vrijdag 8 juli 2016

27 juni t/m 3 juli: Van Ballycastle naar Oban

27 juni: Een wandeling langs de kust

Wandelen langs het strand van Ballycastle
Hier kunnen we niet meer verder en moeten we verder over de kustweg
Er is voor vandaag een windwaarschuwing voor zuidwest zes, dus blijven we nog een dagje in deze beschutte en comfortabele haven.
Nog voor het ontbijt gaat Jan Willem de was uit de droger halen. Die is, zoals gewoonlijk, nog niet droog en er moet nog een keer een pond bij. Met dit regenachtige weer zit er niets anders op.
De ochtend besteden we aan lezen, foto’s uitzoeken en bewerken voor het blog en het plannen van de komende tochten.
Een bontbekplevier scharrelt tussen het wier
Welke plaatsen gaan we de komende weken in Schotland bezoeken en wat wordt de haven waar we de boot laten liggen als we eind juli voor een week naar Nederland gaan? Het is behoorlijk lastig om goed overzicht te krijgen. En ondertussen miezert het buiten. Je wordt er suf van.
Rathlin Island in de  verte
Distel met hommel
Roodborsttapuit in het gras
Daarom gaan na de lunch de wandelschoenen aan en gaan we erop uit. We wandelen oostwaarts langs het strand en als dat ophoudt gaan we verder over de keurig geasfalteerde kustweg. Het geluid van de branding op de rotsen begeleidt ons. Het tempo waarin je je verplaatst bepaalt wat je ziet. Dat geldt voor vliegtuig, auto, fiets, boot of benenwagen. Wij genieten bij deze wandelingen van de kleine dingen, zoals vogels of planten. En natuurlijk ook van de mooie vergezichten. Ondertussen gaan de regenpakken verschillende malen aan en weer uit.
Uiteindelijk gaat de kustweg over in een pad en dat houdt tenslotte op, dus gaan we dezelfde weg terug, alleen nu langs de golfbaan. We hadden hier graag een rondje gegolfd, maar een greenfee van 70 pond vinden we toch echt te gortig!
Weer aan boord, rond een uur of vijf, drinken we thee met cake.
Stevige branding met op de achtergrond Fair Head,
en in de verte de Mull of Kintyre


28 juni: Naar Islay, het eiland van de whisky

Vertrek uit Ballycastle
Vandaag gaan we dan eindelijk naar Schotland, naar Port Ellen aan de zuidkant van het eiland Islay (spreek uit ‘aila’), een kort tochtje, zo’n 25 zeemijl. Acht uur ’s ochtends varen we af. Jan Willem heeft berekend dat als we westelijk langs Rathlin Island gaan we in de Rathlin Sound de stroom mee naar buiten hebben en dat deze draait op het moment dat we het eiland voorbij zijn gevaren. Precies goed voor onze bestemming.
De westkust van Rathlin Island met de vuurtoren

De vogelrots naast de vuurtoren met duizenden zeekoeten en alken
Er staat vrijwel geen wind. Echter de deining is enorm, hoger dan we ooit hebben meegemaakt en duidelijk afkomstig van de Atlantische Oceaan. Die ligt hier open voor ons. Ik probeer om een filmpje te maken, maar heb niet de indruk dat het overkomt. (Zie filmpje) De wind neemt toe en we kunnen gaan zeilen.
West van Rathlin Island krijgen we de vuurtoren en de kliffen die we eergisteren hebben bezocht in het vizier. Op het water is het een komen en gaan van foeragerende vogels. Doordat de golfslag, bovenop de deining, is toegenomen, krijg ik ze niet goed op de foto. Opvallend is dat golven en deining in tegengestelde richting lopen.
De Schotse vlag gaat in het want (filmpje)
Dan komt al gauw Islay in zicht en even later de vuurtoren van Port Ellen. Er liggen een aantal rotsen met kardinalen ervoor waar je netjes langs moet manoeuvreren en daar komt net de ferry aan. Maar alles gaat goed en even later kunnen we strijken in de beschutting van de rotsen die voor de baai liggen.
Rond half een liggen we aan de steiger in Port Ellen. Patrick van de Rambling Rose neemt de landvasten aan.
Vuurrtoren bij de baai voor Port Ellen op Islay
Bezoek aan de distilleerderij
Handig boek!
’s Middags wandelen we naar de whiskydistilleerderij van Laphroaig. Hoewel er ook hier een keurig geasfalteerd wandelpad is, is de leegte en weidsheid van het Schotse landschap onmiskenbaar. Bij Laphroaig aangekomen, is de rondleiding volgeboekt. Er is gelukkig ook een klein museum, waar de geschiedenis wordt getoond. De distilleerderij bestaat sinds 1815! We krijgen enkele soorten whisky aangeboden door een vriendelijke dame en die aanpak heeft succes, want we gaan met een fles en een boek over whisky’s in Schotland en Ierland de deur uit.



