Oudeschild, na eerst nog even vers brood en croissantjes te hebben gehaald. Het weer is zonnig, maar wel koud. Het ski-ondergoed komt goed van pas! We passeren de Lange Jan bij Den Helder, een mooie vuurtoren, die beschamend slecht is onderhouden, zodat die nu op instorten staat. 

In het begin is er weinig wind en motoren we af en toe bij. Daarom zetten we de Code Zero erop, een lichtweerzeil, waarmee je aan de wind kunt zeilen. Vorig jaar gekregen voor een fles whisky en toen veel plezier van gehad. Er wordt gekookt, gegeten en afgewassen. Als we rond acht uur ‘s avonds de Code Zero eraf willen halen, krijgen we het zeil niet naar beneden, omdat de lijn bovenin gedraaid zit. Nou ja, dat lossen we in de haven wel op.

Inmiddels is de koers ruimer en de wind trekt aan. Rond drie uur ‘s nachts haal ik Jan Willem uit zijn bed om twee reven te zetten en ondertussen moet ik verschillende schepen ontwijken die uit het verkeersscheidingsstelsel komen, of er juist in gaan. Het is druk! Rond vijf uur ‘s ochtends wisselen we de wacht en mag ik te kooi. Ik word ‘s ochtends wakker met hoofdpijn en misselijkheid. Zeeziekte of migraine, wie zal het zeggen. In elk geval houd ik nog geen glas water binnen en een hap van een banaan beland ook in het gangboord. Gevolg is dat ik plat ga en Jan Willem mijn wachten overneemt. Hij gebruikt de tijd om de nieuwe windvaanstuurinrichting (Hydrovane) uit te proberen. We dopen hem Frits. Het gaat behoorlijk goed, maar hij durft er nog niet mee voor de wind te sturen, dus kruisen we het traject met ruime wind af. Als we de Engelse wateren binnenvaren hijst JW de Engelse gastenvlag met de gele Q-vlag eronder in het stuurboordswant. Voor de aanloop van Ramsgate haalt hij mij uit bed en om kwart over elf ‘s avonds meren we af in Ramsgate aan de langssteiger. We ruimen het hoogstnoodzakelijke op en duiken ons bed in. JW vermoeid, want inmiddels een lange dag in touw en ik nog steeds zo ziek als een hond. 




4 juni: Een behulpzame Engelsman

Rond half vier ‘s nachts schrikken we opeens wakker van een immense herrie en de boot staat angstwekkend te schudden. De code zero! Het is harder gaan waaien en het zeil is bovenin opengegaan. Met groot geweld staat het nu te klapperen en de hele haven zal inmiddels wel wakker zijn. Er zit niets anders op dan dat er iemand (JW dus) de mast in moet om het zeil naar beneden te krijgen en eventueel de lijn te kappen. En ik met mijn slappe armen (vanwege te weinig eten en drinken) moet hem omhoog lieren. En dit alles moet voorzichtig gebeuren, want je wilt geen klap van het zeil oplopen. Het zeil is ondertussen bovenin al aan flarden. Als ik JW halverwege de mast heb gehesen, staat daar om vier uur ‘s nachts opeens een vriendelijke Engelsman die vraagt of hij kan helpen, hij was toch wakker. Zo fijn dat er zulke mensen bestaan! Samen draaien we JW naar de top. Ondertussen stelt de man zich voor als Mark. Bovenin lukt het JW de lijn te ontwarren, zodat wij hem kunnen vieren en het zeil naar beneden komt.  De communicatie is trouwens ook nog wel een ding. Door het lawaai kunnen we beneden met geen mogelijkheid verstaan wat Jan Willem van ons wil. Het zeil waait over de steiger in het water, we bergen de boel en halen JW weer uit de mast. Many thanks voor Mark. We kunnen nu echt rustig gaan slapen. Wel jammer van onze Code Zero, die nu ter ziele is. De les die hieruit te leren valt is dat je (potentiële) problemen zo snel mogelijk moet oplossen en niet uitstellen. Hoe vervelend ook, we hadden voor het slapen nog de mast in gemoeten.

Wandeling in Ramsgate: The Queens Jubilee en the Little Ships of Dunkirk


Ramsgate feestelijk versierd


‘S Ochtends rond 8 uur komt er een telefoontje dat we ‘cleared’ zijn door de douane. De Q-vlag kan worden gestreken en wij mogen van boord. 

