27 juni: Een wandeling langs de kust
 |
| Wandelen langs het strand van Ballycastle |
 |
| Hier kunnen we niet meer verder en moeten we verder over de kustweg |
Er is voor vandaag een windwaarschuwing voor zuidwest zes,
dus blijven we nog een dagje in deze beschutte en comfortabele haven.
Nog voor het ontbijt gaat Jan Willem de was uit de droger
halen. Die is, zoals gewoonlijk, nog niet droog en er moet nog een keer een
pond bij. Met dit regenachtige weer zit er niets anders op.
De ochtend besteden we aan lezen, foto’s uitzoeken en
bewerken voor het blog en het plannen van de komende tochten.
 |
| Een bontbekplevier scharrelt tussen het wier |
Welke plaatsen
gaan we de komende weken in Schotland bezoeken en wat wordt de haven waar we de
boot laten liggen als we eind juli voor een week naar Nederland gaan? Het is
behoorlijk lastig om goed overzicht te krijgen. En ondertussen miezert het
buiten. Je wordt er suf van.
 |
| Rathlin Island in de verte |
 |
| Distel met hommel |
 |
| Roodborsttapuit in het gras |
Daarom gaan na de lunch de wandelschoenen aan en gaan we
erop uit. We wandelen oostwaarts langs het strand en als dat ophoudt gaan we
verder over de keurig geasfalteerde kustweg. Het geluid van de branding op de
rotsen begeleidt ons. Het tempo waarin je je verplaatst bepaalt wat je ziet.
Dat geldt voor vliegtuig, auto, fiets, boot of benenwagen. Wij genieten bij deze
wandelingen van de kleine dingen, zoals vogels of planten. En natuurlijk ook
van de mooie vergezichten. Ondertussen gaan de regenpakken verschillende malen
aan en weer uit.
Uiteindelijk gaat de kustweg over in een pad en dat houdt tenslotte op, dus gaan we dezelfde weg terug, alleen nu langs de golfbaan. We hadden hier graag een rondje gegolfd, maar een greenfee van
70 pond vinden we toch echt te gortig!
Weer aan boord, rond een uur of vijf, drinken we thee met cake.
 |
Stevige branding met op de achtergrond Fair Head,
en in de verte de Mull of Kintyre |
28 juni: Naar Islay, het eiland van de whisky
 |
| Vertrek uit Ballycastle |
Vandaag gaan we dan eindelijk naar Schotland, naar Port
Ellen aan de zuidkant van het eiland Islay (spreek uit ‘aila’), een kort
tochtje, zo’n 25 zeemijl. Acht uur ’s ochtends varen we af. Jan Willem heeft
berekend dat als we westelijk langs Rathlin Island gaan we in de Rathlin Sound
de stroom mee naar buiten hebben en dat deze draait op het moment dat we het
eiland voorbij zijn gevaren. Precies goed voor onze bestemming.
West van Rathlin Island krijgen we de vuurtoren en de
kliffen die we eergisteren hebben bezocht in het vizier. Op het water is het
een komen en gaan van foeragerende vogels. Doordat de golfslag, bovenop de
deining, is toegenomen, krijg ik ze niet goed op de foto. Opvallend is dat
golven en deining in tegengestelde richting lopen.
Dan komt al gauw Islay in zicht en even later de vuurtoren
van Port Ellen. Er liggen een aantal rotsen met kardinalen ervoor waar je
netjes langs moet manoeuvreren en daar komt net de ferry aan. Maar alles gaat
goed en even later kunnen we strijken in de beschutting van de rotsen die voor
de baai liggen.