Overal in Schotland zien we veel vingerhoedskruid
’s Avonds na het eten werkt Jan Willem de routes voor de komende dagen uit. Hij vergelijkt alle opties, rekent verschillende malen de getijden door en wordt er nogal ongedurig van. Het weer is behoorlijk instabiel met het ene lagedrukgebied na het andere, zodat het een kwestie is van weergaten benutten als ze zich voordoen. Morgen en donderdag gaat het nog goed en daarna zoeken we weer een beschutte plek op in verband met windwaarschuwingen zes à zeven.


Islay, een groot, leeg eiland met weinig bomen

29 juni: Van Islay naar Jura

Vertrek uit Port Ellen, op de achtergrond de veerboot van Caledonian MacBrayne
De loods voor gerst  domineert de haven van Port Ellen
Veel distilleerderijen liggen aan het water

















Al om zeven uur ‘s ochtends varen we af uit Port Ellen richting Craighouse op het eiland Jura, dat noordelijk aan Islay grenst. Met zuidenwind en goed zicht varen we op een ruime koers langs de oostkust van Islay en passeren we de ene na de andere distilleerderij. Eerst Laphroaig, waar we gisteren waren, vervolgens Lagavulin en Ardbeg. De witte huizen met schoorstenen en grote schuren liggen allemaal aan het water. Verbazingwekkend dat het allemaal zo kleinschalig is en dat de merken toch  wereldwijd bekend zijn. De Gall & Gall heeft ze gewoon in het schap staan. Alleen heb je hier natuurlijk per merk wel verschillende luxe varianten die alleen hier zijn te krijgen. Langs de westelijke kant van de Jura Sound, relatief dicht onder de kust trekken de landschappen van Islay aan ons voorbij. Het is een korte tocht en rond het middaguur zijn we bakboord langs het licht Loch na Mile, de baai voor Craighouse, binnengevaren en hebben we een mooring opgepikt. Er ligt een andere boot, maar verder is het hier heel stil. De faciliteiten zijn beperkt. 
Lagavulin distilleerderij
Je moet havengeld betalen bij het hotel, waar ook toiletten en douches zijn.
Na de lunch blazen we de bijboot op en roeien naar de dinghysteiger van Craighouse om een nieuwe poging te ondernemen om een rondleiding distilleerderij te krijgen, ditmaal in de Isle of Jura distillery. Helaas vangen we bot, het is alweer volgeboekt. De gastvrouw  zegt dat het overal druk is en adviseert ons om vooraf te reserveren. Waar komen al die mensen toch vandaan? Gewoon met de ferry waarschijnlijk. Deze dame is minder commercieel ingesteld, want ze laat ons geen glaasje proeven. Wel wijst ze ons een aardige wandeling langs een kerkje en een hele oude begraafplaats.
Craighouse, met de Jura distilleerderij aan het water
Begraafplaats op Jurra
 Het is heerlijk weer als we de benen strekken
... met heel oude  grafstenen
Jura wordt genoemd als het meest ruige eiland van de Inner Hebrides. Er wordt gewaarschuwd voor adders en er is een grote populatie herten. Geen van beide krijgen we te zien. Wel schapen en koeien en de uitwerpselen van de herten. Waarschijnlijk komt dat omdat we alleen de gebaande paden lopen. Er zijn hier ook drie bergtoppen,de zogenaamde Paps of Jura, die je kunt beklimmen, maar dat is meer voor gevorderden. Als we wat verder omhoog lopen ontvouwt zich een prachtig uitzicht over deLoch na Mile en de Jura Sound.
Uitzicht over de  Jura Sound (filmpje)
Wie kijkt naar wie??
We krijgen een beeld van de uitgestrektheid en de leegte. Dit is Schotland, leegte en whisky! En als de leegte je te veel wordt kun je dat goed wegwerken met een paar whisky's.
’s Avonds gaat Jan Willems puzzel voor morgen verder. Vanwege de getijdenstroom plant hij de tocht in twee delen, ’s ochtends ruim 20 mijl naar een ankerplek in het noordelijke deel van de Jura Sound en in de vooravond 24 zeemijl door de Sound of Luing, waar het hard stroomt en je goed moet navigeren, en verder naar Oban.