Als we die zaterdagmiddag Ramsgate in in lopen, heerst daar een feestelijke stemming. Overal vlaggetjes, muziek en flanerende mensen. En het weer zit ook mee, hoewel het nog steeds hard waait. Mijn constitutie is een stuk verbeterd, en zelf zo dat we lunchen op een terras terwijl we ons amuseren met mensen kijken.

Supporting the Queen


In de haven ligt een vloot van klassieke motorboten. Het zijn schepen die in 1940 meegedaan hebben aan operatie Dynamo, toen 300.000 geallieerde troepen uit België en Noord-Frankrijk zijn teruggehaald naar Engeland, door alles wat maar kon varen. De schepen die hier liggen zijn lid van de ALSD, de Association Little Ships of Dunkirk. Verschillende schepen zijn gezonken geweest, hebben tientallen jaren in schuren gestaan en allemaal zijn ze prachtig gerestaureerd. Eens per jaar verzamelen ze rond deze tijd in een haven rond het Kanaal en elke vijf jaar gaan ze naar Duinkerken voor een grote herdenking. 

The little ships of Dunkirk





































In de haven komt Mark nog even langs. Hij wil zijn schip in Zeeland leggen om deze zomer met vrouw en kinderen vakantie te vieren. Of we nog tips hebben. Hij blijkt zelf er veel meer van te weten dan wij, maar gezellig is het wel. Mark blijk overigens ook over een  Amerikaans en Australisch paspoort te beschikken, We bespreken de onzin van Brexit voor het bedrijfsleven en de controle van jachten, waar de Britse douane zich zwaar op heeft verkeken. Later komen er nog douanebeambten aan boord, die op JW’s vraag of ze nu meer boeven vangen, antwoorden “ Time will tell.”

Later die middag komen de kinderen van Mark, Charley van vier, Emily van negen en hun neefje, aan boord, die ons schip van binnen willen zien. Ze willen alles zien en weten: “What a big bed!” en “Where do you put your shoes?”  Vooral Charley is een adorable stuiterbal.
















5 juni: Naar Sovereign Marina Eastbourne

Half negen vertrek, hartelijk uitgezwaaid door Charly en Emily, de kinderen van Mark. Het eerste stuk loopt de stroom lekker mee. Bij Dover wijkt de ferry Dover Seaways voor ons uit. Vanaf Dungeness moeten we kruisen en dat duurt altijd langer dan gedacht. Ook is het opletten om de balletjes van de kreeftenpotten te ontwijken. En als de duisternis invalt wordt dat extra lastig. We varen op de plotter op geul van Sovereign Harbour in Eastbourne af. De veilig vaarwaterton, die ons baken zou moeten zijn ligt er niet. Daarna heel voorzichtig het geultje door. In de sluis worden we verwelkomd door een vriendelijke havenmeester.  Om half twaalf ‘s avonds  meren we af. We slapen als rozen.

Ferry bij Dover wijkt voor ons uit

6 juni: Wandelen naar Eastbourne op tweede pinksterdag

Bowlingclub in Eastbourne

We slapen een gat in de dag. Blijkbaar hadden we het nodig. Het is lekker weer en wandelen die middag naar het centrum van Eastbourne, een gezellige badplaats met kiezelstranden, veel mooie hotels aan de boulevard, een pier en verschillende parkjes. Jan Willem verslikt zich een een veel te grote schepijs en we schrikken ons een ongeluk als vlak naast ons een kettingbotsing gebeurt. Gelukkig zijn er genoeg Engelsen die zich over het ongeluk ontfermen. De pier er behoorlijk onderhouden uit. De stad ademt de sfeer uit van een mooie en gezellige badplaats. Achter het museum, dat zijn de tennisbanen waar men de tribunes aan het opbouwen is voor het Eastbourne tennistoernooi, een van de toernooien in de aanloop van Wimbledon.
Op de pier

Op de boulevard




















De strandhuisjes verkeren nog in diepe rust

Bootjes op het strand in kennelijke staat

Rode pimpernel langs het strand




















Ook in Eastbourne wordt de Queens Jubilee gevierd

Op de terugweg is de weg nog steeds geblokkeerd vanwege het ongeluk. De politie is druk met het onderzoek. Op de kiezelstranden wat verder van het centrum vandaag liggen diverse bootjes in kennelijke staat. Ook dat hoort bij het strand. 