Rond half een liggen we aan de steiger in Port Ellen. Patrick
van de Rambling Rose neemt de landvasten aan.
 |
| Vuurrtoren bij de baai voor Port Ellen op Islay |
 |
| Bezoek aan de distilleerderij |
 |
| Handig boek! |
’s Middags wandelen we naar de whiskydistilleerderij van
Laphroaig. Hoewel er ook hier een keurig geasfalteerd wandelpad is, is de
leegte en weidsheid van het Schotse landschap onmiskenbaar. Bij Laphroaig
aangekomen, is de rondleiding volgeboekt. Er is gelukkig ook een klein museum,
waar de geschiedenis wordt getoond. De distilleerderij bestaat sinds 1815! We krijgen
enkele soorten whisky aangeboden door een vriendelijke dame en die aanpak heeft
succes, want we gaan met een fles en een boek over whisky’s in Schotland en
Ierland de deur uit.
 |
| Overal in Schotland zien we veel vingerhoedskruid |
’s Avonds na het eten werkt Jan Willem de routes voor de
komende dagen uit. Hij vergelijkt alle opties, rekent verschillende malen de
getijden door en wordt er nogal ongedurig van. Het weer is behoorlijk instabiel
met het ene lagedrukgebied na het andere, zodat het een kwestie is van
weergaten benutten als ze zich voordoen. Morgen en donderdag gaat het nog goed
en daarna zoeken we weer een beschutte plek op in verband met windwaarschuwingen
zes à zeven.
 |
| Islay, een groot, leeg eiland met weinig bomen |
29 juni: Van Islay naar Jura
 |
| Vertrek uit Port Ellen, op de achtergrond de veerboot van Caledonian MacBrayne |
 |
| De loods voor gerst domineert de haven van Port Ellen |
 |
| Veel distilleerderijen liggen aan het water |
Al om zeven uur ‘s ochtends varen we af uit Port Ellen
richting Craighouse op het eiland Jura, dat noordelijk aan Islay grenst. Met
zuidenwind en goed zicht varen we op een ruime koers langs de oostkust van
Islay en passeren we de ene na de andere distilleerderij. Eerst Laphroaig, waar
we gisteren waren, vervolgens Lagavulin en Ardbeg. De witte huizen met
schoorstenen en grote schuren liggen allemaal aan het water. Verbazingwekkend
dat het allemaal zo kleinschalig is en dat de merken toch wereldwijd bekend zijn. De Gall & Gall
heeft ze gewoon in het schap staan. Alleen heb je hier natuurlijk per merk wel
verschillende luxe varianten die alleen hier zijn te krijgen. Langs de westelijke kant van de Jura Sound, relatief dicht onder de kust trekken de landschappen van Islay aan ons voorbij. Het is een korte tocht en rond het middaguur zijn we bakboord langs het licht Loch na Mile, de baai voor Craighouse, binnengevaren en hebben we een mooring opgepikt. Er ligt een andere boot, maar verder is het hier heel stil. De faciliteiten zijn beperkt.
 |
| Lagavulin distilleerderij |
Je moet havengeld betalen bij het hotel, waar ook toiletten en
douches zijn.
Na de lunch blazen we de bijboot op en roeien naar de dinghysteiger
van Craighouse om een nieuwe poging te ondernemen om een rondleiding
distilleerderij te krijgen, ditmaal in de Isle of Jura distillery. Helaas
vangen we bot, het is alweer volgeboekt. De gastvrouw zegt dat het overal druk is en adviseert ons
om vooraf te reserveren. Waar komen al die mensen toch vandaan? Gewoon met de
ferry waarschijnlijk. Deze dame is minder commercieel ingesteld, want ze laat ons geen glaasje proeven. Wel wijst ze ons een aardige wandeling langs een kerkje en een hele oude begraafplaats.
 |
| Craighouse, met de Jura distilleerderij aan het water |
 |
| Begraafplaats op Jurra |
Het is heerlijk weer als we de benen
strekken
 |
| ... met heel oude grafstenen |
Jura wordt genoemd als het meest ruige eiland van de Inner
Hebrides. Er wordt gewaarschuwd voor adders en er is een grote populatie
herten. Geen van beide krijgen we te zien. Wel schapen en koeien en de
uitwerpselen van de herten. Waarschijnlijk komt dat omdat we alleen de gebaande
paden lopen. Er zijn hier ook drie bergtoppen,de zogenaamde Paps of Jura, die
je kunt beklimmen, maar dat is meer voor gevorderden. Als we wat verder omhoog
lopen ontvouwt zich een prachtig uitzicht over deLoch na Mile en de Jura Sound.
 |
| Wie kijkt naar wie?? |
We krijgen een beeld van de uitgestrektheid en de leegte. Dit is
Schotland, leegte en whisky! En als de leegte je te veel wordt kun je dat goed
wegwerken met een paar whisky's.