30 juni: Via een tijstop naar Oban

Laag 1: ski-ondergoed en skisokken
Laag 2: skipully en fleece broek









Laag 3: fleece pully
Laag 4: zeilpak, muts, handschoenen en laarzen,
en natuurlijk een zwemvest


























Het weer is koud, dus we kleden ons goed aan. Wat dat betekent,kun je hier zien.

Als het weer morgen verslechtert willen we in Oban zijn. Omdat het hele traject 45 mijl is, kunnen we dat niet in een tij overbruggen. Daarom heeft JW een tijstop ingepland in het noordelijke deel van de Jura Sound. Hij heeft iets ten zuiden van Loch Crinan een klein baaitje met beschutting op het zuiden gevonden, Sailean Mor.
Zo komen vissers van hun afgewerkte olie af
Goed aangekleed varen we uit Craighouse om negen uur ’s ochtends af. Even daarvoor is een visser vertrokken die zijn afgewerkte olie aan het opstoken is, getuige de zwarte walm uit de schoorsteen.
De stroom loopt al direct een knoopje mee en dat gaat gedurende de tocht oplopen tot 2,5 knoop. Daar wil je niet tegenin.
Al gauw hebben we melkmeisje gezet en varen voor de wind door de Jura Sound.
De dieptes verschillen hier nogal. Soms is het meer dan 100 meter diep en een stukje naar stuurboord 60 of 40 meter. En op een plek is er een ondiepte van 4 meter, waar het rondom 20 tot 30 meter is. We varen tussen de wervelingen door.
Vertrek uit Craighouse
Het weer wordt buiig en behalve regen brengt dat bijna 20 knopen wind. Samen met de stroom gaan we af en toe bijna tien knopen over de grond. Dat maakt dat we al rond 12 uur bij het baaitje zijn.  Er liggen vier gloednieuwe moorings, maar JW wil liever ankeren. Nu, dat lukt niet in de oplopende baai. Het diepteverschil is te groot, met waterplanten op de grond houdt het anker slecht en de rotsige wanden komen beangstigend dichtbij. We hebben hier niet genoeg zwaairuimte. Dan liever aan een mooring, met minder beschutting, maar meer zekerheid. Het duurt nog een tijdje voordat we het helemaal vertrouwen en de motor uit kan.

De drie 'Paps of Jura' zijn voor wandelaars een uitdaging






















Vuurtoren van Skerville
Rond half zes ’s middags gaan we verder richting Oban. In het noordelijke deel van de Jura Sound staat heel veel ‘eddies’, en het schip wordt door de stroming alle kanten op gezet. Inmiddels varen we voor de wind met een bulletalie, omdat we met al die rare stromingen geen klapgijp willen riskeren. Soms hebben we de stroming mee en even later dwars of tegen, dat wisselt. Op een moment zelfs drie knopen tegen, maar dat duurt gelukkig maar kort. Dat maakt het lastig om te bepalen wat de juiste koers is richting Luing Sound. Voor de sterke stroming in de Luing Sound wordt in de boeken uitgebreid gewaarschuwd.












Aan een mooring bij Sailean Mor,
waarschijnlijk zijn ze voor visnetten bedoeld.