We doen boodschappen, eten aan boord en ik maak een pan nasi voor de volgende dag, want morgen gaan we naar Cherbourg. In de Azoren-app lees ik dat de Spazio van Bob en Hilde de haven is binnengekomen. Niets van gemerkt, maar daar ligggen ze zomaar achter ons. 

Jan Willem heeft nog eens naar het weer gekeken en we besluiten vanavond nog te vertrekken, om voor de harde wind eraan komt in Cherbourg te zijn. Dus ga ik even hallo en goodbye zeggen bij de Spazio. Bob ligt al uitgeput op een oor en Hilde staat op het punt haar bed in te duiken. Ze hebben het zwaar gehad.

Wij maken de Iskander klaar voor de nachttocht en om 22 uur Engelse tijd liggen we in de sluis, klaar om de nacht in te varen. We stellen ons in op een tocht met veel kruisen, want onze bestemming ligt zuidwest, pal in de wind. Onder een mooie sterrenhemel zeilen we de baai van Eastbourne uit, richting het verkeersscheidingsstelsel (TSS).

6/7/8 juni: Naar Cherbourg

‘s Nachts valt de wind weg en zetten we de motor bij, met als voordeel dat we langs het TSS in de gewenste richting varen. Het wordt een gevarieerde tocht met heldere luchten, bewolking en miezerregen waar je heel nat van kunt worden. Ook het zicht wordt slechter.  En wisselende windsterktes, maar helaas wel grotendeels zuidwest. Dat leidt tot tactisch overleg over hoe je het beste Cherbourg kunt benaderen, want afhankelijk van het getij er kan een sterkte oostelijke of westelijke dwarsstroom voor de Normandische kust staan. Het is dus een kwestie van rekenen wanneer je daar aankomt en hoe je daarvoor moet compenseren. Onze ETA (estimated time of arrival) loopt uiteen van 11 uur ‘s avonds tot 4 uur ‘s nachts. Als je met slecht zicht de donkerte in kijkt duurt de nacht lang. Bovendien valt de radar steeds uit. We hebben dan wel AIS, maar schepen die dat niet hebben zijn zonder radar heel slecht te detecteren. Mmm…, niet zo’n fijn idee.

Prima nasi onderweg

 Als we nog zo’n 15 zeemijlen voor Cherbourg zijn valt de snelheid terug naar een schamele twee knopen vanwege de combinatie van weinig wind en fikse golfslag van eerdere harde wind. En inderdaad, de dwarsstroom is fors. Hoewel we niet eens zo slecht uitkomen, meren we pas om half vier nachts af aan de aankomststeiger van de Port Chantereyne in Cherbourg, die geen verbinding met de wal heeft. Tot onze verbazing ligt de ‘Ora pro Nobis’ van Robert ook al in de haven. We krijgen een uitnodiging voor een biertje via Whatsapp. We hebben de ‘Ora’ en de ‘Optie’ van Rudy, na een whatsappberichtje dat zij uit Boulogne waren vertrokken, verschillende keren op de plotter opgezocht, maar niet gevonden. 

Na een check of alles veilig is opgeruimd, wacht ons een ‘aanlandertje (Beerenburg) met lekkere kaasjes, een cadeautje van nicht Birgit en een heerlijk bed.

Even afkicken om 4 uur ‘s nachts met
een Beerenburgh en lekkere kaasjes


vrijdag 6 augustus 2021

25 t/m 31 juli 2021: Naar de Frans-Atlantische kust

 25 en 26 juli: Naar de Frans-Atlantische kust


Vertrek uit Camaret-sur-Mer



Rond acht uur ‘s ochtends gooien het buurschip ‘A Contrario’ los en wij volgen direct daarna. Net als wij willen ook zij door de Raz de Sein, waar je de kaap bij de zuidwest punt van Bretagne rond en daar moeten we de stroom mee hebben, want die is er fors. We pakken het einde van het meegaand getij. 