’s Avonds gaat Jan Willems puzzel voor morgen verder.
Vanwege de getijdenstroom plant hij de tocht in twee delen, ’s ochtends ruim 20 mijl naar een ankerplek
in het noordelijke deel van de Jura Sound en in de vooravond 24 zeemijl door de
Sound of Luing, waar het hard stroomt en je goed moet navigeren, en verder naar
Oban.
30 juni: Via een tijstop naar Oban
 |
| Laag 1: ski-ondergoed en skisokken |
 |
| Laag 2: skipully en fleece broek |
 |
| Laag 3: fleece pully |
 |
Laag 4: zeilpak, muts, handschoenen en laarzen,
en natuurlijk een zwemvest |
Het weer is koud, dus we kleden ons goed aan. Wat dat betekent,kun je hier zien.
Als het weer morgen verslechtert willen we in Oban zijn.
Omdat het hele traject
45
mijl is, kunnen we dat niet in een tij overbruggen.
Daarom heeft JW een tijstop ingepland in het noordelijke deel van de Jura
Sound. Hij heeft iets ten zuiden van Loch Crinan een klein baaitje met beschutting
op het zuiden gevonden, Sailean Mor.
 |
| Zo komen vissers van hun afgewerkte olie af |
Goed aangekleed varen we uit Craighouse om negen uur ’s ochtends
af. Even daarvoor is een visser vertrokken die zijn afgewerkte olie aan het
opstoken is, getuige de zwarte walm uit de schoorsteen.
De stroom loopt al
direct een knoopje mee en dat gaat gedurende de tocht oplopen tot 2,5 knoop. Daar
wil je niet tegenin.
Al gauw hebben we melkmeisje gezet en varen voor de wind
door de Jura Sound.
De dieptes verschillen hier nogal. Soms is het meer dan 100 meter diep en een
stukje naar stuurboord 60 of 40
meter. En op een plek is er een ondiepte van 4 meter, waar het rondom 20
tot 30 meter
is. We varen tussen de wervelingen door.
 |
| Vertrek uit Craighouse |
Het weer wordt buiig en behalve regen brengt dat bijna 20
knopen wind. Samen met de stroom gaan we af en toe bijna tien knopen over de
grond. Dat maakt dat we al rond 12 uur bij het baaitje zijn. Er liggen vier gloednieuwe moorings, maar JW
wil liever ankeren. Nu, dat lukt niet in de oplopende baai. Het diepteverschil
is te groot, met waterplanten op de grond houdt het anker slecht en de rotsige
wanden komen beangstigend dichtbij. We hebben hier niet genoeg zwaairuimte. Dan
liever aan een mooring, met minder beschutting, maar meer zekerheid. Het duurt nog
een tijdje voordat we het helemaal vertrouwen en de motor uit kan.
 |
| De drie 'Paps of Jura' zijn voor wandelaars een uitdaging |
 |
| Vuurtoren van Skerville |
Rond half zes ’s middags gaan we verder richting Oban. In het noordelijke deel van de Jura Sound staat heel veel ‘eddies’, en het schip wordt door de stroming alle kanten op gezet. Inmiddels varen we voor de wind met een bulletalie, omdat we met al die rare stromingen geen klapgijp willen riskeren. Soms hebben we de stroming mee en even later dwars of tegen, dat wisselt. Op een moment zelfs drie knopen tegen, maar dat duurt gelukkig maar kort. Dat maakt het lastig om te bepalen wat de juiste koers is richting Luing Sound. Voor de sterke stroming in de Luing Sound wordt in de boeken uitgebreid gewaarschuwd.
 |
Aan een mooring bij Sailean Mor,
waarschijnlijk zijn ze voor visnetten bedoeld. |
Als wij erdoorheen gaan, staat er geen enkele stroming en dat vinden we toch een beetje teleurstellend. Pas op het allerlaatste stukje, in de Kerrera Sound, krijgen we stroom mee. Jan Willem had berekend dat de stroom daar tegen zou staan. Iets klopt er niet.