Als wij erdoorheen gaan, staat er geen enkele stroming en dat vinden we toch een beetje teleurstellend. Pas op het allerlaatste stukje, in de Kerrera Sound, krijgen we stroom mee. Jan Willem had berekend dat de stroom daar tegen zou staan. Iets klopt er niet.
Even drie knopen stroom tegen
De Sound of Corryvreckan, tussen Jura en Scarba, ziet er heel rustig uit. De whirlpool in de sound is berucht.

Schots weer

Ondertussen valt de regen met bakken uit de hemel. Na afgemeerd te zijn in Oban Marina, die overigens tegenover Oban op het eiland Kerrera ligt, kruipen we zo snel mogelijk in de kajuit met de verwarming op hoog. De druipende zeilpakken mogen in de douche uitdruppen.
De Oban Marina ligt op het eiland Kerrera

1 juli: Oban Whisky en regenbogen

Zeilwedstrijd voor Oban
De haven van Oban
Omdat we op Islay en Jura geen rondleiding in een whiskydistilleerderij konden meemaken, zorgen we dat we er nu wel op tijd bij zijn. We steken over met het pontje naar Oban en gaan direct naar de distilleerderij, die in het centrum aan de haven ligt, en om één uur kunnen we er terecht. Voor die tijd verkennen we de stad en sterken ons met een ploughman’s lunch, met een flik stuk cheddar, pickles, onions, coleslaw en brood.
Gezicht op Oban
De Oban distillery ligt midden in de stad
De gids vertelt een zeer smeuïg verhaal over het distilleerproces en hoe de whisky aan zijn smaak komt. De smaak wordt veroorzaakt door de rook die bij het drogen met de gerstenmout in aanraking komt, het gistingsproces, de bourbonvaten waarin de whisky 14 jaar rijpt en de zoute zeelucht. Uit veiligheid moeten camera’s en telefoons uit, dus helaas geen foto’s van de mooie koperen distilleerketels. Natuurlijk eindigt de rondleiding met een lekker glaasje whisky, wel wat vroeg op de dag voor ons. De glaasjes mogen we als aandenken meenemen. Een tikkeltje licht in het hoofd nemen we het pontje terug naar de marina.
Naast de Iskander ligt de Zilverenmaan, een Ovni 34, die we eerder in Zuid-Engeland hebben gezien. We maken kennis met schipper Jan en zijn vrouw Geesje. Jan heeft in de Hebriden al met opstappers rondgevaren, terwijl Geesje vandaag aan boord is gekomen.
Schotland kent één zekerheid: het regent vandaag of het regent morgen. Gelukkig is er op heel veel van die dagen ook nog wel een zonnig moment. De meeste foto’s die je in de gidsen ziet zijn op die zonnige momenten genomen.











‘s Avonds komen zon en regen samen en staat boven Oban de felste regenboog die ik ooit heb gezien.









2 juli: Fazantjes en fourageren

Het wandelpad loopt tussen hoge varens en je wordt er heel er nat van
Hutcheson monument op Kerrera (filmpje)

We hebben het plan opgevat om een wandeling over het eiland te maken, maar vanwege onthaasten voor gevorderden, zijn we niet zo vroeg weg. Eerst gaan we naar het Hutcheson monument op een heuvel aan de noordzijde van het eiland. Hutcheson is de oprichter van de Caledonian MacBrayne Ferries die vanuit Oban naar alle eilanden varen.
Het regent inmiddels en de regenpakken gaan aan. We lopen verder over een smal pad met aan beide zijden hoge varens. Opeens hoor ik een hoop gepiep en zie een heleboel kuikentjes op een open plek tussen de varens zich door het hoge gras worstelen. Alleen zit de camera hoog en droog in de rugzak opgeborgen. Als die uitgepakt en schietklaar is, kan ik nog net het laatste kuikentje fotograferen.