Dit is bij de Pointe Pen Hir. Gisteren hebben we hier nog gewandeld
Op weg naar de Pointe de Pen Hir hebben we de wind op de kop, maar daarna is het bezeild en al gauw valt de wind ruim in. In het begin is het nog bewolkt, maar als de zon meer kracht krijgt, breekt ook de lucht open. 
De vuurtoren bij de Raz de Sein












Net na de vuurtoren bij Raz de Sein, op het moment dat je denkt het gehad te hebben zitten we opeens in hoge, onaangename golven. Dan blijken we twee ondieptes waar de diepte van 35 naar 8 meter gaat over het hoofd gezien te hebben. Een Verbraakmomentje noemen we dat, naar Wouter Verbraak, die als navigator in de Volvo Ocean Race niet ver genoeg op de elektronische kaart had ingezoomd en een koraalrif over het hoofd had gezien. Dat was fataal voor zijn schip, dat er midden in de nacht op voer.  Gelukkig was het in ons geval slechts een oncomfortabel moment en even later weer voorbij.
Met weinig wind van achteren en een hoge deining strijken we de zeilen die toch alleen maar klapperen en motoren voor een tijdje. Later, als de wind aantrekt kunnen we gelukkig weer zeilen en gaan we afkruisen, omdat we niet voor de wind willen zeilen.

Jan-van-genten
Als je niet fit bent bij je vertrek, is de kans op zeeziekte groot. Ik heb er last van: hoofdpijn en misselijkheid, een bijeffect van de darmproblemen, die ik waarschijnlijk door de mosselmaaltijd in Camaret heb opgelopen. Jan Willem neemt een eerste, extra lange wacht, de schat. Als ik wakker wordt voel ik me een stuk beter en neem het over. Een enerverende nacht is het niet, vrijwel geen scheepvaart, veel bewolking, dus ook geen mooie sterrenhemel. Dus als de wekker gaat goed rondkijken, eventueel logboek en kaart bijwerken en dan weer wekker op een kwartier zetten en verder dommelen.
Het gaat allemaal niet zo snel en dus verleggen we ons doel van La Rochelle naar Les Sables d’Olonne, de bakermat van de Vendée Globe zeilwedstrijden en een populaire badplaats. We hebben hier in de buurt heel vroeger met de kinderen gekampeerd.

Geconcentreerd trimmen…
… van de gennaker

De laatste 35 mijl zetten we de gennaker. Dat helpt behoorlijk. We hebben nog even discussie bij welke windsterkte hij gestreken moet worden, maar tot vlak voor les Sables blijft hij erop. Iets voor zeven uur ‘s avonds meren we af in de Port Olona. De ovenschotel is al heet, dus schuiven we direct aan tafel. Ze hebben hier in Frankrijk trouwens uitstekende kant-en-klaar maaltijden, prima voor de vakantie.


Havenhoofd van Les Sables d’Olonne
Catamaranzeilen in de baai van Les Sables



27 en 28 juli: Les Sables d’Olonne

Denk je in een tophaven te liggen, hebben ze je een box toegewezen aan de meest afgelegen steiger. Op de oever ligt een zandbedrijf en de andere schepen zijn alleen verkoopboten, dus gezellig is anders. Het enige goede nieuws is dat het toilet dichtbij is. Ik word er werkelijk depri van, dus vraag ik naar een andere plek.

We liggen aan de Globe-Vendeesteiger…
… met aan de overkant de grote wedstrijdboten




















Met zo’n bootje van 5,80 meter gaan ze solo de oceaan over
Het wordt de L-steiger, nog steeds ver van de stad, maar als we er aanmeren heeft dit toch een heel andere uitstraling. Hier liggen niet alleen de nodige bezoekers, maar ook de grote racers van de Vendée Globe. In-druk-wek-kend! En als contrast een bootje van 5,80 meter waarmee de Mini-Transat, een solozeilwedstrijd van hier naar Brazilië, mee is gevaren.  En omdat de waterbus hier stopt, zijn we ook zo in de stad als we dat willen.


Met de waterbus naar de stad




















De stad wordt doorsneden door het toegangskanaal naar de havens. Het westelijke deel heet Les Chaumes, met een middeleeuwse toren, een oude kerk en kleine straatjes. We wandelen in de middag via deze kant de pier op. Het is allemaal wat eenvoudiger dat mondaine Les Sables, dat ten oosten van het kanaal ligt, maar wel gezellig hoor. 


Wandelen op de pier van Les Chaumes ..


…tot aan het havenhoofd

Als we op de pier staan zien we een bijzonder getuigd zeilschip in de verte aankomen. De loodsboot vaart uit en gaat erheen. Normaal wordt dan de loods aan boord afgezet en begeleidt hij het schip naar binnen, maar hier wordt het schip door de loodsboot gesleept. Als het dichterbij komt blijkt het de ‘Tres Hombres’ te zijn, een zeilend vrachtschip, dat uit ideële overwegingen ecologische en fair trade producten vervoert, zoals rum en cholocade. Daarnaast is het een opleidingsschip voor de zeevaart. Het schip heeft geen motor en dat is uniek in deze tijd. Hier in Les Sables komt het een vracht wijn ophalen, horen we later. De onderneming is begonnen door drie mannen, de Tres Hombres, waaronder een Nederlander. 