Ondertussen valt de regen met bakken uit de hemel. Na
afgemeerd te zijn in Oban Marina, die overigens tegenover Oban op het eiland Kerrera ligt,
kruipen we zo snel mogelijk in de kajuit met de verwarming op hoog. De
druipende zeilpakken mogen in de douche uitdruppen.
 |
| De Oban Marina ligt op het eiland Kerrera |
1 juli: Oban Whisky en regenbogen
 |
| Zeilwedstrijd voor Oban |
 |
| De haven van Oban |
Omdat we op Islay en Jura geen rondleiding in een
whiskydistilleerderij konden meemaken, zorgen we dat we er nu wel op tijd bij
zijn. We steken over met het pontje naar Oban en gaan direct naar de
distilleerderij, die in het centrum aan de haven ligt, en om één uur kunnen we
er terecht. Voor die tijd verkennen we de stad en sterken ons met een
ploughman’s lunch, met een flik stuk cheddar, pickles, onions, coleslaw en
brood.
 |
| Gezicht op Oban |
 |
| De Oban distillery ligt midden in de stad |
De gids vertelt een zeer smeuïg verhaal over het
distilleerproces en hoe de whisky aan zijn smaak komt. De smaak wordt veroorzaakt
door de rook die bij het drogen met de gerstenmout in aanraking komt, het
gistingsproces, de bourbonvaten waarin de whisky 14 jaar rijpt en de zoute
zeelucht. Uit veiligheid moeten camera’s en telefoons uit, dus helaas geen
foto’s van de mooie koperen distilleerketels. Natuurlijk eindigt de rondleiding
met een lekker glaasje whisky, wel wat vroeg op de dag voor ons. De glaasjes
mogen we als aandenken meenemen. Een tikkeltje licht in het hoofd nemen we het
pontje terug naar de marina.
Naast de Iskander ligt de Zilverenmaan, een Ovni 34, die we
eerder in Zuid-Engeland hebben gezien. We maken kennis met schipper Jan en zijn
vrouw Geesje. Jan heeft in de Hebriden al met opstappers rondgevaren, terwijl
Geesje vandaag aan boord is gekomen.
Schotland kent één zekerheid: het regent vandaag of het
regent morgen. Gelukkig is er op heel veel van die dagen ook nog wel een zonnig
moment. De meeste foto’s die je in de gidsen ziet zijn op die zonnige momenten
genomen.
‘s Avonds komen zon en regen samen en staat boven Oban de felste
regenboog die ik ooit heb gezien.
2 juli: Fazantjes en fourageren
 |
| Het wandelpad loopt tussen hoge varens en je wordt er heel er nat van |
We hebben het plan opgevat om een wandeling over het eiland te maken, maar vanwege onthaasten voor gevorderden, zijn we niet zo vroeg weg. Eerst gaan we naar het Hutcheson monument op een heuvel aan de noordzijde van het eiland. Hutcheson is de oprichter van de Caledonian MacBrayne Ferries die vanuit Oban naar alle eilanden varen.
Het regent inmiddels en de regenpakken gaan aan. We lopen verder over een smal pad met aan beide zijden hoge varens. Opeens hoor ik een hoop gepiep en zie een heleboel kuikentjes op een open plek tussen de varens zich door het hoge gras worstelen. Alleen zit de camera hoog en droog in de rugzak opgeborgen. Als die uitgepakt en schietklaar is, kan ik nog net het laatste kuikentje fotograferen.
 |
| Fazantenkuiken |
Moeder fazant en de rest zijn alweer tussen
de varens verdwenen. We lopen verder tot het pad doodloopt en we op onze
schreden terug moeten keren. Later proberen we nog een lager gelegen pad dat
tussen sloten doorloopt, maar ook daar komen we niet verder. Inmiddels zijn
mijn bergschoenen doorweekt en mijn voeten kletsnat, maar gelukkig niet koud.