Fazantenkuiken
Moeder fazant en de rest zijn alweer tussen de varens verdwenen. We lopen verder tot het pad doodloopt en we op onze schreden terug moeten keren. Later proberen we nog een lager gelegen pad dat tussen sloten doorloopt, maar ook daar komen we niet verder. Inmiddels zijn mijn bergschoenen doorweekt en mijn voeten kletsnat, maar gelukkig niet koud. Na dertig jaar trouwe dienst wordt het tijd om ze af te danken.
Rundvlees te koop bij de boererij







’s Middags gaan we met het pontje naar Oban om de Tesco te plunderen. De kans is groot dat we de komende tijd nauwelijks nog een fatsoenlijke winkel tegenkomen. Bepakt en bezakt komen we terug.









Parelhoen op het erf

’s Avonds komen Jan en Geesje koffiedrinken en krijgen we tips over de mooie plekjes in de Hebriden, want Jan heeft hier al een tijdje rondgevaren. Er zijn ook nog andere  punten waar het op klikt. Ze hebben beiden een Friese zeilschoolhistorie en Jan Willem, ooit ook zeilinstructeur, kan uitgebreid ervaringen uitwisselen.

Bij elke haven kom je wel zo'n exemplaar tegen,maar dit is een hele mooie.

3 juli: Schapen en tea op Kerrera

Hier moeten we langs op onze wandeling,
Hij doet niks, maar dat weet je pas als je er voorbij bent
Jan en Geesje gaan vandaag naar Tobermory, maar eerst drinken we nog een koffie op de Zilverenmaan, een OVNI 34. Een mooi, stoer schip met een heel licht interieur. En hele aardige mensen.
Wij gaan vandaag de wandeling maken die Jan en Geesje gisteren hebben gemaakt. Ik trek de wandelschoenen van Sophie aan, die ze alvast heeft meegegeven; we hebben dezelfde maat. Het is een sompige bedoening en wat ben ik blij met die schoenen. Ze zitten uitstekend en ik heb heerlijk warme voeten.
We wandelen eerst richting de aanlegsteiger van de ferry, gedeeltelijk door de weilanden met schapen en Schotse runderen. Ze zijn gelukkig heel rustig. 
Uitzicht over de Sound of Kerrera in de regen
Op weg naar de tearoom
Dan gaan we verder naar de zuidpunt van het eiland. Vanaf de ferry wordt de weg een stuk beter, netjes verhard, maar dat duurt slechts tot de eerste boerderij. Daarna is het een karrenspoor met keien en kuilen en uiteindelijk alleen een smal pad. Af en toe moeten we stevig klimmen.
Eindelijk  is daar de tearoom
De tearoom zorgt door opbeurende bordjes dat we de moed erin houden. Daar aangekomen is de beloning groot. Een schattige cottage met een terras en een cosy ingerichte schuur, waar we lunchen met tea, scones en een tuna sandwich. Het toilet is ‘a loo with a view’: uitzicht over de baai. Jan Willem vraagt aan de serveerster waar het water vandaan komt, omdat de tearoom nogal afgelegen ligt. Van een bron op de berg, zegt de serveerster. JW informeert of er in geval van droogte geen watergebrek is. De serveerster lacht, want dat is nog nooit voorgekomen.
Geheel gesterkt vangen we de terugweg aan langs de route via de zuid- en westkant van het eiland. Het pad is nog ruwer dan aan de andere kant, maar de uitzichten zijn prachtig. Direct na het theehuis wordt het pad smaller en moeilijker begaanbaar. In de verte zien we het kasteel, dat we links laten liggen. Tegen de steile hellingen staan altijd wel een paar schapen. Op een moment blokkeren schapen en kalveren het pad. Ze lopen voor ons uit tot ze terug het weiland in kunnen, gelukkig. Dan gaat het langs een baai met zeehonden en een boerderij met twee enthousiaste schaapshondjes en een pauw.
De tuna sandwich gaat er goed in!





Als we weer bij de boot zijn staat Jan Willems stappenteller op een nieuw record, 23.532! We hebben weer veel goede stappen gezet!

In de haven is de Kwinte met Wim en Mieke gearriveerd. In Zuid-Engeland hebben we met hen opgevaren. Daarna scheidden onze wegen en nu gaan we weer samen verder.

Overal schapen
Een exemplaar met zeer fraaie horens

En een eentje met dubbele horens
... en eentje die in de varens heeft gelegen
Gylen Castle