De Tres Hombres, het enige zeilende vrachtschip ter wereld, …
… wordt naar binnen gesleept door een loodsboot

…onder veel belangstelling

.. meertb het af in Les Sables d’Olonne

De initiatiefnemers zijn drie mannen …
…uit Nederland en Duitsland


Later op de middag krijgt Jan Willem een appje van bevriende Kustzeiler Monique met een trotse foto waar ze met een fles rum, die ze ooit gewonnen heeft, voor de Tres Hombres poseert. Zij en Pieter liggen met de Mahi Mahi ook in de Port Olona. Hoe toevallig kan het zijn. 

De volgende ochtend drinken we samen koffie. Ook zij wonen inmiddels op de boot en willen voor langere tijd weg. Dit thema komt deze vakantie voortdurend terug.
Zij gaan verder naar een volgende bestemming en wij gaan wandelen in Les Sables èn naar het museum voor moderne kunst in de Abbaye Sainte-Croix. Er is een tentoonstelling van de Roemeense schilder Perahim. Nooit van gehoord, maar zeer intrigerende schilderijen en tekeningen, die met veel fantasie en grote precisie zijn gemaakt. Daarna gaan we naar het strand en eten een wafel. 
Een werk van de Roemeense schilder Perahim in het Musée de l’Abbaye Sainte-Croix


Aan de boulevard in Les Sables …
… op een heerlijke strand dag

‘s Avonds gaan we naar een openluchtconcert in de buurt van het strand, maar daar aangekomen ontdekken we dat we de Corona-app nodig hebben voor de toegang en die werkt niet (met dank aan onze huisarts die zijn administratie niet heeft bijgewerkt). En de gele vaccinatieboekjes, die we vanwege de problemen met de app speciaal hadden geregeld, liggen nog op de boot. We komen er dus niet in. Nog even proberen we of het buiten de muren ook te horen is, maar dat is geen succes. En met de darmen gaat het ook nog niet naar wens. Het zit even niet mee.

29 juli: Op weg naar Ile de Ré

We beginnen de ochtend met de boodschappen, ook hier vinden we bij de Super U weer uitstekende kant-en-klaarmaaltijden, en met een telefoontje naar de huisarts. Zaterdag werkt hij de administratie bij, zegt de assistente. We zullen zien.
Vertrek uit Les Sables d’Olonne,
met op de achtergrond het kasteel van Les Chaumes
 Zoals gewoonlijk hebben we nog wat discussie over de volgende bestemming. De haven op Ile d’Oléron is immens. Dat trek ons niet echt aan. Saint Martin op Ile de Ré daarentegen heeft een kleine havenkom, waar je heel beschut gestapeld ligt. Dat wordt het dus. Alleen jammer dat we nu het Fort Boyard zullen missen, dat voor de kust van Ile d’Oléron ligt.
Windveren onderweg

Er is weinig wind uit het zuidwesten en we wisselen onderweg de kotterfok voor de Code-Zero (een groot lichtweerzeil voor aan de wind). Het wordt een relaxte tocht met veel zon. Jan Willem heeft gepland om rond hoog water bij Saint Martin te zijn. Daar aangekomen melden we ons via de marifoon aan bij de capitainerie, die de schepen in groepen naar binnen roept. Eenmaal binnen loodsen de havenmeesters de schepen vakkundig op hun plek. En aan het eind van de operatie is de haven bijna volgestapeld. Als we als derde vastmaken in een stapel, zit de buurvrouw in de kuip. Ze kijkt niet op of om, heel apart. Dus spring ik zelf maar bij haar aan boord om mijn lijntje vast te maken. 
De haven van Saint Martin de Ré
Op de kade staat een antieke kraan
(en daarachter ligt de Iskander)

















Saint Martin de Ré is een sfeervol plaatsje, dat beroemd is om de vestingwerken die ontworpen zijn door Vauban, architect in dienst van Lodewijk XIV.  Rond de haven zijn er veel restaurants. De toeristische winkels hebben een veel chiquere uitstraling dan op veel andere plaatsen, waar ramsjgoed verkocht wordt. En dat het eiland geliefd is, zien we niet alleen aan de drukte van flanerende vakantiegasten rond de haven, maar ook aan de huizenprijzen in de etalage van een makelaar. Een bungalow voor anderhalf miljoen euro is hier heel gewoon!