Na dertig jaar trouwe dienst wordt het tijd om ze af te danken.
 |
| Rundvlees te koop bij de boererij |
’s Middags gaan we met het pontje naar Oban om de Tesco te plunderen. De kans is groot dat we de komende tijd nauwelijks nog een fatsoenlijke winkel tegenkomen. Bepakt en bezakt komen we terug.
 |
| Parelhoen op het erf |
’s Avonds komen Jan en Geesje koffiedrinken en krijgen we
tips over de mooie plekjes in de Hebriden, want Jan heeft hier al een tijdje rondgevaren. Er zijn ook nog andere punten waar het op klikt. Ze hebben beiden een Friese
zeilschoolhistorie en Jan Willem, ooit ook zeilinstructeur, kan uitgebreid
ervaringen uitwisselen.
 |
| Bij elke haven kom je wel zo'n exemplaar tegen,maar dit is een hele mooie. |
3 juli: Schapen en tea op Kerrera
 |
Hier moeten we langs op onze wandeling,
Hij doet niks, maar dat weet je pas als je er voorbij bent |
Jan en Geesje gaan vandaag naar Tobermory, maar eerst
drinken we nog een koffie op de Zilverenmaan, een OVNI 34. Een mooi, stoer schip met een
heel licht interieur. En hele aardige mensen.
Wij gaan vandaag de wandeling maken die Jan en Geesje
gisteren hebben gemaakt. Ik trek de wandelschoenen van Sophie aan, die ze
alvast heeft meegegeven; we hebben dezelfde maat. Het is een sompige bedoening en
wat ben ik blij met die schoenen. Ze zitten uitstekend en ik heb heerlijk warme
voeten.
We wandelen eerst richting de aanlegsteiger van de ferry, gedeeltelijk door de weilanden met schapen en Schotse runderen. Ze zijn gelukkig heel rustig.
 |
| Uitzicht over de Sound of Kerrera in de regen |
 |
| Op weg naar de tearoom |
Dan gaan we verder naar de zuidpunt van het eiland. Vanaf de
ferry wordt de weg een stuk beter, netjes verhard, maar dat duurt slechts tot
de eerste boerderij. Daarna is het een karrenspoor met keien en kuilen en
uiteindelijk alleen een smal pad. Af en toe moeten we stevig klimmen.
 |
| Eindelijk is daar de tearoom |
De
tearoom zorgt door opbeurende bordjes dat we de moed erin houden. Daar aangekomen
is de beloning groot. Een schattige cottage met een terras en een cosy
ingerichte schuur, waar we lunchen met tea, scones en een tuna sandwich. Het
toilet is ‘a loo with a view’: uitzicht over de baai. Jan Willem vraagt aan de
serveerster waar het water vandaan komt, omdat de tearoom nogal afgelegen ligt.
Van een bron op de berg, zegt de serveerster. JW informeert of er in geval van
droogte geen watergebrek is. De serveerster lacht, want dat is nog nooit
voorgekomen.
Geheel gesterkt vangen we de terugweg aan langs de route via
de zuid- en westkant van het eiland. Het pad is nog ruwer dan aan de andere
kant, maar de uitzichten zijn prachtig. Direct na het theehuis wordt het pad smaller en moeilijker begaanbaar. In de verte zien we het kasteel, dat we links laten liggen. Tegen de
steile hellingen staan altijd wel een paar schapen. Op een moment blokkeren schapen
en kalveren het pad. Ze lopen voor ons uit tot ze terug het weiland in kunnen,
gelukkig. Dan gaat het langs een baai met zeehonden en een boerderij met twee
enthousiaste schaapshondjes en een pauw.
 |
| De tuna sandwich gaat er goed in! |
Als we weer bij de boot zijn staat Jan Willems stappenteller
op een nieuw record, 23.532! We hebben weer veel goede stappen gezet!
In de haven is de Kwinte met Wim en Mieke gearriveerd. In
Zuid-Engeland hebben we met hen opgevaren. Daarna scheidden onze wegen en nu gaan we weer samen verder.
 |
| Overal schapen |
 |
| Een exemplaar met zeer fraaie horens |
 |
| En een eentje met dubbele horens |
 |
| ... en eentje die in de varens heeft gelegen |
 |
| Gylen Castle |