30 en 31 juli: Ile de Ré

De ochtend begint met de opening van de sluisdeur, - het is hoog water -, en het vertrek van de nodige schepen. Nu wil het geval dat als er een schip weggaat de rest opschuift naar de kade en dus de vertrekkende schepen vaak aan de kade liggen. Alle andere schepen in de stapel moeten dan verplaatsen om een schip te kunnen laten gaan. Een heel circus waar we altijd weer van genieten. Bij de stapel achter ons vetrekt het schip dat aan de wal ligt. Ook het binnenste schip in ‘onze’ stapel wil weg, maar zijn buurman (ook de onze, wij liggen als nummer drie) lijkt nog in diepe slaap, dus wacht hij nog even. Nou, daar weet Jan Willem wel raad mee. Toktoktok op het kajuitdak! En nog een keer totdat er leven in de brouwerij komt. Na de grote herschikking keert de rust weer en kan iedereen aan zijn dag beginnen. We liggen nu als vierde in een nieuwe stapel.

Zoutwinning op Ile de Ré

Zoutpannen, het meest witte zout is de Fleur de Sel



















‘s Middags halen we de fietsen uit het achteronder en tillen ze over drie schepen naar de wal. Alom verbazing dat we zulke grote vouwfietsen met 24 inch wielen hebben (die heb ik ooit uitgezocht omdat ze zo lekker rijden. Ze passen precies achterin, hadden niks groter moeten zijn). 

Drooggevallen schepen bij Loix
Ile de Ré iseen echt fietseiland. Het eiland heeft een uitgebreid netwerk van fietspaden en je kunt er prachtige tochten maken. En er zijn dan ook overal heel veel fietsers! Wij fietsen tegen de wind in naar het westen langs de wijngaarden en de bosrijke vakantiewijk van Bois Plage, het leuke dorp La Couarde, waar we een broodje eten en verder naar de zoutpannen bij Loix.
Het dorpje Loix, in het noordoosten van het eiland




Fietsen is heel populair op Ile de Ré
Daar kijken we met laag water uit over een uitgestrekte moddervlakte die reikt tot aan Saint Martin. Er loopt een bebakend geultje tot aan de droogvalhaven voor Loix. Het wordt heerlijke middag. Op de terugweg ‘oogsten’ we de wind in de rug. Weer aan boord belonen we onszelf met meloen met ham en een lekkere douche.
De volgende ochtend bezoeken we het musée Ernest Cognacq in het centrum van Saint Martin. Een tijdelijke expositie van een Oostenrijkse kunstenaar die op Ile d’Oléron woont kan ons niet bekoren, ook al schijnt hij internationaal succesvol te zijn.
Daarnaast zijn er permanente exposities. Eentje van scheepsmodellen en eentje over de fortificaties ontworpen door de architect Vauban, die op veel plaatsen in Frankrijk nog steeds te zien zijn, van de Elzas en de Alpen tot in de Pyreneeën en de Atlantische kust. De belangrijkste tentoonstelling gaat over de historie van Ile de Ré, waar 7000 jaar geleden al mensen woonden en zoutwinning en wijnbouw de belangrijkste activiteiten waren. De door Vauban gebouwde kazerne en arsenaal is nu de grootste gevangenis van Frankrijk en Saint Martin heeft jaren dienstgedaan als uitvalsbasis om gevangenen als bannelingen naar Frans Guyana en Nieuw-Caledonië te verschepen. Onder erbarmelijke omstandigheden moesten ze daar dwangarbeid verrichten, waarbij velen het leven lieten.

De droogvalhaven van La Flotte, naast Saint Martin de belangrijkste haven van het eiland

De draaimolen in La Flotte




























We kopen groenten in de gezellige overdekte markthal, waar de heerlijkste producten zijn uitgestald en gaan ons te buiten aan kaasjes, merguez-worstjes en lekkere jam. 
Daarna pakken we de fiets naar het droogvalhaventje van La Flotte. Wat een gezellige boel is het hier! Met een Leffe en een café frappé op een terras aan de haven zien we het water langzaam terugkomen tussen de bootjes die in de modder liggen. 
Terug aan boord maken we ons klaar voor de volgende tocht. Na drie nachten op Île-de-Ré gaan we morgen weer richting het noorden.